Vroeggeboorte: Oorzaken, Gevolgen en Preventie

We spreken over vroeggeboorte als de bevalling plaatsvindt voor het einde van de 37ste week van de zwangerschap, of voor de 259ste dag, gerekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie. Afhankelijk van de zwangerschapsduur onderscheiden we vier categorieën: extreem prematuur (minder dan 28 weken), zeer prematuur (tussen 28 weken en 31 weken en 6 dagen), matig prematuur (tussen 32 weken en 33 weken en 6 dagen) en laat prematuur (tussen 34 weken en 36 weken en 6 dagen).

In Vlaanderen vindt ongeveer 7% van de bevallingen plaats voor 37 weken, en 0,7% voor 32 weken. In Nederland wordt 7% tot 8% van de kinderen te vroeg geboren.

Grafiek met percentages vroeggeboren baby's per zwangerschapsduur

Oorzaken van Vroeggeboorte

Een vroeggeboorte kan uitgelokt worden door medische oorzaken bij de moeder of bij de baby. Zo kan een arts beslissen om een keizersnede uit te voeren als er gevaar dreigt voor het leven van de moeder of het kind. Meestal begint een vroeggeboorte echter spontaan, waarbij de weeën opkomen voor de verwachte datum. Hierbij maken we een onderscheid tussen weeën waarbij de vliezen wel of niet gebroken zijn:

  • Als de vliezen gebroken zijn, is de bevalling onafwendbaar en zal deze altijd binnen de 48 uur plaatsvinden.
  • Als de vliezen niet gebroken zijn, kunnen de weeën nog afgeremd worden.

De oorzaak van vroeggeboorte is niet altijd bekend. Wel zijn er enkele risicofactoren.

Risicofactoren voor Vroeggeboorte

Een aantal risicofactoren verhogen de kans op een vroegtijdige bevalling:

  • Een vorige zwangerschap die eindigde met een vroeggeboorte.
  • Een meerlingzwangerschap.
  • Een vroegere operatie aan de baarmoederhals.
  • Infecties.
  • Roken.
  • Over- of ondergewicht bij de moeder.
  • In-vitrofertilisatie (IVF).
  • Hoge leeftijd van de moeder.
  • Vrouwen die eerder een vroeggeboorte hebben gehad, hebben een grotere kans dat dit opnieuw gebeurt.
  • Dochters van vrouwen die eerder het DES-hormoon hebben gebruikt, kunnen een verkorte baarmoedermond hebben en daardoor een hoger risico lopen op vroeggeboorte.

Andere mogelijke oorzaken voor een vroeggeboorte zijn onder andere:

  • Te veel vruchtwater.
  • Bloedverlies.
  • Zwakte van de baarmoederhals (cervixinsufficiëntie).
  • Een afwijkende vorm van de baarmoeder (uterusanomalie).

Infecties als Oorzaak

Een infectie in de baarmoeder kan een mogelijke oorzaak zijn van extreme vroeggeboorte. Normaal gesproken kan een infectie niet in de baarmoeder optreden, omdat deze grotendeels is afgesloten van de buitenwereld. Vrouwen met een verkorte of enigszins openstaande baarmoederhals zijn echter vatbaarder voor infecties. Dit kan spontaan ontstaan of het gevolg zijn van operaties aan de baarmoederhals. Daarnaast zijn vrouwen met een verminderde weerstand, bijvoorbeeld door medicijngebruik dat het immuunsysteem onderdrukt, vatbaarder voor infecties.

Zwakte van de Baarmoederhals (Cervixinsufficiëntie)

Cervixinsufficiëntie, of zwakte van de baarmoederhals, is een oorzaak van extreme vroeggeboorte. Hierbij opent de baarmoederhals zich spontaan, vaak zonder al te veel klachten, waardoor de vliezen uit de baarmoederhals kunnen puilen. Het is vaak niet bekend waarom de baarmoederhals open gaat staan. Dit komt vaker voor bij vrouwen die geopereerd zijn aan de baarmoedermond, familieleden hebben met extreme vroeggeboorte, een ruptuur van de baarmoedermond hebben gehad, of een afwijkende vorm van de baarmoeder hebben. Doordat de baarmoedermond openstaat, ontstaat er een open verbinding met de buitenwereld, wat de kans op een vroegtijdige bevalling vergroot.

Afwijkende Vorm van de Baarmoeder (Uterusanomalie)

Een afwijkende vorm van de baarmoeder geeft een verhoogd risico op extreme vroeggeboorte. Dit komt mogelijk doordat het groeivermogen van de baarmoeder beperkt is. Daarnaast kan de afwijkende vorm van de baarmoeder gepaard gaan met een zwakte van de baarmoederhals.

Hoe kun je het herkennen? Symptomen van Vroeggeboorte

De voornaamste symptomen van een dreigende vroeggeboorte zijn regelmatige en pijnlijke harde buiken, om de 10 minuten of sneller. Dit kan gepaard gaan met bloed- en/of vochtverlies. Verschillende lichamelijke klachten kunnen wijzen op een vroeggeboorte, waaronder:

  • Vroegtijdige weeën.
  • Harde buiken.
  • Vroegtijdig gebroken vliezen.
  • Infecties.
  • Veranderingen in vaginale afscheiding.
  • Bloedverlies.
  • Buikpijn.
  • Een drukkend gevoel in de onderbuik, vagina of het bekken.

Het is belangrijk op te merken dat sommige van deze klachten ook tijdens een normale zwangerschap kunnen optreden, waardoor het soms lastig is om een dreigende vroeggeboorte tijdig te herkennen.

Vroegtijdige Weeën

Weeën zijn pijnlijke samentrekkingen van de baarmoeder die leiden tot ontsluiting van de baarmoedermond en uiteindelijk tot de bevalling. Als deze meer dan drie weken voor de uitgerekende datum beginnen, spreken we van vroegtijdige weeën, wat kan leiden tot een vroeggeboorte. Vroegtijdige weeën zijn vergelijkbaar met weeën rond de uitgerekende datum: ze zijn vaak pijnlijk en regelmatig. Ook kan je wat bloed, slijm en/of vruchtwaterverlies verliezen.

Harde Buiken

'Harde buiken' zijn geen weeën, maar normale samentrekkingen van de baarmoeder die geen ontsluiting veroorzaken. Ze komen meestal verspreid over de dag voor en zijn vaak meer ongemakkelijk dan pijnlijk.

Vroegtijdig Gebroken Vliezen (PROM)

Soms begint een vroegtijdige bevalling met het breken van de vliezen. Vochtverlies kan wijzen op gebroken vliezen. De verloskundige of gynaecoloog zal dit vocht opvangen en controleren of het om vruchtwater gaat. Als de vliezen te vroeg breken, kan de bevalling beginnen. Dit wordt vaak kortweg PROM genoemd, de afkorting van de Engelse benaming (premature rupture of the membranes). Een oorzaak voor het ontstaan van een PROM kan een infectie van de vliezen of in de vagina zijn. Ook kunnen vaginale bloedingen een PROM veroorzaken. Een vruchtwaterpunctie vroeg in de zwangerschap of andere medische ingrepen zijn ook mogelijke oorzaken. In tegenstelling tot wat sommigen zeggen, hoeft een vrouw na het voortijdig breken van de vliezen niet binnen 24 uur te bevallen, met name niet als de zwangerschapsduur nog jong is.

Illustratie van gebroken vliezen met vruchtwaterverlies

Onderzoek bij Vroegtijdige Weeën en Dreigende Vroeggeboorte

Bij verdenking op vroegtijdige weeën, doet de gynaecoloog of verloskundige onderzoek om de toestand van de baarmoederhals te beoordelen. Normaal heeft de baarmoederhals een bepaalde lengte en stevigheid, en is deze gesloten. Als de bevalling op gang komt, wordt de baarmoederhals korter en zachter en gaat deze open (ontsluiting). Deze veranderingen kunnen bij een inwendig onderzoek (vaginaal toucher) worden gevoeld. De lengte van de baarmoederhals kan ook met een vaginale echo worden gemeten.

Om te beoordelen of er al ontsluiting is, verricht de verloskundige zorgverlener vaak een inwendig onderzoek (vaginaal toucher of vaginale echo). De verloskundig zorgverlener voelt door middel van een vaginaal toucher of er al ontsluiting is. Bij 10 centimeter ontsluiting kan een kind van 40 weken geboren worden. Maar bij een vroeggeboorte hoeft er niet altijd 10 centimeter ontsluiting te zijn om het kind geboren te laten worden.

Bij gebroken vliezen doet de arts een vaginaal onderzoek met een steriele spreider (speculum). Er is echter grote voorzichtigheid geboden met verder inwendig onderzoek, omdat meer onderzoek een groter risico op infectie met zich meebrengt.

Er zijn daarnaast andere onderzoeken om te controleren hoe het met jou en jouw kind gaat:

  • Kweek afnemen: Er wordt een kweek van de baarmoedermond en/of de ingang van de schede (een vaginakweek) afgenomen om eventuele infecties op te sporen. Bij een PROM wordt dit elke week herhaald. Ook wordt er soms gekeken of de infectiewaarden verhoogd zijn door bloed te prikken.
  • Cardiotocogram (CTG): Hiermee wordt de conditie van het kind in de gaten gehouden en kunnen eventuele weeën worden geregistreerd. Een CTG is een registratie van de hartslag van het kind en de weeënactiviteit.
  • Echoscopisch onderzoek: Dit wordt gebruikt om de lengte van de baarmoederhals te meten (cervixmeting). Bij vroegtijdige weeën die tot ontsluiting leiden, wordt de cervix namelijk korter. De cervixmeting gebeurt via een inwendige echo.
  • Bloed- en urineonderzoek: Deze onderzoeken kunnen helpen om infecties op te sporen of de algemene conditie te beoordelen.
Schematische weergave van een Cardiotocogram (CTG)

Preventie en Behandeling van Vroeggeboorte

Preventie betekent het voorkomen van vroeggeboorte. Meestal wordt er een onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire preventie. Primaire preventie is het voorkomen van iets nog voordat er een risico bestaat. Secundaire preventie is het voorkomen van verder onheil bij vrouwen die al aan een aandoening lijden. In het geval van vroeggeboorte gaat het specifiek om vrouwen die al een verhoogd risico lopen. Primaire preventie is voor hen dus niet meer mogelijk. Daarom spreken we bij de preventie van vroeggeboorte over secundaire en tertiaire preventie.

Secundaire Preventie

Dit richt zich op vrouwen die eerder een vroeggeboorte hebben gehad, of geopereerd werden aan de baarmoederhals, en nog geen weeën hebben. Ook bij vrouwen met een korte baarmoederhals (gemeten met een echografie) kan secundaire preventie nuttig zijn. Het doel is om het vroegtijdig starten van de weeën te voorkomen.

  • Progesteron: Via vaginale weg kan het hormoon progesteron toegediend worden, vanaf het 2e trimester tot minstens 34 weken zwangerschap. Het geneesmiddel bestaat in gelvorm en in zachte capsules. Bij vrouwen met een vroeggeboorte in de voorgeschiedenis wordt soms preventief progesteron voorgeschreven.
  • Cerclage van de baarmoederhals: Dit is een ingreep waarbij een lus rond de baarmoederhals wordt gelegd, zodat deze niet vroegtijdig kan opengaan. De techniek wordt toegepast bij vrouwen die vroeger al voor de 32e week een vroeggeboorte hadden, en bij vrouwen met herhaalde vroeggeboorten tijdens het 2e trimester. De cerclage moet aangelegd worden voor de 24e week.
  • Pessarium: Een pessarium is een rubberen ring met een gat in het midden. Het dient ter ontlasting van de druk op de baarmoedermond en verkleint de kans op ontsluiting. De ring wordt alleen ingebracht als de vliezen niet gebroken zijn en de baarmoedermond nog lang genoeg is.

Tertiaire Preventie

Dit richt zich op zwangere vrouwen bij wie de weeën vroegtijdig begonnen zijn en de bevalling op korte termijn dreigt te gebeuren. Het doel van tertiaire preventie is dan om de premature weeën te stoppen en de bevalling nog wat uit te stellen.

  • Rust: Bedrust is belangrijk in de behandeling van vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte. Rust is nodig om de baarmoeder zo min mogelijk te prikkelen. In de meeste gevallen mag u wel voor douche en toilet uit bed.
  • Medicatie om de levensvatbaarheid te verbeteren: Zo wordt geprobeerd om voldoende tijd te winnen tot de baby levensvatbaar is, of om geneesmiddelen toe te dienen (zoals cortisone) die de levensvatbaarheid verbeteren. Dit is nodig wanneer de zwangerschap nog geen 34 weken ver is; daarna zijn de longen van de baby normaal gezien volgroeid.
  • Weeënremmers (Tocolytica): Om weeën uit te stellen worden weeënremmers gebruikt.

Opstart van Weeënremmers

Om te bepalen in welke gevallen het gebruik van weeënremmers zinvol is, en in welke niet, zal de arts de lengte van de baarmoederhals meten met een echografie en de opening inschatten met een vaginaal onderzoek.

  • Als de lengte van de baarmoederhals 15 mm of minder is, en de opening minder dan 3 cm, wordt de behandeling onmiddellijk gestart.
  • Als de lengte van de baarmoederhals tussen de 15 en de 27 mm is, en de opening minder dan 3 cm, wordt een bijkomende test uitgevoerd, de foetaal fibronectinetest. Hierbij wordt de concentratie van een eiwit gemeten in het vocht van de baarmoederhals. Als de test normaal is, wordt er geen behandeling opgestart. Als de test afwijkend is, wordt een behandeling opgestart.

Weeënremmers worden toegediend gedurende 48 uur. Onderhoudsbehandelingen zijn slechts in uitzonderlijke gevallen aangewezen. De bekendste weeënremmers zijn Adalat (nifedipine) en Tractocile. Bij een meerlingzwangerschap wordt vaak Tractocile gebruikt, dat via een infuus wordt gegeven. Adalat wordt in tabletvorm gegeven en werkt goed met weinig bijwerkingen. Als er duidelijk tekenen zijn van een infectie bij moeder of kind, wordt er geen weeënremmende medicatie gestart. Het is dan beter dat het kind geboren gaat worden, omdat het dan antibiotica kan krijgen op de NICU-afdeling. Een infectie kan weeën veroorzaken. Met antibiotica wordt de infectie bestreden.

Medicijnverpakkingen van weeënremmers (Adalat, Tractocile)

Bescherming van de Baby

Naast de weeënremmers worden ook geneesmiddelen toegediend om de baby te beschermen. Een eenmalige dosis cortisone heeft een positieve invloed op de rijping van de longen. Bij kinderen die te vroeg geboren worden (<34 weken), werken de longen en andere organen nog niet helemaal. Om deze sneller te laten rijpen, krijgt de moeder voor de geboorte van haar kind corticosteroïden. Corticosteroïden zijn bijnierschorshormonen die via de placenta bij het kind terechtkomen. Het effect van corticosteroïden is het grootst na 48 uur en duurt zeker een week. Als de weeënremmers geen effect hebben, wordt gedurende 24 uur magnesiumsulfaat toegediend. Dit heeft een positieve invloed op de vorming van het zenuwstelsel.

Als de bevalling doorzet en er al meer dan 5 centimeter ontsluiting is, dan is de kans klein dat de bevalling een paar dagen uitgesteld kan worden. Een prematuur kind kan op natuurlijke manier, via de vagina, geboren worden. Wel heeft een premature baby minder reserve dan een voldragen baby. De gynaecoloog kijkt tijdens de bevalling naar de hartslag van de baby om te kunnen ingrijpen als het nodig is. Er is een kinderarts aanwezig tijdens de geboorte van de baby.

De Baarmoederhals en Zwangerschap

De baarmoeder en de vagina zijn met elkaar verbonden door een kleine 'buis', de baarmoederhals (cervix). Dit 'buisje' heeft een kleine opening die menstruatievocht en sperma doorlaat. Tijdens de zwangerschap is de baarmoederhals gesloten om de veiligheid van de foetus te waarborgen en fungeert als een beschermende barrière tegen mogelijke aanvallen van buitenaf, geholpen door de slijmprop die de baarmoeder afsluit.

Vanaf het begin van de zwangerschap sluit de kleine opening zich. Hoewel de baarmoederhals in de eerste weken van de zwangerschap meestal lang en goed gesloten is, wordt hij onder invloed van hormonen geleidelijk zachter en korter, zodat hij aan het einde van de 9e maand van de zwangerschap helemaal open is.

Veranderingen in de Baarmoederhals tijdens de Zwangerschap

Tijdens de zwangerschap evolueert en verandert de baarmoederhals om zich voor te bereiden op de komst van de baby. Aan het einde van het eerste trimester beweegt de baarmoederhals geleidelijk naar boven en naar achteren, terwijl hij gesloten, gespannen en lang blijft. Het is mogelijk dat tijdens de zwangerschap de baarmoederhals voortijdig verandert en zich begint te openen als gevolg van frequente en voortijdige weeën. In dat geval is het belangrijk om contact op te nemen met de verloskundige of gynaecoloog.

Risico's van Voortijdige Opening van de Baarmoederhals

Er is sprake van voortijdige baarmoederhalsopening wanneer de baarmoederhalsbarrière zich voor het einde van de zwangerschap opent. Vóór 3 cm ontsluiting kan de ontsluiting dagen of weken duren. Dit is niet bijzonder verontrustend. Het is heel goed mogelijk dat de baarmoederhals bij 35 weken amenorroe iets tot 1 vinger opengaat en dan besluit helemaal niet meer te bewegen tot 37 weken amenorroe. Strikt bedrust kan de voortijdige opening van de baarmoederhals helpen vertragen en zo een voortijdige bevalling helpen voorkomen.

Wanneer over cervicale dilatatie (baarmoederhalsverwijding) wordt gesproken, is het gebruikelijk om in vingers van dilatatie te spreken voor een dilatatie die tussen 1 en 2 cm wordt geschat. Boven 3 cm spreken we in centimeters. Tussen 3 en 5 cm is het een fase van trage arbeid, waarbij de zwangere vrouw weeën voelt, maar de ontsluiting nog niet erg snel gaat. Vanaf 5 cm en tot de volledige ontsluiting gaat het sneller; dit wordt actieve arbeid genoemd.

De Latente Fase van de Bevalling

De latente fase is de eerste fase van de bevalling en kan kort of lang duren. Bij een eerste baby duurt het meestal tien uur of langer. Latent betekent: niet zichtbaar, verborgen of sluimerend. Er gebeurt al wel van alles in het lichaam, maar het is nog moeilijk te voorspellen of de bevalling echt gaat doorzetten. Pas achteraf, als de bevalling is overgegaan in de actieve fase, weet men dat dit de latente fase was.

Wat Merk je van de Latente Fase?

Tijdens de latente fase voel je de eerste weeën. Dit zijn samentrekkingen van de baarmoeder. Veel vrouwen vinden ze lijken op de krampen die je hebt als je ongesteld bent. Meestal zijn ze goed op te vangen. De weeën komen vaak onregelmatig of met ruime pauzes ertussen. Ze duren nog kort of de duur wisselt. Ook kunnen de weeën weer helemaal afzakken of weggaan. Dan waren het voorweeën of oefenweeën. Deze weeën kunnen al wel hebben geholpen bij het verstrijken (kort worden) en verweken (zacht worden) van de baarmoedermond. Dit is de voorbereiding op de ontsluiting.

Hoe Weet Je dat de Latente Fase is Begonnen?

De latente fase begint meestal met lichte krampen of samentrekkingen van de baarmoeder, waarbij je kunt twijfelen of dit echt het begin van de bevalling is. Tijdens de latente fase worden de krampen/weeën sterker en gaan ze langer duren. Ook worden de pauzes ertussen korter. Je moet je aandacht steeds meer bij de weeën houden om ze op te vangen. Tijdens de latente fase kan je de slijmprop verliezen. Dit is een taai stukje slijm dat uit de baarmoedermond komt. De slijmprop komt los wanneer de baarmoedermond een beetje open gaat staan. Bij de meeste vrouwen begint de bevalling met een rustige aanloop van de weeën. Maar het kan ook zijn dat je de latente fase helemaal niet merkt; je krijgt dan meteen krachtige, regelmatige weeën met korte pauzes ertussen (de actieve fase).

Hoelang Duurt de Latente Fase?

Het verschilt erg per bevalling hoelang de latente fase duurt. Bij een eerste bevalling is een latente fase van 10 uur of langer heel normaal.

Advies: Tips om de Latente Fase Goed door te Komen

In de latente fase kunnen weeën weer afzakken of weggaan door stress of drukte. Het opzoeken van ontspanning kan helpen voor het doorzetten van de bevalling. Doe vooral waar je behoefte aan hebt. Om te ontspannen kan je bijvoorbeeld:

  • Ademhalingsoefeningen doen.
  • Een rustige omgeving maken (warmte, fijne muziek, gedimd licht).
  • Een wandeling maken.
  • Douchen of in bad gaan (warm water verlicht vaak ook pijn).
  • Een massage nemen.
  • Je omringen met de mensen die je bij je wilt hebben.
  • Proberen te slapen.

Verder is het goed om in deze fase:

  • Genoeg te drinken.
  • Regelmatig te plassen.
  • Afleiding te zoeken.
  • Licht verteerbare snacks te eten (ook als je geen zin hebt in eten, krijg je zo toch genoeg binnen).

Wanneer de Verloskundige Bellen in de Latente Fase?

Tijdens de zwangerschap legt je verloskundige uit wanneer je belt tijdens de bevalling. Dit zijn de belinstructies. Bij vragen of zorgen mag je altijd je verloskundige bellen. Bel direct wanneer je:

  • Weeën hebt en minder dan 37 weken zwanger bent.
  • Vliezen breekt en het vruchtwater niet helder is.
  • Helderrood bloedverlies hebt, meer dan ‘een beetje bij het afvegen'. Bel altijd als je twijfelt over de kleur of de hoeveelheid bloedverlies.
  • Erg intense weeën hebt en het gevoel dat je moet poepen, ook als de weeën nog maar kort geleden zijn begonnen.

Nazorg en Begeleiding

De opname in het ziekenhuis is een spannende en onzekere tijd voor jou en je partner. Niemand kan je vertellen hoe lang je nog zwanger zult zijn, of en wanneer de bevalling doorzet en hoe je kind het gaat doen na de geboorte. Aan de hand van verschillende fotoboeken kunnen zij jou en je partner zo goed mogelijk voorbereiden op de aanstaande bevalling en de geboorte van je kind.

Als je minder dan 32 weken zwanger bent, heb je ook een gesprek met de neonatoloog (kinderarts van de NICU-afdeling). In dit gesprek zal vooral naar voren komen wat je kunt verwachten van een kind dat geboren wordt bij het aantal weken dat je zwanger bent.

Als de bevalling niet doorzet, mag je op advies van de verloskundig zorgverlener weer meer gaan (rond)lopen. Als alles rustig blijft en de verloskundig zorgverlener vindt dat het met jou en je kindje in de buik goed gaat, mag je naar huis met het advies om de eerste tijd rust te houden. Pas als blijkt dat er geen nieuwe weeën optreden, kun je je dagelijkse activiteiten weer opnemen.

Als de weeën afzakken maar de vliezen gebroken zijn, blijf je in principe opgenomen in het ziekenhuis tot aan de bevalling. Wel is het soms mogelijk om vanaf 30 tot 32 weken zwangerschap met dagverlof te mogen of in aanmerking te komen voor thuismonitoring.

De bevalling van een te vroeg geboren kind hoeft niet anders te gaan dan een voldragen pasgeborene. Wel is het lastiger te voorspellen hoe het proces van ontsluiting zal gaan. Ook kan het voorkomen dat je dagenlang weeën hebt met toenemende ontsluiting. Het is dan best mogelijk dat je met 5 centimeter ontsluiting (of meer) nog dagen zwanger zult zijn.

Bij de geboorte zal je kind niet of maar heel even op je buik mogen liggen. Dit om afkoeling te voorkomen en om er direct voor te zorgen dat je kind een zo goed mogelijke start maakt. Je baby zal snel afgenaveld worden en naar de kinderarts worden gebracht die klaarstaat bij de opvangtafel, vlakbij jou. Na de eerste opvang wordt je kind in de couveuse gelegd en naar de NICU-afdeling of de Amalia kinderafdeling gebracht. Je partner mag mee om te kijken waar je kind komt te liggen.

Een te vroeg geboren baby heeft specifieke zorg nodig, omdat hij of zij zo kwetsbaar klein is en nog onrijpe organen heeft. Ook door het onrijpe maagdarmstelsel vindt de opbouw van de voeding bij een premature baby heel voorzichtig plaats. Bij te vroeg geboren kinderen is het maagdarmkanaal nog niet in staat om voedsel op te nemen. Vaak mag je kind wel een klein beetje voeding krijgen voor bescherming van de maag. Bij deze kinderen heeft borstvoeding de voorkeur, omdat borstvoeding het lichtst verteerbaar is. Om de borstvoeding op gang te laten komen kun je gaan kolven.

De onzekerheid over hoe lang de zwangerschap nog duurt en het verloop van de bevalling maken dat de opname een zeer intensieve periode is, zowel voor jou als voor je partner. Tijdens de opname proberen we jou en je partner zo goed mogelijk voor te bereiden op de komst van je kind. Je krijgt informatie door middel van fotoboeken over de NICU en de keizersnede. Heb je nog vragen, vraag dan je verloskundig zorgverlener gerust om uitleg. We raden je aan om je vragen op papier te zetten.

Op de pagina van de Obstetrische High Care Unit staan links naar patiëntenverenigingen en hulporganisaties.

Foto van een pasgeboren baby in een couveuse op de NICU-afdeling

How do babies develop in the NICU: Prematurity Awareness Day | UnityPoint Health - Meriter

tags: #baarmoedermond #open #bij #3e #zwangerschapsverlof