Dracht en geboorte bij paarden: een uitgebreide gids

Het fokseizoen begint en veel merries worden gedekt, waarna het wachten op een veulen aanbreekt. Gedurende deze periode ontwikkelt zich binnenin de merrie een bolletje cellen tot een compleet veulen, klaar om geboren te worden. Dit artikel biedt een gedetailleerd overzicht van de dracht, de ontwikkeling van het embryo en de uiteindelijke geboorte van een veulen.

Ontwikkeling van het embryo tot veulen

De ontwikkeling van een veulen begint op dag 0, het moment van bevruchting. Na 48 uur is er sprake van een vier- tot zescellig stadium, na 72 uur acht- tot tiencellig. Tussen de vier en vijf dagen spreekt men van een morula, een massa van cellen die nog niet gedifferentieerd zijn. Een dag later is er differentiatie van cellen zichtbaar, wat het moment markeert dat het embryo zich vanuit de eileider naar de baarmoeder verplaatst.

Vanaf dit punt is het mogelijk om embryo's te spoelen voor embryotransplantatie. In de week die volgt, groeit het aantal cellen van het embryo snel. Op dag 10 zijn er zo'n 45.000 cellen en een doorsnede van 2 tot 3 millimeter. Op dag 14 is dit al 15 tot 20 mm. In dit stadium is het ‘embryo’ nog een bolletje cellen dat de buitenste laag van de vruchtvliezen zal vormen, met daarin de vrucht die zich tot het veulen ontwikkelt.

Dit bolletje is omgeven door een stevig ‘jasje’ (capsule) en beweegt door de baarmoeder, wat essentieel is voor het proces van ‘drachtherkenning’. Dit zorgt ervoor dat de merrie haar gele lichaam behoudt, niet meer hengstig wordt en de baarmoeder de dracht ondersteunt.

Vroege ontwikkeling van het embryo in de baarmoeder

Vroege drachtcontroles

Op dag 10 is het embryo nog geen halve centimeter groot. De kans om het op een echo te vinden is dan slechts 70%. Vier tot vijf dagen later, rond dag 14 tot 16, is het embryo uitgegroeid tot een ongeveer twee centimeter groot, met vloeistof gevuld bolletje. Dit bolletje is goed herkenbaar op de echo, vandaar dat de meeste drachtigheidscontroles rond deze periode plaatsvinden.

Vanaf dag 17 begint het embryo zich vast te plakken aan het slijmvlies. Als er sprake is van een tweelingdracht, is het wenselijk dit moment van fixatie voor te zijn. Een tweelingdracht bij paarden is ongewenst en leidt vaak tot abortus of complicaties bij de geboorte.

De ontwikkeling van het veulen gedurende de dracht

Vanaf ongeveer dag 21 tot 23 kan een hartslag van het embryo op de echo worden ontdekt. Op dag 30 is het embryo zo groot als een hazelnoot. De staart begint zich te vormen en het vruchtje ligt veilig in de vruchtvliezen. In de tweede maand groeit het vruchtje van ongeveer 5 tot 7,5 centimeter.

Op dag 40 is het vruchtje officieel een foetus, ongeveer zo groot als een olijf en weegt circa 15 gram. Vanaf nu begint het veulen te bewegen. De oogleden ontwikkelen zich, evenals de oorschelpen en de elleboog en knie. Rond dag 45 is het verschil in geslachtsontwikkeling (merrie of hengst) zichtbaar.

Met 60 dagen is het veulen zo groot als een hamster en weegt ongeveer 45 gram. De oogleden versmelten, de halsaanleg wordt duidelijker en de buik van de merrie begint zichtbaar te groeien. De groei van het veulen gaat van 7,5 tot 15 cm en het gewicht van 60 naar 120 gram.

Echobeeld van een drachtig veulen rond 60 dagen

Verdere ontwikkeling en geslachtsbepaling

Met 65 tot 75 dagen zijn de geslachtsorganen duidelijk te onderscheiden. De groei van het veulen gaat door en het gewicht loopt op. Rond dag 90 tot 95 ondergaat het skelet belangrijke verbeningsprocessen.

Op dag 100 is het veulen zo groot als een kitten en weegt ongeveer 373 gram. De eerste haartjes verschijnen rond de lippen, ogen en neus. Met 120 dagen zijn de haartjes op de neus, lip, kin en rond de ogen verschenen. Rond deze tijd wordt ook het voerbeleid van de merrie aangepast.

Met 150 dagen heeft het veulen de grootte van een kat en weegt ruim 2 kg. Wimpers en eerste haartjes bij de manen en staart worden zichtbaar. De lever vormt 5% van het totale gewicht van het veulen.

Met 180 dagen heeft het veulen de grootte van een kleine hond en weegt ruim 9 kg. De eerste maan- en staartharen zijn te zien. De baarmoederhoornen van de merrie sluiten zich, waardoor het veulen op de rug komt te liggen.

Op 240 dagen heeft het veulen de grootte van een lam en weegt ruim 16 kg. Haar begint te groeien op de lippen, oren, keel, kin, neus en de staart. Een dunne vacht verschijnt ook op de rug en benen.

Met 270 dagen zijn de longen bijna volledig ontwikkeld. Het veulen heeft meer vacht over zijn hele lichaam en de manen en staart worden langer. Op 280 dagen is het verstandig de merrie in de box te zetten waarin ze zal veulenen.

Op 300 dagen is het veulen levensvatbaar, al is de overlevingskans nog klein. Gedragsveranderingen bij de merrie, zoals een beginnende uierontwikkeling, kunnen optreden. Rond 320 dagen neemt het veulen zijn definitieve geboortepositie aan en worden de laatste vetreserves opgeslagen.

Overzicht van de groei van het veulen gedurende de dracht

De laatste fase van de dracht en geboorte

De gemiddelde draagtijd van een merrie is 335 dagen, met een gebruikelijke periode tussen 320 en 365 dagen. Merries die voor het eerst veulenen, dragen vaak iets langer.

Signalen van naderende geboorte

Enkele weken voor de uitgerekende datum:

  • 2 tot 3 weken: De uier begint op te zwellen en de merrie kan dikkere benen krijgen. Er kan vocht (oedeem of zucht) onder de buik ontstaan. De banden van het kruis verslappen, waardoor het gebied boven de staart week aanvoelt en de staart hoger lijkt te liggen.
  • 3 tot 1 week: Verslapping van de ‘ophangbanden’ van de buik.
  • 10 tot 7 dagen: De tepels vullen zich met melk.
  • 72 tot 24 uur: Er vormen zich ‘glazige’ druppels aan de tepelopening (kegelen).
  • 24 tot 0 uur: De vulva verlengt zich en zwelt op. De merrie laat regelmatig melk lopen.

Tijdens de laatste dagen van de dracht kan het gedrag van de merrie veranderen. Ze kan onrustig zijn, rondjes lopen, luidruchtig en nerveus zijn, of juist rustiger worden. Ze gaat vaak liggen en staan, neemt regelmatig een plashouding aan, of legt haar hals plat op de grond met uitgestrekte hoofd.

Uierontwikkeling bij de merrie als teken van naderende geboorte

De geboorte van het veulen

De geboorte verloopt meestal zonder hulp van de mens. Het is raadzaam om de merrie de laatste dagen 24 uur per dag in de gaten te houden, eventueel met behulp van een geboortebewakingssysteem zoals een webcam of een geboortemelder.

De contractiefase: De baarmoeder begint samen te trekken, waardoor het veulen gaat draaien en tegen de baarmoederhals aankomt. De merrie is dan rusteloos en kijkt veel naar de flanken. Deze verschijnselen kunnen een half uur tot enkele uren duren.

De uitdrijvingsfase: De waterblaas komt in het geboortekanaal en zorgt voor meer oprekking. Na het knappen van de waterblaas gaat de merrie staan plassen en vervolgens liggen om beter mee te persen. Meestal wordt binnen 20 minuten het veulen geboren.

Bij een correcte ligging worden eerst één voetje en dan het andere zichtbaar, met de zool van de hoefjes naar beneden gericht. Daarna verschijnt het neusje, met het hoofd rustend op de beentjes ter hoogte van de voorknieën. Is dit niet het geval, dan dient direct de dierenarts te worden ingeschakeld.

Na de geboorte is het belangrijk om het vlies dat eventueel over het hoofdje of neus zit te verwijderen, zodat het veulen kan ademen. Laat de merrie en haar veulen daarna rustig alleen om de moeder-kindbinding niet te verstoren. Bij twijfel dient direct contact te worden opgenomen met de dierenarts.

Geboorte veulen

Nazorg en verzorging van merrie en veulen

De nageboorte

De nageboorte (placenta) wordt gewoonlijk binnen een uur na de geboorte van het veulen afgedreven. Het is raadzaam deze te bewaren voor controle door de dierenarts. Als de nageboorte langer dan 3 uur blijft zitten, is het verstandig de dierenarts te bellen. Trek niet aan een vastzittende placenta om inwendige bloedingen te voorkomen.

De eerste uren na de geboorte

Het veulen zal de merrie schoon- en drooglikken, wat de doorbloeding stimuleert en helpt bij het opstaan. Binnen 90 minuten na de geboorte zal het veulen de uier proberen te vinden en de eerste biest binnenkrijgen. Biest is van levensbelang vanwege de energie, eiwitten en afweerstoffen.

Binnen ongeveer 2 uur na de geboorte komt de eerste ontlasting (darmpek). Het veulen probeert binnen 30 minuten te staan en kan na ongeveer 60 minuten meestal staan. Binnen 3 uur drinkt het veulen biest.

Het is raadzaam om op de eerste levensdag van het veulen de dierenarts te laten komen voor een controle.

Pasgeboren veulen dat biest drinkt

Voeding en beweging

De moedermelk voorziet het veulen de eerste weken van alle benodigde voedingsstoffen. Vanaf 4-6 weken moet begonnen worden met het bijvoeren van veulenbrok en hooi van goede kwaliteit.

De energiebehoefte van de merrie verdubbelt tijdens de dracht. Het voeren van merriebrok is raadzaam voor extra energie, eiwitten, mineralen en vitaminen.

Voldoende beweging is essentieel voor de ontwikkeling van het veulen tot een sterk paard. Weidegang met de merrie is ideaal om de kans op aandoeningen te verkleinen en pezen, spieren en kraakbeen de juiste prikkels te geven.

Embryotransplantatie (ET)

Embryotransplantatie is een techniek waarbij een embryo van de ene merrie (de biologische moeder, de donor) wordt overgezet in een andere merrie (de draagmoeder). Dit kan een uitkomst zijn voor merries die in de sport lopen, oudere merries met een slechte baarmoederkwaliteit, of genetisch interessante jonge merries.

Bij ET wordt het embryo na ongeveer 7 of 8 dagen na de eisprong uit de donormerrie gespoeld. Dit gebeurt door 4 liter spoelvloeistof in de baarmoeder te brengen en deze weer af te hevelen door een filter waarin het embryo wordt opgevangen.

De draagmoeder moet gesynchroniseerd worden met de donormerrie, zodat haar cyclus gelijk loopt met die van de donormerrie. Het embryo wordt vervolgens in de baarmoeder van de draagmoeder geplaatst. Het succes van de transplantatie wordt na 4-5 dagen duidelijk, wanneer het embryo zichtbaar is op een echo.

Embryo gezien door een microscoop

tags: #embryo #6 #weken #paard