Discriminatie IVF-behandelingen: Aftrekbaarheid Kosten voor Homostellen

De vraag of homostellen de kosten van een IVF-behandeling kunnen opvoeren als aftrekbare ziektekosten heeft geleid tot diverse juridische uitspraken, waarbij de Hoge Raad uiteindelijk oordeelde dat een onderscheid met heterostellen op dit punt gerechtvaardigd is. In-vitrofertilisatie (IVF) is een medische procedure die de bevruchting van eicellen buiten het lichaam mogelijk maakt en een uitkomst kan bieden voor stellen die moeite hebben met het krijgen van kinderen.

Juridische Casus en Achtergrond

In de betreffende casus ging het om een homostel met een kinderwens dat deelnam aan een eiceldonatie- en draagmoederschapprogramma in de Verenigde Staten. De kosten voor de IVF-behandeling en de voorbereidingen bedroegen ruim € 38.000. Deze kosten werden door het stel in aftrek gebracht als zorgkosten. Het gerechtshof achtte de aftrek echter niet mogelijk, met als argument dat er geen sprake was van ziekte of invaliditeit. Het stel voerde aan dat bij heterostellen aftrek wel mogelijk is als na een jaar onbeschermde seks de partner niet zwanger raakt, zelfs zonder medische oorzaak. De Hoge Raad oordeelde echter dat er op dit punt geen sprake is van discriminatie tussen homo- en heterostellen, omdat het uitblijven van een zwangerschap bij homostellen niet wijst op een verminderde vruchtbaarheid.

Schema van het IVF-proces

Specifieke Zorgkosten en Aftrekbaarheid

Specifieke zorgkosten zijn gedefinieerd als uitgaven die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan voor medische hulp voor de belastingplichtige zelf, diens partner en kinderen onder de 27 jaar. Deze kosten zijn aftrekbaar boven een inkomensafhankelijke drempel. Bepaalde zorgkosten zijn echter uitgesloten van aftrek. Dit geldt onder andere voor IVF-behandelingen voor vrouwen van 43 jaar of ouder, en voor de eerste twee IVF-behandelingen bij vrouwen jonger dan 38 jaar indien meer dan één embryo per poging wordt teruggeplaatst.

Oordeel Rechtbank Gelderland

De rechtbank Gelderland oordeelde dat uitgaven voor een IVF-behandeling geen specifieke zorgkosten zijn voor twee partners van het mannelijke geslacht. Volgens de rechtbank hangt het onvermogen om samen kinderen te krijgen bij homostellen niet samen met onvruchtbaarheid, maar met het niet-medische gegeven dat twee mannen zonder hulp van een derde geen kinderen kunnen krijgen. De rechtbank stelde dat er geen sprake is van uitgaven voor een specialistische behandeling bedoeld om de nadelige gevolgen van een afwijking te verhelpen of te verlichten.

Desondanks achtte de rechtbank de wettelijke regeling strijdig met het algemene discriminatieverbod van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De rechtbank vond de situatie van een homostel vergelijkbaar met die van stellen en vrouwen die door onvruchtbaarheid niet op natuurlijke wijze zwanger kunnen raken en een IVF-behandeling ondergaan. Deze groepen worden geconfronteerd met hogere uitgaven die hun draagkracht aantasten. De rechtbank zag geen relevant verschil tussen een vrouw die vanwege onvruchtbaarheid geen kinderen kan krijgen en twee mannen die nooit op natuurlijke wijze samen een kind kunnen krijgen. Er was volgens de rechtbank sprake van ongelijke behandeling doordat homostellen de kosten niet konden aftrekken. De rechtbank kon echter geen rechtsherstel bieden, aangezien de wettelijke regeling aangepast moest worden.

Oordeel College voor de Rechten van de Mens

Het College voor de Rechten van de Mens behandelde een zaak waarin verzoekers, twee samenwonende mannen met een kinderwens, een IVF-behandeling in combinatie met draagmoederschap wilden laten uitvoeren. Zij stelden dat het beleid van de zorginstelling (verweerster) indirect onderscheid op grond van seksuele gerichtheid tot gevolg had. Twee mannelijke wensouders konden per definitie niet voldoen aan de voorwaarde van eigen genetisch materiaal. Verweerster stelde daarentegen dat zij jegens verzoekers geen onderscheid maakte op grond van homoseksuele gerichtheid. De door verzoekers gewenste vorm van draagmoederschap zag op een wezenlijk andere situatie dan waar de richtlijn voor bedoeld was, namelijk medische ongeschiktheid van de wensmoeder om te dragen.

Het College oordeelde dat verzoekers een dienst vroegen die de zorginstelling niet levert en ook niet wil leveren. De gelijkebehandelingswetgeving verplicht een zorginstelling niet om haar dienstverlening uit te breiden of aan te passen aan de specifieke wensen van cliënten. De wetgeving ziet op de toegang tot goederen en diensten, niet op de aard of inhoud ervan.

Oordeel Hof Arnhem-Leeuwarden en Hoge Raad

Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de aftrekregeling voor specifieke zorgkosten niet in strijd komt met het discriminatieverbod. Volgens het hof is de regeling gericht op uitgaven wegens ziekte of invaliditeit die medisch noodzakelijk zijn en moeilijk te vermijden. Bij het stel in kwestie was geen sprake van ziekte of verminderde vruchtbaarheid die de IVF-behandeling rechtvaardigde. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel. De Hoge Raad stelde dat bij heterostellen die na een jaar onbeschermde seks niet zwanger raken, sprake is van verminderde vruchtbaarheid, wat als ziekte wordt beschouwd en de aftrek van IVF-kosten rechtvaardigt. Bij homostellen is dit uitblijven van zwangerschap echter geen aanwijzing voor verminderde vruchtbaarheid. Zij worden derhalve als ‘gezond’ aangemerkt.

De Hoge Raad achtte het criterium ‘ziekte of invaliditeit’ doelmatig en proportioneel, met een redelijke en objectieve rechtvaardiging om dit criterium op dezelfde wijze toe te passen bij homo- en heterostellen. De Hoge Raad merkte wel op dat indien bij een homostel sprake is van vastgestelde verminderde vruchtbaarheid bij een van de partners, dit stel wel in aanmerking zou komen voor aftrek van specifieke zorgkosten, net als heterostellen in een vergelijkbare situatie.

Infographic over de verschillende juridische uitspraken rondom IVF-kosten

Verschillende Perspectieven op Discriminatie

De uitspraken laten zien dat er verschillende perspectieven bestaan op de vraag of er sprake is van discriminatie. De rechtbank Gelderland legde de nadruk op de kinderwens en de daarmee gepaard gaande hogere uitgaven, ongeacht de medische oorzaak. De Hoge Raad daarentegen benadrukte het belang van de medische grondslag (ziekte of invaliditeit) voor de aftrekbaarheid van zorgkosten. Vanuit dit oogpunt is het verschil tussen vruchtbare homostellen en onvruchtbare heterostellen relevant.

De discussie raakt aan de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen en de interpretatie van het discriminatieverbod. Terwijl de rechtbank een vergelijking maakte op basis van de kinderwens, koos de Hoge Raad voor een vergelijking op basis van vruchtbaarheid, wat leidde tot een andere conclusie met betrekking tot discriminatie.

Uitgebreide uitleg over IVF en ICSI en Cryo

tags: #discriminatie #ivf #behandelingen