Dit rapport, opgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), biedt een gedetailleerd overzicht van het aanbod van kinderopvang in Nederland. Het beschrijft de ontwikkelingen van de afgelopen jaren, met een focus op het aantal beschikbare kindplaatsen, de verschillende typen opvang, de rechtsvormen van aanbieders, het type gebouwen waarin kinderopvang plaatsvindt, de dynamiek onder aanbieders, het gebruik van kinderopvang en de bijbehorende tarieven, evenals de relatie met de arbeidsmarkt.
1. Inleiding en Doelstelling
Het ministerie van SZW heeft behoefte aan meer cijfermatig inzicht in de kinderopvang om een objectief en feitelijk beeld te creëren. Deze inzichten ondersteunen discussies over kinderopvang en beleidsmatige besluitvorming. Nederland kent een privaat kinderopvangstelsel, waarbij de overheid verantwoordelijk is voor het stelsel als geheel, maar de organisatie van de kinderopvang door private aanbieders geschiedt.
In het kader van deze behoefte heeft het CBS eerder het dashboard 'Kinderopvang in Nederland' gepubliceerd, dat regionaal cijfers over het aanbod in relatie tot de potentiële vraag presenteert. Dit dashboard is in november 2024 geüpdatet en uitgebreid met informatie over ontwikkelingen rondom aanbod, gebruik en prijzen. Naast dit dashboard heeft SZW de wens voor een jaarlijks rapport dat de belangrijkste ontwikkelingen van de aanbodzijde van de kinderopvang inzichtelijk maakt, ter informatie van de Tweede Kamer.
Daarnaast verkent SZW de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van tariefregulering in de kinderopvang. Om mogelijke nadelige effecten van tariefregulering op het aanbod te beoordelen, beschrijft dit rapport op hoofdlijnen de ontwikkelingen wat betreft het aanbod van kinderopvang.
2. Ontwikkeling in het Aanbod van Kinderopvang
In Nederland werd in 2023 ruim 750 duizend kindplaatsen aangeboden in de kinderopvang. Dit aantal is de afgelopen jaren toegenomen, hoewel de groei de laatste jaren is gestagneerd. Een significante daling is te zien in het aantal gastouders: van meer dan 33 duizend in 2017 naar minder dan 20 duizend in 2023.
Het aantal locaties waar kinderopvang wordt aangeboden, is relatief stabiel gebleven, terwijl het aantal locaties voor buitenschoolse opvang (BSO) juist is gestegen.
2.1 Beschikbare Kindplaatsen
Het aantal beschikbare kindplaatsen in de kinderopvang laat een geleidelijke stijging zien. In 2017 waren er iets meer dan 700 duizend kindplaatsen, wat in 2023 opliep tot ruim 750 duizend. De groei in het aantal kindplaatsen is de laatste jaren echter minder sterk, met een stijging van minder dan één procent tussen 2022 en 2023.

2.2 Typen Kinderopvang
Het aanbod van kinderopvang kan worden onderverdeeld in dagopvang/kinderdagverblijf (KDV), buitenschoolse opvang (BSO) en gastouderopvang (GO). KDV biedt opvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar gedurende de hele dag. BSO richt zich op kinderen van 4 tot 12 jaar buiten schooltijd, tijdens studie- en adv-dagen en in vakanties. Gastouderopvang vindt plaats in de woning van de gastouder of de ouder, waarbij het aantal kinderen dat een gastouder mag opvangen afhankelijk is van de leeftijd.
Het aandeel gastouders in het totale aanbod is aanzienlijk gedaald. In 2017 vormden gastouders nog 37 procent van het aanbod, terwijl dit in 2023 was gedaald tot 22 procent.
Er zijn duidelijke regionale verschillen in het type kinderopvang dat wordt aangeboden. Zo varieert het aandeel gastouderopvang per regio aanzienlijk.
2.3 Rechtsvorm van Aanbieders
Meer dan acht op de tien aanbieders van kinderopvang (kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang) hadden in 2023 een profit rechtsvorm. Het aandeel aanbieders met een profit rechtsvorm neemt over de tijd toe. De verschillen tussen kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang wat betreft rechtsvorm waren in 2023 beperkt.
Er zijn ook regionale verschillen in de rechtsvorm van aanbieders. In sommige arbeidsmarktregio's was het aandeel profit organisaties lager dan het landelijk gemiddelde van circa 82 procent.

2.4 Type Gebouwen voor Kinderopvang
De meeste kinderopvang wordt aangeboden in gebouwen met een functie "Woon", "Onderwijs" of "Bijeenkomst" volgens de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). Het aandeel gebouwen waarin kinderopvang wordt aangeboden met een onderwijsfunctie stijgt over de tijd. Het aandeel van gebouwen met een woonfunctie neemt af, mogelijk door de toename van buitenschoolse opvanglocaties en de afname van gastouderopvanglocaties.
Kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang laten een vergelijkbaar beeld zien wat betreft de BAG-functie van de gebouwen. Er zijn echter aanzienlijke regionale verschillen in het type panden waarin kinderopvang wordt aangeboden.

3. Dynamiek van Aanbieders van Kinderopvang
Om de kinderopvangmarkt beter te begrijpen, is het belangrijk om de dynamiek onder aanbieders te analyseren. In Nederland boden in 2023 bijna 17 duizend locaties kinderopvang of buitenschoolse opvang aan, georganiseerd door ruim 2 duizend organisaties.
3.1 Aantal Organisaties en Locaties
Hoewel het aantal organisaties dat kinderopvang aanbiedt afneemt, neemt het aantal locaties waar kinderopvang wordt aangeboden sinds 2017 toe. Dit resulteert in een toename van het gemiddeld aantal locaties per organisatie. Deze toename is echter de laatste jaren gestagneerd; in 2022 en 2023 was het gemiddeld aantal locaties per organisatie acht.
De gemiddelde afstand tot een kinderopvanglocatie is relatief klein, zowel voor kinderdagverblijven (circa 0,7 km) als voor buitenschoolse opvang (circa 0,8 km).
3.2 Veranderingen in Houderschap van Locaties
Het aandeel kinderopvanglocaties dat van houder (organisatie) verandert, is relatief beperkt. In 2023 had ongeveer 4,5 procent van de locaties voor kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang een andere houder dan in het voorgaande jaar.
Het aandeel overgenomen locaties liet in de eerdere jaren een lichte stijging zien, gevolgd door een afname.
4. Gebruik en Kosten van Kinderopvang
Het totaal aantal afgenomen uren kinderopvang is de afgelopen jaren gestegen. In 2017 was dit afgerond 425 miljoen uur, oplopend tot meer dan 642 miljoen uur in 2023. Het gemiddeld aantal afgenomen uren per kind is eveneens gestegen, van 520 uur in 2017 naar 610 uur in 2023.
De stijging in het gemiddeld aantal afgenomen uren per kind is de laatste jaren wel afgezwakt. Het gemiddelde uurtarief voor kinderopvang stijgt over de tijd, zowel voor kinderdagverblijven als voor buitenschoolse opvang. De uurtarieven voor de kinderopvang zijn hoger dan voor de buitenschoolse opvang.
Het is op basis van deze beschrijvende analyse niet te zeggen of de afzwakking van het gemiddeld aantal afgenomen uren per kind het gevolg is van de gestegen prijzen.

5. Arbeidsmarkt en Beschikbare Kindplaatsen
De krapte op de arbeidsmarkt is de laatste jaren toegenomen, en ook in de kinderopvang stijgt het aantal openstaande vacatures. Hoewel het totaal aantal beschikbare kindplaatsen niet is afgenomen, stagneert de eerdere toename wel.
In toekomstige updates van dit rapport kan worden gemonitord hoe het aantal beschikbare kindplaatsen in de kinderopvang zich verder ontwikkelt.
6. Beroepskracht-Kind-Ratio (BKR) in Kinderopvang
De beroepskracht-kind-ratio (BKR) bepaalt het aantal begeleiders dat aanwezig is in de kinderopvang. Deze ratio is afhankelijk van het aantal kinderen op een groep en hun leeftijd.
Specifieke ratio's zijn vastgesteld: één gediplomeerde pedagogisch medewerker mag maximaal drie baby's (0 jaar), vijf dreumesen (1 jaar), acht peuters (2-3 jaar), tien basisschoolkinderen (4-6 jaar) of twaalf oudere basisschoolkinderen (7-12 jaar) opvangen.
Bij groepen met kinderen van verschillende leeftijden wordt het aantal leidsters per kind aangepast. Een kinderdagverblijf kan veel betekenen voor de ontwikkeling van kinderen, waarbij pedagogisch professionals deskundigen zijn in opvoeding en ontwikkeling.
Er bestaan horizontale groepen (kinderen van dezelfde leeftijd) en verticale groepen (kinderen van 0 tot 4 jaar bij elkaar). De grootte van de groep hangt af van de leeftijd en het aantal pedagogisch medewerkers.
De kinderopvangorganisatie mag maximaal 3 uur per dag afwijken van de BKR, waarbij minder pedagogisch medewerkers ingezet mogen worden (de 3-uursregeling). Dit geldt voor dagopvang en buitenschoolse opvang. Alle houders moeten overzichten van ingezette beroepskrachten en presentielijsten bijhouden.
Er is een vereiste dat minimaal één vast gezicht van het kind op de groep werkt om emotionele veiligheid te bieden. Het aantal verschillende vaste gezichten is beperkt: maximaal 2 of 3 medewerkers voor kinderen tot 1 jaar, en maximaal 3 of 4 voor kinderen van 1 jaar of ouder.
tags: #hoeveel #kinderen #kinderdagverblijf