Een baby die geboren wordt tussen de 36 en 37 weken zwangerschapsduur wordt een randpremature baby genoemd. Soms is een baby wel op de uitgerekende datum geboren, maar vertoont hij gedrag dat meer lijkt op dat van een te vroeg geboren kind. In dergelijke gevallen kan extra medische zorg nodig zijn.
Specifieke behoeften van een randpremature baby
Voeding
Borstvoeding is de meest geschikte voeding voor elke baby, zeker voor baby's die te vroeg of te klein geboren zijn. Moedermelk bevat essentiële stoffen die cruciaal zijn voor de groei en ontwikkeling van de baby. Randpremature baby's kunnen in het begin van de borstvoedingsperiode echter meer opstartproblemen ervaren. Ze slapen vaak veel, waardoor ze minder frequent en actief aan de borst drinken. De zuigkracht kan minder sterk zijn en de baby kan korte zuigreeksen maken.
Dit kan ertoe leiden dat uw baby in het begin niet alle voedingen aan de borst kan drinken. Het is dan mogelijk om (een deel van) de voeding via een andere methode aan te bieden. Het kan enkele weken duren voordat de baby alle voedingen volledig aan de borst kan nuttigen.
Rust
Drinken, groeien en op temperatuur blijven, kosten een randpremature baby veel energie. Bovendien kan de baby meer moeite hebben met het verwerken van prikkels en het daarna weer tot rust komen. Het is daarom belangrijk om onnodig energieverlies te voorkomen en te zorgen voor voldoende rust. Praten met een zachte stem, het dimmen van het licht en huid-op-huidcontact tijdens de verzorging van uw baby dragen hieraan bij.
Als ouders dient u uw baby zoveel mogelijk zelf te verzorgen. Kruiken en een muts kunnen helpen om de lichaamstemperatuur van de baby op peil te houden. Een ideale temperatuur ligt tussen de 36,9 en 37,2 graden Celsius. In bad gaan kan de eerste dagen te veel energie van uw baby vragen.
Huid-op-huidcontact (Buidelen)
Huid-op-huidcontact, ook wel buidelen genoemd, is van grote waarde in de eerste weken na de geboorte. Dit intieme contact bevordert de aanmaak van het hormoon oxytocine, wat zowel bij u als bij uw baby ontspanning teweegbrengt en de hechting stimuleert.
Ontspanning zorgt ervoor dat de baby zich prettig voelt, minder energie verbruikt, een rustigere hartslag en ademhaling heeft, en de lichaamstemperatuur en bloedsuikerspiegel gemakkelijker op peil blijven. De vermindering van stresshormonen heeft ook een positieve invloed op de hersenontwikkeling van de baby.
Tijdens huid-op-huidcontact hoort uw baby uw stem en hartslag, voelt de warmte van uw huid en ruikt uw geur. Bij moeders komt hierbij ook de geur van de tepel en moedermelk. Dit intensieve contact versterkt de toeschietreflex, verhoogt de moedermelkproductie en stimuleert de voedingsreflexen van de baby, wat kan helpen bij het aanleggen.
Huid-op-huidcontact beschermt de baby indirect tegen infecties: via het knuffelen komt de moeder in contact met bacteriën die de baby bij zich draagt. Het lichaam van de moeder maakt vervolgens afweerstoffen aan die via de moedermelk aan de baby worden doorgegeven. Het advies is om minimaal één uur per dag, één tot twee keer, te buidelen. Langer mag en is gunstig voor zowel u als uw baby. Als u erg vermoeid bent, zorg er dan voor dat u en uw baby veilig liggen en dat er iemand in de kamer is die toezicht houdt, mocht u onverhoopt in slaap vallen.

Voedingssignalen
Randpremature baby's slapen veel en geven niet altijd duidelijke signalen wanneer ze toe zijn aan een voeding. Zelfs tijdens lichte slaap kunnen ze echter voedingssignalen vertonen. Uw baby is klaar voor een voeding wanneer hij begint te smakken, likken, met het gezicht te draaien op zoek naar de borst en/of sabbelt op de handen. Dit is het ideale moment om de baby aan te leggen. Wacht niet tot de baby gaat huilen, want ingaan op deze signalen maakt het voeden vaak gemakkelijker.
Indien uw baby deze signalen nog niet altijd laat zien, wek de baby dan ongeveer drie uur na de laatste voeding. Dit zorgt voor minimaal acht voedingen per dag, vaker mag ook. Als uw baby klaar is om te drinken, kunt u het verschonen even uitstellen. U kunt de baby verschonen wanneer hij niet meer actief drinkt of vermoeid raakt. Verschonen kan de baby juist activeren om daarna weer verder te drinken.
Borstvoeding: de eerste dagen
In de eerste dagen na de geboorte wordt nauwlettend gekeken hoe het met uw baby gaat. Er wordt gelet op de alertheid tijdens de voeding, de activiteit bij het drinken, de hoeveelheid plas- en poep luiers, en het gewicht van de baby. Op basis hiervan wordt advies gegeven over de borstvoeding. Een baby die bijvoorbeeld snel vermoeid is, kan mogelijk niet alle voedingen aan de borst drinken.
Het kan voorkomen dat het voeden de eerste dagen goed lijkt te gaan, maar dat de baby gaandeweg toch te vermoeid raakt en meer hulp nodig heeft. In dat geval wordt het voedings- en kolfadvies aangepast. Een voedings- en verzorgingsmoment dient maximaal 45 minuten te duren om voldoende slaaptijd voor de baby te garanderen.
Kolven
Het drinken aan de borst stimuleert de melkproductie. Omdat randpremature baby's vaak minder lang en minder actief drinken, is het belangrijk om de melkproductie extra te stimuleren. Dit kan door na elke voeding aan de borst nog tien minuten te kolven. Als de baby niet heeft aangelegd of niet actief heeft gedronken, dient u vijftien tot twintig minuten te kolven. Kolven dient acht keer per dag plaats te vinden. Zowel elektrisch als handmatig kolven is mogelijk; een combinatie van beide kan in de eerste dagen effectief zijn.
Bijvoeden
Randpremature baby's hebben minder reserves. Het is daarom cruciaal om uw baby vanaf het begin elke keer de afgekolfde moedermelk te geven. Hoewel de hoeveelheden in het begin klein kunnen zijn, bevat de moedermelk van de eerste dagen (colostrum) veel antistoffen en energie. Het is praktisch om de moedermelk van het vorige kolfmoment te gebruiken, zodat er altijd melk beschikbaar is voor de volgende voeding zonder dat er eerst gekolfd hoeft te worden.
Moedermelk mag vier uur lang buiten de koelkast bewaard worden. Doordat de melk niet gekoeld of verwarmd is geweest, blijven de voedingsstoffen volledig intact. Indien uw baby geel gaat zien, te veel afvalt of lage bloedsuikers heeft, kan dit reden zijn voor extra bijvoeding. De arts zal adviseren over de benodigde hoeveelheid. Indien er (nog) niet voldoende moedermelk is, wordt dit aangevuld met kunstvoeding.
Manieren van bijvoeden
Sonde aan de borst
Uw baby wordt bijgevoed terwijl hij aan de borst drinkt. De sonde wordt na het aanhappen ongeveer 1,5 tot 2 cm via de mondhoek schuin omhoog de mond binnengeschoven. De andere kant hangt in een flesje of aan een spuit met (moeder)melk. Wanneer uw baby zuigt, drinkt hij via het slangetje de melk uit de spuit of fles. Deze methode is effectief wanneer de baby al goed aan de borst kan zuigen, maar nog niet voldoende drinkt, bijvoorbeeld door een nog onvoldoende op gang gekomen melkproductie of omdat de baby meer bijvoeding nodig heeft.
Vingervoeding
De baby wordt bijgevoed terwijl hij op uw vinger zuigt. Was uw handen grondig. Stimuleer uw baby tot het nemen van een grote hap door met uw vinger de lippen aan te raken. Bied vervolgens uw vinger aan met de zachte kant naar boven (ongeveer 1,5 kootje, bij voorkeur niet de pink). Laat de baby eerst 1 tot 2 minuten zuigen, breng daarna de sonde in de mond, niet verder dan de vingertop. De baby zuigt de spuit meestal zelf leeg, maar het kan nodig zijn om voorzichtig mee te spuiten terwijl de baby zuigt. Deze methode is nuttig wanneer uw baby nog moeite heeft om de borst goed vast te houden en kan ook dienen als training om te leren aanhappen. De partner kan de vingervoeding geven terwijl de moeder kolft.
Bijvoeding geven met de fles
Het kan zijn dat u wordt geadviseerd om bijvoeding met de fles te geven. Dit kan het geval zijn als het voeden met andere methodes niet goed lukt, te veel energie kost, of omdat de hoeveelheid voeding te groot is. Geef uw baby de fles in zijligging of goed ondersteund rechtop. Laat de baby op zijn eigen tempo de speen aanhappen. U kunt een zoekreflex uitlokken door de speen op de lippen of nabij de mondhoek te brengen. Verras de baby niet met een speen die in zijn mond wordt geduwd of gestopt. Houd de fles horizontaal, zodat de speen voor de helft gevuld is met melk. Houd in de gaten of uw baby mogelijk een pauze nodig heeft.
Bijvoeding geven met een maagsonde (sondevoeding)
Als uw baby te weinig energie heeft om voldoende voeding zelf te drinken, kan een maagsonde nodig zijn. In dat geval wordt uw baby opgenomen op de afdeling Neonatologie. De baby mag dan nog wel zelf drinken; wat hij te weinig drinkt, wordt aangevuld met voeding via de sonde.
Tips voor het aanleggen
Een goede ondersteuning tijdens het aanleggen kan uw baby helpen om makkelijker te drinken. De doorgeschoven bakerhouding en de rugbyhouding zijn hierbij effectieve technieken.
Doorgeschoven bakerhouding
Uw baby ligt dicht tegen u aan, met oor, schouder en heup op één lijn. U ondersteunt het gehele lichaam van de baby met uw arm aan de kant van de borst die u geeft. Uw hand bevindt zich onder de onderste schouder en het hoofd van de baby. Dit stelt de baby in staat om het hoofd naar achteren te bewegen bij een zoekreflex. U kunt de baby helpen met aanhappen door de tepel naar de neus te laten wijzen en de baby tijdens een zoekreflex, wanneer de mond wijd open gaat, naar u toe te brengen.
Rugbyhouding
De baby ligt naast u met de benen richting uw rug. Oor, schouder en heup liggen op één lijn. U ondersteunt het gehele lichaam van uw baby met uw arm aan de kant van de borst die u geeft. Met uw hand ondersteunt u de schouders van de baby. Dit stelt de baby in staat om het hoofd naar achteren te bewegen bij een zoekreflex. U kunt uw baby helpen met aanhappen door de tepel naar de neus te laten wijzen en de baby tijdens een zoekreflex, wanneer de mond wijd open gaat, naar u toe te brengen.

Borstcompressie
Borstcompressie vergroot de melkstroom, waardoor uw baby makkelijker meer melk kan drinken. U omvat de borst met uw hand en oefent tijdens het drinken druk uit door uw vingers en duim naar elkaar toe te bewegen. Houd deze druk even vast en observeer of uw baby actiever gaat drinken en hoorbaar slikt. Ontspan de vingers wanneer uw baby een pauze neemt.
Tepelhoedje
Randpremature baby's hebben vaak meer moeite om de borst goed vast te houden. Een tepelhoedje kan tijdelijk helpen om dit probleem te verhelpen.
Naar huis
De arts zal met u bespreken wanneer uw baby naar huis mag. De lactatiekundige of verpleegkundige maakt met u een plan voor het voortzetten van de borstvoeding thuis. De kraamzorg en het consultatiebureau zullen u hierin verder begeleiden.
Uw baby zal verzorgd worden in een warmtebed of couveuse. Hoe ouder uw baby is, hoe sneller hij de overstap maakt naar een gewone wieg, eventueel met kruiken. Als uw baby jonger is dan 35 weken, zal hij ook aan een monitor liggen voor hartslag, ademhaling en saturatiemeting (om de zuurstofverzadiging in het bloed te meten).
Wanneer uw bevalling op gang is gekomen of is opgewekt voor 34 weken zwangerschapsduur, heeft u waarschijnlijk spuiten voor longrijping (corticosteroïden) gekregen. Vanaf 33-34 weken begint de zuig-, slik- en ademhalingsreflex, waardoor uw baby zelf kan leren drinken. Is uw baby jonger dan deze termijn, dan krijgt de baby een maagsonde om gevoed te worden. Een baby van 32-33 weken zal de eerste dagen na de geboorte ook een infuus krijgen voor extra vocht en voedingsstoffen.
De meeste baby's worden na de geboorte geel, met name te vroeg geboren baby's hebben hier last van. De gele stof, bilirubine, die de huid en het oogwit geel verkleurt, wordt de eerste dagen na de geboorte gecontroleerd in het bloed. Vaak is behandeling voor hyperbilirubinemie (fototherapie) noodzakelijk. U wordt aangemoedigd om zo veel mogelijk betrokken te zijn bij de verzorging van uw baby, uiteraard met begeleiding in het begin. Denk hierbij aan het meten van de temperatuur en het verschonen van de luier. Wanneer uw baby slaapt, probeer hem dan niet wakker te maken; slaap is erg belangrijk. Als uw baby langzaam wakker begint te worden, leg dan uw handen op hem en praat zachtjes.

Ziekenhuisopnames
De kans dat uw baby in het eerste jaar opgenomen moet worden in het ziekenhuis is iets groter dan bij op tijd geboren kinderen, bijvoorbeeld door luchtwegproblemen zoals RS-virusinfecties. De opnameduur varieert per zwangerschapsduur en kan ook afhankelijk zijn van de conditie van uw baby. Wanneer uw baby met een zwangerschapsduur van minder dan 37 weken wordt geboren, spreken we van een premature baby. Prematuriteit betekent dat de orgaansystemen van uw baby nog onrijp zijn, wat kan leiden tot diverse problemen waarvoor zorg nodig is.
Uw baby kan onvoldoende in staat zijn om zichzelf goed op temperatuur te houden en zal daarom in een couveuse worden gelegd. Met behulp van een monitor kunnen de zuurstofverzadiging van het bloed, de hartslag en de ademhaling worden bewaakt. Door de onrijpheid van de longen kunnen ademhalingsproblemen ontstaan, met adempauzes en dalingen van de hartslag. Als deze aanhouden of als uw baby vaak gestimuleerd moet worden, kan behandeling met medicatie of extra ademhalingsondersteuning (CPAP) of beademing nodig zijn.
Vanwege weinig energiereserves, vooral bij een laag geboortegewicht, kan het op peil houden van de bloedsuikerspiegel een probleem vormen. Daarom zal bij uw baby regelmatig bloedsuikercontrole nodig zijn. Bij te lage bloedsuikers wordt extra voeding of glucose gegeven. Als uw baby voeding via een infuus krijgt, zal er geregeld bloed geprikt worden. Ook bij mogelijke verschijnselen van infectie wordt het bloed gecontroleerd. De mate van prematuriteit bepaalt of uw kindje voeding krijgt met een infuus of per sonde. Naast voeding via het infuus wordt met kleine hoeveelheden voeding per sonde begonnen om de darmen hieraan te laten wennen.
Wanneer uw baby met ontslag gaat, wordt de voeding voor u besteld. Door onrijpheid van de lever kan de baby tot een paar dagen na de geboorte geel worden. Deze geelheid (bilirubine) kan middels bloedonderzoek bepaald worden. Wanneer de waarde te hoog is, krijgt uw baby fototherapie. Dit kan een aantal dagen duren.
Ontwikkeling en gedrag
De hersenen maken een belangrijke groei en ontwikkeling door in het laatste deel van de zwangerschap. Door vroeggeboorte met bijbehorende complicaties is de kans op problemen op latere leeftijd iets groter dan bij voldragen pasgeborenen. Hoe ernstiger de prematuriteit, hoe groter de kans op problemen. Als uw baby te vroeg geboren is, breekt een spannende tijd aan voor u. Niemand weet of uw baby complicaties ontwikkelt, wat onzekerheid en spanning met zich meebrengt.
Een baby die te vroeg geboren wordt, ziet er in principe hetzelfde uit als een kindje die na 37 weken geboren wordt, maar is nog erg klein en mist nog wat babyvetjes, waardoor ze kwetsbaarder lijken. Ook hebben vroeggeboren kindjes nog meer huidsmeer.
Vanaf ongeveer 34 weken zijn de longen van uw kindje goed gerijpt. Wanneer kindjes vóór deze termijn geboren worden, hebben zij vaker moeite met de ademhaling en het zuurstofgehalte in het bloed (saturatie) zelf op peil te houden. Ook vinden te vroeg geboren kindjes het lastig om hun lichaamstemperatuur en glucosespiegel (suikerspiegel) zelf op peil te houden, omdat ze minder reserves en babyvetjes hebben.
Omdat de lever van een prematuur geboren kindje nog wat onrijp is, heeft het moeite met de afbraak van overtollige rode bloedcellen. Hierdoor lukt het niet goed om de afbraakproducten (bilirubine) te verwerken, wat kan leiden tot geelzucht. Wanneer de baby goed drinkt, poept en plast hij deze overtollige hoeveelheid goed uit. Prematuur geboren kindjes hebben hier echter meer moeite mee, waardoor fototherapie soms nodig is. Het blauwe licht van de lamp helpt de bilirubine af te breken.
Een te vroeg geboren kindje is daarnaast gevoeliger voor infecties.
Voedingsproblemen
Drinken kost veel energie, vooral voor een prematuur geboren kindje. De kaakjes zijn vaak nog niet sterk genoeg om goed aan de borst te drinken en ook het zuig- en slikproces is nog niet volledig ontwikkeld. Daarnaast zijn de darmen vaak nog onrijp, waardoor zij de voeding soms nog niet goed kunnen verdragen. Hierdoor kan het voor uw kindje lastig zijn om voldoende voeding binnen te krijgen, voeding die wel nodig is voor groei en ontwikkeling. Daarom krijgen te vroeg geboren kindjes soms tijdelijk een neusmaagsonde. Via een slangetje dat via de neus naar de maag gaat, krijgt uw kindje voldoende voeding binnen zonder dat dat veel energie kost.
Wanneer uw kindje via een sonde zijn voeding binnenkrijgt en u de wens heeft om borstvoeding te geven, kunt u gaan starten met kolven. Door te kolven komt uw voeding op gang en kan de afgekolfde melk via de sonde aan uw kindje gegeven worden.
Zorg voor uzelf en uw kind
Wanneer uw kind te vroeg geboren wordt, is dit een intense en emotionele periode. Ook voor u als ouders is het een zware tijd. Juist in deze periode is het daarom goed om voor uzelf te zorgen, want de neiging bestaat om alleen maar met uw kersverse kindje bezig te zijn. Zorg voor uzelf door goed te eten, te drinken en voldoende rust te nemen. Alleen door goed voor uzelf te zorgen, kunt u ook goed voor uw kind zorgen! Geef uzelf de tijd om te landen en deze gebeurtenis te verwerken.
Vanuit het ziekenhuis is er altijd de mogelijkheid om met een psycholoog te praten. Eigenlijk is er altijd een psycholoog betrokken bij de zorg voor ouders van een ziek of prematuur geboren kind. Maak gebruik van die hulp! Het is vaak fijn om met iemand te praten over uw ervaringen, emoties en struggles. Dat geeft rust en ruimte. Vraag ook om hulp bij uw dierbaren! Er staat vaak een netwerk om u heen dat maar al te graag wil helpen waar nodig. Zijn er bijvoorbeeld praktische dingen waar u niet aan toekomt? Zou u het fijn vinden om naast het eten vanuit het ziekenhuis, ook zelf wat lekkers op uw kamer te hebben? Schakel familie en vrienden in om een boodschap te halen, kleinere rompertjes dan de maat 50 die u in de kast had liggen, etc.! Ze staan met liefde voor u klaar.
Geef uw kind ook de tijd die hij of zij nodig heeft! Verwacht geen grote sprongen. Een kind maakt kleine stapjes en ieder stapje is er een om bij stil te staan. Uw kind kan moeite hebben met het verwerken van prikkels. Doseer daarom bezoek en activiteiten, want uw kind heeft rust nodig.
Zorg voor voldoende huid-op-huidcontact door te kangoeroeën ofwel buidelen met uw kindje. Wanneer dit nog niet mogelijk is, probeer dan te ondersteunen bij het troosten van uw kindje in de couveuse door uw handen rustig tegen het hoofdje en kontje van uw kindje te leggen. Dit geeft uw kindje het geborgen gevoel waar hij/zij vaak rustig van wordt.
Maak veel foto's en schrijf iedere dag of om de dag een verhaaltje. Maak hier na deze intense periode een boekje van. Dit helpt bij de verwerking van deze periode en het is vaak fijn om terug te kunnen kijken.
Wanneer mag uw prematuur geboren baby naar huis?
Wanneer u met uw kindje naar huis mag, is geheel afhankelijk van hoe uw kindje het doet. Voordat u naar huis mag, moet uw kindje zijn lichaamstemperatuur goed op peil kunnen houden. Daarom zal uw kindje (voordat u naar huis mag) vanuit de couveuse (die uw kindje warm houdt wanneer het hem/haar zelf nog niet lukt) eerst in een open wiegje liggen. Op deze wijze kan goed bekeken worden of uw kindje ook zonder couveuse zijn temperatuur op peil kan houden.
De medewerkers van de kinderafdeling heten u en uw baby hartelijk welkom op de afdeling. Vanwege prematuriteit heeft uw baby zorg nodig op deze afdeling. Deze ziekenhuissituatie is niet altijd gemakkelijk voor ouders. In deze folder wordt uitleg gegeven over prematuriteit en de daarbij behorende behandeling en onderzoeken in het algemeen.
Als een baby bij een zwangerschapsduur van minder dan 37 weken wordt geboren, spreken we van een prematuur geboren baby. Prematuriteit betekent dat de orgaansystemen van uw baby nog onrijp zijn. Dit kan leiden tot diverse problemen, waar uw baby zorg voor nodig heeft.
Als u met uw kindje naar huis mag, is dat geheel afhankelijk van hoe uw kindje het doet. Voordat u naar huis mag, moet uw kindje zijn lichaamstemperatuur goed op peil kunnen houden. Daarom zal uw kindje (voordat u naar huis mag) vanuit de couveuse eerst in een open wiegje liggen. Op deze wijze kan goed bekeken worden of uw kindje ook zonder couveuse zijn temperatuur op peil kan houden.
Voor ontslag wordt aangeraden om, in elk geval tot de uitgerekende datum, te veel prikkels te voorkomen. U wordt uitgenodigd om met vragen en problemen contact op te nemen. Bezoek gaat in overleg met de verpleegkundige.