Abortus bij dieren, ook wel bekend als het verliezen van een ongeboren vrucht, kan diverse oorzaken hebben en vormt een belangrijk aandachtspunt voor veehouders. De problematiek kan variëren van incidentele gevallen tot grootschalige abortusstormen, waarbij verschillende dieren tegelijkertijd hun dracht verliezen. Het is cruciaal om de oorzaken te achterhalen en passende maatregelen te nemen om de gezondheid van de koppel en de continuïteit van het bedrijf te waarborgen.

Brucellose bij Runderen
Brucellose, ook wel bekend als de ziekte van Bang of besmettelijk verwerpen, is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door de Brucella abortus bacterie. Deze ziekte komt voor bij runderen van alle leeftijden, maar treft voornamelijk volwassen dieren. Drachtige koeien, en met name eerstekalfskoeien, zijn het meest vatbaar voor een infectie. Een abortusstorm bij deze jonge koeien is een zeer typisch verschijnsel van B. abortus. De abortus treedt vaak op in de vijfde tot zevende maand van de dracht, als gevolg van een ontsteking van de vruchtvliezen. Daarnaast kunnen de koeien ook aan de nageboorte blijven staan.
Naast abortus kunnen er ook andere symptomen optreden. Soms wordt er kreupelheid waargenomen bij geïnfecteerde runderen, wat wordt veroorzaakt door een ontsteking van de gewrichtsvliezen.

Risicofactoren voor Brucellose
Het importeren van dieren uit het buitenland vormt het grootste risico op de insleep van Brucellose. Daarnaast speelt hygiëne een cruciale rol. De bacteriën bevinden zich in grote aantallen in de nageboorte en abortusmateriaal. Het is daarom essentieel om te voorkomen dat koppelgenoten hiermee in aanraking komen. Tevens is het aan te raden om de kraamstal na gebruik grondig te desinfecteren.
Gevolgen van Brucellose voor Veehouder en Bedrijf
Brucellose is een aangifteplichtige ziekte. Bij een verdenking moet de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) onmiddellijk worden ingeschakeld. De NVWA onderzoekt elke melding om de vrij-status van Nederland te behouden en om mensen en dieren te beschermen. Indien Brucella-bacteriën worden aangetroffen, worden deze bestreden. Er wordt continu gemonitord op de aanwezigheid van Brucella abortus, Brucella melitensis en Brucella suis, onder andere door het onderzoeken van koeien die een vrucht hebben verworpen, steekproeven bij schapen- en geitenbedrijven en het onderzoeken van beren vóór ze sperma leveren.
Preventie van Brucellose
Hoewel er een vaccin bestaat tegen Brucellose, wordt er in Nederland niet preventief gevaccineerd omdat het land officieel vrij is van Brucella abortus. Een belangrijke preventieve maatregel is het niet importeren van nieuwe dieren uit het buitenland. Er wordt geen specifieke behandeling ingesteld voor Brucellose.
Andere Benamingen voor Brucellose
Brucellose staat ook bekend onder de benamingen abortus bang, ziekte van Bang, besmettelijk verwerpen en maltakoorts (bij mensen).
Abortus bij Kleine Herkauwers (Schapen en Geiten)
Voor veel schapen- en geitenhouders begint binnenkort weer het lammerseizoen. Hoewel dit op veel bedrijven voorspoedig verloopt, gebeurt het helaas ook dat dieren verwerpen. De draagtijd van een schaap is gemiddeld 147 dagen en van een geit 150 dagen, met enige spreiding. Wanneer vruchten bij een schaap vóór 135 dagen en bij een geit vóór 138 dagen dracht ter wereld komen, wordt gesproken over abortus. Vroege embryonale sterfte (VES), ook wel 'onregelmatige terugkomers' genoemd, treedt op wanneer de foetus sterft vóór 42 dagen dracht. Sterfte van de vrucht tussen 42 en 260 dagen dracht wordt abortus genoemd, en vroeggeboorte vindt plaats tussen 260 en 280 dagen dracht.
In de eerste anderhalve maand van de dracht worden vruchten vaak geresorbeerd, zonder dat er afwijkingen worden waargenomen. Niet-infectieuze abortus kan gedurende de gehele dracht optreden, meestal enkele dagen nadat een specifieke omstandigheid in de koppel is voorgevallen. Vaak stopt het verwerpen nadat de oorzaak is weggenomen, en zijn er weinig symptomen bij de moederdieren te zien, hoewel soms sprake kan zijn van een verminderde eetlust.

Infectieuze Oorzaken van Abortus bij Kleine Herkauwers
Bij infectieuze aandoeningen kan een groter deel van de koppel getroffen worden. De meest voorkomende infectieuze oorzaken van abortus in Nederland zijn:
- Campylobacter spp.
- Chlamydia abortus
- Toxoplasma gondii
- Listeria spp.
Aanvullend onderzoek op de verworpen lammeren en de nageboorte is de aangewezen methode om de diagnose te stellen. Een toegenomen aantal abortusgevallen is meldingsplichtig bij de NVWA.
Risico's voor Mensen
Zwangere vrouwen, jonge kinderen, ouderen en mensen met een verminderde weerstand moeten direct en indirect contact met verwerpende kleine herkauwers vermijden. Zij lopen een verhoogd risico om zelf ziek te worden na contact met bepaalde ziektekiemen. In geval van abortus bij dieren is het verstandig om contact op te nemen met de dierenarts om de situatie te bespreken en een plan te maken voor het opsporen van de oorzaak.
Diagnostiek en Preventie bij Kleine Herkauwers
Het is aan te raden om zoveel mogelijk abortusmateriaal te verzamelen, inclusief verworpen lammeren en nageboortes, voor inzending voor onderzoek. GD biedt een test aan voor Chlamydia abortus middels het inzenden van swabs, die binnen een week na het aflammeren genomen kunnen worden. Individuele swabs kunnen worden getest, of als een pool van maximaal 10 swabs, wat kosteneffectiever is, hoewel bij een positieve uitslag de individuele bron niet meer te herleiden is.
Ook Toxoplasma gondii en Listeria zijn belangrijke verwekkers van abortus bij schapen en geiten. De diagnose hiervan kan gesteld worden door onderzoek van de placenta en vruchtwater. Het is belangrijk om de oorzaak van abortus te achterhalen om verdere verspreiding te voorkomen en maatregelen te kunnen nemen.

Abortus bij Honden (Medicamenteus)
Bij honden kan abortus medicamenteus worden opgewekt met het middel Aglepriston. Dit middel verhindert de innesteling van het embryo en onderbreekt de dracht bij ongewenst gedekte teven tot 45 dagen na de paring. Wanneer de behandeling wordt uitgevoerd vóórdat het embryo zich innestelt, wordt de nidatie verhinderd en het embryo geresorbeerd. Een behandeling van een drachtige teef veroorzaakt een abortus binnen 3 tot 7 dagen na de behandeling, gepaard gaande met fysiologische verschijnselen die een normale partus voorafgaan.
Bij ongeveer 5% van de dieren ontstaat er een gedeeltelijke abortus. Daarom wordt aangeraden om 10 dagen na de behandeling een controle-onderzoek (echografie) uit te voeren om te verifiëren of de baarmoeder leeg is. Bij een gedeeltelijke abortus of geen abortus kan een herhalingsbehandeling worden aanbevolen.
Aglepriston is een synthetische steroïde met een antigestagene werking. De behandeling bestaat uit twee injecties met 24 uur interval. Het is niet noodzakelijk om de behandeling direct na een ongewenste dekking uit te voeren; als het middel na 20 dagen na de dekking wordt toegediend, vindt er een abortus plaats met mogelijke uitvloeiing.
Belangrijke overwegingen bij Aglepriston-behandeling:
- Voer 10 dagen na de behandeling en ten minste 30 dagen na de dekking een grondig controleonderzoek (echografie) uit.
- Bij 5% van de behandelde teven wordt een gedeeltelijke abortus vastgesteld.
- In geval van gedeeltelijke abortus of geen abortus kan een herhalingsbehandeling worden aanbevolen.
- Indien de teef na de behandeling toch drachtig blijft, kan dit leiden tot levensvatbaarheidsproblemen van de pups en ernstige complicaties zoals dystocia (moeilijke geboorte) en uterusruptuur (baarmoederruptuur).
- Raadpleeg de dierenarts bij purulente of hemorragische vaginale afscheiding, of langdurige vaginale afscheiding (>3 weken).
- Injectie van dit oliepreparaat kan bij mensen leiden tot irritatie. Onopzettelijke (zelf-)injectie bij zwangere vrouwen is gevaarlijk voor de zwangerschap.
- Dit geneesmiddel is niet bestemd voor drachtige of lacterende dieren, tenzij de dracht onderbroken moet worden. De behandeling heeft geen invloed op de fertiliteit tijdens de volgende oestrus.