De dracht en bevalling van uw kat: een complete gids

Een zwangerschap bij een kat, ook wel dracht genoemd, brengt veel veranderingen met zich mee, zowel voor de poes zelf als voor de eigenaar. Het is een bijzondere, maar soms ook spannende periode. Of u nu bewust heeft gepland dat uw kat gedekt is, of dat het onverwacht gebeurde, het is belangrijk om te weten wat u kunt verwachten en hoe u uw huisdier het beste kunt ondersteunen.

Wanneer is een kat vruchtbaar?

Een kat kan zwanger worden als ze krols is. De krolsheid wordt beïnvloed door (zon)licht, omdat dit de aanmaak van het hormoon FSH stimuleert, wat de groei van eitjes bevordert. De meeste katten zijn tussen de zes en negen dagen krols. Als er geen bevruchting plaatsvindt, wordt de poes na ongeveer drie weken opnieuw krols. Tijdens de krolsheid krijgen de eileiders en de baarmoederwand extra bloedtoevoer, waardoor de kat vruchtbaar wordt. Oestrogeen, dat door de poes wordt afgescheiden, trekt mannetjes aan en kan leiden tot dekking.

Hoe herkent u krolsheid?

Krolsheid bij katten uit zich op verschillende manieren. Een poes die krols is, kan meer gaan mauwen, rollen met haar lichaam, kopjes geven tegen objecten en mensen, en haar staart omhoog houden. Dit gedrag trekt mannetjes aan en geeft aan dat het tijd is voor dekking.

De drachtperiode

De gemiddelde draagtijd van een kat is ongeveer 63 tot 67 dagen, wat neerkomt op zo'n negen weken. Het is niet altijd eenvoudig om precies te bepalen hoe ver de zwangerschap gevorderd is, zeker als de datum van dekking niet bekend is.

Hoe stelt u een dracht vast?

Een zwangerschapstest via urine of bloed van de kat is niet mogelijk. De eerste duidelijke tekenen van een zwangerschap verschijnen meestal na ongeveer twee tot drie weken. Een van de meest herkenbare signalen is dat de tepels van uw kat rozer en iets groter worden. Dit proces wordt ook wel "pinking up" genoemd. Zodra u vermoedt dat uw kat zwanger is, is het verstandig om een dierenarts te raadplegen voor controle.

Vroege tekenen van dracht

In de eerste drie tot vier weken is een zwangerschap bij een kat niet altijd direct zichtbaar. Na ongeveer 3,5 tot 4 weken kunnen de volgende verschijnselen optreden:

  • Een kale hof rond de tepels.
  • Roodkleuring van de tepels.
  • Ontwikkeling van melkklierpakketten.
  • Een dikkere buik.
  • Een toegenomen eetlust, vooral in het laatste deel van de zwangerschap.

Het is echter belangrijk op te merken dat deze verschijnselen ook kunnen duiden op schijnzwangerschap.

Vaststellen van de dracht door de dierenarts

Vanaf ongeveer 15 tot 30 dagen na de dekking kan een dierenarts de dracht vaststellen door middel van palpatie (voelen). Een echo van de baarmoeder kan vanaf 16 dagen na de dekking gemaakt worden. Met een echo kunnen de hartjes van de kittens worden gezien, maar het aantal kittens is hiermee niet altijd met zekerheid vast te stellen. De mooiste beelden van de embryo's zijn meestal rond de 34e dag van de dracht zichtbaar. Om het aantal kittens exact te bepalen, kan een röntgenfoto nodig zijn, deze kan vanaf 35 dagen na de dekking gemaakt worden. Met een röntgenfoto kan echter niet met zekerheid worden bepaald hoe lang de kat drachtig is en of de kittens nog leven.

Veranderingen tijdens de dracht

Tijdens de zwangerschap verandert er veel aan het gedrag en de behoeften van uw kat:

  • Gedragsveranderingen: Zwangere katten kunnen afhankelijker of juist afstandelijker worden dan u gewend bent.
  • Meer behoefte aan rust: Tijdens de dracht heeft een kat meer energie nodig om de kittens te laten groeien. Dit vertaalt zich in meer slapen en rust.
  • Veranderingen in eetlust: In het begin van de zwangerschap kan de eetlust tijdelijk verminderen. Sommige katten ervaren lichte misselijkheid, waardoor ze minder eten. Naarmate de dracht vordert, neemt de eetlust vaak toe.
  • Nestgedrag: In de laatste fase van de zwangerschap, vaak zo'n week voor de bevalling, vertonen katten zogenaamd nestgedrag. Ze gaan op zoek naar een rustige, veilige plek om haar kittens te krijgen.
  • Rusteloosheid: Kort voordat de bevalling begint, kan een kat onrustig worden. Ze kan door het huis lopen, vaker miauwen en steeds nieuwe plekjes uitzoeken.

Voeding tijdens de dracht

De voedingsbehoefte van een drachtige poes verandert gedurende de zwangerschap. De eerste vijf tot zeven weken kan de poes de gebruikelijke hoeveelheid voeding krijgen. In de laatste twee weken van de dracht stijgt de voedingsbehoefte echter. De drachtige kat heeft meer eiwitten en calorieën nodig om de kittens te laten groeien en de melkproductie op gang te brengen. Het is aan te raden om over te schakelen op energierijkere voeding, zoals speciaal kittenvoer. Dit helpt de poes reserves op te bouwen voor de bevalling en de zoogperiode. Ze mag gemiddeld zo'n 40% van haar lichaamsgewicht aankomen. Het is belangrijk dat de moederpoes in goede conditie is, goed gevaccineerd en ontwormd.

Grafiek met de voedingsbehoefte van een drachtige kat per week.

De bevalling

De bevalling bij katten kan een spannend moment zijn. Het is belangrijk om voorbereid te zijn en de tekenen van een naderende bevalling te herkennen.

Voorbereiding op de bevalling

Creëer een speciale, veilige plek voor de bevalling. Dit kan een doos of een ander rustig, tochtvrij en afgesloten plekje zijn, voorzien van zachte, wasbare dekens. De ideale temperatuur voor de kraamkamer is ongeveer 22-25 graden Celsius. Het is aan te raden de werpkist al één tot twee weken voor de uitgerekende datum klaar te zetten. Houd er echter rekening mee dat katten eigenzinnig zijn en soms hun eigen plek uitkiezen.

Tekenen van een naderende bevalling

De symptomen van een naderende bevalling kunnen vaag zijn. Enkele tekenen zijn:

  • Verminderde eetlust.
  • Typische lokroepen.
  • Opvallende hyperventilatie.
  • Aanhankelijkheid of juist terugtrekking.
  • Een slijmsliert uit de vulva (het teken dat de ontsluiting en bevalling binnen 24 uur zullen plaatsvinden).
  • Begin van de buikpers: de poes verstijft, zet kracht en haar buik trekt mee. Vaak gaat de staart hierbij iets omhoog.

Het verloop van de bevalling

De bevalling vindt meestal plaats tussen de 58e en 67e dag, met een gemiddelde van 63 dagen. Zodra de poes persweeën heeft, begint de bevalling. Meestal komt eerst een slijmprop, eventueel met wat bloed, gevolgd door een blauwachtig vlies (vruchtblaas) waar het kitten in zit. Bij één van de volgende weeën wordt het kitten geboren.

Geboorte van het eerste kitten

Het eerste kitten hoort ongeveer binnen een uur na de eerste echte perswee geboren te worden. Indien dit niet gebeurt, neem dan contact op met de dierenarts. Soms duurt de uitdrijvingsfase van het eerste kitten wat langer, vooral bij een eerste dracht.

Tussen de kittens

De tijd tussen de geboorte van de kittens varieert. Gemiddeld is dit drie kwartier, maar het kan ook enkele uren duren. Zolang de moederpoes rustig is en geen persweeën heeft, hoeft u zich geen zorgen te maken. Zodra de moederpoes weer begint te persen, moet het volgende kitten binnen 30 minuten geboren worden. Ziet u geen vooruitgang, neem dan direct contact op met de dierenarts.

Nageboorte

Na de geboorte van ieder kitten hoort een nageboorte te volgen. Dit zijn er dus evenveel als er kittens zijn. De moederpoes eet de nageboorte meestal op; dit dient als voeding en stimuleert de melkgift. Bij grote nesten kan het echter verstandig zijn enkele nageboortes te verwijderen om diarree bij de moeder te voorkomen. Het vruchtwater kan soms groen van kleur zijn, wat geen reden tot zorg is, tenzij de uitvloeiing stinkt. Bij stinkende uitvloeiing is contact met de dierenarts noodzakelijk.

Direct na de geboorte van een kitten

Meestal maakt de moederpoes het vruchtvlies zelf open en eet het op tot aan de navelstreng. Als de moederpoes dit niet doet, kunt u het vlies voorzichtig openen. De navelstreng mag niet te dicht bij de buik afscheuren en niet bloeden. Mocht er toch bloedverlies zijn, bind dan de navelstreng op twee tot drie cm van de buik af met garen of flossdraad. Controleer of het kitten levendig is en of er geen slijm of vocht in de luchtwegen zit. U kunt dit horen aan een rochelend geluid of zien aan "bellen blazen". Veeg het kopje schoon en droog, of stimuleer de ademhaling door het kitten zachtjes op de rug te wrijven. U kunt het kitten ook met het kopje en de neus naar beneden laten hangen.

Illustratie van het schoonmaken van een pasgeboren kitten.

Wanneer de dierenarts inschakelen?

In de volgende gevallen is het noodzakelijk om de hulp van uw dierenarts in te schakelen:

  • Als het eerste kitten niet binnen een uur na de eerste persweeën geboren wordt.
  • Als het volgende kitten niet binnen 30 minuten na het begin van de persweeën geboren wordt.
  • Als de moederpoes veel bloed verliest via de vulva.
  • Als de poes ziek lijkt.
  • Als er raar gekleurd of stinkend bloed of andere uitvloeiingen uit de vulva komen.
  • Als het kitten na de geboorte niet uit de vliezen komt.
  • Als het kitten na de geboorte niet ademt of rochelende geluiden maakt.
  • Als de kittens na de geboorte afvallen.

Braken en diarree kunnen soms voorkomen bij een bevalling, maar wees alert op andere symptomen.

Nazorg na de bevalling

Na de bevalling is goede zorg voor zowel de moederpoes als de kittens essentieel.

Zorg voor de kittens

Zorg ervoor dat de kittens direct na de geboorte bij de moeder en de tepels liggen. Binnen 24 uur na de geboorte moeten de kittens de eerste melk (colostrum) van de moeder binnenkrijgen, omdat dit antistoffen bevat die opgenomen kunnen worden door het maagdarmkanaal. Weeg de kittens direct na de geboorte en eventueel markeer ze met een gekleurd bandje of een stipje nagellak om ze uit elkaar te houden, vooral als ze op elkaar lijken. Kittens wegen bij de geboorte ongeveer 100 gram. Tien dagen na de geboorte zou het gewicht verdubbeld moeten zijn. De kittens mogen na de bevalling niet afvallen; dit kan wijzen op problemen met de melkproductie of het drinkgedrag van de kittens. In zo'n geval kan bijvoeding met kittenmelk nodig zijn tot de leeftijd van ongeveer vier weken.

Foto van pasgeboren kittens die drinken bij hun moeder.

Zorg voor de moederpoes

Een zwangerschap en bevalling zijn fysiek zwaar voor de poes. Zorg voor voldoende voedingsstoffen, met name eiwitten en calorieën, om de melkproductie te ondersteunen. Na de bevalling kan de moederpoes zelfs vier keer zoveel eten als normaal. Naarmate de kittens ouder worden en minder melk nodig hebben, zal de moeder waarschijnlijk minder gaan eten. Houd de moederpoes in de gaten; bij een groot nest kan ze wat mager worden.

Ontworming

Katten moeten ongeveer vier keer per jaar ontwormd worden. Kittens moeten in de eerste weken vaker ontwormd worden. Een maandelijkse wormenkuur is voldoende tot ze zes maanden oud zijn. De moederkat moet tegelijk met de kittens ontwormd worden, aangezien kittens via de moedermelk besmet kunnen raken met spoelwormen. De moeder dient twee weken voor en twee weken na de bevalling ontwormd te worden.

Socialisatie van kittens

Voor een goede socialisatie is het belangrijk dat kittens veel in aanraking komen met mensen (inclusief kinderen) en soortgenoten. Kittens die te vroeg uit hun nest geplaatst worden, lopen het risico onvoldoende gesocialiseerd te zijn. Het wordt aangeraden kittens pas vanaf de leeftijd van minimaal acht weken bij de moeder weg te halen. De socialisatieperiode loopt van 3 tot 12 weken.

Sterilisatie en abortus

Als uw kat niet gesteriliseerd is en u vermoedt zwangerschap, kunt u overwegen de zwangerschap af te breken. Dit gebeurt altijd via een dierenarts en vereist medische begeleiding. Vaak wordt dit gedaan door middel van een ovariohysterectomie, waarbij de eierstokken en meestal ook de baarmoeder worden verwijderd. Indien u overweegt uw poes te laten steriliseren na de bevalling, kan dit vanaf drie weken na de geboorte, maar bij voorkeur pas als de kittens zelfstandig zijn.

Verzorging van kittens en katten: Hoe voed je pasgeboren kittens op?

tags: #draagtijd #zwangerschap #poes