Inbakeren is een eeuwenoude techniek die je baby helpt om tot rust te komen en makkelijker in slaap te vallen. Voor nieuwe ouders kan het even wennen zijn, maar met de juiste informatie wordt inbakeren snel een veilig en vertrouwd onderdeel van het slaapritueel van je baby. Inbakeren, ook wel inwikkelen genoemd, is een methode waarbij je je baby stevig inpakt in een doek of een speciale inbakerslaapzak. Dit geeft je baby een veilig, warm en geborgen gevoel dat lijkt op de baarmoeder.

Hoewel inbakeren een persoonlijke keuze is, is er beperkt bewijs dat het beschermt tegen wiegendood (SIDS). Je kunt vanaf de geboorte beginnen met inbakeren. Hierdoor wordt het al snel een herkenbaar onderdeel van het bedtijdritueel. Stop direct met inbakeren zodra je baby tekenen laat zien van omrollen of zichzelf probeert op te drukken. Dit gebeurt meestal tussen 3 en 4 maanden.
Wanneer helpt inbakeren?
Inbakeren kan nuttig zijn voor baby's die:
- Moeite hebben om in slaap te vallen.
- Alleen maar korte slaapjes doen.
- Snel overprikkeld zijn.
- Veel huilen of jengelen van moeheid.
- Last hebben van aanleg- of (borst)voedingsproblemen als gevolg van slaaptekort en oververmoeidheid.
Wanneer niet inbakeren?
Het is belangrijk om niet in te bakeren in de volgende situaties:
- Als jouw baby koorts heeft.
- De eerste 24 uur na D(K)TP, HIB of andere vaccinaties.
- Bij een ernstige luchtweginfectie en/of benauwdheid.
- Bij een voorkeurshouding (scoliose) door een afwijking in de wervelkolom.
- Bij een dysplastische heupontwikkeling of een verhoogde kans daarop.
- Na 4 maanden niet meer starten met inbakeren.
- Uiterlijk op de leeftijd van 6 maanden stoppen met inbakeren (beter is om voor die tijd stap voor stap af te bouwen).
- Als jouw baby eczeem heeft of veel spuugt, is het raadzaam om eerst te overleggen met een arts of lactatiekundige.
- Als de onrust van jouw baby het gevolg is van honger.
Huilen is een laat hongersignaal. Een baby die huilt, heeft doorgaans al langere tijd geprobeerd om met vroege hongersignalen aandacht te trekken. Het is goed om te onthouden dat vroege hongersignalen tussen kinderen verschillen en in de loop van de tijd kunnen veranderen.

Timing is essentieel voor een goed effect
Start met inbakeren bij het eerste slaapje van de dag. En heel belangrijk: baker je baby op het juiste moment in, bij de eerste signalen van vermoeidheid. Vergelijk het met jezelf: als je moe bent en direct gaat liggen, slaap je meteen. Als je echter iets doet om je moeheid te verdrijven en daarna gaat liggen, kun je niet slapen, ook al ben je moe. Zo is het ook bij baby's. Als ze over hun vermoeidheid heen zijn, kunnen ze niet meer in slaap vallen.
Als je baby overstuur is, heeft het dus geen zin om hem in te bakeren in de hoop dat de doeken het huilen zullen stoppen. Troost je baby, wacht een nieuwe 'dip' af en baker hem dan in. Leg hem vervolgens, na een kort bedritueeltje, wakker in bed.
Als je de Pacco doek op tijd als hulpmiddel gebruikt en je je baby op het juiste moment te slapen legt, zul je versteld staan van het effect: directe ontspanning, rust en slaap. Goed beginnen met inbakeren is het halve werk.
Vermoeidheidssignalen bij baby's tot 3 maanden
Let op de volgende signalen die kunnen duiden op vermoeidheid:
- Staren ('glazige' blik)
- Grimas op het gezicht
- Geluidjes maken als een krakende deur
- Gezicht in je borst begraven
- Overstrekken
- Gebalde vuistjes

Alleen 's nachts inbakeren?
Als je jonge baby overdag nauwelijks slaapt en je hem voor de nacht inbakert, heb je kans dat hij eerder doorslaapt. Dit komt dan vooral omdat je baby door- en doormoe is. De doeken helpen hem dan om een lange ruk te maken. Een baby heeft overdag echter ook rust, ontspanning en slaap nodig. Als je baby zonder inbakeren overdag goed slaapt (slaapjes van minimaal 1,5 uur), dan is alleen 's nachts inbakeren geen probleem. Als hij overdag moeizaam slaapt, dan is het aan te raden om tijdens alle slaapjes in te bakeren.
Doorslapen is fijn voor ouders, maar een jonge baby doet dat van nature niet. De meeste baby's worden de eerste maanden één of twee keer wakker. Je spreekt bij een jonge baby dan ook niet van een dag- en nachtritme, maar van een slaap-waakritme. Na een paar maanden neemt een baby het ritme van zijn omgeving over.
Een ingebakerde baby slaapt doorgaans wel gemakkelijk verder na een nachtvoeding. Hoewel niet aaneengesloten, is dit in wezen doorslapen. Een baby die overdag goed slaapt, zal 's nachts 3 à 4 uur achtereen slapen. Dit is normaal voor een jonge baby. Slaapt hij langer achtereen, dan heb je geluk.
Voorspelbaarheid & weinig prikkels
Blijf een week thuis om goed de signalen van je baby te leren kennen en voed en verschoon op een vaste plaats. Maak het leven van je baby overzichtelijk en voorspelbaar. Voorspelbaarheid zorgt ervoor dat hij niet steeds alert hoeft te zijn (Wat gaat er gebeuren? Wanneer? Door wie? Waar?). Door rustig en voorspelbaar te handelen kan je baby zich beter ontspannen en overgeven aan de slaap.
Leg een jonge baby in de box nog niet onder een baby-gym of mobiel. Dit houdt je baby te lang wakker. Hij wordt daarvan té moe en overprikkeld om nog ontspannen in slaap te kunnen vallen. Laat de box aan één kant vrij van speelgoed.
Een fijne plek om kind te zijn: Effectieve leeromgevingen creëren — Trailer
Veilig inbakeren
Het is belangrijk om altijd de veilige slaaprichtlijnen te volgen. Leg je baby altijd op zijn rug op een schoon, stevig en vlak matras dat de juiste maat heeft voor het ledikantje/wiegje.
Waar moet je op letten bij veilig inbakeren?
- Leg je baby altijd op de rug.
- Zorg ervoor dat je baby het niet te warm krijgt. De inbakerdoek telt als één laag kleding.
- Let erop dat de heupen van je baby voldoende bewegingsruimte hebben om vrij te kunnen bewegen. Dit is belangrijk voor een gezonde heupontwikkeling. Te strak inwikkelen kan leiden tot heupdysplasie. Zorg voor 2 tot 3 vingers ruimte tussen je baby en het dekentje.
- Kies bij voorkeur voor een dekentje van natuurlijke, goed ademende materialen zoals katoen, linnen, of een katoenmix. Een hydrofiele doek (tetradoek) kan ook.
- Een inbakerslaapzak is een slaapzak zonder armsgaten. De armpjes zitten in de slaapzak, maar niet strak tegen het lichaam zoals bij inbakeren. Gebruik dit soort slaapzak zeker niet voor een baby ouder dan 3 maanden, aangezien baby's hierin mogelijk net voldoende beweegruimte hebben om per ongeluk naar de buik te draaien, maar niet om weer zelf terug te draaien.
- Zorg dat het hoofdje en de nek van je baby vrij blijven.
- Controleer of de doek niet te strak zit en nergens knelt, zeker niet rond de heupen. Je baby moet de beentjes nog kunnen bewegen.
Een te warme of te koude slaapomgeving verhoogt het risico op onrust en onveilige situaties.
Het wordt afgeraden om je baby ingebakerd te voeden. Haal de slaapzak of doek af tijdens het voeden.
Overgang naar slapen zonder inbakeren
Wanneer je baby signalen van omrollen laat zien, is het tijd om af te bouwen. Overgangsslaapzakken met afritsbare vleugels zijn hiervoor ideaal. Vervang de inbakerdoeken door een slaapzak. Zo heeft je baby zijn armen vrij en kan zich terugdraaien als het op de buik komt te liggen.
Begin met afbouwen vanaf ongeveer 4 maanden en stop helemaal met inbakeren als je baby 6 maanden is. Start niet meer met inbakeren als je baby 4 maanden is, want dit is al het moment om stilaan af te bouwen. Stop meteen met inbakeren als je baby vroeger begint om te rollen.

Inbakeren en borstvoeding
Inbakeren kan bij sommige moeders en/of kindjes problemen bij de borstvoeding geven. Bij een gezond, op tijd geboren kindje heeft de borstvoeding het beste kans van slagen als je op verzoek voedt. Als je op verzoek voedt, leg je je kindje aan als hij door middel van vroege hongersignalen aangeeft dat hij aan de borst wil drinken.
Als je je kindje inbakert, wikkel je hem strak in doeken of pak je hem in een inbakerdeken of inbakerslaapzak in. Je hoopt hiermee te bereiken dat je kindje wakker in bed gelegd kan worden, eventueel in een andere kamer dan waar jij wilt zijn. Door het verminderde aantal voedingen kun je ook last krijgen van overvolle borsten, verstopte melkkanaaltjes of zelfs een borstontsteking.
Een kindje dat zijn handjes niet kan bewegen, kan veel vroege hongersignalen niet uiten. Sommige kindjes hebben ook moeite om de vroege hongersignalen te vertalen in late, duidelijker hongersignalen, vooral als hun bewegingsvrijheid beperkt is. Na het vertonen van vroege hongersignalen worden ze niet volledig wakker, maar gaan ze weer slapen. Hiermee lopen zij het risico om te weinig melk binnen te krijgen, wat kan leiden tot stille ondervoeding.
Bij borstvoeding kan deze methode van verzorging ook problemen geven. Door het gebruik van een vast schema kan de baby moeite hebben om genoeg melk binnen te krijgen en kunnen je borsten te weinig gestimuleerd worden om je melkproductie goed op gang te brengen en te houden. Het gebruik van een fopspeen heeft ook duidelijke nadelen bij borstvoeding.
Het is belangrijk je te realiseren dat iedere borstvoedingsrelatie uniek is. Jij bent je buurvrouw niet, en jouw kindje is niet haar kindje. In sommige situaties, zoals wanneer een kindje in de couveuse ligt of een neurologische afwijking heeft, kan de lactatiekundige aanraden om het kindje tijdens de borstvoeding in te wikkelen. Vaak wordt hierbij een andere methode van inwikkelen gebruikt, waarbij het kindje gebogen ligt en de handjes eventueel kan bewegen. Deze manier van inwikkelen kan sommige kindjes helpen om hun bewegingen en dus ook het zuigen beter te coördineren. In deze situaties vraagt de borstvoeding altijd om speciale aandacht, en het is belangrijk om dan de hulp van een goede lactatiekundige te hebben.
Bespreek je voornemen om je kindje in te bakeren op het consultatiebureau. Het is heel belangrijk dat een arts je kindje goed onderzoekt vóórdat je gaat inbakeren, en dat je je kindje op een veilige manier inbakert.
Houd het aantal voedingen per etmaal in de gaten. Het is heel normaal dat een jonge baby acht tot twaalf voedingen of meer per etmaal nodig heeft om genoeg melk binnen te krijgen. Ook om de melkproductie goed op gang te krijgen en op peil te houden kan dit belangrijk zijn. Bedenk dat de melkproductie pas na zes weken volledig op gang is.
Houd de lengte van de slaapperiodes van je kindje in de gaten, en leg hem de eerste weken ’s nachts uiterlijk na vijf tot zes uur slapen weer aan. Houd de luiers en de groei van je kindje goed in de gaten. Laat je kindje eventueel wat vaker wegen.
Nachtvoedingen en slaapgedrag
Pasgeboren baby's kunnen erg luidruchtige slapers zijn. Ze grommen, jammeren en maken andere geluidjes tijdens hun slaap. Veel ouders denken ten onrechte dat hun baby wakker is, terwijl ze gewoon heerlijk liggen te slapen. Om te voorkomen dat je per ongeluk hun slaap verstoort, is het advies om eerst je baby te observeren. Wacht desnoods een paar seconden of minuten af.
Probeer licht tijdens de nachtvoedingen te vermijden. Als je wat licht nodig hebt, gebruik dan een rood nachtlampje, het licht van je telefoon of laat een beetje licht van de gang in de kamer vallen. Blootstelling aan licht tijdens de nachtelijke uren geeft de biologische klok van je baby een signaal dat het dag is.
White noise kan baby's helpen om in slaap te vallen en langer in slaap te blijven. Houd de witte ruis aan tijdens de voedingen, zo stimuleer je dat je baby slaperig blijft.
Veel ouders verschonen ook ’s nachts elke drie uur de luier of elke keer wanneer hun baby wakker wordt. Dit is niet altijd nodig. Verschoon alleen de luier van je baby wanneer dit noodzakelijk is. Het verschonen van luiers kan een baby stimuleren en daardoor wakkerder maken dan nodig is. Natuurlijk is het oncomfortabel als de luier helemaal vol is, maar een paar plasjes kunnen echt geen kwaad.
Houd je baby zo slaperig mogelijk. Als je baby is ingebakerd, houd hem dan tijdens de nachtelijke voedingen ingebakerd. Of als je baby ouder is, bewaar hem dan in zijn slaapzak. Als je voor of tijdens het voeden een luier moet verschonen, wikkel ze dan opnieuw in of stop ze terug in hun slaapzak zodra ze zijn verwisseld.
Het is nodig om je baby de kans te geven om te boeren. Wanneer je baby in slaap valt of weer in bed wordt gelegd zonder dat er een boer gelaten is, kan dit ervoor zorgen dat hij niet gemakkelijk weer in slaap valt of dat hij snel weer wakker wordt.
Probeer ’s nachts te veel stimulatie te vermijden. Het is voor je baby én jezelf fijn als er snel een duidelijk dag- en nachtritme ontstaat. Dit betekent dat je je baby wilt aanleren dat er ’s nachts vooral geslapen wordt. Dag-nachtverwarring wil je voorkomen en één van de oorzaken is te veel communicatie of stimulatie in de nacht. Pasgeboren baby's worden heel gemakkelijk gestimuleerd, zelfs het geluid van een stem is voldoende om ze te stimuleren en ze zullen volledig wakker worden om dit nieuwe geluid te horen.
Blijf voor jezelf zorgen. Als je borstvoeding geeft, zorg er dan voor dat je genoeg water drinkt als je ’s nachts aan het voeden bent. Bewaar een waterfles naast je bed zodat je het niet vergeet.
De ervaring leert dat veel ouders hier ’s nachts minder de tijd voor nemen. Maar ook ’s nachts is het nodig om je baby de kans te geven om te boeren. Wanneer je baby in slaap valt of weer in bed wordt gelegd zonder dat er een boer gelaten is, kan dit ervoor zorgen dat hij niet gemakkelijk weer in slaap valt of dat hij snel weer wakker wordt. Komt er maar niets los? Ga toch nog even door. De kans is groot dat je baby alsnog een boertje laat.
Wist je dat de meeste baby's na een paar maanden al genoeg hebben aan 1 tot 2 nachtvoedingen? De nacht is vaak een spiegel van de dag.
tags: #inbakeren #en #snachts #verschonen