Hoewel een snelle ademhaling in slaap bij pasgeboren baby's normaal gedrag is, zijn er signalen waar ouders alert op moeten zijn. Een normale ademhaling is snel, maar niet benauwd. Als een baby moeite heeft met ademhalen, voortdurend kreunt, de neusvleugels uitzet of de huid tussen de ribben en bij het sleutelbeen zichtbaar intrekt bij het inademen, kan dit duiden op een onderliggend probleem, zoals een luchtweginfectie. In dergelijke gevallen is het raadzaam contact op te nemen met een huisarts.
'Wet lung' (natte long)
Een van de mogelijke ademhalingsproblemen bij pasgeborenen is 'wet lung', wat letterlijk 'natte long' betekent. Dit probleem komt voornamelijk voor bij voldragen baby's, maar kan ook bij te vroeg geboren baby's optreden.
Ontstaan van 'wet lung'
In de baarmoeder produceren de longen van een foetus vocht. Bij de geboorte hoort dit longvocht uit de longen te worden geperst en vervangen door lucht, zodat de baby kan ademen. Normaal gesproken gebeurt dit tijdens het passeren van het geboortekanaal. Als het longvocht niet of onvoldoende wordt verwijderd, bijvoorbeeld door een snelle bevalling of een keizersnede, kan dit leiden tot ademhalingsproblemen.
Over het algemeen verdwijnen de verschijnselen van 'wet lung' spontaan binnen enkele uren tot maximaal twee dagen.
Infant Respiratory Distress Syndrome (I.R.D.S.)
Een ander ademhalingsprobleem dat bij pasgeborenen kan voorkomen, is het Infant Respiratory Distress Syndrome (I.R.D.S.), ook wel bekend als hyaliene membraanziekte. Bij I.R.D.S. zijn de longblaasjes niet goed ontplooid of blijven ze niet ontplooid.
Oorzaak van I.R.D.S.
Dit syndroom ontstaat door een tekort aan de stof surfactant. Surfactant is essentieel omdat het ervoor zorgt dat de longblaasjes aan het einde van de uitademing open blijven staan. Zonder voldoende surfactant klappen de blaasjes na elke ademhaling dicht, waardoor de baby harder moet werken om adem te halen. Dit kan zich uiten in snellere ademhaling of kreunen.
Bij te vroeg geboren baby's is de aanmaak van surfactant mogelijk nog onvoldoende. Bovendien kan de werking van surfactant in de dagen na de geboorte verminderd zijn door een infectie. Het ademhalingscentrum in de hersenen van te vroeg geboren baby's is mogelijk nog niet volledig volgroeid, wat kan leiden tot het vergeten adem te halen of oppervlakkige ademhaling.
De verschijnselen van I.R.D.S. omvatten onder andere een verstoorde uitwisseling van zuurstof en koolzuur, wat resulteert in ademhalingsproblemen. Daarnaast kan de pasgeborene vocht vasthouden.
Monitoring en Behandeling
Om de toestand van baby's met ademhalingsproblemen te monitoren, worden zij aangesloten op een monitor die de hartslag, ademhaling en zuurstofspanning in het bloed meet. De zuurstofverzadiging in het bloed (saturatie) wordt gemeten met een infrarood lampje aan de voet of hand. De hartslagfrequentie ligt bij pasgeborenen hoger dan bij volwassenen.
Baby's die zeer vroeg geboren zijn (< 28 weken zwangerschapsduur) of die tijdens de geboorte zuurstoftekort hebben gehad (asfyxie), lopen een hoger risico op hersenproblemen. Daarom wordt bij deze baby's in de eerste drie dagen na de geboorte de hersenactiviteit (neuromonitoring) gemonitord.
De ademhalingsfrequentie (tachypneu) bij een pasgeborene ligt normaal gesproken tussen de 40 en 60 keer per minuut, bij te vroeg geboren baby's soms tot wel 100 keer per minuut. Snellere ademhaling kan diverse oorzaken hebben, zoals 'wet lung', RDS, MAS of pneumothorax.
Ondersteuning van de ademhaling
De behandeling richt zich op het ondersteunen van de ademhaling. Afhankelijk van de conditie van de baby kunnen verschillende methoden worden toegepast:
- Neusbril/snor: Via een neusbril of snor wordt via een slangetje met twee sprietjes verwarmde en bevochtigde lucht in de neus geblazen. Eventueel wordt extra zuurstof toegevoegd.
- High Flow: Een variant op de neusbril/snor, waarbij meer lucht wordt toegediend.
- CPAP (Continuous Positive Airway Pressure): Via een kapje, sprietjes of tube wordt druk gegeven op de bovenste luchtwegen en de longen. Dit vergemakkelijkt de zelfstandige ademhaling. Eventueel kan extra zuurstof worden gegeven. De druk wordt aangepast aan de conditie van de baby. Bij deze methode ademt de baby zelfstandig.
- NIPPV (Nasal Intermittent Positive Pressure Ventilation): Een intensievere vorm van CPAP waarbij naast druk ook het ademhalingsritme wordt ondersteund met extra ademteugen.
- Beademing: De ademhaling kan worden overgenomen door een beademingsmachine. Hiervoor wordt een beademingsbuisje (tube) via de neus of mond in de luchtpijp gebracht. De machine geeft lucht/zuurstof met een bepaalde druk en snelheid. De baby kan ook mee-ademen.
- Hoogfrequente Beademing (HFO): Een vorm van beademing waarbij trillende lucht wordt toegediend met een zeer hoge frequentie (600/min). De borstkas van de baby trilt continu.
Als de ademhaling niet zelfstandig kan worden opgelost, zal de verpleegkundige de baby stimuleren, bijvoorbeeld door aanraking.

Voeding
Als een baby zelf kan drinken, wordt dit gestimuleerd. Indien dit niet mogelijk is, wordt de baby gevoed via een sonde. Dit is een dun slangetje dat via de neus, keel en slokdarm naar de maag loopt. Om pijn en stress te verminderen voor het inbrengen van een sonde of andere ingrijpende procedures, wordt de baby sacharose (een suikeroplossing) via de mond toegediend. Dit heeft geen bijwerkingen.
Bij de CPAP-behandeling krijgt het kind voeding via een voedingssonde, omdat de kans op verslikken dan groot is.
Naar huis
Wanneer de baby is opgeknapt en zelfstandig kan drinken, mag deze mee naar huis. Bij ontslag krijgt u een poliklinische afspraak mee voor de kinderarts.
Gebruik van medische hulpmiddelen
Afhankelijk van de conditie van de baby kunnen diverse medische hulpmiddelen worden ingezet:
- Couveuse: Een afgesloten 'kamertje' van plexiglas voor te vroeg geboren of te kleine baby's, waarin temperatuur en vochtigheid nauwkeurig kunnen worden ingesteld.
- Warmtebed: Een bed met een warmtematras voor baby's die extra warmte-ondersteuning nodig hebben.
- Infuus: Een dun kunststof buisje dat in een bloedvat wordt ingebracht om vocht, voedingsstoffen en medicijnen toe te dienen.
- Navelkatheter (navellijn): Een infuus dat via de bloedvaten in de navelstomp wordt ingebracht, voor toediening van vocht, voeding en medicijnen.
- Lange lijn: Een lang infuus dat in een groot bloedvat wordt ingebracht voor langdurige toediening van medicatie of voeding.
baby's die erg bleek, slap of 'shockerig' (koude handen en voeten) worden gevonden, kunnen opgenomen worden op de Neonatale Intensive Care (NICU). Op de NICU zijn de meeste kinderen aangesloten aan de monitor.

Vragen
Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, kunt u deze stellen aan de kinderarts of kinderverpleegkundige.
tags: #ademhaling #pasgeboren #baby