Het zicht van een pasgeboren baby ontwikkelt zich geleidelijk. Na ongeveer een week kan een baby scherp zien op een afstand van zo'n 20 centimeter. Een pasgeboren baby zal zich naar het licht draaien, mits het niet te fel is. Hoewel baby's het verschil tussen licht en donker al goed waarnemen, is hun zicht nog wazig.
Wanneer een pasgeboren baby wakker en alert is, zoekt hij of zij iets om naar te kijken. Als iets de aandacht trekt, kan de baby er korte of langere tijd naar staren. In de eerste weken kunnen baby's nog geen echte kleuren zien, maar ze kunnen wel contrasten opmerken. Pas na ongeveer vier weken begint het zicht op kleur zich te ontwikkelen, te beginnen met de kleur rood. Rood blijft voor veel baby's lang een favoriete kleur. Ongeveer een week later kunnen baby's blauw, geel en groen van elkaar onderscheiden. Baby's hebben de meeste belangstelling voor primaire, 'zuivere' kleuren zoals rood, blauw en geel. Pasteltinten en mengvormen spreken een baby minder aan, maar kunnen wel rustgevend werken.
Zolang een baby nog niet scherp kan zien, kan deze af en toe scheel kijken. De ogen werken nog onafhankelijk van elkaar, omdat de samenwerking nog niet is ontwikkeld. Dingen die zich op ongeveer 20 cm afstand bevinden, ziet een baby het best. Objecten die dichterbij of verder weg zijn, worden waziger waargenomen. Het is voor een baby het duidelijkst om een gezicht te zien wanneer dit zich op ongeveer 20 cm afstand bevindt. Het zicht verscherpt geleidelijk tussen de 3 en 6 maanden.
Het is nog niet volledig bekend hoe snel het zicht zich ontwikkelt bij prematuur geboren kinderen. Onderzoekers vermoeden dat de visuele ontwikkeling bij extreem prematuren iets trager kan verlopen, aangezien hun netvlies bij de geboorte nog niet volledig ontwikkeld is. Een pasgeboren kind kan kijken naar een groot en opvallend object dat langzaam beweegt. Vanaf 3 tot 4 maanden kan een kind langdurig naar iemand blijven kijken die door de kamer loopt, waarbij de ogen de persoon volgen.
De ontwikkeling van het zicht duurt tot ongeveer de leeftijd van 7 Ã 8 jaar. Voor een goede oogontwikkeling is het essentieel dat eventuele oogproblemen vroegtijdig worden vastgesteld en, indien nodig, correct worden behandeld. Oogtesten helpen bij het opsporen van factoren die kunnen leiden tot een lui oog en bepaalde ernstige oogafwijkingen. Deze testen worden door verpleegkundigen uitgevoerd tijdens consultaties op het consultatiebureau.
De evolutie van kleurperceptie bij baby's
De waarneming van kleuren begint zich meestal te ontwikkelen bij baby's vanaf de geboorte, maar het vermogen om kleuren te herkennen en te onderscheiden evolueert in de loop van de tijd. Direct na de geboorte hebben pasgeboren baby's een beperkt kleurzicht; ze zien de wereld voornamelijk in zwart-wit en grijstinten.
- 1-3 maanden: Het vermogen om kleuren te onderscheiden begint zich langzaam te ontwikkelen.
- 4-6 maanden: Tegen de leeftijd van 4 tot 6 maanden begint het kleurzicht van baby's zich verder te ontwikkelen.
- 7-12 maanden: Tijdens deze periode worden baby's steeds beter in het herkennen van verschillende kleuren.
- 3 jaar en ouder: Naarmate kinderen ouder worden, kunnen ze hun kleurperceptie verder verfijnen en leren ze subtielere kleurverschillen herkennen.
Factoren zoals genetica en omgevingsstimulatie kunnen een rol spelen in de snelheid waarmee een kind kleuren leert herkennen en onderscheiden. Uiteindelijk leren kinderen associaties te zien en contextuele betekenis te geven aan kleuren.
Historische context van babykleding en kleurgebruik
In de middeleeuwen werden pasgeboren baby's stevig ingebakerd met doeken en zwachtels, in de veronderstelling dat dit hen warm en rustig zou houden door de beperking van beweging. In de 17e eeuw werden ook de hoofdjes vaak strak ingepakt om platte slagen en platte oren te bevorderen. Babyjurken kwamen rond het midden van de 18e eeuw in gebruik, toen het inbakeren minder gebruikelijk werd. In welgestelde families weerspiegelde het model, materiaal en de decoratie van babyjurken de heersende vrouwenmode. Deze meestal witte jurken kenmerkten zich door een hoge taille, lange rok en het gebruik van luxe materialen met rijke versieringen zoals kant en borduursels.
Tot hun zesde levensjaar droegen jongens in de 17e eeuw vaak een jurk of rok. Vanaf die leeftijd, beschouwd als het einde van de kindertijd, begonnen ze serieus te leren voor hun toekomst, wat zich vertaalde in kleding waarbij de jongen 'de broek aankreeg', wat meer bewegingsvrijheid bood. Meisjes wachtten langer op dit privilege en begonnen pas aan het einde van de 18e eeuw broeken onder hun rokken te dragen.
Jonge kinderen die net konden lopen, droegen in de 17e en 18e eeuw vaak een valhoedje. Deze hoedjes, met een leren binnenwerk en soms versterkt met baleinen of rieten constructies, waren opgevuld met paardenhaar, kapok of watten. Ze boden bescherming bij een val om te voorkomen dat het kind direct op het hoofd terechtkwam. Begin 19e eeuw verdween het valhoedje bij welgestelde families door het constante toezicht van kindermeisjes of gouvernantes. In lagere klassen, met minder toezicht, bleef het langer in gebruik. Daarnaast werden in de 17e eeuw leibanden gebruikt om kinderen vast te houden, die op de rug bij de schouders aan de kleding werden bevestigd of met banden om het lijfje.
Kinderen uit voorname families werden in de 17e eeuw vaak afgebeeld in historische kostuums geïnspireerd op de klassieke oudheid. Een voorbeeld hiervan is een jongetje met een vink aan een lint, die een Romeins fantasiekostuum in roze en rood draagt. In tegenstelling tot de huidige opvattingen, werden roze en rood destijds als jongenskleuren beschouwd. Blauw werd gezien als een zachte, lieflijke en vrouwelijke kleur die beter bij meisjes paste. Pas vanaf 1940 werd het gebruikelijk om jongens in blauw en meisjes in roze te kleden, hoewel de redenen hiervoor onduidelijk zijn.
Op veel foto's van baby's uit het begin van de 20e eeuw zijn de kinderen in witte kleding gehuld. Het doopkleed, dat altijd wit is, verwijst naar het christelijke ritueel van het doopsel en staat voor zuiverheid. Witte kleding was courant tot aan de kleutertijd. Na de eerste levensjaren werden kinderen, net als volwassenen, aangekleed in donkere kleding, wat de norm was. Ook de wieg, geboortekaartjes en doosjes voor suikerbonen waren meestal wit.
Het drukken van geboortekaartjes en het uitdelen van suikerbonen was een luxueuze aangelegenheid. Later werden roze en blauw gangbaar voor geboortekaartjes, waarbij de kleur direct het geslacht van de pasgeboren baby onthulde. Destijds was roze voor pasgeboren jongens en blauw voor meisjes. De keuze voor deze kleuren is niet eenvoudig te verklaren. Roze, een opvallende kleur die staat voor gezondheid en kracht, werd geassocieerd met jongens. De keuze voor pastelblauw voor meisjes zou verband kunnen houden met de verschijningen van Maria, die volgens beschrijvingen in de Franse stad Lourdes in een wit gewaad met blauwe linten verscheen. Dit 'Maria-blauw' werd sindsdien als een beschermende, vrouwelijke kleur beschouwd.
In de jaren 1950 werd het leven kleurrijker na de donkere oorlogsjaren, met een klimaat van optimisme en levensvreugde. Vrolijke pastelkleurtjes waren in de mode en werden als modern beschouwd. In deze periode werd het kleurgebruik voor jongens en meisjes omgewisseld: roze werd de meisjeskleur en blauw de jongenskleur. Ook de uitzet voor baby's breidde sterk uit, met nieuwe verzorgingsproducten, speelgoed, meubels, kinderwagens en accessoires. Kersverse ouders ontvingen de 'Roze Doos', een doos vol informatie en reclame over babyproducten, in roze. Ook vandaag de dag ontvangen ouders nog een 'Roze Doos', die de geschiedenis van babyverzorging illustreert en qua naam en kleur past bij de stijl van de jaren 1950. De roze babydrinkbeker met twee handgrepen is een voorbeeld van de producten uit die tijd.
In de jaren 1960 raakten pastelkleuren enigszins uit de mode, maar niet voor baby's; roze en blauw bleven in gebruik. Toen in de jaren 1970 de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen werd aangeklaagd, ontstond er een trend naar meer genderneutrale kleuren voor baby's. De jaren 1970 kenmerkten zich door oranje, wat ook duidelijk merkbaar was in de babykamer. Echter, roze en blauw bleven populair.
Eeuwenlang probeerde men het geslacht van ongeboren baby's te voorspellen. In de jaren 1980 werd echografie gebruikt door gynaecologen, waardoor ouders het geslacht van hun baby van tevoren konden weten. Dit leidde tot vragen over de kleur van de babykamer en de kleding die gekocht moest worden. De babyuitzet verraadde soms het geslacht van de baby, en het geslacht werd bekendgemaakt door het gebruik van ongeschreven kleurcodes: blauw voor een jongen, roze voor een meisje. Soms werd dit ook publiekelijk gecommuniceerd met een groot roze of blauw bord aan de gevel of in de tuin.

Fysieke kenmerken en controles bij pasgeborenen
Pasgeboren baby's kunnen soms scheel kijken, hebben donshaartjes op hun lijfje en schilfertjes op hun hoofd. Baby's die te vroeg worden geboren, zijn vaak bedekt met een dun laagje lanugo, ook wel 'nesthaar' genoemd, dat in de baarmoeder ter bescherming diende. Deze haartjes zitten meestal op het gezichtje, de schouders en de rug en vallen na een paar dagen vanzelf uit. De huid van een pasgeborene is vaak bedekt met een witte, vettige laag, vernix genoemd, vooral in de plooien. Vernix bestaat uit water, talg, huidcellen en haartjes en houdt de huid vet, vergemakkelijkt de passage door het geboortekanaal en helpt de baby beter bestand te zijn tegen de koudere temperatuur na de geboorte. Het kan ook beschermen tegen infecties. Na een paar uur kan bij veel baby's een rode huidskleur ontstaan, erythema neonatorum genaamd.
Bij voldragen baby's kan in de eerste dagen na de geboorte een blauwe verkleuring van de handjes en voetjes optreden. Bij een kwart tot de helft van de voldragen kinderen ontstaat er op de tweede of derde dag na de geboorte een gele verkleuring van de huid, wat bij te vroeg geboren baby's nog vaker voorkomt. Deze gele kleur, veroorzaakt door bilirubine, ontstaat door de afbraak van rode bloedcellen. Bij pasgeborenen moeten vaak extra veel rode bloedcellen worden afgebroken, en de lever werkt de eerste dagen nog niet optimaal, wat kan leiden tot een stijging van bilirubine. Een klein deel van de baby's wordt te geel, wat hersenschade kan veroorzaken. Kraamverzorgenden en verloskundigen zijn getraind om deze gele kleur te herkennen. Via een hielprik kan de bilirubineconcentratie worden gemeten. Is deze te hoog, dan wordt de baby vaak onder een blauw licht gelegd om de gele kleur sneller te laten verdwijnen.
Soms hebben pasgeborenen bij de geboorte blaren op de vingers, lippen of onderarmen, waarschijnlijk door het zuigen op de huid in de baarmoeder. Hormonen van de moeder kunnen ervoor zorgen dat bij meisjes de clitoris vergroot is, en bij zowel meisjes als jongens kan er een zwelling onder de tepels ontstaan.
Temperatuurcontrole
Voor een pasgeboren baby is het vaak moeilijk om de lichaamstemperatuur te reguleren. In de baarmoeder was de baby gewend aan een constante temperatuur van ongeveer 37 graden Celsius. Na de geboorte moet de baby zelf de temperatuurregulatie ontwikkelen, waarbij ondersteuning door middel van kruiken en warme kleding soms nodig is. Een goede temperatuur ligt tussen de 36,5 en 37,5 graden Celsius. Omdat handjes en voetjes altijd wat koud aanvoelen, is het meten van de temperatuur belangrijk. De eerste dag na de bevalling wordt de temperatuur van de baby regelmatig gecontroleerd totdat deze stabiel is. Een baby kan, in tegenstelling tot oudere kinderen, ook ondertemperatuur krijgen bij een infectie. Daarom is het belangrijk om bij een te lage temperatuur contact op te nemen met een verloskundige.
Controle van plas- en poepluiers
Het is de bedoeling dat een baby binnen ongeveer 24 uur gaat plassen. Het aantal plasluiers neemt toe naarmate de baby meer voeding binnenkrijgt. Wanneer er te weinig vocht of voeding wordt ingenomen, kan de baby uraten plassen, wat zichtbaar is als een roze-oranje verkleuring in de luier. Dit komt vaak voor tijdens de eerste week en verdwijnt vanzelf bij een hogere voedingsinname. De eerste poepluier moet de baby binnen 48 uur produceren. De eerste ontlasting, meconium genaamd, is zwart en plakkerig. Door de billetjes de eerste dagen goed in te smeren met vaseline of billencrème kan meconium gemakkelijk worden verwijderd. Naarmate de baby goed gaat drinken, zal de ontlasting via bruin en groen (overgangsontlasting) uiteindelijk geel worden. Tijdens de eerste week is minimaal één poepluier per dag normaal.
Controle van het gewicht
Het gewicht van de baby wordt direct na de geboorte bepaald en tijdens het kraambed nog een paar keer gewogen. Het is normaal dat een baby in de eerste dagen wat afvalt, tot maximaal 10% van het geboortegewicht. Rond de vierde dag na de bevalling bereikt de baby meestal zijn laagste gewicht en begint vervolgens weer te groeien. Gemiddeld komt een baby ongeveer 15 tot 30 gram per dag aan, en het kan ongeveer 3 weken duren voordat het geboortegewicht weer is bereikt. De meeste baby's bereiken hun geboortegewicht echter al in de tweede week na de geboorte.

Controle van de kleur en het gezichtsvermogen
Een pasgeboren baby heeft een roze kleur. In het begin kunnen de handjes en voetjes nog blauw zien, maar dit trekt snel bij, vooral wanneer de baby goed warm wordt gehouden. Het kan voorkomen dat de baby in de loop van de derde of vierde dag geel gaat zien. Dit is een natuurlijk proces dat vanzelf verdwijnt. Bij borstvoeding baby's kan dit soms enkele weken duren.
De gele kleur wordt veroorzaakt door bilirubine, een stof die vrijkomt bij de afbraak van bloedcellen. Als de gele verkleuring aanhoudt of de baby suf is, kan de verloskundige de bilirubinespiegel in het bloed laten bepalen via een hielprik. Bij een te hoge waarde kan de baby onder een blauwe lamp worden gelegd in het ziekenhuis om de afvoer van bilirubine te bevorderen. Dit is echter zelden nodig.
Pasgeboren baby's kunnen ook een puntige vorm van het hoofdje hebben als de bevalling met een vacuümpomp is uitgevoerd. Dit is tijdelijk en herstelt zich vanzelf, aangezien de schedel van de baby nog niet gesloten is.
Kleine witte pukkeltjes op de wangen van pasgeboren baby's verdwijnen vanzelf na een paar dagen. Witte of gele schilfertjes en korstjes op het hoofd, 'berg' genoemd, kunnen worden behandeld door het hoofdje in te smeren met babyolie. Het scheel kijken bij pasgeborenen is vaak niet echt, maar wordt veroorzaakt door gezwollen oogplooien door de druk tijdens de bevalling.
De ontwikkeling van het zicht duurt tot de leeftijd van 7 Ã 8 jaar. Voor een goede oogontwikkeling is het belangrijk dat eventuele oogproblemen vroegtijdig worden vastgesteld en behandeld. Oogtesten kunnen helpen bij het opsporen van factoren die kunnen leiden tot een lui oog en ernstige oogafwijkingen.
Baby sensory- High contrast animation - Infant Visual Stimulation - Friendly faces
Onderzoek van het bloed
In een laboratorium wordt het bloed van de baby onderzocht op een aantal zeldzame, maar ernstige aandoeningen. Bij tijdige opsporing kan met de behandeling worden gestart om schade aan de ontwikkeling van het kind te beperken of te voorkomen. Dit onderzoek gebeurt via een hielprik.
tags: #traditionele #kleur #voor #pasgeboren