Baby's die veel huilen: oorzaken en oplossingen

Alle baby's huilen, en huilen is normaal gedrag. Het is voor baby’s een essentiële manier van communiceren. Sommige baby’s huilen echter uitzonderlijk veel. Als uw baby aanhoudend blijft huilen, gaat u op zoek naar mogelijke oorzaken. Ligt het aan de voeding? Heeft mijn baby pijn? Het kan gebeuren dat u niet meer weet wat u moet doen. Baby’s die overmatig huilen, drinken vaak kort en onregelmatig. Ze kunnen moeilijk tot rust komen en bewegen druk met hun armen en benen. Ook kunnen ze zich heel boos maken en zijn ze moeilijk te troosten. Herkent u dit gedrag? Dan wordt verwezen naar de folder van GGD Gezondheidszorg 'Mijn baby huilt', die tips biedt voor ouders met een veel huilende baby. Bij verdere vragen kunt u contact opnemen met de jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau, die ook huisbezoeken aflegt.

Deze folder is bedoeld voor alle ouders die vragen hebben over het huilen en de onrust van hun baby. Hieronder vindt u informatie over normale huilpatronen en adviezen om veel huilen te verminderen. Wanneer een baby veel huilt, spreken we van reguliatieproblematiek. Dit houdt in dat een baby of jong kind onvoldoende in staat is tot zelfregulatie. De baby heeft dan moeite om zelf rustig en kalm te worden en om te gaan met prikkels uit de omgeving. Het temperament van de baby en de omgevingsfactoren spelen hierbij een rol.

Informatie over een ‘normaal huilpatroon’

Baby’s huilen vanaf de geboorte. Huilen is een communicatiemiddel met de ouder(s) en verzorger(s) en hoort bij het normale gedrag van een baby. Een baby huilt bij honger, een vieze luier, behoefte aan contact, pijn, zich niet lekker voelen, stress of vermoeidheid. Vanaf de geboorte tot ongeveer 6-8 weken neemt het huilen toe. Rond deze leeftijd huilt een baby gemiddeld 2 tot 2,5 uur per dag, wat het piek-moment is. Daarna neemt het aantal huiluren per dag af. Vanaf ongeveer 12 weken blijft het aantal huiluren gedurende de rest van het eerste levensjaar gelijk (1 tot 1,5 uur per dag). Vaak kalmeert een baby wanneer er contact wordt gezocht.

Het kan voorkomen dat uw baby veel blijft huilen en zich niet laat troosten. Dit is het geval bij ongeveer 1 op de 10 baby’s.

Mogelijke oorzaken van overmatig huilen

De meeste ouders zoeken naar een lichamelijke verklaring voor het huilen. Bij minder dan 5% van alle baby’s die veel huilen en moeilijk te troosten zijn, is er daadwerkelijk sprake van een medische oorzaak. Vaak zijn lichamelijke klachten een gevolg van het vele huilen, zoals reflux (spugen), wat meestal voortkomt uit onrust en overstrekken. Andere mogelijke oorzaken zijn obstipatie, oorontsteking, blaasontsteking of een koemelkallergie. Bij de overige 95% van de baby’s is het huilen een combinatie van factoren. Het verminderen van de onrust blijkt de meest effectieve aanpak voor de meeste lichamelijke klachten.

Factoren die kunnen bijdragen aan overmatig huilen

  • Prikkelgevoeligheid: Sommige baby’s zijn gevoeliger voor prikkels dan anderen. Ze zijn schrikachtig, alert en reageren intenser op geluiden. Hierdoor raken ze sneller vermoeid en vallen ze moeilijker in slaap.
  • Vroeggeboorte: Te vroeg en te licht geboren baby’s vertonen in de beginperiode vaak meer onrust dan op tijd geboren baby’s.
  • Verstoord slaap-waakritme: Een oververmoeide baby, bijvoorbeeld door veel wakker schrikken, heeft moeite met inslapen. Wanneer hij eenmaal slaapt, schrikt hij snel wakker en doet hij korte slaapjes, wat leidt tot een negatieve spiraal van verstoorde ritmes.
  • Ontregelde ouder-kind interactie: Overmatig huilen veroorzaakt veel stress bij ouders, wat kan leiden tot bezorgdheid, machteloosheid, onzekerheid, verdriet en boosheid. Onderzoek toont aan dat moeders van veel huilende baby’s een verhoogd risico op depressie hebben. Wanneer ouders angstig, somber of vermoeid zijn, reageren ze mogelijk minder adequaat op de signalen van de baby, wat de interactiepatronen kan verstoren en het huilen kan beïnvloeden.

Slapen

Een gezonde slaap is cruciaal voor de ontspanning, groei en ontwikkeling van een baby. Baby’s tot 1 maand worden meestal moe na 30 tot 60 minuten wakker te zijn geweest. Baby’s tot 3 maanden zijn tussen de voedingen ongeveer 60 tot 90 minuten wakker voordat ze weer toe zijn aan slaap. Overdag kunnen zij gemiddeld 2 tot 3 uur slapen na elke voeding. Het is belangrijk om te beginnen met een slaapritueel bij de eerste vermoeidheidssignalen. Als een baby over zijn slaap heen raakt, wordt in- en doorslapen moeilijker en raakt hij overstuur van oververmoeidheid. Het kiezen van het juiste moment voor slaap bevordert niet alleen het inslapen, maar ook de kwaliteit van de slaap (dieper en langer). Vermoeidheidssignalen variëren per baby en moeten door de ouders herkend worden. Deze signalen kunnen zijn: bleek worden (of juist rode wangen krijgen), drukker worden, wegkijken, staren, langzaam knipperen, gebalde vuistjes maken, overstrekken, het gezichtje in de borst begraven, jengelen en gapen.

Illustratie van verschillende vermoeidheidssignalen bij baby's.

Tips en adviezen

1. Ritme en Regelmaat

Zorg voor ritme en regelmaat. Dit betekent niet alles op vaste tijden, maar wel in een vaste volgorde (bijvoorbeeld wakker worden, eten, boeren, knuffelen, interactie, verschonen, slapen). Voorspelbaarheid is belangrijk; een vaste plek voor elke activiteit (slapen in het eigen bedje, spelen in de box) helpt de baby patronen te herkennen. Het benoemen van wat u doet en ziet met een rustige, warme stem kan ook rust geven.

2. Rust

Beperk in de beginfase het aantal uitstapjes per dag om een goed ritme en duidelijke regelmaat te creëren (maximaal 1 tot 2 per dag). Beperk ook het aantal kraambezoek en het van hand tot hand gaan van uw baby, aangezien dit vermoeiend kan zijn voor zowel baby als ouders.

3. Slapen en Troosten

  • Breng uw baby naar bed bij de eerste vermoeidheidssignalen.
  • Laat uw baby zelf inslapen op een vaste plaats (bij voorkeur het eigen bedje).
  • Creëer een kort slaapritueel (bv. gordijnen sluiten, aai over de buik met de woorden “Ga maar lekker slapen”).
  • Bij lichamelijke onrust en veel beweging met de armen kan strak inbakeren helpen om te voorkomen dat de baby zichzelf wakker slaat, omdat de bewegingen van de armen nog niet onder controle zijn. Raadpleeg hiervoor de JGZ.
  • Probeer uw baby in bed te troosten (lichamelijk contact, speen). Herhaal dit indien nodig. Als troosten in bed niet lukt, troost de baby dan kort op de arm in de slaapkamer en leg hem daarna weer in bed.
  • Zorg voor een veilige slaapomgeving (zie www.veiligheid.nl).

4. Prikkelreductie

Verminder tijdens wakkere momenten het gebruik van televisie, mobiele telefoon en radio. Beperk ook het gebruik van een Maxi-Cosi en wipstoel, aangezien de baby hierin gevoelig kan zijn voor omgevingsprikkels. Knuffel en wees in contact met uw baby om vermoeidheidssignalen tijdig op te merken. Verduistering tijdens slaapmomenten (gordijnen dicht, lichten uit) vermindert lichtprikkels en zorgt voor voorspelbaarheid. Bij gevoeligheid voor interne prikkels zoals buikkrampjes, kan warmte en/of druk op de buik helpen, evenals het zuigen op een fopspeen. Geef de baby tijd om te leren zuigen op een speen.

Infographic over het verminderen van prikkels voor baby's.

5. Voeding

Houd overdag minimaal 2 en maximaal 4 uur tussen de voedingen aan. 's Nachts mag er eenmaal een pauze van 6 uur zijn. Raadpleeg de JGZ of een lactatiekundige bij problemen of vragen over voeding.

6. Sociaal netwerk / Ontspanningsmomenten voor ouders

Ouders van veel huilende baby’s kunnen uitgeput raken. Zorg voor voldoende ontspanning en maak gebruik van hulp uit uw omgeving. Even weg zijn uit de situatie geeft nieuwe energie voor de zorg voor uw baby. Neem contact op met de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) of uw huisarts voor meer informatie en eventuele verdere begeleiding. De folder ‘Rust, ritme en regelmaat’ van de JGZ biedt aanvullende informatie.

Normaal huilgedrag

Baby’s huilen vanaf de geboorte om hun behoeften kenbaar te maken. Normaal huilgedrag kenmerkt zich door plotseling beginnen en stoppen, de baby lijkt pijn te hebben, huilen is vaak gerelateerd aan voeding, er is kreunen en steunen, opluchting na poepen, een piek in de avonduren, het kan bij elke baby voorkomen, vasthouden/wiegen helpt, en de baby is gezond.

Hoeveel huilt een baby?

Huilen is normaal biologisch gedrag en hoort bij het rijpingsproces van een baby in de eerste maanden. Vanaf 1,5 week (+/- 10 dagen) begint een baby vaak meer te huilen. Op 6 weken huilt een baby gemiddeld het meest. De grafiek hieronder toont het huilgedrag van een gemiddelde baby. Bij twijfel over het huilgedrag van uw kind is het belangrijk dit te bespreken met de arts, jeugdverpleegkundige of pedagogisch zorgverlener.

Grafiek die het gemiddelde huilgedrag van een baby over de eerste maanden weergeeft.

Rust en Regelmaat

Baby’s nemen veel nieuwe indrukken op. Sommige baby’s raken hierdoor sneller overprikkeld. Rust en regelmaat zijn essentieel voor alle baby’s. Dit kan geboden worden door:

  • Een vaste volgorde van activiteiten: slapen-voeden-spelen-slapen. Baby’s houden zich niet aan vaste tijden vanwege hun snelle groei en ontwikkeling.
  • Een vaste plek voor activiteiten, zoals slapen in bed en spelen in de box, helpt de baby patronen te herkennen.
  • Inbakeren kan helpen bij sneller tot rust komen en voorkomt dat de baby last heeft van zijn eigen bewegingen.
  • 'White noise' (constante, monotone geluiden) kan helpen omgevingsgeluiden te overstemmen en de baby beter te laten in- en doorslapen. Dit kan via apps, knuffels of muziekdoosjes.
  • Een ‘inslaaphuiltje’ van maximaal een kwartier is normaal. Laat de baby in bed slapen en geruststellen door zacht strelen.
  • Houd een nachtvoeding kort en maak het niet te gezellig.

Hoeveel slaap heeft uw baby nodig?

Baby’s slapen in de eerste maanden korte slaapjes ('hazenslaapjes') omdat hun slaapcyclus korter is dan die van volwassenen. De eerste helft van de slaapcyclus is lichte slaap, waardoor ze makkelijk wakker worden. Een baby heeft gemiddeld minimaal twee slaapcycli nodig om uitgerust te zijn. Baby’s verwerken dagelijkse ervaringen tijdens de REM-slaap, die langer duurt dan bij volwassenen. In de eerste maanden slaapt een baby ook veel in de armen of buiten de slaapkamer. Dit kan geen kwaad; een baby kan nog niet verwend worden. Een vaster slaapritme is echter prettig bij veel huilen. Rond 4-6 maanden leren baby’s oorzaak en gevolg kennen, waarna het verstandig is om hem/haar in het eigen bedje te laten slapen, met een vast bedritueel.

Schema van de slaapfasen bij baby's (actieve en stille slaap) en vergelijking met volwassenen.

Actieve slaap (Fase 1)

Vergelijkbaar met REM-slaap bij volwassenen. De baby kan snelle oogbewegingen maken, geluid produceren, bewegen of lachen tijdens het slapen. Deze lichte slaap duurt langer bij baby’s dan bij volwassenen. De ademhaling kan onregelmatig of snel zijn.

Stille slaap (Fase 2)

Vergelijkbaar met NREM-slaap bij volwassenen. Na de actieve slaap zakt de baby in een diepere, stille slaap. De baby ligt stil, ademt rustig en beweegt nauwelijks. De verdeling is ongeveer 50% actieve en 50% stille slaap per slaapcyclus bij baby’s, tegenover ongeveer 25% REM-slaap bij volwassenen. Vanaf 6 maanden hebben baby’s dezelfde slaapfasen als volwassenen, maar met een kortere slaapcyclus (ongeveer 45 minuten bij baby’s, 90 minuten bij volwassenen).

Overzicht van slaappatronen en -cycli bij baby's.

Waarom huilt uw baby?

Prikkel- en emotieverwerking uiten zich vaak in huilen. Baby’s verwerken dagelijkse prikkels (licht, geluiden, beweging). Deze verwerking kan pieken in de avonduren of de hele dag aanwezig zijn, wat leidt tot aanhoudend huilen. De troostreflex kan helpen dit te doorbreken.

Wat is de troostreflex?

In de eerste 3 maanden vertonen baby’s diverse reflexen door een nog onrijp zenuwstelsel, zoals schrikachtige en ongecoördineerde bewegingen (bv. armpjes omhoog gooien). De troostreflex, ook aanwezig in de eerste 3 maanden, kan het huilen plotseling stoppen of verminderen.

Baby troosten - De Happiest Baby methode (5 S'en)

De Amerikaanse kinderarts Harvey Karp ontwikkelde de ‘5 S’en’ methode, gebaseerd op het idee dat baby’s beter hadden kunnen rijpen in de baarmoeder. Deze methode is toepasbaar in de eerste 3-4 maanden na de geboorte.

Illustratie van de 5 S'en methode van Harvey Karp.

In de baarmoeder ervaart een ongeboren baby een besloten ruimte, zijligging en constante beweging. Vanaf de 20e week is het gehoor goed ontwikkeld, waardoor de baby continu geluiden hoort (inwendig en uitwendig). Het geluid van de bloedstroom (rond de 70 dB, soms 90 dB) is vergelijkbaar met een stofzuiger. Rust voor een baby betekent hierbij vooral structuur, ritme en regelmaat, niet per se stilte.

1. Swaddling (inbakeren/stevig vasthouden)

Strak inbakeren of stevig vasthouden geeft de baby het gevoel van geborgenheid en begrenzing zoals in de baarmoeder. Bij het inbakeren dient de jeugdverpleegkundige of pedagogisch zorgverlener aanwezig te zijn. Zorg dat de baby niet te warm is aangekleed en het klittenband niet tegen de huid komt. Stop met inbakeren zodra de baby probeert om te draaien. Niet inbakeren bij koorts, huidafwijkingen, ziekte of 24 uur na vaccinatie.

2. Side/stomach position (zijligging)

Leg de baby op de zij in uw armen, licht gedraaid naar de buik, tegen uw buik aan. Deze houding biedt ondersteuning en voorkomt zwaaien met de armpjes (Moro-reflex). Leg de baby nooit op de zij in bed.

3. Sushing (sssssh geluiden)

Een hard ‘sssssh’ geluid imiteert de geluiden uit de baarmoeder en kalmeert de baby. De intensiteit van het geluid kan variëren afhankelijk van hoe hard de baby huilt. Het geluid moet op ongeveer 15 cm van het oor worden gemaakt.

4. Swinging (wiegen)

Ritmisch bewegen/wiegen is herkenbaar en rustgevend voor de baby. Ondersteun het hoofd en de nek goed. Wiegen betekent een licht ‘wiebelen’, niet schudden.

5. Sucking (zuigen op speentje/vinger)

Een zuigbehoefte is niet altijd een teken van honger. Zuigen kan de baby troosten. Dit kan op een speentje of vinger.

Deze stappen kunnen sequentieel worden toegepast. De methode kan ook worden gebruikt als de baby tussentijds wakker wordt en huilt. Op YouTube zijn demonstratiefilmpjes te vinden, en er is een boek geschreven door kinderarts Carole Lasham: 'De Karp-methode'.

Slapen na de 5 S'en

Als de baby rustig is na de 5 S’en, kan deze in bed worden gelegd. Leg de baby eerst op de zij en draai hem daarna rustig door naar de rug om de Moro-reflex te voorkomen.

Werkt de methode van Karp altijd?

De methode werkt niet als de baby ziek is, pijn heeft of honger heeft. In andere gevallen wordt de methode vaak niet correct toegepast. Het is belangrijk om zelf rustig te blijven; stress kan de effectiviteit verminderen. Loop even weg als u gestrest raakt en probeer het later opnieuw. Doe dit bij voorkeur samen met een partner om de draagkracht te verdelen. Neem de tijd en geef niet te snel op.

Nawoord

Elke baby is uniek, en wat bij de één werkt, hoeft niet per se bij een ander te werken. Wees open voor de stappen die u en uw partner prettig vinden. Het kan zijn dat niet alles direct succesvol is. Deze informatie is bedoeld om rust te brengen voor zowel de baby als uzelf.

Veilige zorg in het ziekenhuis

In het St. Antonius Ziekenhuis staat veiligheid voorop. Medewerkers doen er alles aan om uw bezoek zo goed mogelijk te laten verlopen. Het is belangrijk om informatie te delen over medicijngebruik, allergieën, mogelijke zwangerschap, onduidelijkheden, wat u belangrijk vindt en eventuele onhygiënische situaties. Bereid uw gesprek met de zorgverlener goed voor. Het St. Antonius Ziekenhuis heeft expertise op diverse gebieden, waaronder huilbaby’s.

Reageer op uw baby als deze huilt. Huilen is een signaal dat de baby ergens last van heeft, zoals pijn. 1 op de 10 baby’s huilt meer dan gemiddeld. Probeer te herkennen wat uw baby nodig heeft en reageer daarop door te dragen, tegen u aan te houden of te knuffelen. Als u zich niet goed voelt, is het moeilijker om goed te reageren op de signalen van de baby. Bij 5% van de baby’s die veel huilen, is er een lichamelijke oorzaak. Bespreek dit met de verpleegkundige, arts van het consultatiebureau of huisarts. Meestal is er geen lichamelijke oorzaak, en kijkt men samen naar andere mogelijke redenen.

Baby’s huilen vanaf de geboorte, en dit neemt toe tot 6-8 weken (gemiddeld 2-2,5 uur per dag), waarna het weer afneemt. Rond 12 weken huilt een baby gemiddeld 1 tot 1,5 uur per dag. Het kan zijn dat uw kind blijft huilen en niet te troosten is. Sommige baby’s zijn gevoeliger voor prikkels, schrikken sneller, of hebben bijvoorbeeld te vroeg geboren, een laag geboortegewicht gehad of een moeilijke geboorte.

Er zijn vele redenen waarom een baby kan huilen, van een vieze luier tot overprikkeling. Ook tijdens mentale sprongetjes (tussen week 4 en 6) kan een baby meer huilen. Een newborn kan niet verwend worden door te snel te troosten; reageren op huilen leert de baby dat hij gehoord wordt en kan leiden tot minder huilen op de lange termijn. Het ontdekken van de beste manier om uw baby te troosten is een proces. Ritme en warmte zijn belangrijk. Veel baby’s vinden het fijn om uw hartslag te horen en voelen. Houd uw baby rechtop tegen u aan. Tussen de 3 en 12 weken krijgen veel baby’s te maken met een dagelijks huiluurtje, vaak in de namiddag of avond, door de verwerking van dagelijkse indrukken.

Overmatig huilen (meer dan 3 uur per dag, 3 dagen per week, gedurende 3 weken) komt voor bij 4 tot 20% van de baby’s. Bij 95% is er geen medische oorzaak. Een huilende baby kan veel stress veroorzaken; vraag hulp aan familie of vrienden. Probeer rustig te blijven, en leg de baby op een veilige plek en loop even weg als u gestrest of gefrustreerd raakt. Schud de baby nooit! Zoek steun bij mensen in de omgeving of vraag advies bij de Jeugdgezondheidszorg. Er bestaat een stappenplan voor baby’s die veel huilen.

tags: #baby #huilt #heel #veel