Jeugdverpleegkundige en Culturele Achtergrond: Een Transculturele Benadering in de Jeugdzorg

De hedendaagse samenleving wordt gekenmerkt door een toenemende diversiteit, mede door de recente instroom van vluchtelingen uit landen als Syrië, Eritrea, Irak, Afghanistan en Oekraïne. Dit betekent dat professionals in de jeugd-ggz steeds vaker te maken krijgen met kinderen, jongeren en ouders die een andere culturele en levensbeschouwelijke achtergrond hebben dan zijzelf. Deze diversiteit brengt uitdagingen met zich mee, aangezien zorgverleners geconfronteerd kunnen worden met onbekende opvattingen over psychische problemen, beperkingen, hulpzoekgedrag, opvoedingsstijlen en levensstijlen.

De centrale vraag die hieruit voortvloeit, is hoe professionals adequaat kunnen reageren op deze culturele verschillen en hoe zij hierover effectief kunnen communiceren met cliënten en hun naasten. Dit artikel, vanuit een antropologisch en sociologisch perspectief, beoogt hier antwoord op te geven. Na het verhelderen van enkele kernbegrippen, wordt ingegaan op de invloed van cultuur en levensbeschouwing op ziekteopvattingen en hulpzoekgedrag. Vervolgens wordt het concept cultuursensitief werken geïntroduceerd en het belang ervan voor de zorg voor migrantenkinderen en -jongeren benadrukt. Tevens worden praktische tips geboden voor zorgverleners om cultuursensitief te werken. Tot slot wordt de relevantie van identiteitsvorming en opvoeding voor zorgverleners die met deze doelgroep werken, uiteengezet.

Cultuur, Levensbeschouwing en Ziekteopvattingen

Cultuur kan worden omschreven als een manier van leven. Levensbeschouwing, als een essentieel aspect van cultuur, omvat het geheel van overtuigingen, waarden en normen die richting en betekenis geven aan het leven van een individu. Iedereen, ongeacht religieuze overtuiging, bezit een levensbeschouwing. Religie is een specifieke vorm van levensbeschouwing, gekenmerkt door het geloof in een transcendente realiteit. Voorbeelden van religies zijn het christendom, de islam, het hindoeïsme, het jodendom en het boeddhisme. Niet-religieuze levensbeschouwingen omvatten onder andere het humanisme, atheïsme en agnosticisme.

Cultuur en levensbeschouwing hebben een significante invloed op hoe cliënten ziekte ervaren en welk gedrag zij vertonen bij het zoeken naar hulp. Sommige ouders, vanuit bijvoorbeeld christelijke of antroposofische overtuigingen, kunnen ervoor kiezen hun kinderen niet te vaccineren tegen ziekten als bof, mazelen en rodehond. Anderen wenden zich bij ziekte tot alternatieve geneeswijzen zoals homeopathie, kruidengeneeskunde of religieuze geneeswijzen, zoals gebedsgenezing.

Deze culturele en levensbeschouwelijke invloeden op gezondheids- en ziekteopvattingen zijn ook terug te vinden bij migranten en hun nakomelingen. Bekende voorbeelden zijn de winkels van traditionele Chinese genezers in grote steden, wintigeneeswijzen onder Afro-Surinaamse Nederlanders, brua-geneeswijzen onder Curaçaose en Arubaanse Nederlanders, hindoeïstische geneeswijzen onder Surinaams-Hindostaanse Nederlanders en islamitische geneeswijzen onder Marokkaanse en Turkse Nederlanders. Bij lichamelijke en psychische problemen van hun kinderen of jongeren, consulteren sommige migrantenouders naast reguliere zorgverleners ook alternatieve genezers.

Een voorbeeld hiervan is de ervaring van een 31-jarige Surinaams-Nederlandse Hindostaanse vrouw die haar ouders ondersteunt bij bezoeken aan zorgverleners. Voor gezondheidsproblemen van gezinsleden raadpleegden haar ouders ook alternatieve genezers. Zo lieten haar ouders voor haar broer met een verstandelijke beperking de horoscoop trekken door een pandit, die aangaf dat zijn geboorte in een ‘slechte tijd’ en zijn karma hieraan ten grondslag lagen. Voor haar zusje met paniekaanvallen adviseerde de pandit een Shanti Grah, een ritueel met meditatie en mantra’s, uitgevoerd door drie priesters. Ook werden er amuletten gebruikt, waarbij specifieke dieetvoorschriften golden.

Illustratie van verschillende culturele geneeswijzen en rituelen.

De Dynamiek van Cultuur en Hulpzoekgedrag

Het is cruciaal om te beseffen dat binnen groepen met een gedeelde cultuur verschillende accenten gelegd kunnen worden. Bovendien zijn culturen dynamisch en veranderen ze voortdurend. Dit uit zich in belangrijke verschillen tussen de eerste generatie migranten en latere generaties, maar ook binnen generaties zelf. Deze dynamiek is eveneens van invloed op ziekteopvattingen en hulpzoekgedrag.

Wintireligie en Afro-Surinaamse Nederlanders

Een illustratief voorbeeld betreft de geneeswijzen verbonden aan de wintireligie, een verzameling religieuze opvattingen en handelingen die tot slaaf gemaakte West-Afrikanen naar Suriname brachten. De wintireligie erkent het bestaan van een Schepper (Anana Keduaman Keduampon), winti's (goden of natuurgeesten), jorka's (geesten van overledenen en voorouders) en de kra (de ziel van de levende mens). Kenmerkend zijn zang, dans, muziek en rituele handelingen, waarbij mensen soms in bezit kunnen worden genomen door goden of geesten. Met de migratie van Afro-Surinamers naar Nederland eind twintigste eeuw, kreeg winti hier meer bekendheid. Een deel van de eerste generatie migranten hechtte waarde aan wintireligie en consulteerde wintipriesters bij ziekte of problemen. Onder latere generaties Afro-Surinaamse Nederlanders is er, als onderdeel van hun identiteitsvorming, een groeiende interesse in de wintireligie. Zij verdiepen zich meer dan de eerste generatie in de Afrikaanse oorsprong van deze religie en hun voorouderlijke erfgoed. Via sociale media en publicaties uiten zij zich kritisch over het kolonialisme, het slavernijverleden en het christendom, en bepleiten zij een afrocentrisch perspectief, waarbij zij theologische argumenten aanvoeren om de onderdrukking van de wintireligie door het christendom te beschrijven. Dit leidt tot een herwaardering van de Afrikaanse spirituele tradities die aan winti ten grondslag liggen. Hierdoor oriënteren leden van de eerste generatie zich vaak op Suriname, terwijl latere generaties zich meer richten op hun Afrikaanse roots.

Islamitische Geneeswijzen en Turkse en Marokkaanse Nederlanders

Een tweede voorbeeld van culturele dynamiek in ziekteopvattingen betreft ontwikkelingen onder moslims in Nederland. Sommige leden van de eerste generatie Turkse en Marokkaanse moslims zochten genezing bij ziekte en problemen in hun land van herkomst, bijvoorbeeld door het bezoeken van graftombes van heiligen en het uitvoeren van rituelen. Anderen, waaronder leden van de tweede en derde generatie, beschouwen het bezoeken van heiligengraven en het consulteren van religieuze genezers als zondig (shirk) en zinloos, en baseren zich daarbij voornamelijk op de Koran, de hadieth en uitspraken van islamitische theologen. De reden voor deze generatieverschillen ligt vermoedelijk in het feit dat veel leden van de eerste generatie een vorm van islam aanhingen die culturele elementen bevatte. Net als bij Afro-Surinaamse Nederlanders, gaan Marokkaans- en Turks-Nederlandse moslims van latere generaties anders om met religieuze interpretaties van ziekten en problemen.

Een 27-jarige zus van een 25-jarige Marokkaans-Nederlandse man vertelt over haar broer die schizofrenie bleek te hebben. Haar ouders dachten aanvankelijk aan dzjenoun (geesten). Na een periode van terugtrekking en nachtelijk ijsberen, realiseerde de familie zich dat er meer aan de hand was. De broer besefte pas later wat hij had gedaan, en zijn ouders verklaarden dat de dzjenoun door de schrik in hem waren gekomen. Een imam werd geroepen die Koranverzen voordeed en water met opgeloste verzen liet drinken. Later bezocht de moeder met haar zoon een fqîh (religieuze genezer) in Marokko en een reguliere arts in Fez, die dezelfde diagnoses stelde als de artsen in Nederland. De broer kreeg medicatie mee. Uiteindelijk verklaarden de ouders dat de problemen door het gebruik van hasjiesj sinds zijn veertiende kwamen, en niet meer door dzjenoun.

Schematische weergave van het verklaringsmodel 'disease' versus 'illness'.

Cultuursensitief Werken: Een Essentiële Vaardigheid

In de communicatie met cliënten en hun naasten is het van cruciaal belang dat zorgverleners zich bewust zijn van de mogelijke verschillen in verklaringsmodellen. In de transculturele psychiatrie wordt hiermee gedoeld op de ideeën die zowel de zorgverlener als de cliënt (en diens omgeving) hebben over de oorzaak, het beloop van een ziekte en de passende behandeling. Het verklaringsmodel van de zorgverlener wordt aangeduid met het Engelse woord 'disease', dat van de cliënt met 'illness'. Culturele en levensbeschouwelijke factoren kunnen leiden tot aanzienlijke verschillen tussen deze modellen.

Een bekend voorbeeld is dat het horen van stemmen die anderen niet horen, of het zien van verschijningen die anderen niet zien, niet altijd hoeft te duiden op een symptoom van een psychiatrisch ziektebeeld. In bepaalde culturele en levensbeschouwelijke contexten kan het 'normaal' zijn om dergelijke ervaringen te hebben. Dit onderstreept de noodzaak voor aanpassing van classificatiesystemen zoals de DSM.

Een effectieve methodiek hiervoor is het Culturele Interview. Transculturele deskundigen beschouwen de interactie tussen een zorgverlener en een cliënt met een migratieachtergrond als een proces van 'onderhandelen' over verklaringsmodellen, wat vergelijkbaar is met motiverende gespreksvoering. Om ervoor te zorgen dat het zorgaanbod goed wordt ontvangen en geaccepteerd, dient de zorgverlener zich eerst open te stellen voor het verklaringsmodel van de cliënt. Vervolgens kan de zorgverlener zijn eigen inschatting van de ziekte of problemen helder uitleggen.

Voor cliënten en hun omgeving is het vaak niet duidelijk wat zorgorganisaties doen, welke werkzaamheden bepaalde zorgberoepen inhouden en hoe ziektebeelden of problemen worden gedefinieerd. Het is daarom essentieel om dit continu in te schatten en af te stemmen met betrokkenen. Bij het opstellen van het behandelingsbeleid kan de zorgverlener rekening houden met de visie van de cliënt, terwijl tegelijkertijd het belang van het eigen professionele verklaringsmodel wordt benadrukt. Een open houding ten opzichte van de belevingswereld van de cliënt bevordert de werkrelatie, ook wel 'de klik' genoemd, tussen behandelaar en cliënt.

Deze benadering vereist van zorgverleners dat zij weten wat cultuursensitief werken inhoudt en hoe zij dit in hun dagelijkse praktijk kunnen integreren. Cultuursensitief werken impliceert dat zorgverleners enige kennis hebben van culturen en levensbeschouwingen die afwijken van hun eigen achtergrond. Een open houding is hierbij de kern. Dit betekent dat de professional oog heeft voor de diversiteit en dynamiek van culturele fenomenen. Het is belangrijk te beseffen dat er niet één 'Surinaamse cultuur' bestaat, maar dat er onder Surinamers en Surinaamse Nederlanders diverse subculturen en levensbeschouwingen te onderscheiden zijn. Evenzo veranderen (sub)culturen, zowel in de landen van herkomst als in Nederland. De Nederlandse bevolking zonder migratieachtergrond kent eveneens dynamiek en diversiteit, met variaties binnen subculturen.

Naast een open blik is culturele zelfreflectie een ander essentieel aspect van cultuursensitief werken. Door cultuursensitief te werken, probeert de zorgverlener de cliënt te leren kennen als een individu binnen zijn culturele en levensbeschouwelijke leefwereld. Concreet betekent dit dat de zorgverlener, naast de standaardintake en diagnose, aanvullende vragen stelt over iemands levensloop, culturele en levensbeschouwelijke achtergronden en opvattingen. Ook de manier waarop de cliënt en diens naasten een ziekte of probleem beleven, en de rol van eventuele alternatieve geneeswijzen, kunnen ter sprake komen.

Een waardevol instrument hierbij is het Culturele Interview. Dit werd oorspronkelijk in de ggz ontwikkeld als aanvulling op de DSM-IV (1994) om het gesprek tussen zorgverleners en cliënten met een andere culturele en levensbeschouwelijke achtergrond te stimuleren. Het interview bestaat uit een lijst met open vragen die deze aspecten behandelen. Inmiddels wordt dit instrument ook gebruikt door huisartsen, praktijkondersteuners en wijkverpleegkundigen. In het kader van de DSM-5 is een vernieuwde versie, het Cultural Formulation Interview, ontwikkeld met een basislijst van zestien vragen en aanvullende lijsten voor verdieping.

Verbindend communiceren via geweldloze communicatie

De Rol van de Jeugdverpleegkundige bij CJG Rijnmond

Een gezonde en veilige kindertijd draagt bij aan een harmonieus leven. Als jeugdverpleegkundige bij CJG Rijnmond speelt men een rol in het bieden van een goede start. Dit omvat onder meer het meten, wegen en vaccineren, maar ook het beantwoorden van een breed scala aan vragen van ouders, variërend van slaapproblemen bij baby's tot zorgen over depressieve gevoelens bij adolescenten.

De rol van de jeugdverpleegkundige omvat het monitoren van de sociaal-medische ontwikkeling van kinderen en jongeren. Dit gaat verder dan alleen groei, ogen en oren; het omvat ook de integratie van het kind in zijn omgeving. De werkzaamheden zijn zowel preventief als op indicatie, en omvatten spreekuren, digitale consulten en huisbezoeken.

Op de website van CJG Den Haag wordt informatie aangeboden over gezondheid, opvoeding en opgroeien, afgestemd op leeftijdsfase en thema. Een voorbeeld van deze informatievoorziening is de chatfunctie van JouwGGD, waar jongeren anoniem vragen kunnen stellen aan een jeugdverpleegkundige.

Discriminatie en de Impact op Kinderen

Discriminatie, hoewel onacceptabel, komt nog steeds voor en kan diverse vormen aannemen. Het gaat om ongelijke behandeling op basis van huidskleur, afkomst, cultuur, geloof, geslacht, seksuele voorkeur, opleiding, financiële status of beperkingen. Kinderen en pubers die worden gediscrimineerd, kunnen hierdoor onzeker of boos worden, en buitensluiting kan diep kwetsen.

Het is essentieel om kinderen mee te geven dat iedereen even belangrijk is en dezelfde waarde heeft. Dit kan bijvoorbeeld door hen te leren dat zowel mannen als vrouwen diverse beroepen kunnen uitoefenen. Positief zelfbeeld is cruciaal voor het zelfvertrouwen van kinderen en helpt hen om minder spanning te ervaren in situaties waar discriminatie speelt.

Ouders kunnen hun kinderen ondersteunen door hen persoonlijke aandacht te geven, trots te zijn op hun eigen achtergrond en hen rolmodellen aan te bieden. Het voeren van gesprekken over cultuur, achtergrond of geloof helpt kinderen hun identiteit te vormen. Het is ook belangrijk om de verschillen tussen mensen te benoemen en tegelijkertijd respect en waardering voor anderen te tonen.

Onderzoek toont aan dat sommige kinderen al op jonge leeftijd vooroordelen ontwikkelen, zoals het idee dat wit beter is dan zwart, of dat jongens meer kunnen dan meisjes. Open communicatie hierover, op een rustig moment, kan helpen de oorsprong van deze vooroordelen te achterhalen. Zelf het goede voorbeeld geven en in gesprek gaan met ouders van diverse achtergronden draagt bij aan een inclusieve omgeving. Het is belangrijk om niet te spreken over 'wij' en 'zij', maar om respect en waardering te tonen voor anderen. Kinderen aanmoedigen om te spelen met kinderen buiten hun eigen groep is eveneens waardevol.

Wanneer een kind wordt geconfronteerd met discriminatie, is het belangrijk om te luisteren naar hun verhaal, hun emoties te erkennen en te bespreken hoe zij op de situatie hebben gereageerd en zich daarbij voelden. Oefenen met gesprekken, bijvoorbeeld hoe je een winkelier kunt aanspreken die je niet helpt, of waarom een bijbaantje wordt geweigerd, kan kinderen weerbaarder maken. Kinderen mogen trots zijn op wie ze zijn; door te praten over discriminatie leren ze dit te herkennen en zijn ze beter voorbereid als het zich voordoet.

Ouders die geconfronteerd worden met discriminatie van hun kind, kunnen zelf ook geschokt of boos reageren, zeker als ze zelf al discriminatie hebben meegemaakt. Het is belangrijk om deze gevoelens te erkennen en er eventueel over te praten met een volwassene die vergelijkbare ervaringen heeft gehad. Kinderen voelen de steun van hun ouders wanneer er actie wordt ondernomen tegen discriminatie. Het bespreken van ervaringen met vrienden, andere ouders of leerkrachten, en het melden van discriminatie via instanties als Discriminatie.nl, kan helpen de discriminatie aan te pakken.

Kennisdeling en Leernetwerken in de Jeugdhulp

Professionals in de jeugdhulp hebben steeds vaker te maken met ouders en kinderen met uiteenlopende migratieachtergronden. Er bestaat veel kennis over cultuursensitief en diversiteitsensitief werken, maar deze kennis wordt niet altijd toegepast. Organisaties die jeugdhulp specifiek voor gezinnen met een migratieachtergrond aanbieden, nemen toe. Uit onderzoek blijkt echter dat er weinig kennis wordt uitgewisseld tussen generieke en specifieke jeugdhulp. Om dit te verbeteren, zijn leernetwerken opgericht waarin professionals en managers uit beide sectoren vertegenwoordigd zijn, evenals vrijwillige sleutelpersonen.

In Den Haag zijn, in samenwerking met het lectoraat ‘Jeugdhulp in transformatie’ van de Haagse Hogeschool, leernetwerken georganiseerd. Deze netwerken bieden een platform voor het bespreken van cultuursensitief werken, relevante competenties, effectieve methodieken en organisatorische randvoorwaarden. De kennis en ervaringen uit deze netwerken worden gebundeld in een handreiking, inclusief ontwikkelde tools.

Casuïstiekbespreking en Vertrouwen Winnen

De manier waarop een jongere of ouder en een professional elkaar waarnemen of beoordelen, wordt mede bepaald door verschillen in cultuur, taal of positie. Casuïstiekbespreking kan helpen deze verschillen te overbruggen. Door na te denken over gesprek opbouw, risico-inschatting en het winnen van vertrouwen, reflecteren professionals op hun eigen handelen en dat van collega's.

Het woord 'jeugdzorg' kan bij veel ouders, met name met een migratieachtergrond, stress veroorzaken. Zij vrezen een eenzijdige Nederlandse benadering en het 'afnemen' van hun kind indien zij niet aan westerse normen voldoen. Angst en wantrouwen weerhouden veel gezinnen ervan om (tijdig) jeugdhulp te zoeken. Een ontwikkelde 'tool' in de leernetwerken helpt om in drie stappen vertrouwen te winnen, voorlichting te geven over het systeem en duidelijk te maken dat er niet eenzijdig wordt geoordeeld.

Akwaaba Jeugdzorg richt zich specifiek op cliënten met een migratieachtergrond en investeert veel in het opbouwen van vertrouwen.

Samenwerking en Competentieontwikkeling

In Den Haag werken jeugdhulpverleners van CJG-JMO samen met de 'Schilderswijkmoeders', vrijwillige sleutelpersonen met diverse achtergronden die worden begeleid vanuit De Mussen welzijnswerk. Deze samenwerking, gericht op duo-coaching van gezinnen met een migratieachtergrond, helpt om de doelgroep beter te bereiken, aangezien er drempels naar jeugdhulp bestaan door een kloof tussen de leefwereld van bewoners en de systeemwereld van hulpverleners. Een 'tool' met tips voor succesvolle samenwerking is ontwikkeld.

Een andere workshop richtte zich op de competenties van een cultuursensitieve professional: kennis, houding en vaardigheden. Door middel van activerende werkvormen werd de ontwikkeling van deze competenties gestimuleerd. De samenwerking in leernetwerken tussen jeugdhulpprofessionals, docenten en studenten blijkt zeer waardevol.

Verdere workshops verkenden hoe de competenties van hulpverleners versterkt kunnen worden, welke kennis, houding en vaardigheden cruciaal zijn, en hoe verbeterprocessen in organisaties gestart kunnen worden. Flexibiliteit van organisaties bij het overbruggen van taal- en cultuurverschillen is hierbij essentieel.

Infographic over de verschillende competenties van een cultuursensitieve professional.

De Jeugdverpleegkundige in de Praktijk

Voor jeugdverpleegkundigen die werken met kinderen van 0 tot 12 jaar, is het signaleren van problemen op het gebied van lichamelijke en geestelijke gezondheid, gedrag, ontwikkeling, leefstijl en leefomstandigheden van groot belang. Zij adviseren kinderen, ouders, verzorgers en scholen. Binnen de jeugdgezondheidszorg wordt toegewerkt naar een meer vraaggerichte vorm van werken.

In de eerste vier levensjaren ligt de focus op de lichamelijke (groei, motoriek), psychische (angst, hechting) en cognitieve ontwikkeling (logisch denken, taalontwikkeling), en mogelijke risico's. Gedurende de basisschoolleeftijd wordt de signalering uitgebreid met de psychosociale ontwikkeling en leefstijl. Jeugdverpleegkundigen geven voorlichting op scholen, stimuleren en ondersteunen het gezondheidsbeleid en nemen deel aan multidisciplinaire leerlingbesprekingen.

In de signalering en begeleiding werken jeugdverpleegkundigen intensief samen met gezinnen, collega's binnen multidisciplinaire teams van het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) en partners in de stad, zoals scholen.

Als professional zijn jeugdverpleegkundigen te gast in de thuissituatie en de leefwereld van kinderen. Dit vereist een constante aanpassing aan verschillende situaties van cliënten met diverse persoonlijkheden, zorgvragen en culturen. Een hbo-v-diploma, registratie in het BIG-register en aantoonbare ervaring in een vergelijkbare functie zijn vereist. Goede samenwerkingsvaardigheden zijn essentieel, gezien het intensieve contact binnen het team en met netwerkpartners. Beheersing van de Engelse taal is eveneens belangrijk.

Werken bij de JMO (Jeugd en Maatschappelijke Ondersteuning) betekent kiezen voor een afwisselende baan in een dynamische werkomgeving, waar persoonlijke ontwikkeling en initiatief worden gestimuleerd. Er wordt samengewerkt met prettige en loyale collega's, waarbij kwaliteit en een goede sfeer centraal staan. Er wordt een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangeboden, met mogelijkheden voor flexibele werk-privébalans en diverse voorzieningen.

Het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) in Den Haag is er voor alle vragen over opgroeien en opvoeden. Het CJG, samen met jeugdhulp en WMO, valt onder de dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn (OCW) van de gemeente Den Haag. Van alle medewerkers van het CJG wordt verwacht dat zij in staat zijn de wensen en behoeften van burgers en cliënten te onderzoeken en te vertalen naar passende dienstverlening. Sollicitatieprocedures en verdere informatie over de functie zijn beschikbaar.

tags: #jeugdverpleegkundige #cjg #culturen