Recht op Leven van Ongeboren Kinderen: Juridische en Ethische Perspectieven

De vraag of ongeboren generaties recht hebben op leven is een complex vraagstuk dat zowel juridische als ethische dimensies omvat. De Verenigde Naties hebben nog geen overeenstemming bereikt over wat de reproductieve rechten precies inhouden, met name omdat sommige landen zich daartegen verzetten. Reproductieve rechten vormen het meest omstreden deel van de seksuele rechten. Aan het begin van de 21ste eeuw hadden wereldwijd naar schatting 350 miljoen man-vrouw-stellen geen toegang tot de benodigde zorg rond geboorteplanning.

Amnesty International heeft sinds 2004 het werk voor seksuele en reproductieve rechten een belangrijk onderdeel van haar missie gemaakt, beginnend met de campagne ‘Stop geweld tegen vrouwen’. Het uitgangspunt hierbij is dat iedereen zelf moet kunnen besluiten over seksuele relaties en over het krijgen van nakomelingen.

Het Recht op Leven en Ontwikkeling van het Kind

Ieder kind heeft het recht om te leven en zich te ontwikkelen. Het Kinderrechtenverdrag specificeert echter niet expliciet vanaf welk moment dit recht op leven ingaat. Dit kan worden geïnterpreteerd als bij de conceptie, de geboorte, of ergens daartussenin. De interpretatie hiervan ligt bij de individuele landen.

De overheid heeft de plicht om een veilige omgeving te creëren waarin kinderen zich goed kunnen ontwikkelen en ongestoord kunnen opgroeien. Meer informatie over kinderrechten in de vroege kinderjaren is te vinden in General Comment nr. 7 van het VN-Comité voor de rechten van het kind.

Illustratie van het VN-Kinderrechtenverdrag met symbolen van bescherming en ontwikkeling

Juridische Bescherming van het Ongeboren Kind: De Nasciturus-Fictie

In het Nederlandse recht wordt een kind waarvan een vrouw zwanger is, beschouwd als reeds geboren, indien dit haar belang dient. Dit principe staat bekend als de nasciturus-fictie, vastgelegd in artikel 1:2 Burgerlijk Wetboek. Komt het kind dood ter wereld, dan wordt het geacht nooit te hebben bestaan.

Traditioneel werd in de jurisprudentie aangenomen dat de bescherming van het Nederlandse recht voor een ongeboren vrucht pas gold vanaf het moment dat deze levensvatbaar werd geacht. Een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag, beschreven in het Nederlands Juristenblad (NJB 2021/p.1968-1971), markeert echter een mogelijke verschuiving in deze interpretatie.

Grensverleggende Uitspraak van de Rechtbank Den Haag

De Raad voor de Kinderbescherming vroeg de rechtbank om, met toepassing van artikel 1:257 BW, een voorlopige onder toezichtstelling (VOTS) van een ongeboren kind. In dit specifieke geval betrof het een zwangerschap tussen de 16 en 19 weken, waarbij de moeder kampte met een ernstige alcoholverslaving en mogelijk drugsgebruik.

Door de verslaving van de moeder bestonden er ernstige zorgen over de ontwikkeling van het ongeboren kind. Een gynaecoloog meldde een beperkte hersenontwikkeling en een mogelijk te klein hoofdje. De kinderrechter achtte de VOTS noodzakelijk om zicht te houden op het ongeboren kind en diens veiligheid te waarborgen.

Deze uitspraak wordt als revolutionair beschouwd, omdat de juridische bescherming blijkbaar wordt uitgebreid naar de niet-levensvatbare vrucht. Dit biedt naast mogelijke drang- en dwangmaatregelen jegens de moeder meer mogelijkheden om het ongeboren kind te beschermen tegen schadelijk gedrag, zoals alcohol- en drugsgebruik of het weigeren van noodzakelijke hulp.

Infographic die de juridische bescherming van het ongeboren kind toont, met focus op de nasciturus-fictie en de uitbreiding van bescherming.

Ethische en Religieuze Perspectieven op Abortus

De discussie over het recht op leven van ongeboren kinderen is sterk verbonden met ethische en religieuze overtuigingen, met name rondom abortus. Kardinaal Wim Eijk, namens de Nederlandse bisschoppen, heeft bezwaar gemaakt tegen het idee om abortus tot een mensenrecht te verklaren. Hij stelt dat dit het fundamentele recht op leven van ongeboren kinderen ontkent, een recht dat volgens hem door de Schepper is toegekend.

Daarnaast benoemt hij het gevaar dat medische hulpverleners die principiële bezwaren hebben tegen abortus, mogelijk niet langer hun geweten kunnen volgen. Het verklaren van abortus tot een mensenrecht zou ertoe kunnen leiden dat zij vrouwen het recht op zorg en abortus ontzeggen.

Het D66-voorstel en de Reacties daarop

Een initiatiefnota van D66, met als titel ‘Toegang tot abortus is een mensenrecht’, pleit ervoor om abortus in het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en in het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten vast te leggen. Dit voorstel is ingegeven door de zorg om het aantal vrouwen dat wereldwijd sterft aan de gevolgen van onveilige abortussen.

Hoogleraar ethiek Theo Boer uit echter ernstige bezwaren tegen het gebruik van de term ‘mensenrecht’ voor abortus, gezien de complexiteit van het onderwerp. Hij benadrukt het belang van nuance en stelt dat het recht op leven van de moeder en het recht op leven van de ongeboren vrucht niet tegen elkaar uitgespeeld moeten worden.

D66-Kamerlid Wieke Paulusma, auteur van de nota, stelt dat het niet doen van iets ten koste gaat van het leven van vrouwen, en dat abortus uit het wetboek van strafrecht gehaald moet worden. Zij ziet het als een manier om te zorgen voor toegang tot goede abortuszorg en wil dat Nederland hierin een voortrekkersrol neemt.

Kardinaal Eijk daarentegen, verwijst naar paus Johannes Paulus II, die stelt dat een parlementaire of maatschappelijke meerderheid die abortus goedkeurt, een ‘tiranniek’ besluit neemt tegen het zwakste en meest weerloze menselijk wezen.

De ethiek van abortus

De Rol van de Staat en de Bescherming van het Ongeboren Leven

In de huidige Nederlandse wetgeving is abortus formeel nog steeds verboden volgens artikel 296 van het Wetboek van strafrecht. Het is echter niet strafbaar onder specifieke voorwaarden, zoals vastgelegd in de Wet afbreking zwangerschap. Dit formele verbod wordt gezien als een zekere bescherming voor het ongeboren kind.

Het D66-voorstel beoogt abortus uit het strafrecht te halen en tot een grondrecht te verheffen, met de verwachting dat dit de toegang tot veilige abortus vergroot. Critici vrezen echter dat dit de gewetensbezwaren van medische professionals ondermijnt en de bescherming van ongeboren leven verder reduceert.

De discussie wordt verder gecompliceerd door de biologische realiteit dat een embryo vanaf de bevruchting een menselijk wezen is met een uniek DNA. Hoewel het concept van ‘persoon’ met zelfbewustzijn en denkvermogen kan worden betwist, is het embryo vanaf de conceptie een potentiële menselijke persoon, wiens rechten op leven erkend zouden moeten worden.

De vraag is of de Staat, ook met een democratische meerderheid, het fundamentele recht op leven mag ontkrachten dat volgens sommigen door de Schepper aan elk mens, inclusief het ongeboren mens, is toegekend.

Alternatieven voor Abortus

In plaats van abortus als oplossing aan te bieden, wordt gepleit voor het bieden van hulp aan vrouwen die ongewenst zwanger raken. Dit omvat ondersteuning bij het uitdragen van de zwangerschap, waarna de vrouw zelf de keuze kan maken om het kind te houden of af te staan aan adoptieouders. De man die het kind verwekt heeft en de familie van de vrouw zouden hierbij een ondersteunende rol moeten spelen, in plaats van aan te dringen op abortus.

Afbeelding van handen die een pasgeboren baby vasthouden, als symbool van nieuw leven en zorg.

tags: #hebben #ongeboren #generaties #recht #op #leven