Kunst heeft door de eeuwen heen gediend als een krachtig medium om complexe en vaak controversiële onderwerpen aan te snijden. De geschiedenis van abortus is hierop geen uitzondering. Kunstenaars hebben zich ingezet om de menselijke ervaringen, de maatschappelijke debatten en de juridische strijd rondom abortus te verbeelden, te documenteren en soms zelfs te beïnvloeden. Deze kunstwerken bieden een unieke inkijk in de evolutie van onze opvattingen over reproductieve rechten en de impact daarvan op individuen.

De Emotionele Impact van Abortus in Kunst
Sommige kunstwerken richten zich op de diep persoonlijke en emotionele nasleep van abortus. Een opmerkelijk voorbeeld is het kunstwerk ‘Memorial for Unborn Children’ van een nog te noemen kunstenaar, dat paus Franciscus in 2015 ontving. Dit sculptuur toont een intenselijk verdrietige vrouw die troost vindt bij het geaborteerde kind. Het werk wordt geprezen om zijn effectieve weergave van post-abortustrauma en de bijbehorende emoties. De kunstenaar en zijn broer, Marek Hudáček, waren verrast door de wereldwijde positieve reacties en de ontvangst van een replica door de paus.
Een andere kunstenaar die de emotionele lading van abortus vastlegde, is de recent overleden Brits-Portugese Paula Rego. Vierentwintig jaar geleden begon zij aan een serie schilderijen, de ‘Abortion Series’, waarmee ze illegale abortussen een gezicht gaf. Deze serie, ontstaan uit Rego's woede en teleurstelling na het Portugese referendum in 1998 dat de abortuswetgeving niet versoepelde, is een toonbeeld van engagement en vastberadenheid. Rego bracht de momenten voorafgaand aan en direct na een illegale abortus in beeld, waarbij ze de wanhoop van de vrouwen centraal stelde in plaats van bloed of geweld. In een interview met The Guardian in 2019 benadrukte Rego dat de serie de angst en pijn van illegale abortussen belichtte, en dat het criminaliseren van vrouwen die hiervoor moesten kiezen, volkomen verkeerd is. Haar werk wordt gecrediteerd voor het mede beïnvloeden van de publieke opinie, wat leidde tot een meerderheid voor abortuslegalisering in Portugal in 2007.

Kunst als Sociaal en Politiek Activisme
Kunst kan een krachtig instrument zijn voor sociaal en politiek activisme, en kunstenaars gebruiken hun werk om aandacht te vragen voor crises, taboes en misstanden. Naast Paula Rego zijn er diverse andere kunstenaars die hun werk inzetten voor maatschappelijke verandering:
- Kara Walker: Haar 13 meter hoge fontein ‘Fons Americanus’, geïnspireerd op het Victoria Memorial in Londen, is een kritische reflectie op de verhalen over macht en verwijst naar de trans-Atlantische slavenhandel en het kolonialisme.
- Banksy: Hoewel niet altijd bevestigd, wordt aangenomen dat zijn muurschildering met de tekst 'I don't believe in global warming' uit 2009, die later opdook tijdens een Extinction Rebellion protest, een commentaar is op de klimaatcrisis.
- Ai Weiwei: De kunstenaar gebruikte 14.000 reddingsvesten, achtergelaten op Lesbos, om deze aan het Konzerthaus in Berlijn te hangen. Hiermee uitte hij kritiek op de Europese omgang met vluchtelingen.
- General Idea: Deze Canadese kunstenaarsgroep maakte met 'serious humor' moeilijke onderwerpen als massamedia, sociale ongelijkheid, queer identiteit en de consumptiemaatschappij bespreekbaar.
Vruchtbaarheid en het Vrouwenlichaam in de Kunstgeschiedenis
De verbeelding van vruchtbaarheid en het vrouwenlichaam heeft een lange geschiedenis in de kunst. Al rond 22.000-24.000 voor Christus dateert het iconische beeldje ‘de Venus van Willendorf’, dat mogelijk als talisman diende en de nadruk legt op vrouwelijke vormen. Dit beeldje wordt algemeen beschouwd als een vruchtbaarheidssymbool, wat de diepgewortelde connectie tussen vrouw en vruchtbaarheid in ons collectieve geheugen weerspiegelt.
Door de eeuwen heen werd vruchtbaarheid voornamelijk door mannen verbeeld, vaak belichaamd door een vrouw in een moedersrol. Echter, hedendaagse kunstenaressen doorbreken deze traditie:
- Judy Chicago: Met haar controversiële kunstwerk ‘Red Flag’ (1939) toonde ze een handeling die voor veel vrouwen alledaags is: het verwijderen van een tampon. Dit werk wordt gezien als de eerste verbeelding van menstruatie en een tampon in de westerse hedendaagse kunst, en onderstreept het taboe dat nog steeds rondom dit onderwerp heerst.
- Katrina Majkut: In haar serie ‘In Control’ heeft Majkut alle verschillende soorten anticonceptie geborduurd, inclusief medische methoden, onthouding en het 'voor het zingen de kerk uit'. Elk werk bevat gedetailleerde, feitelijke informatie, voortkomend uit haar verontwaardiging over het gebrek aan goede, beschikbare informatie over anticonceptie.
- Joanne Leonard: In haar ‘Journal of a Miscarriage’ documenteerde Leonard de 53 dagen voor, tijdens en na haar miskraam. De beelden tonen een breed scala aan emoties, van blijdschap tot woede en diep verdriet, en illustreren het complexe en niet-lineaire proces van rouw en verwerking. Bij de eerste tentoonstelling in 1974 werd het werk in een afgezonderde ruimte geplaatst, als een 'trigger warning'.
- Tracey Emin: Met ‘The Last of the Gold’ quilt Emin de A tot Z's over abortus. Na zelf twee abortussen te hebben ondergaan, verwerkte ze haar ervaringen, waaronder de vertraging die werd veroorzaakt door een weigerende arts, in deze gequilte deken met praktische tips en kritiek op de Britse gezondheidsinstanties.
- Tabitha Moses: Haar serie ‘Investments’ stelt de vraag 'Hoe ver zou je gaan om een kind te krijgen?'. De serie, die hoop, verdriet en veerkracht vertelt, toont symbolen geborduurd op witte patiëntenhemden en deelt de verhalen van vrouwen die IVF-behandelingen ondergingen, waarbij ook alternatieve geneeskunde en rituelen aan bod komen.

De Historische Context van Abortuslegalisering in Nederland
De discussie over abortus in Nederland begon in 1967, mede gestimuleerd door de opkomst van de 'tweede feministische golf'. Abortus verschoof van een medisch onderwerp, waarover experts oordeelden, naar een kwestie van zelfbeschikking van de vrouw.
Belangrijke Ontwikkelingen:
- 1967: Abortusteams: In het Wilhelmina Gasthuis werd het eerste abortusteam opgericht, bestaande uit een multidisciplinair team dat objectief de geschiktheid voor abortus beoordeelde. Gaandeweg realiseerden de teams zich dat subjectieve criteria, gebaseerd op de gevoelens van de vrouw, belangrijker waren. Tussen 1970 en 1972 verschoof het principe van 'nee, tenzij' naar 'ja, tenzij', wat leidde tot de opheffing van de teams.
- 1968: Man-Vrouw-Maatschappij (MVM): Opgericht door Joke Smit en Hedy d’Ancona, werd de legalisering van abortus een van hun kerneisen. Dit markeerde een belangrijke stap doordat vrouwen zelf actief deelnamen aan het debat.
- 1969: Dolle Mina: Met de bekende leus "Baas in eigen buik" was Dolle Mina een provocerende en media-aantrekkende feministische actiegroep. Zij organiseerden voorlichtingsevenementen en positioneerden abortus als een essentieel onderdeel van vrouwelijke zelfbeschikking en emancipatie.
- 1969 - 1970: Stimezo: De Stichting voor Medisch Verantwoorde Zwangerschapsonderbreking (Stimezo), opgericht door psychiater C. Th. Van Schaik, had als doel het openen van abortusklinieken en het beïnvloeden van de publieke opinie. Naar aanleiding van een succesvolle inzamelingsactie van de VARA ontstond Stimezo-Nederland, wat leidde tot de oprichting van de eerste abortusklinieken in 1971.
- 1970: Eerste wetsontwerp: PvdA-Kamerleden dienden het eerste wetsvoorstel in om abortus uit het Wetboek van Strafrecht te halen. Ondanks brede publieke steun, bleek de wet politiek niet haalbaar door weerstand van christelijke partijen.
- 1970 - 1974: Anti-abortusorganisaties: Als reactie op de legaliseringsbeweging organiseerden tegenstanders zich in organisaties zoals de Stichting voor het Ongeboren Kind (SOK), de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind (VBOK) en de Stichting Recht zonder Onderscheid (STIREZO).
- 1970: Nieuwe abortustechnologie: De introductie van de zuigcurettage (vacuümaspiratie), oorspronkelijk ontwikkeld in China, maakte abortus in Nederland veel gemakkelijker, minder gevaarlijk en vrijwel pijnloos. Dit verving de oudere, minder veilige curettage.
- 1971: Eerste abortusklinieken: Mede dankzij de publieksactie van Stimezo werden in 1971 de eerste abortusklinieken opgericht in Nederland, zoals het Mildredhuis in Arnhem. Hoewel abortus nog niet legaal was, werden de klinieken gedoogd, wat illegale abortussen en reizen naar het buitenland grotendeels overbodig maakte.
De geschiedenis van abortus in de kunst en de maatschappelijke strijd voor reproductieve rechten toont de voortdurende dialoog tussen persoonlijke ervaringen, artistieke expressie en maatschappelijke verandering. Van de emotionele weergave van trauma tot de politieke strijd voor autonomie, kunst blijft een essentieel medium om deze complexe en gevoelige onderwerpen te verkennen.