Baby’s ontwikkelen zich in de eerste zes maanden voornamelijk op basis van melk. Borstvoeding is hierbij de eerste en meest natuurlijke keuze, maar kunstvoeding is een alternatief indien borstvoeding niet mogelijk is of als daarvoor gekozen wordt. Het is niet noodzakelijk om een strikt voedingsschema te hanteren; baby’s geven zelf signalen wanneer ze honger hebben, zoals beweging, wakker worden, geluiden maken of de hand naar de mond brengen. In de eerste twaalf weken vragen baby’s vaak om voeding vanwege hun nog kleine maag. Naarmate de maag groeit, kan de baby meer voeding per keer drinken en langere periodes tussen voedingen laten.
Borstvoeding biedt zowel voor de baby als voor de moeder tal van voordelen en wordt gegeven op verzoek, waarbij gelet wordt op de hongersignalen van de baby. Een correcte aanlegtechniek is cruciaal bij borstvoeding. In de eerste maanden kunnen baby’s regelmatig regeldagen hebben en clusteren, wat inhoudt dat ze korte tijd na elkaar veel willen drinken.
Voor baby’s die volledig borstvoeding krijgen, is het in de eerste drie maanden aan te raden om 150 microgram vitamine K-druppels te geven. Bij een inname van meer dan 500 ml kunstvoeding per dag kan hiermee gestopt worden.
Na ongeveer zes maanden heeft een baby behoefte aan aanvullende voeding naast melk. Informatie over de eerste hapjes en voorbeeldschema’s is hierbij nuttig. Een baby bepaalt zelf hoeveel hij drinkt; de fles hoeft niet altijd leeg. Het is belangrijk om tijdens het voeden goed op de baby te letten en te stoppen wanneer de baby aangeeft niet meer te willen, om spugen en overvoeding te voorkomen. De hoeveelheid die een baby per 24 uur drinkt, varieert; gemiddeld is dit 150 ml vocht per kilogram lichaamsgewicht. Een jonge baby van bijvoorbeeld 3,3 kg heeft ongeveer 495 ml voeding per dag nodig, wat zich vaak vertaalt naar zo’n acht voedingen per dag. Na verloop van tijd past de baby zijn eigen ritme aan naar minder voedingen.
Tot zes maanden drinken de meeste baby’s vijf tot zes melkvoedingen per 24 uur. Sommige baby’s schakelen al vanaf vier maanden over op vier voedingen per dag, waarbij 180 ml water met zes maatlepels poeder doorgaans volstaat.
Bereiding van kunstvoeding
Bij het bereiden van kunstvoeding is hygiëne essentieel. Koud kraanwater kan gebruikt en opgewarmd worden. De standaardverhouding is 1 afgestreken maatlepel poeder op 30 ml water; afwijkende verhoudingen kunnen krampjes veroorzaken. Maak slechts één fles per keer klaar. Klaargemaakte voeding moet binnen een uur gedronken worden; de rest dient weggegooid te worden. Flessen en spenen reinig je met een flesborstel in heet sop of in de vaatwasser op minimaal 55°C.
Alle kinderen van 0 tot 4 jaar hebben extra vitamine D nodig. Vanaf zes maanden is aanvullende vaste voeding naast melk noodzakelijk. In de periode van vier tot zes maanden kunnen de eerste oefenhapjes worden geïntroduceerd, mits de baby er klaar voor is. Dit zijn nog geen vervanging van melkvoedingen, maar oefenhapjes om het lichaam te laten wennen aan nieuwe stoffen. Begin met enkele theelepels groente, fruit of pap.

Overgang naar vaste voeding vanaf 6 maanden
Vanaf zes maanden is er sprake van opvolgmelk en kunnen de eerste oefenhapjes worden gegeven. Een sneetje bruin brood met zachte margarine en zoutloos beleg is ook een optie. Vroeg beginnen met de eerste hapjes kan de kans op voedselallergieën verkleinen, vooral bij baby’s met eczeem of een familiegeschiedenis van voedselallergieën. Geef de oefenhapjes dagelijks, tussendoor of direct na de melkvoeding.
Met zes maanden kan een baby ook beginnen met het eten van brood. Het bijten, kauwen en sabbelen is goed voor de mondspieren. Voordat grotere stukken worden gegeven, moet de baby rechtop kunnen zitten. In het begin kunnen oefenhapjes fijn geprakt worden; indien nodig kan wat water of olie/margarine worden toegevoegd. Naarmate de baby hieraan went, kan het eten iets minder fijn geprakt worden.
Baby’s drinken alleen als ze dorst hebben. Het oefenen met drinken uit een gewone (oefen)beker is belangrijk, en de zuigfles kan rond de eerste verjaardag worden afgebouwd. Eten aan tafel op vaste momenten, met het drinken na de maaltijd, bevordert gezonde eetgewoonten. Het gezin kan als goed voorbeeld dienen door gezamenlijk te eten.
De voeding van een dreumes kan bestaan uit drie maaltijden per dag en 2-3 tussendoortjes. Speciale dreumes- of peutermelk is niet nodig; 300 ml zuivel (halfvolle of magere melk/yoghurt) per dag en/of borstvoeding op verzoek, aangevuld met 10 microgram vitamine D, is voldoende. Vanaf één jaar groeit een kind minder snel, wat kan leiden tot minder eetlust.
Borstvoeding na 8 maanden
De mogelijkheid om borstvoeding te geven blijft bestaan, ook na acht maanden. Borstvoeding kan een deel van de maaltijd zijn of een slokje tussendoor. De duur van borstvoeding wordt bepaald door de wens van moeder en kind. Naarmate de baby meer vaste voeding eet, neemt de vraag naar borstvoeding geleidelijk af.
Als een baby tussen de 4 en 6 maanden oud is, drinkt deze ongeveer 4 tot 5 voedingen per dag van 160 tot 200 ml per voeding. Flessen van maximaal 200 ml zijn aan te raden; grotere hoeveelheden kunnen te belastend zijn voor de maag. Het is beter om vaker een kleinere hoeveelheid te geven dan minder vaak een grotere hoeveelheid.
Na de leeftijd van zes maanden wordt opvolgmelk gegeven. De overgang van melkvoeding naar vaste voeding verloopt geleidelijk. Tussen 4 en 6 maanden kunnen oefenhapjes worden geïntroduceerd om het lichaam te laten wennen aan nieuwe stoffen, nog niet als vervanging van melkvoeding.
Baby’s geven vaak zelf aan wanneer ze klaar zijn voor oefenhapjes, bijvoorbeeld door smakkende geluidjes of nieuwsgierigheid naar het eten van de ouders. Het is belangrijk dat de baby goed rechtop kan zitten en kan slikken. Vrijwel alle gezonde producten die de ouders zelf eten, kunnen worden aangeboden, zoals geprakte groente, fruit, aardappel of rijst, en fijngemalen vlees/vis. Begin met milde smaken om het verschil met zoete melkvoeding niet te groot te maken.
Tussen 4-6 maanden kan een baby een stukje brood zonder korst krijgen, mits deze gewend is aan oefenhapjes en wat grovere stukjes kan eten. Het brood kan zachter gemaakt worden door het te dopen in moedermelk of kunstvoeding. Kinderarts-allergologen adviseren om alle baby’s tijdig pindakaas en ei te laten proeven. Vroege gewenning aan verschillende voedingsmiddelen, bij voorkeur vóór acht maanden, vermindert het risico op voedselallergieën voor bijvoorbeeld pinda of ei. Bij ernstig eczeem of voedselallergie is overleg met een arts aan te raden. De introductie van ei en pinda volgt een opbouwschema.
Vanaf 4 maanden mag een baby 100% pindakaas (zonder toegevoegd zout en suiker) en fijngemaakt gebakken roerei krijgen. Bij vermoeden van een voedselallergie dient overleg met een arts plaats te vinden.
Met oefenhapjes went de baby aan verschillende smaken en het eten van een lepel. Vanaf zes maanden wordt de hoeveelheid vaste voeding geleidelijk uitgebreid. Het geven van broodkorstjes, zelfs zonder tanden, stimuleert het kauwen. Oefenen met drinken uit een open beker is ook belangrijk.

Voorbeeld dagmenu en voedingsschema's
Het dagmenu kan variëren, maar een voorbeeld voor een baby van 8 maanden kan er als volgt uitzien:
- Groentehapje: fijngemaakte groente met aardappel, rijst, pasta, vlees, vis of vleesvervanger.
- Beleg: 100% pindakaas (zonder zout en suiker) en fijngemaakt gebakken roerei zijn toegestaan vanaf vier maanden.
De vaste voeding neemt toe, terwijl melkvoedingen langzaam afnemen. De gewone maaltijden vervangen geleidelijk de melkvoedingen. Bij borstvoeding zal de baby er minder vaak om vragen. De structuur van het eten kan grover worden.
Een mogelijke maaltijd kan bestaan uit 1 eetlepel rundergehakt, 3 eetlepels groente en 1-2 eetlepels aardappel, met toevoeging van margarine of olie.
Vanaf de eerste verjaardag kan een kind met de pot mee-eten, met drie maaltijden per dag en twee tussendoortjes. Bij een gunstig verloop kan borstvoeding worden voortgezet. Baby’s die opvolgmelk krijgen, kunnen overstappen op halfvolle melk (300 ml per dag). Speciale peutermelk is niet nodig. De overgang van fles naar beker verloopt geleidelijk.
Hartig, mager beleg zoals ei, hüttenkäse en light zuivelspread is aan te raden. Smeerleverworst en paté worden afgeraden vanwege het hoge vitamine A-gehalte. Zout en suiker dienen niet te worden toegevoegd aan het eten. Zoete drankjes en toetjes zijn af te raden vanwege de impact op de tanden. Honing is voor kinderen onder de één jaar niet geschikt.
Goede vetten zijn essentieel en te vinden in olie, zachte margarine en vloeibaar bakvet. Extra vitamine D is noodzakelijk voor kinderen tot vier jaar. Bij een donkere of getinte huid, weinig buiten komen of bedekkende kleding, kan extra vitamine D-suppletie nodig zijn.
Tandenpoetsen begint zodra de eerste tandjes doorkomen, bij voorkeur ’s avonds na de laatste voeding, met een zachte tandenborstel en peutertandpasta.
Gezonde eetgewoonten en voldoende beweging zijn belangrijke voorbeelden voor kinderen. Het tonen van waardering voor gezond eten kan de kans vergroten dat kinderen later gezonde keuzes maken.
Voor vragen over de ontwikkeling of opvoeding kan contact worden opgenomen met een jeugdverpleegkundige.
Voeding en ontwikkeling rond 8 maanden
Vanaf acht maanden kan een borstvoeding of flesvoeding geleidelijk worden vervangen door een volledige maaltijd. De hapjes worden steeds minder fijn geprakt. Het is aan te raden om één maaltijd per week stap voor stap te introduceren, zodat de baby kan wennen aan de nieuwe situatie voordat een volgende melkvoeding wordt weggelaten.
Het aantal melkvoedingen varieert per kind, waarbij voeden op verzoek de voorkeur heeft. Het aantal voedingen is een richtlijn; het kind geeft zelf aan hoe vaak en hoeveel het wil drinken.
Vanaf 12 maanden kan een kind met de pot mee-eten. Dit geldt ook voor voedingsmiddelen zoals groente, fruit en volkorenbrood.

Borstvoeding en vaste voeding
Het is belangrijk om de melkproductie te ondersteunen, vooral in de eerste weken na de bevalling. Minimaal acht tot twaalf voedingen per etmaal zijn een richtlijn voor de eerste weken. Melkproductie wordt gestuurd door hormonen, met name prolactine. Voeden of afkolven stimuleert de aanmaak.
Een baby die vaak aan de borst drinkt, ontwikkelt een goed honger- en verzadigingsgevoel. De hoeveelheid melk die de baby per keer drinkt, regelt hij zelf, mits de borsten niet overvol zijn. De snelheid van melkaanmaak is afhankelijk van de volheid van de borsten: volle borsten maken langzaam melk, lege borsten snel.
De opslagcapaciteit van de borst, die niet afhankelijk is van de grootte van de borst, bepaalt hoe lang er tussen voedingen gelaten kan worden zonder dat de melkproductie afneemt. Na de eerste weken wordt de melkproductie voornamelijk plaatselijk in de borst geregeld. Voldoende en frequente voedingen in de eerste weken zorgen ervoor dat de borsten ook na enkele maanden voldoende melk kunnen produceren.
Sommige baby’s drinken minder vaak en willen ook niet vaker drinken. Zolang de groei volgens de WHO-curve goed is, de baby voldoende plas- en poepluiers heeft en alert is tussen de voedingen, is dit geen probleem. Een toename in het aantal voedingen is ook geen reden tot zorg. Het vermogen van een moeder om precies de benodigde hoeveelheid melk te produceren, is een voorbeeld van vraag en aanbod.
Op deze leeftijd vervangt lepelvoeding steeds meer de melkvoeding. Het is belangrijk om eten leuk te maken en de baby niet te dwingen. Een goede eter is een kind dat met plezier aan tafel zit, alles eet en nieuwe smaken probeert.
Baby’s kunnen leren om uit een beker te drinken. Vanaf acht tot tien maanden kunnen zij een paar slokjes uit een beker drinken, wat later kan uitgroeien tot meerdere slokjes achter elkaar. Het gebruik van een tuitbeker of anti-lekbeker kan helpen.
Boterhammen kunnen worden besmeerd met diverse soorten beleg. Zoet beleg zoals banaan, appel, avocado, aardbei, stroop, gepureerd fruit of fruitspread is geschikt. Honing is voor kinderen jonger dan één jaar gevaarlijk. Hartig beleg zoals ei, notenpasta, 100% pindakaas, magere vleeswaren of vegetarische smeerworst is een goede keuze. Kaasopties zijn hüttenkäse, light zuivelspread, 30+ smeerkaas met minder zout, smeerbare geitenkaas of mozzarella.
Met acht maanden kan de vaste voeding worden uitgebreid naar een volledige maaltijd. Dit kan ’s avonds of overdag plaatsvinden, op een moment dat de baby niet te moe is.

Voedingsstoffen en supplementen
Melk blijft een belangrijke voedingsbron voor een baby van 8 maanden, met essentiële voedingsstoffen voor groei en ontwikkeling. De hoeveelheid melkvoedingen per dag kan variëren; minimaal 3-4 keer per dag borstvoeding op verzoek, of 3 flesvoedingen van 200 ml per keer.
Naast melk kan de baby ook water drinken. Het gebruik van puur water zonder toevoegingen wordt aangemoedigd.
Bij de introductie van vaste voeding is het belangrijk om het eigen tempo van het kind te volgen. Baby’s van 8 maanden kunnen overstappen op 8+ maanden hapjes.
Groente en fruit vormen de basis van de voeding, aangevuld met kip, vlees, vis, peulvruchten en volkoren granen. Pindakaas en ei kunnen ook worden toegevoegd, volgens een opbouwschema.
Een voorbeeld dagmenu voor een baby van 8 maanden:
- Tussendoor (10.00 uur): avocado, fruit met notenpasta of een tussendoortje van groente en fruit.
- Tussendoor (15.00 uur): een bekertje water en wat vers fruit, snackgroente of havermout.
Het kan zijn dat dit schema nog te intensief is; volg het tempo van het kind. Brood kan worden aangeboden, bij voorkeur zuurdesem speltbrood vanwege de lagere hoeveelheid fructanen.
Vitamine D3 en omega-3 en -6 vetzuren zijn belangrijke voedingsstoffen. Vitamine D3 wordt aangemaakt door zonlicht, maar suppletie wordt geadviseerd, vooral bij borstvoeding. Flesvoeding bevat vaak al de benodigde hoeveelheid vitamine D3. Omega-3 en omega-6 vetzuren zijn essentieel en kunnen via flesvoeding of borstvoeding worden verkregen. De voeding van de moeder kan hierbij een rol spelen; het eten van vette vis of suppletie kan helpen.
De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert om kinderen tot in het tweede levensjaar borstvoeding te geven, naast andere voeding.
Langdurige borstvoeding, ook wel bekend als 'lang voeden', is een trend die steeds vaker voorkomt. Naarmate een kind ouder wordt, verandert het drinkgedrag. Rond zes maanden begint de introductie van vaste voeding, die geleidelijk toeneemt. Oudere baby’s tonen vaak minder interesse in de borst.
Borstvoeding kan een waardevolle aanvulling zijn, vooral rond de leeftijd van negen tot elf maanden, wanneer kinderen erg geïnteresseerd zijn in hun omgeving en daardoor minder tijd besteden aan eten. Emotioneel biedt borstvoeding een veilige haven voor een kind dat zich snel ontwikkelt en te maken krijgt met veranderingen.
In gevallen waarin een kind vaste voeding slecht verdraagt vanwege overgevoeligheid of een allergie, is borstvoeding een uitstekende voedingsbron die bescherming biedt en het kind de tijd geeft om langzaam aan vaste voeding te wennen.
Borstvoeding is een effectief troostmiddel, met name wanneer een ziek kind niet wil eten of drinken. Via borstvoeding krijgt het kind antistoffen, vocht en de benodigde voeding om verzwakking te voorkomen. Het biedt ook essentieel huidcontact.
De borstvoedingsrelatie hoeft geen vastgestelde einddatum te hebben; het proces kan organisch verlopen. Naarmate het kind ouder wordt, neemt de behoefte aan borstvoeding vanzelf af. Het stoppen met borstvoeding kan een wederzijds bevredigend moment zijn.
Soms kan het moment dat de peuter wil drinken ongelegen komen. Van tevoren voeden of afleiding zoeken kan helpen. Sommige moeders gebruiken een 'codewoord' voor het drinken aan de borst.
Lang voeden is natuurlijk voor de mens, gezien de relatief lange periode van ontwikkeling tot volwassenheid en de behoefte aan moedermelk. De hechte band die ontstaat door borstvoeding, legt een solide basis voor zelfstandigheid.
Het is belangrijk om helder te hebben waarom men doorgaat met voeden. De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert borstvoeding tot in het tweede levensjaar, naast andere voeding.