Al die maanden had je die ene datum in je hoofd, en dan gaat de dag opeens voorbij en ben je nog steeds zwanger… Wist je dat de meeste vrouwen ná de uitgerekende datum bevallen? Op basis van de termijnecho is de vermoedelijke bevaldatum vastgesteld. Slechts 3% van de vrouwen bevalt ook écht op die datum. Het overgrote deel (ongeveer 70%) bevalt na de uitgerekende datum. Gelukkig bevalt 95% van de vrouwen spontaan vóór de 42 weken.
Niet voor niets hebben zowel Frankrijk als Nieuw Zeeland de uitgerekende datum daarom op 41 weken zwangerschap gezet, wat ook veel dichter op je eigenlijke bevaldatum is dan de 40 weken datum. Na die 42 weken ben je officieel “overtijd”. Dit wordt ook wel ‘serotien” genoemd.
De periode na de uitgerekende datum
De uitgerekende datum is de dag waarop je 40 weken zwanger bent. Dit wordt berekend bij de termijnecho. De kans is erg klein dat je precies op die dag gaat bevallen. De meeste zwangeren bevallen in de uitgerekende periode: tussen 37 en 42 weken. Dat zijn dus 5 weken waarin je ‘op tijd’ bevalt. Toch is het nuttig om te weten wanneer je uitgerekende datum is.
Wat is de uitgerekende datum?
De uitgerekende datum is de dag waarop je precies 40 weken zwanger bent. Een andere term hiervoor is: a terme datum, dat komt uit het Frans. De uitgerekende datum valt in de uitgerekende periode. Die begint 3 weken ervoor en duurt tot 2 weken erna. De meeste zwangeren bevallen ergens in deze periode van 5 weken. Vóór 37 weken is een bevalling een vroeggeboorte (prematuur), na 42 weken zwangerschap ben je overtijd (serotien).
Waarom is het nuttig om de uitgerekende datum te weten?
Met de termijnecho wordt gekeken hoe lang je zwanger bent en wanneer je uitgerekende datum is. Dat is nuttig om te weten:
- Zo kan de verloskundige tijdens de controles goed beoordelen of de groei van je baby past bij het aantal weken dat je zwanger bent.
- Als je klachten of weeën krijgt, weet de verloskundige of dit past bij de duur van je zwangerschap. Op basis daarvan kan deze beoordelen wat er nodig is.
- Als je kraamzorg gaat regelen of zwangerschapsverlof aanvraagt, moet je je uitgerekende datum doorgeven.
Hoe weet je wat je uitgerekende datum is?
Je kan je uitgerekende datum bepalen met een termijnecho en door het zelf uit te rekenen.
Uitrekenen
De uitgerekende datum reken je zo uit: neem de datum waarop je voor het laatst ongesteld werd (de eerste dag); tel daar 40 weken bij op. Dat is je uitgerekende datum. Als je niet meer weet op welke dag je de laatste keer ongesteld werd, kan je de uitgerekende datum zelf niet precies berekenen.
Termijnecho
De termijnecho is de meest betrouwbare manier om de uitgerekende datum te bepalen. Alle baby's groeien tussen 10 en 12 weken zwangerschap ongeveer even hard, blijkt uit onderzoek. Door de baby in die periode op te meten, kan precies worden gekeken hoe lang je zwanger bent en wat de uitgerekende datum is. De echoscopist meet de baby op het beeldscherm.
Waarom bereken je de zwangerschapsduur niet vanaf de bevruchting?
De uitgerekende datum is 40 weken na de dag dat je voor het laatst ongesteld werd. Dat is dus ongeveer 38 weken na de bevruchting. De dag dat je ongesteld wordt, is duidelijk. Maar de dag van de bevruchting weten de meeste vrouwen niet zeker. Meestal weet je niet precies wanneer je eisprong is en het eitje kan nog tot 12 uur daarna bevrucht worden. Ook duurt het nog 5-12 dagen tot de eicel zich innestelt in de baarmoeder. Pas dan ben je zwanger. De eerste 2 weken nadat je ongesteld werd tellen we daarom als week 1 en week 2 van de zwangerschap. Ook al is de bevruchting pas aan het eind van week 2. We tellen deze weken ook als zwangerschapsweken omdat je gezondheid dan al invloed heeft op de zwangerschap.
Risico's van serotiniteit (langer dan 42 weken zwanger)
Wanneer je langer dan 42 weken zwanger bent, brengt dit risico's met zich mee voor zowel de baby als de moeder. Het is daarom belangrijk om dit goed te monitoren.
Risico's voor de baby
- De placenta kan minder goed gaan werken: Wanneer je overtijd bent, raakt de placenta minder goed doorbloed. Hierdoor wordt de kans groter dat deze onvoldoende zuurstof en voedingsstoffen levert aan je kindje.
- De hoeveelheid vruchtwater wordt minder: Wanneer de placenta minder goed werkt, bestaat de kans dat je baby minder gaat plassen. Hierdoor vermindert de hoeveelheid vruchtwater en kan je kindje minder goed groeien.
- Er kan ontlasting in het vruchtwater komen: Na 40 weken wordt de kans op meconium in het vruchtwater groter. Dit kan infecties en ademhalingsproblemen veroorzaken bij je baby.
- De kans op een hoog geboortegewicht is groter: Hoe langer de bevalling op zich laat wachten, hoe langer je kindje groeit in je buik. Dit vergroot de kans op een grote baby, ofwel macrosomie.
- De kans op een langdurige bevalling is groter: Soms zorgt serotiniteit voor minder krachtige weeën tijdens de bevalling, waardoor deze langer duurt.
- Het verhoogt de kans op een kunstverlossing: Wanneer je baby groter is dan gemiddeld, is de kans op een keizersnede of bevallen met behulp van een vacuümpomp of verlostang groter.
- Het verhoogt de kans op schouderdystocie: Dit betekent dat tijdens de bevalling een schouder van je baby blijft haken achter je schaambeen. Je baby heeft dan meer ruimte nodig. Een andere pershouding en een knip kunnen hiervoor zorgen. Als dit niet helpt, kan een keizersnede nodig zijn.
- Er is een kleine kans dat je baby zuurstoftekort oploopt: In zeldzame gevallen krijgen serotiene baby's door een moeizame bevalling of ontlasting in het vruchtwater te maken met zuurstoftekort. Dit kan de hersenen en andere organen beschadigen.
Risico's voor de moeder
- Na de bevalling kan overmatig bloedverlies optreden: Wanneer je van een erg grote baby bevalt, kan je na de bevalling meer bloeden dan normaal. Ook een kunstverlossing is hier een mogelijke oorzaak van.

Controles en opties na 41 weken zwangerschap
Wanneer je langer dan 41 weken zwanger bent, houdt de verloskundige of gynaecoloog je gezondheid en die van je baby goed in de gaten. Dit doet hij of zij om de kans op gezondheidsproblemen bij jou en je baby zo klein mogelijk te houden. Sommige verloskundigen dragen je na 41 weken zwangerschap over aan de gynaecoloog voor verdere begeleiding. Andere verloskundigen doen dit pas bij 42 weken.
Controles in het ziekenhuis
Tussen week 41 en week 42 heb je een of twee extra controles in het ziekenhuis. Hierbij wordt de hartslag van je baby gecontroleerd en wordt met een echo de hoeveelheid vruchtwater gemeten. Zo kan de gynaecoloog of verloskundige zien of het goed gaat met je baby. Wanneer blijkt dat alles goed gaat, kan je ervoor kiezen om tot 42 weken af te wachten of de bevalling spontaan op gang komt. Er is dan geen reden om aan te nemen dat het in gang zetten van de bevalling beter is voor je kindje. Je blijft wel onder controle bij je verloskundige.
Wanneer niet wachten?
Soms is het beter om niet te wachten tot de bevalling spontaan op gang komt. Hier is sprake van als de gezondheid van je kindje of die van jezelf in gevaar komt. De gynaecoloog adviseert je dan dringend om tot inleiden over te gaan. De volgende symptomen kunnen een reden zijn om de bevalling in te leiden:
- Je voelt minder leven.
- De navelstreng is onvoldoende doorbloed.
- De hartslag van je baby raakt verstoord.
- Er is te weinig vruchtwater.
- Je hebt een verhoogde bloeddruk.
- Je bent langer dan 42 weken zwanger.
Methoden om de bevalling op gang te brengen
Er zijn verschillende manieren om de bevalling in gang te zetten. Afhankelijk van je zwangerschapsduur en lichamelijke factoren kan dit op de volgende manieren:
Strippen
Wanneer je de 40 weken ruim gepasseerd bent, kan je verloskundige of gynaecoloog de bevalling proberen op te wekken door je te strippen. Hierbij maakt hij of zij de vliezen van de vruchtzak los van de wanden van je baarmoeder. Je lichaam maakt hierdoor het stofje prostaglandine aan. Dit hormoon maakt de baarmoedermond ‘rijper’ voor de bevalling en kan weeën opwekken. Zo wordt de kans op een spontane bevalling groter. Strippen is het meest effectief vanaf 41 weken. Doe je dit eerder, dan is je lichaam vaak nog net niet toe aan de bevalling en is het strippen nog niet het laatste zetje wat nodig was. Om te kunnen strippen is minimaal 1 cm ontsluiting nodig.

Vliezen breken
Ben je bijna 42 weken zwanger en heb je al een beetje ontsluiting? Dan is het mogelijk om je vliezen te laten breken door de verloskundige of gynaecoloog. Het vruchtwater stroomt dan weg, waardoor het hoofdje van je baby makkelijker tegen de baarmoedermond kan drukken. Bij 60 tot 80% van de vrouwen brengt dit de weeën op gang. Dit kan thuis of in het ziekenhuis gebeuren, afhankelijk van de situatie en in overleg met de zorgverlener. Het kunstmatig breken van de vliezen kan bijvoorbeeld thuis gebeuren vanaf 40 weken en 6 dagen zwangerschap, mits er geen complicaties zijn, voldoende ontsluiting is en het hoofdje van de baby goed is ingedaald.
Inleiden
Om te voorkomen dat je kindje in gevaar komt in de baarmoeder, is het soms beter dat je bevalling ingeleid wordt. Dit betekent dat deze kunstmatig op gang wordt gebracht. Is tijdens een controle bij 41 weken te zien dat je kindje in nood is? Dan kan de arts of verloskundige besluiten om je in te leiden. Dit gebeurt ook als de bevalling na het breken van de vliezen nog niet spontaan op gang komt en je de 42 weken gepasseerd bent. Als je ingeleid wordt, kom je onder begeleiding van de gynaecoloog. Je bevalt dan dus in het ziekenhuis.
Meestal wordt de bevalling ingeleid door het plaatsen van een ballonnetje met (steriel) water in de baarmoedermond. Dit ballonnetje wordt geplaatst in het ziekenhuis en kan ook als er nog geen ontsluiting is. Soms wordt een inleiding ook voor de 41-42 weken zwangerschap voorgesteld. Bij een inleiding komt het voor dat de vliezen gebroken worden als je al een beetje ontsluiting hebt en het ballonnetje niet meer nodig is. Voordeel is dat hierdoor de bevalling kan worden versneld en het lichaam zelf weeën gaat maken.
Als het ballonnetje is uitgevallen of de vliezen zijn gebroken, wordt er synthetische oxytocine (Syntocinon) gegeven via een infuus. Oxytocine zorgt ervoor dat de baarmoeder gaat samentrekken en weeën gaat maken. Er is een belangrijk verschil tussen lichaamseigen en synthetische oxytocine. Synthetische oxytocine gaat namelijk niet door de hersenbarrière en geeft daardoor niet het gelukzalige gevoel af wat je normaal gesproken door oxytocine krijgt. Waar je lichaam bij het vrijkomen van lichaamseigen oxytocine ook endorfines aanmaakt, gebeurt dit niet bij synthetische oxytocine.

Bevallen en overtijd zijn
Wanneer je bevalling voor 42 weken zwangerschap spontaan op gang komt, kan je zelf kiezen of je thuis of in het ziekenhuis wil bevallen. Bij een zwangerschapsduur van 42 weken of langer is het beter om in het ziekenhuis te bevallen. De gezondheid van je baby wordt dan in de gaten gehouden met behulp van een CTG-apparaat. Dit apparaat meet de hartslag van je baby. Als de arts of verloskundige merkt dat de gezondheid van je kindje achteruitgaat, kan deze ingrijpen.
Overtijd zijn en bevallingsverlof
Tijdens je zwangerschap en na je bevalling heb je recht op minimaal 16 weken zwangerschaps- en bevallingsverlof. Je mag zelf kiezen of je verlof 4, 5 of 6 weken voor je uitgerekende datum ingaat. Na je bevalling heb je recht op minimaal 10 weken verlof. Wordt je baby na je uitgerekende datum geboren? Dan kan je de dagen tussen je uitgerekende datum en de geboorte optellen bij de termijn van 16 weken. Je hebt dan dus langer recht op verlof, omdat deze dagen erachteraan geplakt worden.
Tips wanneer je overtijd bent
De dagen na de uitgerekende datum worden door veel vrouwen als heel zwaar ervaren. Je bent er echt aan toe dat de bevalling gaat beginnen en in je omgeving wordt steeds vaker gevraagd “of het al begonnen is”. Dat kan soms voor onrust zorgen en dat begrijpen we goed. Het is echter wel heel gezond om langer zwanger te zijn! Je ziet bijvoorbeeld ook vaak dat de borstvoeding beter op gang komt als een kindje na de uitgerekende datum geboren wordt. Maar we beseffen ons ook dat het echt pittige dagen (en nachten) kunnen zijn. Daarom bepalen we samen met elkaar wat je nodig hebt om de dagen zo goed mogelijk door te komen en wanneer een inleiding nodig is.
De volgende tips kunnen je helpen om de laatste loodjes van je zwangerschap goed door te komen:
- Blijf zoveel mogelijk in beweging. Door dagelijks een wandeling te maken of yoga-oefeningen te doen, blijf je fit. Een fit lijf helpt je tijdens de bevalling en bij het herstel na de bevalling.
- Probeer je bevalling zelf een duwtje in de rug te geven. Ben je het wachten beu? Dan kan je proberen om zelf de bevalling op te wekken. Een vrijpartij of stimulatie van je tepels zou mogelijk kunnen helpen. Maar het is ook begrijpelijk als je daar nu even geen zin in hebt.
- Leid jezelf af door bezig te blijven. Probeer de tijd voor de bevalling te benutten door wat laatste klusjes te doen. Kook bijvoorbeeld vooruit en vries maaltijden in, zodat je de eerste weken wat minder vaak aan koken hoeft te denken. Of haak nog snel even dat babydekentje af. Zo gaat de tijd een stuk sneller.
- Geniet nog even van de rust. Je kijkt er waarschijnlijk enorm naar uit om eindelijk je kindje te ontmoeten. Probeer ook nog even te genieten van de rust. Lees een boek, kijk een serie of hang de hele avond met een vriendin aan de telefoon. Dit helpt je om goed uitgerust aan de zware klus die bevallen heet te beginnen.
2 veelvoorkomende slaapfouten tijdens de zwangerschap + de beste slaaphoudingen tijdens de zwangerschap
Wat als je de uitgerekende datum bent gepasseerd?
Rond de 41 weken kom je in aanmerking voor een controle in het ziekenhuis. Dit noemen we een ‘controle naderende serotiniteit’. Bij deze controle krijg je een CTG (een hartfilmpje van de baby), een echo om te kijken of er voldoende vruchtwater is en een gesprek over de mogelijkheid tot inleiden. Zijn de controles goed dan is er geen medische reden om de bevalling direct in te leiden. Je krijgt tijdens het gesprek de informatie over de verschillen tussen inleiden en de bevalling afwachten. Dit omdat risico's ten aanzien van jouw bevalling en de gezondheid van de baby iets toenemen na de 41 weken zwangerschap. Deze verschillen zijn zeer klein, maar om deze reden krijg je de optie om te kiezen voor een inleiding tussen de 41 en 42 weken zwangerschap. Tijdens dit gesprek krijg je te horen wat de voor- en nadelen zijn van zowel afwachten als inleiden.
Kies je na de controle voor een inleiding dan zullen ze een inwendig onderzoek doen en hierna samen met jullie een afspraak maken voor de inleiding. Je krijgt informatie mee over het inleiden van de bevalling. Heel soms voelt de baarmoedermond zeer gunstig aan met 2-3 cm ontsluiting en kunnen we, na overleg met de gynaecoloog, in sommige gevallen ook thuis of in het ziekenhuis de vliezen breken om zo de bevalling op gang te brengen. Meestal wordt dit gedaan de dag voordat de inleiding gepland staat.
Kies je na de controle niet voor inleiden maar voor afwachten en wil je de kans op een spontane bevalling vergroten dan bieden we jullie aan om te strippen rond 41 weken. Strippen kan ook tijdens het inwendige onderzoek bij de ‘controle naderende serotiniteit’. Lees meer over strippen in de volgende blog.
Na 42 weken zwangerschap nemen de risico's toe en spreekt men van een medische indicatie. Het advies is om bij 42 weken te kiezen voor een inleiding. Hiervoor verwijzen we jullie naar het ziekenhuis.