Inleiding van de bevalling met een ballonkatheter bij 41 weken zwangerschap

Wanneer de zwangerschap de 41 weken aantikt en de bevalling nog niet spontaan op gang is gekomen, kan een inleiding overwogen worden. Een van de meest toegepaste methoden om de baarmoedermond rijp te maken en de bevalling op gang te helpen, is het plaatsen van een ballonkatheter. Dit geldt met name wanneer de baarmoedermond nog gesloten en onrijp is.

Wat is een ballonkatheter?

De katheter die gebruikt wordt voor het rijp maken van de baarmoedermond is een flexibel latex slangetje met een doorsnede van een paar millimeter. Aan het einde van de katheter bevindt zich een ballonnetje dat gevuld wordt met 30 ml steriel water. Dit slangetje wordt ook wel een Foleykatheter genoemd.

Illustratie van een ballonkatheter die wordt ingebracht in de baarmoedermond.

Het proces van het rijp maken van de baarmoedermond met een ballonkatheter

Het plaatsen van een ballonkatheter is een procedure die in het ziekenhuis wordt uitgevoerd. Om de conditie van de baby te beoordelen en eventuele weeënactiviteit te registreren, wordt voorafgaand aan het inbrengen van de katheter een CTG (Cardio Toco Gram) gemaakt. Dit duurt ongeveer een half uur.

Vervolgens brengt de arts of verloskundige de katheter in. Hierbij liggen de benen in beensteunen. Met behulp van een speculum (eendenbek) wordt de baarmoedermond zichtbaar gemaakt. De katheter wordt via de vagina in de baarmoedermond geschoven, waarna het ballonnetje met steriel water wordt gevuld. Het opvullen van de ballon kan een wat kramperig gevoel in de buik geven.

Direct na het inbrengen van de ballonkatheter wordt opnieuw een CTG gemaakt. Afhankelijk van de medische situatie en de afspraken in de regio, kan geadviseerd worden om naar huis te gaan en thuis af te wachten. Er wordt dan een afspraak gemaakt om de volgende ochtend terug te keren naar de verloskamers. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de vliezen breken, er regelmatige krampen gevoeld worden, of er sprake is van bloedverlies.

In andere gevallen, zoals bij een eerdere keizersnede of wanneer er zorgen zijn over de groei van de baby, kan het advies zijn om niet naar huis te gaan en in het ziekenhuis te blijven. De volgende ochtend wordt er opnieuw een CTG gemaakt en volgt een inwendig onderzoek om te beoordelen of er voldoende ontsluiting is om de vliezen te kunnen breken.

Wat te verwachten na plaatsing?

Na het plaatsen van de ballonkatheter kan er sprake zijn van menstruatie-achtige krampen, wat normaal is. Ook kan er wat meer slijmverlies of licht vaginaal bloedverlies optreden. De bevalling start meestal niet direct na het plaatsen van de ballon. Als de ballon vanzelf uitvalt, wat duidt op 2-3 cm ontsluiting, controleert de eigen verloskundige de situatie. Indien de ballon niet uitvalt en er geen weeën of gebroken vliezen ontstaan, zal de verloskundige na 24-36 uur langskomen om de situatie te beoordelen. Bij voldoende ontsluiting wordt de ballon verwijderd en worden de vliezen gebroken.

Wanneer de ballonkatheter niet spontaan uitvalt, kan de verpleegkundige of arts proberen deze te verwijderen door er zachtjes aan te trekken. Meestal valt de ballon binnen 24 uur uit, maar dit kan ook 48 uur duren. Als de ballon thuis uitvalt, mag deze weggegooid worden. De volgende ochtend dient u zich dan, zoals afgesproken, in het ziekenhuis te melden.

Schematische weergave van de druk van de ballonkatheter op de baarmoedermond.

Alternatieve methoden voor het rijp maken van de baarmoedermond

In sommige gevallen wordt er gekozen voor andere methoden om de baarmoedermond rijp te maken, zoals het gebruik van prostaglandinen. Prostaglandinen zijn hormonen die de rijping van de baarmoedermond bevorderen en een rol spelen bij het op gang komen van de bevalling. Ze maken de baarmoedermond zachter en helpen bij ontsluiting. Prostaglandinen zijn verkrijgbaar in tablet-, capsule- of gelevorm. In het Rijnstate ziekenhuis wordt met name de capsulevorm gebruikt.

Een andere methode is het gebruik van Misoprostol® tabletten. Deze worden maximaal 8 keer per dag met tussenpozen van 2 uur ingenomen. Indien na 2 dagen onvoldoende resultaat is behaald, kan een andere methode overwogen worden.

Het opwekken van de weeën

Wanneer de baarmoedermond rijp is en de vliezen gebroken zijn, kan het op gang brengen van de weeën gebeuren met behulp van een infuus met het medicijn oxytocine. Dit hormoon zorgt ervoor dat de weeën op gang komen. De dosering wordt stapsgewijs verhoogd. Ook kan het breken van de vliezen, indien er voldoende ontsluiting is, de bevalling op gang helpen.

Uitleg aanmaak oxytocine

Controle van de baby en de weeën

Gedurende het gehele proces van inleiding en bevalling wordt de conditie van de baby continu gemonitord met een CTG. Dit gebeurt uitwendig via de buik. Indien nodig, kan er een schedelelektrode geplaatst worden om de harttonen van de baby nauwkeuriger te registreren. Dit is een dun draadje dat op het hoofdje van de baby wordt bevestigd.

Het verloop van de bevalling

Na het starten van de inleiding verloopt de bevalling in principe hetzelfde als een spontane bevalling. De weeën worden geleidelijk heviger en pijnlijker. Over het algemeen heeft de barende de vrijheid om de weeën op haar eigen manier op te vangen. De uitdrijving (het persen) en de geboorte van het kind en de moederkoek verlopen eveneens gelijk aan een spontane bevalling. De geboorte van het kind vindt doorgaans binnen 24 uur plaats na het starten van de inleiding. Naarmate de baarmoedermond rijper is, verloopt de ontsluiting vaak sneller.

Bij een inleiding met prostaglandinen kunnen er aanvankelijk veel harde buiken optreden zonder dat dit echte ontsluitingsweeën zijn. In overleg met de arts kan pijnstilling worden aangevraagd, zoals een morfineprik, epidurale analgesie (ruggenprik) of een pompje met remifentanil.

Mogelijke complicaties

Hoewel de meeste inleidingen zonder complicaties verlopen, zijn er enkele risico's:

  • Langdurige bevalling: Als de inleiding start terwijl de baarmoedermond nog onrijp is, kan de bevalling langer duren. Soms wordt dan geen volledige ontsluiting bereikt en is een keizersnede noodzakelijk.
  • Uitgezakte navelstreng: Bij het breken van de vliezen kan de navelstreng uitzakken, met name als het hoofdje van de baby niet goed is ingedaald of bij een stuitligging.
  • Hyperstimulatie: Dit houdt in dat er te veel weeën kort achter elkaar optreden. Indien dit lang aanhoudt, kan er zuurstoftekort bij de baby ontstaan. Meestal kan dit verholpen worden door de dosering van de infuuspomp te verlagen, soms is een weeënremmend medicijn nodig.
  • Ontsteking op de plek van een schedelelektrode: In zeldzame gevallen kan er een ontsteking ontstaan op de plaats waar de elektrode is geplaatst.

De risico's van een ingeleide bevalling zijn over het algemeen niet groter dan die van een normale bevalling, mits deze onder goede controle en begeleiding plaatsvindt.

Na de bevalling

Na de geboorte wordt de baby nagekeken door de arts of verloskundige, en indien nodig door de kinderarts. Ongeveer een uur na de geboorte van de moederkoek wordt het infuus verwijderd. Soms wordt geadviseerd om langer te blijven, bijvoorbeeld na een langdurige bevalling of om het glucosegehalte van de baby te controleren. De baby kan dan nog een of enkele dagen op de afdeling Geboortezorg geobserveerd worden.

Omdat er een medische reden is voor de inleiding, vindt de bevalling plaats in het ziekenhuis. De begeleiding is in handen van een gynaecoloog, klinisch verloskundige of arts-assistent, met ondersteuning van verpleegkundigen en studenten.

Wanneer is een inleiding mogelijk?

Een inleiding is mogelijk als de baarmoedermond al enigszins open en verweekt is, wat aangeduid wordt met de term 'rijpheid'. Een 'onrijpe' baarmoedermond is lang en stevig, terwijl een 'rijpe' baarmoedermond korter, weker is en vaak al wat ontsluiting vertoont.

Als de baarmoedermond onrijp is, maar er toch een dringende reden is voor een inleiding, wordt deze eerst rijp gemaakt met methoden als een ballonkatheter of medicatie. Dit proces wordt 'primen' genoemd.

Planning van de inleiding

Wanneer er een afspraak is gemaakt voor een inleiding, wordt samen met u een streefdatum gepland, rekening houdend met uw wensen en de gezondheid van de baby. Het is echter niet altijd mogelijk om precies op de afgesproken dag en tijd ingeleid te worden. Afhankelijk van de medische indicatie en de reden van inleiding, kan de start van de inleiding enkele dagen uitgesteld worden. U wordt op de geplande dag telefonisch geïnformeerd over hoe laat en waar u zich moet melden. Afhankelijk van de inleidingsmethode kunt u eventueel naar huis om de volgende dag terug te komen, of wordt u opgenomen in het ziekenhuis.

Infographic met de verschillende stappen van een ingeleide bevalling.

Redenen voor een inleiding

Een gynaecoloog adviseert een inleiding wanneer verwacht wordt dat de situatie voor de baby buiten de baarmoeder gunstiger zal zijn dan daarbinnen. Dit kan zijn:

  • Bij een zwangerschapsduur van meer dan 41 weken (serotiniteit). Vanaf 41 weken worden moeder en kind extra gecontroleerd.
  • Bij groeivertraging van de baby.
  • Bij hoge bloeddruk of zwangerschapsvergiftiging.
  • Bij langdurig gebroken vliezen (langer dan 24 uur).
  • Bij achteruitgang van de functie van de placenta.
  • Om andere medische redenen gerelateerd aan de zwangerschap of eerdere bevallingen.

Ongeveer 20% van alle bevallingen wereldwijd wordt ingeleid.

Vragen en twijfels

Heeft u bezwaren tegen een inleiding, of twijfelt u of het echt nodig is, bespreek dit dan altijd met uw verloskundige en/of gynaecoloog. Zij kunnen u informeren over de verschillende opties en uw vragen beantwoorden.

tags: #41 #weken #zwanger #geen #ontsluiting #balonnetje