Tomaat in babyvoeding: vermijden en oorzaken van gevoeligheid

Voedselovergevoeligheid, zoals het tegenwoordig wordt genoemd wanneer voedsel niet goed wordt verdragen, is een onderwerp dat de afgelopen jaren veel aandacht heeft gekregen in de wetenschap en de medische wereld. Dit heeft geleid tot de publicatie van richtlijnen en standaarden, zoals de Landelijke Standaard Voedselallergie bij zuigelingen in 2005 en de Richtlijn JGZ en voedselovergevoeligheid in 2012. Ondanks de vooruitgang in kennis, blijft het fenomeen allergie nog steeds niet volledig begrepen, met voortdurend nieuwe inzichten en onduidelijkheden over het ontstaan en de symptomen ervan.

In 2002 introduceerde de European Academy of Allergology and Clinical Immunology een herziening van de terminologie. De term voedselovergevoeligheid blijft de overkoepelende term, waaronder onderscheid wordt gemaakt tussen allergische en niet-allergische aandoeningen. Niet-allergische voedselovergevoeligheid kan diverse oorzaken hebben, vaak gerelateerd aan een tekort aan enzymen. Een voedselallergie daarentegen is altijd een reactie op eiwitten. Daarnaast wordt nu gesproken over een gezinsanamnese in plaats van familie-anamnese. Bij een voedselallergie is het immuunsysteem direct betrokken, waarbij allergenen een cruciale rol spelen.

Types reacties bij voedselovergevoeligheid

Er worden vier typen reacties bij voedselovergevoeligheid onderscheiden, waarbij type 1 de meest acute reactie vertoont. Pasgeboren baby's hebben nog onrijpe darmen met zogenaamde 'gaten' die nog moeten dichtgroeien. Via deze openingen kunnen stoffen in het lichaam terechtkomen. Sommige van deze stoffen stimuleren de aanmaak van antistoffen (IgE) en de vorming van geprogrammeerde cellen. Bij een volgend contact met dezelfde stof herkennen deze cellen de stof, wat leidt tot een onmiddellijke aanmaak van antistoffen en een reactie van het lichaam. De eerste blootstelling veroorzaakt doorgaans weinig tot geen reactie; allergische klachten bouwen zich op.

Bij borstvoeding kunnen de klachten sluipend aanwezig zijn en in de loop van de maanden steeds erger worden. De baby reageert niet direct op het voedingsmiddel zelf, maar op de aangemaakte antistof. Het voedingsmiddel dat de reactie veroorzaakt, wordt een allergeen genoemd. Het stellen van een diagnose van allergie bij een baby van slechts twee weken oud is daarom complex. Na zes maanden zijn de darmen aanzienlijk minder doorlaatbaar, en na ongeveer negen maanden zijn ze volgroeid.

Een voorbeeld hiervan is een baby met een koemelkallergie die na zijn eerste verjaardag vaak geen allergie meer heeft, maar wel reageert op lactose, wat dan wordt geclassificeerd als een niet-allergische voedselovergevoeligheid.

Prevalentie en diagnose van voedselallergie bij zuigelingen

Volgens literatuur komt voedselallergie voor bij 0,5 tot 7% van de zuigelingen, waarbij in Nederland momenteel wordt uitgegaan van een percentage tussen de 2 en 3%. Vanaf de leeftijd van één jaar wordt koemelk door 56% van de kinderen weer goed verdragen.

De diagnose van een specifieke allergie wordt doorgaans gesteld door het verdachte voedingsmiddel gedurende vier tot zes weken te elimineren, waarna het opnieuw wordt geïntroduceerd en vervolgens weer wordt weggelaten. De symptomen moeten daarbij verdwijnen, terugkeren en weer verdwijnen. Bij verdenking op voedselovergevoeligheid kan een huisarts of consultatiebureau-arts een verwijzing naar een diëtist uitschrijven. Zelfstandig een diëtist raadplegen is uiteraard ook mogelijk.

Grafiek met percentages zuigelingen die voedselallergie ontwikkelen

Rol van de diëtist en voedingsbegeleiding

De diëtist kan door middel van eliminatie, belasting en re-eliminatie de diagnose stellen. Tijdens de begeleiding wordt aandacht besteed aan het verloop van de borstvoeding, eerdere voedingen van de baby en de voeding van de moeder. De diëtist beoordeelt de volwaardigheid van het dieet van de moeder, het gebruik van mogelijk allergene voedingsmiddelen, en voedingsmiddelen die gasvorming of krampen kunnen veroorzaken bij de baby. Ook wordt gekeken of de verdenking op een specifiek voedingsmiddel terecht is, of dat de klachten mogelijk duiden op andere oorzaken, zoals een overproductie van moedermelk, slechte groei, of psychische ondersteuningsbehoeften van de moeder.

Gedurende de eliminatiefase hoeft de moeder geen aanvullende supplementen zoals calcium en vitamine B2 te gebruiken. Na twee weken borstvoeding, of indien eerder nodig, wordt de reactie op de belasting geëvalueerd. Moeders die langer dan vier weken een melkvrij dieet volgen, hebben zelf een aanvulling van calcium en B-vitamines nodig.

Moedermelk en darmrijping

Moedermelk, bestaande uit lichaamseigen stoffen, draagt bij aan de rijping van de darmen, waardoor de 'gaten' sneller sluiten. Het vormt een beschermend laagje (coating) op de darmwand, wat de passage van allergenen bemoeilijkt. Bovendien levert moedermelk antistoffen van de moeder, wat de baby voorziet van een passende weerstand.

Allergenen kunnen worden vergeleken met een grote kralenketting. Hypo-allergene kunstvoeding is vergelijkbaar met losse kralen; deze veroorzaken minder ernstige allergische reacties, maar blijven lichaamsvreemde stoffen.

Illustratie van de darmwand met en zonder beschermende laag van moedermelk

Starten met bijvoeding en vermijden van specifieke voedingsmiddelen

Vanaf zes maanden kan worden gestart met bijvoeding. Bij eliminatie worden momenteel alleen koemelkeiwit, kippen-ei-eiwit en soja-eiwit weggelaten. Bij eczeem is medicatie vaak de eerste stap; voeding wordt pas als verdachte beschouwd als medicatie niet helpt.

Het is belangrijk om te voorkomen dat moeders uit eigen beweging diverse voedingsmiddelen uit hun dieet weglaten, omdat dit kan leiden tot een te zwaar dieet voor de moeder en een verhoogde kans op het stoppen van borstvoeding. Bij te veel baby's wordt de diagnose van voedselovergevoeligheid niet gesteld via de correcte eliminatie-, belasting- en re-eliminatieprocedure.

Tot 9 april worden nieuwe wetenschappelijke inzichten over gezond, duurzaam en veilig eten verwerkt.

Adviezen voor bijvoeding vanaf 4 maanden tot 1 jaar

Het volgende schema geldt voor kinderen vanaf 4 maanden tot 1 jaar:

  • Peulvruchten of ei mogen worden gegeven.
  • Geef baby's bij voorkeur geen rauw vlees, of eten met zout of te veel vitamine A.

Producten die goed doorbakken of gekookt moeten worden:

  • Rauw vlees en producten van rauw vlees (filet americain, ossenworst, carpaccio, niet-doorbakken tartaar) kunnen ziekmakende bacteriën bevatten. Jonge kinderen zijn hier extra gevoelig voor.
  • Rauwe schaal- en schelpdieren.
  • Rauwe of voorverpakte gerookte vis (sushi, gerookte zalm) kan ziekmakende bacteriën bevatten.
  • Rauwe eieren en producten met rauwe eieren (zelfgemaakte mayonaise) kunnen ziekmakende bacteriën bevatten.

Te vermijden producten:

  • Lever: beter helemaal niet geven vanwege een te hoog gehalte aan vitamine A.
  • Producten met veel zout, verzadigd vet en vitamine A (bijvoorbeeld bepaalde belegsoorten): te veel vitamine A kan leiden tot hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid en vermoeidheid.
  • Producten met veel verzadigd vet en zout: de nieren van jonge kinderen kunnen nog niet veel zout verwerken.
  • Kaas gemaakt van rauwe melk: op het etiket staat 'gemaakt van rauwe melk' of 'au lait cru'.

Wacht met het geven van gewone koemelk tot uw kind 12 maanden oud is. Borstvoeding en flesvoeding zijn beter afgestemd op de behoeften van een baby, met meer goede vetten, minder zout en minder eiwitten. Te veel eiwit kan schadelijk zijn voor de nieren van een baby.

Dranken zoals frisdrank en vruchtensappen zijn niet nodig, zolang borstvoeding of opvolgmelk de voornaamste melkbron blijft. Een gezonder alternatief is magere yoghurt met fruit. Frisdranken bevatten veel suiker en zuren die schadelijk zijn voor het gebit.

Vermijd (borstvoedings)thee met venkel, anijs of kaneel, omdat deze kruiden schadelijke plantengifstoffen kunnen bevatten. Dit geldt ook voor andere kruidentheeën. Het beste is om geen zout aan het eten toe te voegen, aangezien producten vaak van nature al voldoende smaak hebben.

Het is niet nodig om ongerust te zijn als u per ongeluk een product uit de 'niet geven'-categorie heeft gegeven; de kans op schadelijke effecten is klein. Jonge kinderen hebben een minder goede weerstand, en bepaalde producten, met name rauwe dierlijke producten, vlees, vis of eieren, kunnen sneller leiden tot voedselinfecties. Naast het vermijden van bepaalde producten, is hygiënisch werken bij het koken en bereiden van eten essentieel om voedselinfecties te voorkomen.

Infographic met een overzicht van voedingsmiddelen die geschikt zijn voor baby's en welke vermeden moeten worden

Gevaar van druiven en cherrytomaatjes

Het serveren van druiven of cherrytomaatjes aan baby's kan gevaarlijker zijn dan het lijkt, omdat ze gemakkelijk de luchtwegen kunnen blokkeren en verstikkingsgevaar opleveren, zelfs bij oudere kinderen. Een bekend voorbeeld is een 5-jarig jongetje dat moest worden geopereerd na het inslikken van een druif.

Om dit te voorkomen, is het raadzaam om druiven en cherrytomaatjes in de lengte door midden of zelfs in vieren te snijden. Dit bevordert het kauwen en voorkomt dat de stukjes vast komen te zitten.

Window Of Tolerance

De tomaat in babyvoeding

Tomaat is een vrucht van de tomatenplant, hoewel we het culinair als groente gebruiken. De rest van de tomatenplant is giftig. Tomaten behoren tot de nachtschadefamilie, net als aardappelen en aubergines, en er bestaan circa 60 soorten.

Voor babyvoeding moeten tomaten fris, glanzend en rood zijn, stevig aanvoelen en een gave schil hebben. Bewaar ze op een koele plaats, maar niet in de koelkast. Het schoonmaken is eenvoudig: even wassen en het kroontje verwijderen.

Tomaat ontvellen voor babyhapjes

Er zijn verschillende methoden om tomaten te ontvellen:

  1. Methode met aspergepan: Kruis de tomaten van onderen in. Breng water aan de kook in een hoge pan. Hang het mandje met de ingekerfde tomaten in het kokende water voor ongeveer 10 seconden. De velletjes zouden er daarna bijna vanzelf af moeten vallen.
  2. Methode met gaspit: Kruis een tomaat in en prik deze aan een vork. Houd de tomaat boven een aangestoken gaspit.
  3. Schillen: Hoewel gezegd wordt dat dit kan, is het een minder gebruikelijke methode.

Na het ontvellen wordt de tomaat gestoofd en gepureerd. Kruiden zoals basilicum of rozemarijn kunnen worden toegevoegd, aangezien baby's geen zout mogen.

Illustratie van de verschillende methoden om tomaten te ontvellen

Gezondheidsvoordelen van tomaat

Tomaten zijn zeer gezond en mogen vanaf ongeveer 10 maanden aan baby's worden gegeven. Ze bevatten:

  • Vitamine A (van bètacaroteen)
  • Vitamine B
  • Vitamine C
  • Vitamine K
  • Vezels
  • IJzer
  • Kalium

Daarnaast zijn tomaten rijk aan antioxidanten, met name lycopeen, dat gunstig is voor het menselijk lichaam. Voor moeders die borstvoeding geven, bevatten tomaten ook procollageen, wat goed is voor de huid.

Het opwarmen van tomaten gaat niet ten koste van veel voedingswaarde. Rauwe tomaten kunnen te zuur zijn voor baby's.

Invriezen van tomatensaus

Tomatensaus kan goed worden ingevroren. In het tomatenseizoen is het aan te raden een voorraad aan te leggen.

Krampjes bij baby's en voeding

Krampjes bij baby's kunnen diverse oorzaken hebben en hoeven niet altijd direct gerelateerd te zijn aan de voeding van de moeder. Sommige baby's hebben simpelweg meer last van krampjes dan anderen. Moedermelk draagt bij aan de rijping van de darmen en vormt een beschermende laag.

Als een baby veel last heeft van krampjes, kan het helpen om:

  • De baby op de buik te laten liggen (bijvoorbeeld op de moeder).
  • Twee uur tussen de voedingen te laten, zodat de ingewanden tot rust kunnen komen.
  • Goed laten boeren na de voeding.
  • Niet laten sabbelen om luchtinslikken te minimaliseren.
  • De baby in een draagdoek tegen de moeder aan houden.

Als moeders te veel voedingsmiddelen weglaten uit angst voor krampjes, kan dit ten koste gaan van hun eigen gezondheid. Sommige baby's reageren op uien, prei en knoflook, terwijl anderen hier geen last van hebben. Deze gevoeligheid kan ook afnemen met de tijd.

Het tijdelijk weglaten van citrusvruchten, zoals multivitaminesap, kan helpen om te bepalen of een baby hierop reageert. Sinaasappelsap kan al bij de volgende voeding in de moedermelk terechtkomen. Dit geldt ook voor ui/prei/knoflook (6 uur), peulvruchten of koolsoorten (6-8 uur), en tomaten (4-6 uur).

Baby's reageren over het algemeen niet veel op tomaten en chocolade, dus deze hoeven niet als eerste te worden aangepakt bij krampjes.

Het is belangrijk om niet te veel voedingsmiddelen uit het dieet te elimineren, zodat de moeder kan herstellen en op krachten kan blijven. Bij twijfel over borstvoeding en voeding van de moeder kan een lactatiedeskundige worden geraadpleegd.

Soms worden de symptomen van krampjes verward met honger. Overprikkeling of slaaptekort kunnen ook bijdragen aan onrust bij de baby. Het bijhouden van een eetdagboek kan helpen patronen te herkennen.

Sommige moeders hebben ervaring met specifieke reacties op bonen en peulvruchten. Het is belangrijk te onthouden dat de reacties van baby's op voeding sterk individueel verschillen.

Het wordt afgeraden om frisdrank, knoflook, scherpe kruiden, kolen en sinaasappels te laten staan, tenzij er een duidelijke reactie is. Het te veel weglaten van voedingsmiddelen kan de borstvoeding ontmoedigend maken.

tags: #tomaat #in #babyvoeding #mijden