Kwijlen, omschreven als het onwillekeurig speekselverlies uit de mond, is een normaal verschijnsel bij opgroeiende kinderen tot ongeveer 18 maanden oud. Echter, aanhoudend kwijlen na het vierde levensjaar wordt als pathologisch beschouwd. Bij kinderen met cerebrale parese (CP) komt kwijlen significant vaker voor, met prevalentiecijfers die variëren van 10% tot 37,5%.
De belangrijkste oorzaak van kwijlen ligt in het onvermogen om speeksel adequaat te verwerken tijdens de orale fase van het slikken. Dit is vaak gerelateerd aan senso-motorische stoornissen of anatomische afwijkingen. Hoewel er geen sprake lijkt te zijn van een verhoogde speekselproductie (hypersalivatie of sialorroe), schiet de speekselverwerking in de mond tekort. Factoren zoals onvoldoende lipsluiting en tongprotrusie, die toenemen bij mentale retardatie, verergeren het probleem. Er wordt onderscheid gemaakt tussen anterieur kwijlen, waarbij speeksel zichtbaar uit de mond loopt, en posterieur kwijlen, waarbij speeksel achter in de keelholte terechtkomt, met een verhoogd risico op aspiratie en recidiverende pneumonieën.

Oorzaken van Overmatig Kwijlen
Naast de algemene senso-motorische en anatomische oorzaken, zijn er specifieke factoren die bijdragen aan overmatig kwijlen bij kinderen:
- Onvoldoende controle over mond- en keelspieren: Een tekort aan kracht in de spieren van de mond, tong en keel maakt het slikken van speeksel moeilijk en vermoeiend.
- Slechte coördinatie van slikspieren: Slikken is een complex proces waarbij diverse spieren in de juiste volgorde moeten samenwerken. Verstoringen in deze coördinatie kunnen leiden tot kwijlen.
- Ademhalingsproblemen: Moeilijkheden met neusademhaling, bijvoorbeeld door vergrote amandelen, dwingen kinderen om met de mond open te ademen, wat speekselverlies bevordert.
- Doorkomen van tanden en kiezen: Tijdens de tandwisseling neemt de speekselproductie tijdelijk toe, wat bij sommige kinderen tot meer kwijlen kan leiden.
- Reflux: Het terugstromen van maagsap en voeding naar de slokdarm en keel kan de speekselproductie stimuleren.
- Gewoontevorming: Sommige kinderen ontwikkelen de gewoonte om de mond open te houden, wat het kwijlen kan versterken.
Kwijlen is een veelvoorkomend en hinderlijk probleem voor 22% tot 58% van de kinderen met een ernstige meervoudige beperking (EMB). Het kan leiden tot smetplekken, terugkerende luchtweginfecties door verslikken, sociale isolatie en schaamtegevoelens bij oudere kinderen.
Diagnostiek
De diagnostiek van kwijlen omvat:
- Anamnese: Een gedetailleerd gesprek met ouders over de aard, frequentie en omstandigheden van het kwijlen.
- Lichamelijk onderzoek: Beoordeling van de mondmotoriek, lipsluiting en tongfunctie.
- Logopedisch onderzoek: Specifieke evaluatie van slikfuncties, speekselverwerking en communicatieve vaardigheden. Voor anterieur kwijlen kan de Drooling Quotient worden gebruikt.

Behandelingsopties
De behandeling van overmatig kwijlen is multidisciplinair en kan bestaan uit:
Logopedische Behandeling
Logopedische interventies zijn gericht op het verbeteren van de lipsluiting, orale controle en het actief wegslikken of slurpen van speeksel. Deze behandeling is effectief vanaf een ontwikkelingsniveau van ongeveer vier jaar. Oefeningen, vaak in spelvorm, helpen de mond- en tongspieren te versterken en de slikfrequentie te verhogen. Ouders spelen hierbij een cruciale rol door thuis de adviezen toe te passen.
Gedragstherapie
Gedragstherapie is geschikt voor kinderen met een ontwikkelingsniveau vergelijkbaar met kinderen van zes jaar of ouder zonder beperkingen. Het doel is om het kind zelfbewust te maken van het speekselverlies en het wegslikken te stimuleren, vaak door middel van beloningssystemen.
Medicatie
Anticholinergica, zoals glycopyrroniumbromide drank, remmen de speekselproductie. Deze medicatie dient voorzichtig te worden opgebouwd vanwege mogelijke bijwerkingen zoals obstipatie, misselijkheid, slaperigheid en droge slijmvliezen. Andere opties zijn scopolamine pleisters en trihexyfenidyl, hoewel deze vaak meer bijwerkingen hebben.
Botuline Toxine Injecties
Injecties met botuline toxine-A in de speekselklieren, met name de submandibulaire klieren, kunnen de speekselproductie tijdelijk verminderen. Dit is een lokale behandeling met een effect dat gemiddeld zes maanden aanhoudt en herhaling vereist. Er bestaat een risico op tijdelijk krachtsverlies in omliggende spieren, wat de expertise van het behandelcentrum onderstreept.
Chirurgische Interventies
Chirurgische opties, meestal toegepast bij kinderen ouder dan 10-12 jaar, omvatten het afbinden van speekselkanaaltjes of de verwijdering van speekselklieren. Deze ingrepen bieden een blijvend effect, maar brengen de risico's van een operatie onder narcose met zich mee.
Video (15 sec) Wat verwacht je van de behandeling?
Richtlijn Cerebrale Parese
De richtlijn "Diagnostiek en behandeling van kinderen met spastische Cerebrale Parese" (VRA 2006, herzien in 2015) biedt aanbevelingen en handelingsinstructies voor zorgverleners. Deze richtlijn, ontwikkeld door een multidisciplinaire werkgroep, ondersteunt de dagelijkse praktijkvoering en streeft naar uniformiteit in diagnostiek, behandeling en begeleiding van kinderen met spastische CP. De richtlijn is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en houdt rekening met het ICF-CY model en patiëntenperspectief.