De invloed van licht op de ontwikkeling van te vroeg geboren baby's
Slaaponderzoeker Jeroen Dudink van het UMC Utrecht en zijn collega's hebben een beurs van meer dan 400.000 euro ontvangen om de invloed van licht op de ontwikkeling van het brein van te vroeg geboren baby's op de neonatale intensive care (NICU) te bestuderen.
Te vroeg geboren baby's zijn kwetsbaar en lopen het risico een ontwikkelingsachterstand op te lopen. Elk voordeel dat artsen hen kunnen bieden, is daarom van levensbelang. Neonatoloog Jeroen Dudink benadrukt dat zij altijd naar de natuur kijken voor inspiratie. In de baarmoeder heerst een duidelijk dag-nachtritme, en het aanbieden van een dergelijk ritme aan te vroeg geboren baby's wordt beschouwd als een mogelijke ondersteuning voor hun ontwikkeling.

Het BabyBright-project: daglicht en hersenontwikkeling
Vanuit de overtuiging dat daglicht een positieve invloed kan hebben op de hersenontwikkeling van te vroeg geboren baby's, is het onderzoeksproject BabyBright gestart. De Velux Stiftung steunt dit initiatief met ruim 400.000 euro.
Jeroen Dudink leidt het project en werkt samen met Laura Kervezee van het LUMC, gespecialiseerd in het circadiaanse ritme, en professor Enrico Lopriore van de afdeling neonatologie van het LUMC. Het onderzoek zal plaatsvinden op twee NICUs met verschillende ontwerpen: die van het UMC Utrecht (WKZ) en het LUMC.
“In het project gaan we de licht-donkercycli in deze twee NICUs meten”, vertelt Jeroen. “Maakt het bijvoorbeeld uit dat in Leiden bijna alle bedden bij het raam staan, terwijl dat in Utrecht niet zo is? We volgen de kinderen ook langere tijd, zodat we de impact van licht op hun ontwikkeling kunnen bepalen.”
Optimale blootstelling bepalen
De onderzoekers zullen de slaap, groei, het immuunsysteem en de ontwikkeling van het circadiaanse ritme van de baby's onderzoeken. Ook de samenstelling en kleur van het licht waaraan de kinderen worden blootgesteld, zullen worden geanalyseerd. Het uiteindelijke doel is om de optimale lichtomstandigheden voor de NICU te bepalen.
De imprint van de geboorte: blijvende invloeden op het leven
De geboorte-ervaring kan een blijvende invloed hebben op de rest van het leven. Dit fenomeen, bekend als 'imprinting', is onderwerp van wetenschappelijk onderzoek.
Wat is imprinting?
Imprinting, een concept dat nauw verbonden is met de bioloog Konrad Lorenz, verwijst naar een periode waarin de hersenen van een pasgeboren dier zeer gevoelig zijn voor specifieke prikkels die een blijvende indruk achterlaten. Lorenz demonstreerde dit door ganzenkuikens te laten imprinteren op zijn laars in plaats van op hun moeder.

Onderzoek naar de ervaringen van baby's
Psycholoog David Chamberlain onderzocht de ervaringen van baby's in de baarmoeder en tijdens de geboorte. Hij concludeerde dat ongeboren baby's kunnen leren, herinneringen vormen, pijn ervaren en communiceren. Zijn boeken, zoals "The Mind of Your Newborn Baby" en "Windows to the Womb", documenteren zijn bevindingen, deels gebaseerd op echoscopie en hypnotherapie-technieken.
Chamberlain liet kinderen vertellen over hun ervaringen tijdens de zwangerschap en geboorte. De verhalen, onafhankelijk vastgelegd van die van de moeders, vertoonden opmerkelijke overeenkomsten, wat de hypothese van aangeboren herinneringen ondersteunt.
Herinneringen aan de geboorte
Hoewel het idee dat baby's zich hun geboorte kunnen herinneren relatief nieuw lijkt, wordt het al sinds 1890 onderzocht. Kinderen kunnen zich tussen het tweede en derde levensjaar spontaan herinneren hoe het was om geboren te worden. Vanaf het derde jaar verplaatsen deze herinneringen zich naar het onderbewuste, maar kunnen ze later in het leven indirect opspelen.
Voorbeelden hiervan zijn onverklaarbare angsten, zoals angst voor vuurwerk bij iemand die op 4 juli geboren is, of angst voor treinen bij iemand die dicht bij het spoor is geboren. Psycholoog Arthur Janov documenteerde in zijn boek "Imprints, The Lifelong Effects of the Birth Experience" terugkerende droomthema's die verband houden met geboorte-ervaringen.
Gemedicaliseerde geboortezorg en de impact op imprinting
De geboortezorg is door de decennia heen steeds meer gemedicaliseerd, met een afname van thuisbevallingen en een toename van medische ingrepen bij klinische bevallingen. Deze protocollen, vaak routinematig uitgevoerd, kunnen leiden tot een negatieve imprint op de pasgeborene.
Angst en onzekerheid, gevoed door de overtuiging dat bevallen een risicovolle gebeurtenis is, spelen hierbij een grote rol. Dit kan resulteren in een negatieve imprint, terwijl dit mogelijk niet nodig was geweest.
Het creëren van een positieve imprint
Een positieve imprint kan worden bevorderd door een natuurlijke en ontspannen bevalling, waarbij een rustige baby ter wereld komt in een liefdevolle omgeving. Dit begint bij goed geïnformeerde ouders die met vertrouwen aan de bevalling beginnen.
Belangrijke factoren zijn:
- De omgeving: gedempt licht, warme temperatuur, toegang tot eten en drinken, bewegingsvrijheid.
- Veiligheid en comfort: voelt de vrouw zich veilig en op haar gemak? Kan ze ontspannen?
- Aanwezigheid van ondersteunende personen.
- Voorkeur voor bepaalde baringshoudingen.
- Communicatie met zorgpersoneel: weten welke vragen te stellen en hoe te overleggen bij dreigende ingrepen.
Dit vereist voorbereiding, denk- en zoekwerk, en deelname aan een bevallingscursus. Het is een life-changing event waarvoor energie mag worden geïnvesteerd.

De Britse gynaecoloog Grantly Dick-Read benadrukte al dat de grootste kracht achter vrede en welvaart voortkomt uit moeders in hun huizen, en dat de verloskunde een onschatbare aanvulling is op de gezondheid en het geluk van de mensheid.
Abortus: een complex onderwerp in het leven van jonge vrouwen
Het thema abortus is complex en raakt aan persoonlijke keuzes, maatschappelijke normen en de waarde van het leven. Verhalen van jonge vrouwen belichten de emotionele en sociale aspecten van deze beslissing.
Persoonlijke verhalen en maatschappelijke trends
Maya, op 21-jarige leeftijd zwanger geraakt tijdens haar studie, koos voor een abortus. Haar verhaal, gedeeld in de roman "De langste één minuut" van auteur Diet Groothuis, belicht de druk en het taboe rondom abortus. De roman, deels gebaseerd op Groothuis' eigen ervaringen, verkent de keuzes van jonge vrouwen die ongewenst zwanger raken.
Onderzoek van Rutgers en Soa Aids Nederland (2023) toont aan dat een aanzienlijk deel van de jongeren geen condoom gebruikt. De trend van huiverigheid tegenover hormonale anticonceptie kan bijdragen aan een toename van het aantal abortussen.
Het doorbreken van het taboe
Maya en Groothuis streven ernaar het taboe op abortus te doorbreken door er openlijk over te praten. De norm dat een vrouw voorbestemd is om moeder te worden, botst met de keuze voor abortus. Openheid en gesprek zijn essentieel om dit taboe te overwinnen.
Het boek richt zich op jongvolwassenen, om hen te laten weten dat ze niet alleen zijn en dat ongewenste zwangerschappen vaker voorkomen dan gedacht. Het gesprek met de auteur hielp Maya om haar verhaal gemakkelijker te delen.
Anticonceptie en de realiteit van zwangerschap
De roman volgt Mel, die kiest voor 'natuurlijke' anticonceptiemethoden en menstruatie-apps, methoden die populair zijn op sociale media maar niet bedoeld zijn als anticonceptie. Hoewel de huiverigheid voor de pil begrijpelijk is vanwege bijwerkingen, is het belangrijk te weten dat geen enkele methode honderd procent effectief is.
Zelfs bij correct gebruik kan zwangerschap optreden. Dit benadrukt de noodzaak van accurate informatie over anticonceptiemethoden.
Familie, steun en de impact van de beslissing
In het boek confronteert Mel haar vader, die het contact verbreekt na haar keuze voor abortus. Maya ervoer daarentegen steun van haar ouders, die haar de ruimte gaven om haar eigen keuze te maken. Niet iedereen kan op dergelijke steun rekenen.
Groothuis vond het schrijven van een scène waarin Mel haar vader confronteert, helend. De strijd tegen abortus wint terrein in verschillende landen, met politieke druk op abortusrechten.

Abortusrechten in Nederland
Hoewel abortusrechten in Nederland wettelijk zijn geregeld, blijft het onderwerp politiek gevoelig. Debatten over de verplichte bedenktijd en de impact daarvan op het aantal abortussen vinden plaats.
Studenten hebben zich ook uitgesproken, met protesten tegen abortus en tegenprotesten. Hoewel Maya en Groothuis geen directe bedreiging van abortusrechten in Nederland zien, constateren ze wel een polarisatie en toenemende extremiteit in het publieke debat.
De nasleep: rouw en zelfontdekking
Zowel Mel in de roman, als Maya en Groothuis, doorliepen een rouwfase na de abortus, ook al wisten ze zeker dat het de juiste beslissing was. De hormonale schommelingen en het gevoel van verlies kunnen intens zijn.
Het is belangrijk te benadrukken dat er geen 'juiste' of 'foute' manier is om je te voelen voor, tijdens of na een abortus. Elke vrouw ervaart dit anders.
De abortus kan een proces van zelfontdekking in gang zetten, waarbij de vrouw nadenkt over wie ze is en wat ze van het leven wil. Het dwingt tot introspectie.
De waarde van het ongeboren leven
De discussie over wanneer het leven begint en hoe het ongeboren leven gewaardeerd moet worden, is een voortdurend maatschappelijk debat.
Week van het Leven: focus op verwondering
De Week van het Leven, gehouden van 9 tot 16 november 2024, vraagt aandacht voor de waarde van het ongeboren leven, met een focus op jongeren. Het doel is hen te inspireren en te laten zien dat ze er mogen zijn.
Via STER-reclames worden video's uitgezonden die belangrijke momenten in het leven van jongeren tonen, beginnend bij hun geboorte.
Wat definieert leven?
De vraag wanneer het leven begint, is complex. In Nederland wordt algemeen aangenomen dat het leven begint bij 24 weken zwangerschap, de grens voor abortus. Echter, vanaf 1 januari 2025 kunnen ook levenloos geboren kinderen na minder dan 24 weken een officiële naam en registratie krijgen.
Het idee dat een kind van minder dan 24 weken slechts een klompje cellen is, botst met de intuïtie van veel ouders, die hun kind al als zodanig beschouwen en een naam willen geven.

Levensvatbaarheid versus mens-zijn
De 24-wekengrens is gebaseerd op de levensvatbaarheid buiten de baarmoeder. Echter, de vraag is of dit het juiste criterium is. De mate van afhankelijkheid van de moeder bepaalt niet of een kind een mens is.
Vanaf de bevruchting is een kind volledig afhankelijk. De samenleving zou zich moeten afvragen of een levensvatbaarheidscriterium de juiste grond is voor een abortusgrens. Alternatieven, zoals hart- en hersenfunctie, kunnen overwogen worden, maar de meest consequente lijn is om vanaf de bevruchting te spreken van een kind.