Bescherming tegen het RS-virus: Vaccinatie voor zwangere vrouwen en baby's

Het RS-virus (respiratoir syncytieel virus of RSV) is een veelvoorkomend verkoudheidsvirus dat zowel bij kinderen als volwassenen kan voorkomen. Bij kinderen is het de meest voorkomende oorzaak van verkoudheid. Ongeveer 40% van alle kinderen krijgt een RSV-infectie vóór de leeftijd van één jaar, wat kan leiden tot benauwdheid. Bij ongeveer 1% van de zuigelingen is de benauwdheid zo ernstig dat ziekenhuisopname noodzakelijk is, met name bij kinderen tussen één en drie maanden oud. In het ziekenhuis krijgen zij zuurstof toegediend. Over het algemeen herstellen kinderen volledig van de infectie.

Het RS-virus circuleert voornamelijk in de herfst en winter, van september tot en met maart. Tijdens de coronapandemie werd dit patroon verstoord; in de winter van 2023-2024 was de piek van de epidemie al in december, wat vroeger was dan gebruikelijk.

RSV bij ouderen

Bij ouderen verloopt een RSV-infectie doorgaans mild, maar het kan ook leiden tot ernstige aandoeningen zoals een longontsteking. Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 2900 mensen van 65 jaar en ouder opgenomen in het ziekenhuis vanwege een RSV-infectie. Ouderen met chronische luchtwegaandoeningen, chronisch hartfalen, chronische nierziekte, diabetes, morbide obesitas (BMI >40) of een afweerstoornis lopen een verhoogd risico op ernstige ziekte door RSV. Het risico op ziekenhuisopname is het grootst bij volwassenen met COPD en hartfalen. De kans op overlijden door een RSV-infectie bij ouderen bedraagt ongeveer 8%. Vaccinatie biedt een bescherming van 70-80% tegen ziekenhuisopname, en deze bescherming houdt naar verwachting twee tot drie jaar aan.

Wie komen in aanmerking voor vaccinatie tegen RSV bij ouderen?

  • Personen ouder dan 75 jaar.
  • Personen tussen 60 en 75 jaar met een of meer van de volgende aandoeningen: chronische luchtwegaandoeningen, chronisch hartfalen, chronische nierziekte, diabetes, morbide obesitas (BMI >40) of een afweerstoornis.
  • Personen tussen 60 en 75 jaar die wonen in een instelling voor langdurige zorg.

Voor de vaccinatie kan men terecht bij de huisarts of de GGD. De Gezondheidsraad adviseert over de RSV-vaccinatie voor ouderen.

Vaccinatie tegen het RS-virus tijdens de zwangerschap

Er is een vaccinatie beschikbaar voor zwangere vrouwen, genaamd Abrysvo. Door dit vaccin aan te maken, produceert de moeder antistoffen tegen het RS-virus. Deze antistoffen worden overgedragen op de baby, waardoor het kind tot de leeftijd van 6 maanden beschermd is. Het vaccin wordt doorgaans toegediend tussen de 24e en 36e week van de zwangerschap, met een voorkeur voor de periode tussen de 30e en 32e week voor optimale bescherming. Abrysvo is een eiwitvaccin en bevat geen levend virus.

Een vaccinatie van de moeder kan ongeveer de helft van de RSV-infecties bij zuigelingen voorkomen. Indien een kind toch een RSV-infectie oploopt, verloopt de ziekte vaak minder ernstig. Vaccinatie tijdens de zwangerschap is minder zinvol als de baby naar verwachting na het RS-virusseizoen geboren wordt.

Illustratie van een zwangere vrouw die een vaccinatie krijgt, met pijlen die antistoffen naar de foetus tonen.

Vanaf september 2025 krijgen baby's zelf een prik tegen het RS-virus (nirsevimab), waardoor de vaccinatie van de zwangere vrouw vrijwel niet meer nodig zal zijn.

Vaccinatie van het kind

Vanaf september 2025 zal de Jeugdgezondheidszorg alle pasgeborenen een prik toedienen met nirsevimab. Dit middel bestaat uit kant-en-klare antistoffen tegen RSV, waardoor het immuunsysteem van het kind zelf geen antistoffen hoeft aan te maken. De prik dient vóór of tijdens het RS-virusseizoen te worden gegeven en voorkomt ongeveer driekwart van de ziekenhuisopnames door RSV.

  • Baby's geboren vanaf oktober tot en met maart ontvangen de prik uiterlijk twee weken na de geboorte.
  • Baby's geboren vanaf april tot en met september ontvangen de prik in september of oktober.

Kinderen met een medische aandoening die hen een hoog risico op ernstige RSV-ziekte geeft, ontvangen van de kinderarts een ander middel dan nirsevimab.

RSV Prevention Breakthrough: Protect Your Baby with Nirsevimab | AAP

Afspraak maken voor vaccinatie

Het vaccin voor zwangeren en 60-plussers is bij enkele GGD'en verkrijgbaar. De Gezondheidsraad adviseert om alle zuigelingen te beschermen tegen het RS-virus. In afwachting van een landelijk besluit bieden sommige GGD'en de maternale vaccinatie (Abrysvo) aan. Zwangere vrouwen die hier gebruik van willen maken, kunnen contact opnemen met de afdeling Reizigers & Vaccinaties van de betreffende GGD.

Vanwege de hoge ziektelast heeft de Gezondheidsraad in februari 2024 geadviseerd om alle kinderen in hun eerste levensjaar te beschermen tegen RSV. De voorkeur gaat uit naar nirsevimab, dat aan zuigelingen wordt toegediend. Naast nirsevimab is Abrysvo geregistreerd als maternale vaccinatie. Dit vaccin stimuleert de moeder om antistoffen aan te maken die worden doorgegeven aan het ongeboren kind.

De maternale vaccinatie dient tussen de 24e en 36e zwangerschapsweek plaats te vinden, bij voorkeur tussen 32 en 36 weken voor hogere effectiviteit. Het is een eiwitvaccin zonder levend virus. Een vaccinatie van de moeder voorkomt ongeveer de helft van de RSV-infecties bij zuigelingen, en indien een infectie optreedt, verloopt deze doorgaans minder ernstig. Vaccinatie tijdens de zwangerschap is niet zinvol als de baby na het RS-virusseizoen wordt geboren.

Voor baby's geboren op of na 1 april 2025 is er een gratis prik tegen het RS-virus beschikbaar. Deze prik vermindert de kans op ernstige ziekte aanzienlijk, hoewel het kind het virus nog wel kan oplopen. De prik is veilig en kent zelden bijwerkingen.

Als de baby geboren wordt tussen november en maart, is de prik tegen het RS-virus zeer zinvol, aangezien het virus dan het meest voorkomt. De prik kan tijdens de zwangerschap worden gegeven, bij voorkeur na week 30 voor de beste bescherming van de baby. De bescherming houdt ongeveer 6 maanden aan.

Wanneer werkt de vaccinatie minder goed?

De vaccinatie kan minder effectief zijn in de volgende situaties:

  • Als de bevalling binnen twee weken na de prik plaatsvindt (het duurt twee weken voordat de baby voldoende antistoffen heeft).
  • Bij een verminderde afweer door ziekte of medicijngebruik.
  • Bij een vroeggeboorte (eerder dan 37 weken).

In deze gevallen kan de baby mogelijk zelf de prik tegen het RS-virus nodig hebben, in overleg met de jeugdarts of verpleegkundige van het consultatiebureau.

De vaccinatie tijdens de zwangerschap kan verkregen worden bij de GGD, een vaccinatiecentrum of de huisarts. De kosten voor deze prik zijn voor eigen rekening en bedragen doorgaans minimaal 200 euro, exclusief eventuele consult- en apotheekkosten. Soms vergoedt de zorgverzekeraar een deel van de kosten.

Combinatie met andere vaccinaties

Tijdens de zwangerschap kunnen ook de griepprik en de kinkhoestprik worden gegeven:

  • De griepprik en de prik tegen het RS-virus mogen op hetzelfde moment worden toegediend.
  • Tussen de kinkhoestprik en de prik tegen het RS-virus dient minimaal twee weken te zitten.

De bescherming van de baby door de vaccinatie van de moeder duurt tot ongeveer 6 maanden na de geboorte. Soms is een eigen prik voor de baby alsnog aan te raden, bijvoorbeeld bij vroeggeboorte. Overleg dit met de jeugdarts of verpleegkundige.

Aanvullende adviezen ter bescherming van de baby

Naast vaccinatie zijn de volgende maatregelen belangrijk:

  • Vermijd contact met hoestende of verkouden personen, vooral in de laatste weken van de zwangerschap en de eerste periode na de geboorte.
  • Borstvoeding kan enige bescherming bieden door antistoffen van de moeder, maar dit is minder effectief dan vaccinatie.
  • Maak speelgoed van de baby schoon, zeker als andere kinderen ermee hebben gespeeld of als er snot op zit.
Infographic met een tijdlijn van RSV-seizoen en aanbevelingen voor vaccinatie van baby's geboren in verschillende periodes.

De prik tegen het RS-virus wordt in het bovenbeentje toegediend en is bedoeld voor baby's in hun eerste levensjaar. Vanaf 2026 zullen alle baby's de prik aangeboden krijgen. In andere Europese landen wordt deze vaccinatie al langer toegepast.

Nirsevimab is een passieve immunisatie die vrijwel direct bescherming biedt tegen ernstige RSV-infecties met zeldzame bijwerkingen. RSV-immunisatie voor baby's via het Rijksvaccinatieprogramma is de standaardoptie. Maternale vaccinatie met Abrysvo is een alternatief, vooral zinvol bij een uitgerekende datum tussen november en maart. Deze vaccinatie wordt toegediend tussen 24 en 36 weken zwangerschap, bij voorkeur na 30 weken.

RSV-vaccinatie voor volwassenen

De prik tegen het RS-virus wordt aanbevolen voor volwassenen, met name ouderen en personen met een verhoogd risico op ernstige complicaties, zoals mensen met hart- of longaandoeningen of een verzwakt immuunsysteem. Hoewel RSV meestal milde verkoudheidssymptomen veroorzaakt, kan het bij kwetsbare groepen leiden tot ernstige gevolgen, waaronder ziekenhuisopname en overlijden. Vaccinatie kan deze risico's aanzienlijk verminderen.

De Abrysvo-vaccinatie is ook beschikbaar voor volwassenen vanaf 60 jaar. Het vaccin is een eiwitvaccin dat gericht is tegen de A- en B-stammen van het RS-virus. Na vaccinatie maakt het lichaam antistoffen aan die het virus herkennen, waardoor de kans op infectie en ernstige ziekte kleiner wordt.

Bijwerkingen van de Abrysvo-vaccinatie zijn doorgaans mild, zoals pijn op de prikplek, hoofdpijn en spierpijn. Bij zwangere vrouwen zijn dit de meest voorkomende reacties. Bij volwassenen van 60 jaar en ouder is pijn op de prikplek de meest voorkomende bijwerking.

De kosten voor de Abrysvo-vaccinatie buiten het Rijksvaccinatieprogramma variëren van €250 tot €350, exclusief consult- en toedieningskosten. Zorgverzekeraars vergoeden deze vaccinatie doorgaans niet.

tags: #vaccinatie #rs #virus #zwanger