Schriftelijke aanwijzing in het jeugdzorgrecht: een gedetailleerd overzicht

In het kader van de uitvoering van hun taken kunnen gecertificeerde instellingen (GI's) ter bescherming van minderjarigen schriftelijke aanwijzingen geven met betrekking tot de verzorging en opvoeding van het kind. Deze aanwijzingen zijn gebaseerd op artikel 1:263 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en kunnen, indien nodig, door de kinderrechter worden bekrachtigd. De jurisprudentie en de wetgeving rondom deze aanwijzingen zijn complex en vereisen een zorgvuldige behandeling.

Wat is een schriftelijke aanwijzing?

Een schriftelijke aanwijzing is een bevel, op schrift gesteld door de jeugdbescherming, om een ouder met gezag of een minderjarige te verplichten tot een bepaalde handeling of juist tot het nalaten daarvan. Deze aanwijzingen hebben betrekking op de verzorging en opvoeding van het kind. Ze worden gegeven wanneer ouders of de jeugdige onvoldoende meewerken aan de uitvoering van een ondertoezichtstelling (OTS) of wanneer er concrete bedreigingen zijn voor de ontwikkeling van de minderjarige die weggenomen moeten worden.

Het is belangrijk te weten dat een schriftelijke aanwijzing niet zomaar wordt gegeven. De jeugdbescherming dient eerst te proberen de gewenste medewerking te verkrijgen via overleg en mondelinge opdrachten. Pas wanneer dit niet het gewenste effect heeft, kan een schriftelijke aanwijzing volgen. Soms wordt voorafgaand aan de definitieve aanwijzing een voornemen tot een schriftelijke aanwijzing verstuurd, waarbij de betrokkenen de gelegenheid krijgen hun zienswijze naar voren te brengen.

infographic met de stappen van het proces van een schriftelijke aanwijzing, beginnend bij overleg en eindigend bij bekrachtiging door de rechter

Juridische grondslag en toetsing

De juridische grondslag voor een schriftelijke aanwijzing ligt in artikel 1:263 BW. Dit artikel stelt de GI in staat om ter uitvoering van haar taak schriftelijke aanwijzingen te geven. De kinderrechter toetst of de aanwijzing zorgvuldig en onder afweging van alle betrokken belangen tot stand is gekomen en toereikend is gemotiveerd. Hierbij wordt rekening gehouden met het belang van het kind, het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind en het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.

De kinderrechter toetst of de voorwaarden voor ingrijpen door de GI in het gezinsleven zijn voldaan. De GI heeft hierbij een zekere beleidsvrijheid. Dit betekent dat de rechter beoordeelt of er, gezien de taak van de GI, voldoende grond bestaat om een schriftelijke aanwijzing te geven en of bekrachtiging ervan in het belang van de minderjarige is.

Vereisten en beginselen van behoorlijk bestuur

Een schriftelijke aanwijzing is een beschikking in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit brengt met zich mee dat de aanwijzing moet voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur:

  • Zorgvuldigheidsbeginsel: De ouder of minderjarige moet de mogelijkheid krijgen een zienswijze naar voren te brengen.
  • Motiveringsbeginsel: De aanwijzing moet deugdelijk gemotiveerd zijn, met een duidelijke uitleg waarom deze wordt gegeven.
  • Evenredigheidsbeginsel: De nadelige gevolgen van de aanwijzing mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de te dienen doelen.
  • Rechtszekerheid: De aanwijzing moet helder en ondubbelzinnig de voortvloeiende verplichtingen beschrijven.

Daarnaast moet de aanwijzing een definitief karakter hebben, voldoende concreet zijn, op een rechtsgevolg gericht zijn en het doel van de ondertoezichtstelling dienen, zonder in strijd te komen met fundamentele rechten zoals de vrijheid van godsdienst. Bij het afgeven van een aanwijzing moet rekening worden gehouden met de godsdienstige gezindheid en levensovertuiging van het kind en het gezin.

Inhoud van een schriftelijke aanwijzing

De inhoud van een schriftelijke aanwijzing kan variëren, afhankelijk van de specifieke situatie en de beschikbare hulpverleningsmiddelen. De wet geeft geen uitputtende opsomming, maar voorbeelden zijn:

  • Het verplichten van een kind om een bepaalde cursus te volgen.
  • Het handhaven van specifieke huisregels.
  • Het laten volgen van een orthopedagogische behandeling.
  • Het nakomen van afspraken met hulpverleningsinstanties, zoals KIZ (Kind en Jeugd).
  • Het zorgen dat een kind weer naar school gaat en schoolwerk maakt.

In een specifiek geval, zoals beschreven in de jurisprudentie, bleek dat de moeder aangaf dat de minderjarige meer naar school ging, maar dit niet verder toelichtte. Uit de stukken en toelichting van de GI volgde dat de minderjarige al vanaf het schooljaar 2020/2021 nauwelijks naar school ging en het (online)schoolwerk niet maakte of inleverde. Ondanks herhaaldelijk ziek melden en het niet openen van de deur bij huisbezoeken, bleef de situatie onveranderd. Dit leidde tot zorgen die met de tijd zelfs sterker werden.

illustratie die de moeilijkheden van het contact met een kind dat zich ziek meldt en niet meewerkt aan school en huisbezoeken weergeeft

Gevolgen van een schriftelijke aanwijzing

Een schriftelijke aanwijzing heeft een verplichtend karakter. Het negeren ervan is geen oplossing. De ouders en/of de minderjarige zijn gehouden de aanwijzing op te volgen. Wanneer dit niet gebeurt, kan de GI de kinderrechter verzoeken de aanwijzing te bekrachtigen. Bekrachtiging geeft de aanwijzing de vorm van een rechterlijke uitspraak.

Het niet naleven van een bekrachtigde schriftelijke aanwijzing kan leiden tot verdere maatregelen, zoals het opleggen van een dwangsom of een omgangsbeperking. In ernstige gevallen kan de rechter zelfs een machtiging tot uithuisplaatsing verlenen of het ouderlijk gezag beëindigen.

Beroepsmogelijkheden tegen een schriftelijke aanwijzing

Ouders met gezag, of de minderjarige vanaf 12 jaar, die het niet eens zijn met een schriftelijke aanwijzing, kunnen de kinderrechter verzoeken de aanwijzing geheel of gedeeltelijk vervallen te verklaren. Dit verzoek moet binnen veertien dagen na bekendmaking van de aanwijzing worden ingediend. Het is cruciaal om binnen deze termijn juridische hulp in te schakelen.

Tijdens een procedure tot vervallenverklaring geldt de aanwijzing in principe nog steeds, tenzij de rechter bepaalt dat het verzoek schorsende werking heeft. De rechter beoordeelt het verzoek naar de omstandigheden van dat moment (ex nunc).

Daarnaast is het mogelijk om de GI te verzoeken een schriftelijke aanwijzing in te trekken, indien er sprake is van een wijziging van omstandigheden die de aanwijzing niet langer noodzakelijk maken. De GI dient hier binnen twee weken op te beslissen. Indien de GI niet tijdig reageert, wordt dit beschouwd als een afwijzing van het verzoek. Ook tegen deze beslissing kan de rechter worden ingeschakeld.

Rol van advocatuur

Gezien de complexiteit en de korte termijnen voor het indienen van beroepen, is het inschakelen van een gespecialiseerde advocaat van groot belang. Advocaten gespecialiseerd in jeugdrecht kunnen bijstand verlenen bij het opstellen van verzoeken tot vervallenverklaring, het indienen van bezwaren en het vertegenwoordigen van cliënten bij de kinderrechter. Zij kunnen ook adviseren over alternatieven en de mogelijkheden om aanwijzingen te laten intrekken bij gewijzigde omstandigheden.

tags: #aankondiging #schriftelijke #aanwijzing