De Sint-Janskerk: een schatkamer van gebrandschilderd glas
Johannes wordt heel vaak samen met Jezus afgebeeld. In de Sint-Janskerk in Gouda gebeurt dat op een heel bijzondere manier in de gebrandschilderde ramen. Het zijn zoekplaatjes, vol fascinerende details getuigend van een originele kijk op de bekende verhalen. Dit artikel gidst u er doorheen. Daarop vindt u alle glazen in hoge resolutie afgebeeld, waarbij u kunt inzoomen tot de kleinste details.

Historische context en artistieke technieken
De meeste van de hier besproken gebrandschilderde ramen stammen uit de periode tussen 1552 en 1572. In 1552 werd de Sint-Jan grotendeels verwoest door een brand die begon met een blikseminslag in de toren. In 1572 werd Gouda protestants en stopte men met het project om de ramen in hun oude ‘roomse’ eer te herstellen.
Glas-in-lood is een vensterraam bestaande uit stukken glas gevat in loodlijsten. Glas-in-lood werd al eeuwen geleden gemaakt, omdat men nog niet de techniek had om ramen met grote oppervlakte te vervaardigen. De meest eenvoudige manier is een glas-in-lood raam met kleine stukjes. Dat kan zelfs in één kleur zijn. Glas-in-lood leent zich uitstekend voor kunstzinnige uitvoeringen met kleurrijke voorstellingen.
Gebrandschilderd glas is een van de vormen van glaskunst waarbij het glas beschilderd wordt met speciale verf alvorens het verhit wordt. Door het gebruik van penselen en kwasten van verschillende maten en materialen kan een grote variatie aan effecten worden verkregen.
Bij glasetsen wordt fabrieksmatig maar kan ook achteraf een pasta op het glas aangebracht waardoor een matte oppervlakte ontstaat op het glas. Bij glas graveren wordt met een freesje de bovenste laag van het glas verwijderd waardoor een matte oppervlakte ontstaat. Glas graveren wordt veelvuldig toegepast bij servies. Glas bestekkeren is van de moderne tijd. Het is een folie die net als muurbehang op het glas wordt geplakt. Het kent geen beperkingen in grootte of kleur.
De reeks ramen: een chronologisch overzicht
De betreffende ramen bevinden zich aan de buitenzijde van het koor. Het begint aan de Noordzijde van het koor met de aankondiging van de geboorte van Johannes (glas 9), dan volgt de aankondiging van geboorte van Jezus (glas 10), de geboorte van Johannes (glas 11), de geboorte van Jezus (glas 12), de twaalfjarige Jezus in de tempel (glas 13), de prediking van Johannes (glas 14), de doop van Jezus door Johannes (Oostzijde, glas 15), Jezus’ prediking (overgang naar de Zuidzijde, glas 16), de bestraffing van Herodes door Johannes (glas 17), de vraag van Johannes aan Jezus (glas 18) en de onthoofding van Johannes (glas 19).
In de ramen 20 en 21 waren hoogstwaarschijnlijk afbeeldingen voorzien van de veroordeling en de kruisiging van Jezus. Glas 22 verbeeldt de tempelreiniging en valt dus uit de toon wat betreft de volgorde. Gezien het feit dat het buiten het koor staat, hoeft dat niet te verbazen. Overigens zal nog duidelijk gemaakt worden dat er ook in dat glas een verbinding gemaakt lijkt te zijn met Johannes de Doper.
Gedetailleerde beschrijvingen van de ramen
Glas 9: Aankondiging van de geboorte van Johannes
Glas 9 (de aankondiging van de geboorte van Johannes) beeldt Zacharias af, knielend voor de engel Gabriël. Rechts ziet men de mensen die buiten staan te wachten totdat de priester weer naar buiten komt. Sommigen zijn er al bij gaan zitten, want het duurt erg lang. Zoals vaker gebeurt, is er een combinatie met een tafereel dat zich in het verhaal op een ander moment afspeelt. Boven de Zacharias zien we hem nog een keer, in kleiner formaat, afgebeeld samen met zijn vrouw Elisabet knielend voor hun bed.
Glas 10: Aankondiging van de geboorte van Jezus
Glas 10 (de aankondiging van de geboorte van Jezus) bevat geen verwijzing naar Johannes. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat het huidige glas van later datum is. Het oorspronkelijke was bij een storm blijkbaar onherstelbaar beschadigd. Bij de vervanging heeft men helaas ook het zogeheten carton met de tekening van dat glas weggedaan.
Glas 11: Geboorte van Johannes
Glas 11 (de geboorte van Johannes) toont baby Johannes die door drie vroedvrouwen in bad wordt gedaan, daar achter Elisabet door twee vrouwen verzorgd in haar kraambed (ogenschijnlijk bijkomend van een zware bevalling), en daar weer achter Johannes die op een papier de naam van zijn zoon heeft opgeschreven en laat lezen aan een man en een vrouw. In het onderste deel van glas is zoals gebruikelijk de schenker van het glas afgebeeld. In dit geval is dat Herman Lethmaet (1492-1555), een goede kennis van Erasmus en een vooraanstaand persoon in kerkelijke en politieke kringen. Hij heeft een belangrijke rol gespeeld bij de organisatie rond het herstel van de glazen. Hij heeft de plaatsing van het door hem zelf gefinancierde glas niet meegemaakt. In de cartouche staat: ‘Voor de heer Hermanus Lethmatius, Gouwenaar, een der eersten onder de hoogleraren van de gelauwerde Sorbonne en kanunnik en deken van de Utrechtse kerk Sint Marie, hebben zijn erfgenamen dit in plaats van een gedenkteken doen stellen, 1562, de laatste mei.’ Lethmaet staat afgebeeld knielend voor een moeder met haar kind. Gezien de jeugd van de vrouw en het blauw van haar kleed gaat het waarschijnlijk om Maria en Jezus. Daarnaast zit een man wijzend met zijn rechter hand naar een lam.
Glas 12: Geboorte van Jezus
Glas 12 (de geboorte van Jezus) bevat geen verwijzing naar Johannes en men zou dit ook bij de verbeelding van het verhaal van de twaalfjarige Jezus in de tempel (glas 13) niet verwachten. Als je goed kijkt lijkt Johannes echter toch op de achtergrond te zijn afgebeeld in de vorm van een man die een heuvel beklimt. Dat het hier om Johannes gaat wordt bevestigd door het contract met de schilder. Daarin lezen we als opdracht: ‘De hystorie sal wesen van Jezus onder de doctoren, ende St. Jan, gaende in de woestine.’ Over de betekenis van de Hebreeuwse letters op dit en andere glazen is veel discussie.
Glas 13: De twaalfjarige Jezus in de tempel
Zoals eerder genoemd, lijkt Johannes op de achtergrond van dit glas te zijn afgebeeld, wat wordt bevestigd door het contract met de schilder.
Glas 14: Prediking door Johannes
In glas 14 (de prediking door Johannes) zien we hem zoals steeds afgebeeld in een wit gewaad omringd door een grote groep mensen en met nog velen in aantocht. Vlak bij hem staat een zwaar bewapend soldaat als een van degenen die volgens het verhaal in Lucas 3 worden aangesproken.
Glas 15: De doop van Jezus door Johannes
In glas 15 (de doop van Jezus) valt op hoe lijfelijk Jezus, die biddend uit het water stapt, is afgebeeld. Het doet denken aan tekeningen van Michelangelo. Het geldt ook voor Johannes. De omtrekken van zijn been zijn zichtbaar door zijn kleed heen. Johannes kijkt zelf vragend omhoog, opkijkend naar de hemel waaruit een stem klonk. De woorden van God zijn plastisch afgebeeld op een strook die uit Gods mond komt en waarop staat (gedeeltelijk doorsneden door het lood): Hic est filius meum di[lectus] in quo mihi bene co[m]placitu[m] est, ipsu[m] audite (‘Dit is mijn zoon, de geliefde in wie ik mijn welbehagen heb, luistert naar hem’). Hier zijn de woorden uit het verhaal van de doop in Matteüs 3:17 aangevuld met de woorden van God volgens Matteüs 17:5, bij de verheerlijking van Jezus op de berg. Daar zegt God hetzelfde als bij de doop, maar voegt er de opdracht aan toe: ‘luistert naar hem’.
Rechtsboven staat een scène met Johannes (in het wit) en Jezus (blauw/paars). Aan beiden is een tekst gekoppeld. Johannes zegt: Ecce agnus dei (‘Zie, het lam Gods’), Jezus: Ecce vere Israelita (‘Zie, waarlijk een Israëliet’). Dat zijn citaten van respectievelijk Johannes 1:29 en 1:47. Bij het tweede verwijst Jezus, zoals ook te zien is op het glas, naar Natanaël, de eerste van drie mannen die naar Jezus toe lopen. Links zien we mensen die zich aan het uitkleden zijn, als voorbereiding op de doop. Opvallend daarbij is hoe iemand bezig is de schoenriem van een ander los te maken.

Glas 16: Jezus’ eerste prediking
Op glas 16 (Jezus’ eerste prediking) zien we Jezus te midden van een aantal toehoorders, waarbij Jezus zijn blik gericht heeft op een tafereel aan de overkant van de Jordaan. Met zijn rechterhand wijst hij ook in die richting. Naakte personen klimmen op uit het water, kennelijk nadat zij zijn gedoopt. Linksboven zien we Johannes die de doop uitvoert. Daarnaast wordt er te midden van een duidelijk grotere groep door iemand anders gedoopt. Hier lijkt, gezien de overeenkomsten in de paarse kleur van het kleed en wat betreft de haardracht, Jezus zelf aan het werk te zijn. Hier is verbeeld wat beschreven staat in Joh. 3:25-26, namelijk dat discipelen van Johannes constateren dat ook Jezus doopt en dat hij daarbij veel mensen trekt. Rechtsboven zien we Johannes nog een keer afgebeeld.
Glas 17: Bestraffing van Herodes door Johannes
Glas 17 beeldt uit hoe Johannes druk gebarend Herodes bestraft. Die kijkt schijnbaar onaangedaan weg, maar zijn vrouw Herodias laat met een wegwerpgebaar duidelijk haar ongenoegen blijken. Een beer geketend aan het podium waarop Herodes zit symboliseert het ongeciviliseerde gedrag van Herodes, het tegenovergestelde van wat wordt verwoord in de daaronder staande spreuk van Seneca: moderata durant (‘gematigdheid duurt het langst’). Rechtsboven zien we hoe twee mensen tot een gevangene spreken. Het verwijst naar het verhaal dat Johannes, die inmiddels door Herodes in de kerker is gezet, twee van discipelen tot zich riep en hen opdroeg aan Jezus te vragen of hij wel de verwachte messias was (Lucas 7:19).
Glas 18: Vraag van Johannes aan Jezus
Glas 18 verbeeldt hoe die vraag daadwerkelijk aan Jezus wordt gesteld: Tu ne es qui venturus es (‘Bent u het die komen zou?’). Jezus’ antwoord is terug te zien in de verwijzing naar de genezingswonderen. We zien een man op krukken, een blinde en een bezetene met een boze geest die als een vogel boven zijn hoofd fladdert. Achter Jezus staat een man die vol genegenheid zijn hoofd op Jezus’ rechter schouder legt. Een kind kijkt naar hem op. De twee discipelen van Johannes zien we ook weer terug links boven dat tafereel. Ze spreken opnieuw met de gevangen Johannes en brengen hem de boodschap van Jezus over. Daarboven is zichtbaar hoe een soldaat zich naar de ingang van de gevangenis begeeft.
Glas 19: Onthoofding van Johannes
Glas 19 beeldt het moment direct na de onthoofding van Johannes af. Het bloed vloeit nog, terwijl zijn hoofd door de beul op de schaal in handen van Salome wordt gelegd. Zij kijkt, in tegenstelling tot de woeste, met een leeuwenkop uitgedoste man achter haar, onaangedaan toe. Op het tafereel daarboven zien we haar dansen voor haar geamuseerde vader en haar snode plannen beramende moeder.
Glas 20 & 21: Veroordeling en kruisiging van Jezus (speculatie)
Zoals al werd opgemerkt is het oorspronkelijke plan wat betreft de glazen 20 en 21 niet uitgevoerd. Hierbij zouden hoogstwaarschijnlijk de veroordeling van Jezus en zijn kruisiging zijn afgebeeld. Over de details en mogelijke verwijzingen naar Johannes de Doper kan men slechts speculeren.
Glas 22: Tempelreiniging en mogelijke verwijzingen
Zo’n verwijzing is weer wel zichtbaar in glas 22, in het raam in de muur rechts voor het koor. Dit zogeheten Prinsenraam (naar de schenker Willem van Oranje) bevat een afbeelding van de reiniging van de tempel in Jeruzalem door Jezus.
Het valt op dat de eerste letters vergroot zijn. Het suggereert dat het hoofdletters zijn. Dat is ongebruikelijk in het Hebreeuws. Daar staat tegenover dat de plaatsing aan de rechterkant wel de voor het Hebreeuws gebruikelijke schrijfrichting volgt. De vocalisatie oogt daarentegen weer vreemd. De vocaaltekens staan bij de letters alef en ayin. Het lijkt erop dat ze bedoeld zijn om aan te geven dat deze letters als vocalen gelezen moeten worden. Verder valt op dat de bovenste woorden bijna hetzelfde zijn, waarbij ter rechterzijde de eerste twee letters ontbreken. Men herkent er geen bekende Hebreeuwse woorden in, maar het zou ook kunnen dat de taal van de letters niet Hebreeuws is en dat het om Nederlandse woorden gaat die met Hebreeuwse letters zijn geschreven.
In een artikel uit 1987 suggereren Emile Schrijver en Jan Wim Wesselius dat we hier moeten lezen: ‘Dat gracht Zacharia’ en ‘Tgracht Hanania’. Bij ‘gracht’ moeten we dan denken aan het in het Middelnederlands niet ongebruikelijke woord voor graf. Het zou dus gaan om een verwijzing naar twee graven in de tempel. Dat is dan wel een anachronisme: in de tempel van Jeruzalem waren geen graven, maar in kerken zoals de Sint-Janskerk waren die er des te meer.
Schrijver en Wesselius vermoeden dat we te maken hebben met een toespeling op de rede van Jezus tegen de Farizeeën en Schriftgeleerden (Lucas 11:37-54). Daarin zegt hij: ‘jullie bouwen de grafsteden der profeten, maar jullie vaders hebben hen gedood’ (vers 47). Jezus verwijst daarbij naar ‘het bloed van Zacharia, die is omgebracht tussen het altaar en het tempelhuis’ (vers 51). De afbeelding in dit glas zou dus verwijzen naar deze Zacharia, van wie in 2 Kronieken 24:20-21 verteld wordt dat hij gedood werd vanwege zijn kritiek op misstanden in de tempel. Dat past goed bij het thema van de tempelreiniging.
De vermelding van Hanania kunnen Schrijver en Wesselius echter niet goed verklaren. Zou het hier niet kunnen gaan om een Hebreeuwse vorm van de naam Johannes? Het meest voor de hand liggende equivalent in het Hebreeuws is יוחנן (Jochanan), maar ook de Hebreeuwse naam Hanania betekent net als de Griekse naam Johannes ‘JHWH is genadig’. Het zou hier dan gaan om een verwijzing naar het graf van Johannes. Dat zou dan ook een passend vervolg zijn op de voorgaande afbeelding van de onthoofding van Johannes (glas 19). Het feit dat Johannes op deze manier weer een plaats krijgt in een afbeelding waarin Jezus centraal staat, kwamen we eerder tegen in glas 13 waar Johannes te zien is op de achtergrond van het tafereel van de jonge Jezus in de tempel. Het zou ook kunnen betekenen dat met de ter linkerzijde genoemde Zacharia de vader van Johannes is bedoeld. Die was eerder prominent aanwezig op de afbeelding van de aankondiging van de geboorte van Johannes (glas 9).