De Betekenis en Oorsprong van het Woord "Teat"

Een teat is de uitsteeksel van de melkklieren bij zoogdieren, waaruit melk stroomt of wordt uitgestoten om het jong te voeden. Bij veel zoogdieren steekt de teat uit de uier. Het aantal en de plaatsing van de melkklieren en spenen variëren sterk onder zoogdieren. De uitstekende spenen en bijbehorende klieren kunnen overal langs de twee melklijnen worden gevonden. Over het algemeen ontwikkelen de meeste zoogdieren melkklieren in paren langs deze lijnen, met een aantal dat ongeveer overeenkomt met het aantal jongen dat typisch per keer wordt geboren.

Het aantal spenen varieert van 2 (bij olifanten en mensapen) tot 18 (bij varkens). Het woord "teat" is afgeleid van het Oudfranse of Nederlandse woord "tette" of het Griekse woord τιτθύς. Een alternatief, maar mogelijk niet ongerelateerd, zou het Welshe woord "teth" of het Oudengelse "titt" kunnen zijn, dat nog steeds als slangterm wordt gebruikt. De woorden "teat" en "tit" delen een Germaanse voorouder.

Illustratie van de anatomie van een uier met spenen bij een koe

Etymologie en Geschiedenis

Het woord "teat" is van Germaanse oorsprong en heeft dezelfde oorsprong als het Nederlandse woord "tiet" en het Duitse "Zitze". Dit woord heeft op zijn beurt Indo-Europese wortels, zoals te zien is in het Welshe woord "teth". De vroegste bekende vermelding van het zelfstandig naamwoord "teat" dateert uit de Middelengelse periode (1150-1500). Het Oxford English Dictionary (OED) vermeldt het vroegste bewijs voor "teat" van vóór 1200, in de *Pseudo-Apuleius' Herbarium*. De OED beschrijft "teat" als waarschijnlijk een variant of een aanpassing van een ander lexicaal item, gemodelleerd naar een Frans lexicaal item. Het is waarschijnlijk oorspronkelijk een verbastering van "tit n.1", na Anglo-Normandisch en Middelfrans "tete", Oude Frans, Middelfrans, Frans "tette" (borst, uier, ca. 1200) < een Romaanse basis die mogelijk op zijn beurt is geleend < de Germaanse basis van "tit n.1". Vergelijk de vormen met "e" die bij die vermelding worden vermeld, of misschien van vergelijkbare imitatieve oorsprong.

Vroege Betekenissen en Gebruik

Oorspronkelijk verwees "teat" naar de kleine uitstulping aan het uiteinde van elke borst van een vrouw, waar de melkbuizen van de melkklier uitmonden en waarvan de melk door een zuigeling wordt gezogen; de tepel (nu zeldzaam). In latere zin voornamelijk: elke van de twee of meer vlezige uitsteeksels op de uier of buik van een vrouwelijk placentadier of buideldier, die melk leveren aan het jong. Vroeger ook: de hele borst of uier (verouderd).

Enkele historische voorbeelden van het gebruik van "teat" zijn:

  • Ca. 1200 (Vroeg-Engels): "Wið heortece, nim þisse wyrt leaf.., leȝe ofer þone wynstran tæt." (Vertaling van *Pseudo-Apuleius, Herbarium* lxxxix. 129)
  • Ca. 1300: "Þanne may mi luytel sone to hire tete take." (*St. Mary Magdalen* l. 376)
  • Ca. 1384: "Blessid be the teetis whiche thou hast sokun." (*Bible (Wycliffite, early version)* Luke xi. 27)
  • Ca. 1390: "I moorne as dooth a lamb after the tete." (*The Miller's Tale* l. 518)
  • 1530: "Blysse we..the grete lorde, souckynge the maydenly teates of the moste meke vyrgyn." (*Myroure of Oure Ladye* ii. 233)
  • 1578: "The fashion of Tetes in a Cowes vdder." (J. Banister, *Historie of Man* i. f. 9)
Middeleeuwse illustratie van een melkmeisje dat een koe melkt

"Teat" in Verschillende Zoogdieren

Het aantal spenen varieert bij zoogdieren van 2 tot 19. Buideldieren en Eutheria-zoogdieren hebben spenen waaruit hun jongen melk zogen. Monotremata (cloacadieren) missen spenen; hun jongen drinken melk rechtstreeks uit poriën in de huid (vergelijkbaar met zweetklieren), of door het van haren rond de poriën te zuigen.

Bij de meeste Eutheria-zoogdieren hebben zowel mannetjes als vrouwtjes spenen. Die van het mannetje zijn niet-functioneel, behalve in gevallen van hormonale onbalans. Opmerkelijke uitzonderingen hierop zijn de mannelijke rat en het mannelijke paard, die geen spenen hebben.

Variaties in Aantal en Locatie

Spenen variëren in grootte, locatie en structuur bij verschillende zoogdiersoorten.

  • Vrouwelijke geiten en ooien hebben twee spenen, elk met een enkele melkklier, gelegen tussen de achterpoten.
  • Merries hebben twee spenen, elk met twee melkklieren.
  • De spenen van de zeug kunnen nogal variabel zijn in aantal, van zes tot dertig, en bevinden zich op twee parallelle lijnen langs de buik.
  • Koeien hebben vier spenen, elk met één melkklier in de uier. Extra spenen komen vaak voor en worden supernumerary teats genoemd.

Het nageslacht van huisdieren, waaronder biggen, kalfjes, lammetjes en veulens, vertoont gedrag dat bekend staat als teat seeking (speen-zoeken).

Diagram dat de verschillende aantallen spenen bij diverse zoogdiersoorten toont

Figuratief en Technisch Gebruik

Naast de letterlijke betekenis van de melkklieruitsteeksels, heeft het woord "teat" ook figuurlijke en technische toepassingen.

Figuratief Gebruik

Figuratief kan "teat" verwijzen naar een bron van iets, meestal iets dat iemand ondersteunt, voedt of in stand houdt. Voorbeelden hiervan zijn:

  • "Mercy fro þe tetys grewe wyth hyr." (Ca. 1450)
  • "Ye may be replenisshed with the teates or pappes of his consolations." (1530)
  • "That..most detestable coyne and liuerie, which was the very nurse and teat that gaue sucke and nutriment to all disobediences." (1569)
  • "The channels of Gods mercies run through both fields; and they are sister teats of his graces." (1615)
  • "They are sucking at the teat of the public cow!" (1855)

Technisch Gebruik

In technische contexten kan "teat" verwijzen naar een object dat lijkt op een speen of tepel in uiterlijk, een kleine conische uitstulping.

  • "Þe nose þrilles ben..two holes assending..to þe bones of þe colatorie, where þer ben sette addiciouns mamillers of þe braine, in þe whiche tetes is smelling." (Ca. 1425)
  • "The organe of this sence is two little spungie teates,..which are seated beneath the forehead." (1601)
  • "Some..of these polypus's have over their first row of horns a ring, consisting of many round and red suckers, or teats, on a very slender pedicle." (1750)

Daarnaast verwijst "teat" naar een kunstmatige speen of tepel, met name een zacht geperforeerd bolletje, meestal gemaakt van rubber of siliconen, dat aan de bovenkant van een voedingsfles wordt bevestigd, waaruit een zuigeling of jong dier melk of andere vloeistoffen kan zuigen. In Noord-Amerikaans gebruik is "nipple" de gebruikelijker term voor deze toepassing.

  • 1825: "We prefer the flat oblong bottle, with a teat, to the bottle and tube." (W. P. Dewees, *Treat. Physical & Med. Treatment Children*)
  • 1884: "Feeding-cup, an oblong shallow vessel with a tubular end, to which a teat can be affixed for the artificial feeding of young children." (*New Sydenham Society Lexicon*)
  • 1993: "Ensure bottles and teats are sterilised-babies are vulnerable to food poisoning when bottlefed." (*Mother & Baby* February)

Wat is evolutie?

Frequentie en Gebruik in Modern Engels

Het woord "teat" komt doorgaans ongeveer 0,6 keer per miljoen woorden voor in modern geschreven Engels. De frequentie van het woord varieert door de tijd heen, met een piek rond 1930-1950 en een daling in recentere decennia. In de periode 2017-2025 is de frequentie nog verder gedaald.

Statistieken tonen aan:

  • Frequentie van "teat", n., 1750-2010: Variërend van 0,61 tot 1,1 per miljoen woorden, met een piek rond 1930-1950.
  • Frequentie van "teat", n., 2017-2025: Rond 0,47 per miljoen woorden.

De term "teat" wordt ook gebruikt in de context van dieren, bijvoorbeeld "Of a cow or other animal: having teats, esp."

tags: #koeien #speen #in #engels