Borstvoeding kan een prachtige, intieme ervaring zijn, maar soms brengt het ook frustratie en uitdagingen met zich mee. Een veelvoorkomend probleem is wanneer een baby onrustig drinkt aan de borst, wat zich kan uiten in het steeds loslaten van de borst, verkrampen en huilen tijdens het voeden. Dit maakt het voedingsmoment niet alleen onaangenaam voor de baby, maar ook voor de moeder. Gelukkig zijn er diverse oorzaken en oplossingen voor deze onrust.
Erkenning van de onrust: Hoe herkent u het?
Onrustig drinken kan zich op verschillende manieren manifesteren. Het is belangrijk om de signalen te herkennen, zodat u de juiste aanpak kunt kiezen:
Signalen van onrust tijdens het drinken:
- Hoofd naar achteren gooien: De baby laat de borst plotseling los en gooit het hoofd naar achteren, vaak wanneer de tepel zijn maximale rek bereikt heeft en terugschiet.
- Verslikken en moeilijk ademen: De baby verslikt zich continu tijdens het drinken, waarbij het wegslikken van melk luid en duidelijk hoorbaar is. Er lijkt weinig tijd te zijn om adem te halen, en melk kan via de neus naar buiten druppelen.
- "Schoppend" gedrag: Tijdens het drinken lijkt de baby te verkrampen, met een bolle rug alsof hij in de buik wordt geschopt, om zich vervolgens weer overstrekken met een holle rug. Dit kan gepaard gaan met geluidjes, zonder de borst los te laten.
- Herhaaldelijk loslaten en opnieuw happen: De baby laat de borst na enkele minuten huilend los, hapt dan weer aan, laat opnieuw los en blijft huilen.
- Moeite met aanhappen: De baby laat de borst steeds los, wil direct weer happen, maar lijkt vervolgens niet meer goed te kunnen aanhappen. Dit kan gepaard gaan met kauwende bewegingen, snel heen en weer bewegen van het hoofdje of vreemde tongbewegingen.

Mogelijke oorzaken van onrustig drinken
De redenen waarom een baby onrustig drinkt, kunnen divers zijn. Een grondige analyse van de situatie is essentieel om de juiste oplossing te vinden.
Te sterke toeschietreflex (TSR)
Een te krachtige toeschietreflex kan ervoor zorgen dat de melkstroom te snel is voor de baby om te verwerken. Dit kan leiden tot verslikken en het naar achteren gooien van het hoofd. De lactatiekundige omschrijft dit als het moeten legen van een blikje cola zonder koolzuur - een onprettige ervaring voor de baby.
Oplossingen bij een te sterke TSR:
- Handmatig afkolven: Kolf de ergste druk van de borst af zodra de toeschietreflex is opgewekt, voordat u de baby aanlegt.
- Voeden met tepelhoedje: Dit kan helpen de melkstroom te reguleren.
- Vaker voeden, bij lichte honger: Voed de baby vaker en voordat hij extreem hongerig is.
- 'Blok voeden': Geef tijdens één voeding slechts één borst in plaats van twee. Dit kan helpen de productie beter af te stemmen op de behoefte van de baby.
- Voedingshouding aanpassen: Bepaalde houdingen, zoals de Madonna-houding, kunnen de zwaartekracht nadelig beïnvloeden. Experimenteer met verschillende houdingen.
- Afkolven en flesvoeding: Soms kan het helpen de voeding af te kolven en via een fles te geven. De speen van de fles kan aangepast zijn aan de leeftijd van het kind, wat rustiger drinken kan bevorderen.
Te veel of te weinig melk
Zowel een overvloed aan melk als een tekort kan leiden tot onrust. Een overvloed kan, zoals eerder genoemd, de TSR verergeren. Een tekort aan melk kan leiden tot frustratie bij de baby, omdat hij honger heeft en de melk niet snel genoeg komt.
Oplossingen bij melkproductieproblemen:
- 'Blok voeden' bij te veel melk: Dit helpt de productie te reguleren.
- Wachten op betere afstemming: Geef uw lichaam tijd om de productie beter af te stemmen op de behoefte van de baby.
- Fulltime kolven: Gedurende een periode fulltime kolven kan helpen een ritme in de borstvoeding te creëren en precies te weten hoeveel de baby binnenkrijgt.
- Vaak aanleggen bij te weinig melk: Stimuleer de productie door vaker aan te leggen, vooral tijdens regeldagen of groeispurtjes.

Krampjes en spijsverteringsproblemen
Baby's hebben vaak last van krampjes, wat zich ook tijdens het drinken kan manifesteren. Dit kan komen door een scheet die dwars zit, de behoefte om te poepen, of zelfs een koemelkallergie (KMA).
Oplossingen bij krampjes:
- Druppeltjes tegen krampjes: Deze kunnen helpen bij het boeren.
- Bewegingen met de beentjes: Stimuleer de darmen door zachte bewegingen met de beentjes.
- Boeren na de voeding: Zorg ervoor dat de baby goed boert na elke voeding.
- Overweeg koemelkallergie: Als krampjes aanhouden, overleg dan met een arts of lactatiekundige over een mogelijke koemelkallergie.
Zuigbehoefte en comfort
Sommige baby's hebben een sterke zuigbehoefte en zoeken troost aan de borst. Wanneer de melkstroom stopt, kan dit leiden tot frustratie en het loslaten van de borst.
Oplossingen voor zuigbehoefte:
- Speen of pink: Bied een speen of uw pink aan om op te sabbelen na de voeding, om de zuigbehoefte te stillen. Zorg ervoor dat de baby eerst goed gedronken heeft.
Vermoeidheid van de baby
Een vermoeide baby kan zowel onrustig zijn aan de borst als juist snel in slaap vallen tijdens de voeding. Het is belangrijk om de 'wakkertijden' van de baby in de gaten te houden en bij voorkeur na het slapen te voeden.
Tips bij vermoeidheid:
- Let op wakkertijden: Houd de periodes dat uw baby wakker is in de gaten.
- Voed na het slapen: Bied de borst aan nadat de baby heeft geslapen.
- Vermijd oververmoeidheid: Voed de baby voordat hij oververmoeid raakt.
Spruw
Spruw, een schimmelinfectie in de mond, kan pijn veroorzaken tijdens het drinken, wat leidt tot onrust. Symptomen zijn witte vlekjes in de mond, glanzende lippen en soms pijn bij de moeder.
Behandeling van spruw:
Raadpleeg een arts voor de juiste behandeling. Dit kan medicatie voor zowel moeder als baby omvatten.
Doorkomende tandjes
Hoewel veel moeders vrezen voor pijn bij het doorkomen van tandjes, is dit meestal niet het geval als de baby goed aangelegd is. De tepel ligt ver achter in de mond, buiten het bereik van de tandjes. Bijten gebeurt vaak wanneer de baby niet goed is aangelegd.
Omgaan met bijten door tandjes:
- Verbeter de aanlegtechniek: Zorg dat de baby een groot deel van de borst in de mond heeft.
- Correcte reactie op bijten: Haal de baby niet abrupt van de borst. Steek een vinger tussen de kaken om het vacuüm te verbreken of trek de baby dichter naar u toe.
- Afleiding: Geef na het bijten een bijtring en leg uit waarvoor deze dient.
- Verlicht tandvleesongemak: Bied een koud washandje of een schone vinger om op te kauwen.

Verstop neusje
Een verstopte neus belemmert de baby bij het ademen tijdens het drinken. Dit kan leiden tot frustratie, het loslaten van de borst en mogelijk bijten.
Oplossingen bij een verstopte neus:
- Neusje schoonmaken: Gebruik een snotslurper voor het voeden.
- Rechtop voeden: Probeer de baby meer rechtop te voeden.
Aandacht vragen
Vooral oudere baby's kunnen bijten om de aandacht van hun moeder te trekken tijdens het voeden.
Tips bij aandachtvragend bijten:
- Geef aandacht: Zorg voor voldoende oogcontact, aanraking en interactie tijdens het voeden.
- Rustige omgeving: Voed in een rustige omgeving om afleiding te minimaliseren.
Verwarring door speen of fles
Het gebruik van een speen of fles kan leiden tot verwarring in de mond- en tongbewegingen, wat kan resulteren in kauwen in plaats van zuigen aan de borst.
Oplossingen:
- Beperk speen- en flesgebruik: Vooral in de eerste weken, totdat de borstvoeding goed op gang is.
- Vaker aanleggen: Stimuleer de melkproductie indien deze is teruggelopen door flesvoeding.
Hormonale veranderingen
Zwangerschap, menstruatie of het gebruik van hormonale anticonceptie kan invloed hebben op de melkproductie en de moedermelk. Raadpleeg bij twijfel een lactatiekundige of LLL-leidster.
Baby's temperament en nieuwsgierigheid
Sommige baby's zijn van nature meer oraal ingesteld of worden snel afgeleid door hun omgeving. Dit kan leiden tot onbedoeld bijten.
Omgaan met afleiding:
- Let op signalen: Houd de baby goed in de gaten tijdens het voeden.
- Rustige voeding: Creëer een rustige omgeving zonder afleidingen.
Tepelbescherming en -verzorging
Pijnlijke tepels en tepelkloven kunnen het gevolg zijn van verkeerd aanleggen of bijten. Goede verzorging is essentieel voor genezing en comfort.
Preventie en verzorging:
- Correct aanleggen: Zorg ervoor dat de tepel diep in de mond van de baby zit, voorbij de tandvleesrand.
- Vinger tussen de kaken: Bij het loslaten van de borst, steek een vinger tussen de kaken om het vacuüm te verbreken en pijn te voorkomen.
- Borstcompressie: Kan helpen de melkstroom te stimuleren en de baby te motiveren te blijven drinken.
- Directe tepelverzorging: Na het voeden een beetje moedermelk op de tepel laten drogen of een hypoallergene tepelzalf (zoals Lansinoh of Purelan) aanbrengen.
- Alternatieve voedingsstart: Begin de voeding aan de minst pijnlijke borst en wissel eventueel.

De rol van de lactatiekundige
Een lactatiekundige kan waardevol advies en ondersteuning bieden bij borstvoedingsproblemen. Zij kan helpen de oorzaak van de onrust te achterhalen en een persoonlijk plan opstellen.
Inslapen aan de borst: een normale fase?
Veel baby's vallen in slaap aan de borst, wat een natuurlijke en comfortabele ervaring kan zijn. Echter, wanneer dit leidt tot slaapassociaties die doorslapen bemoeilijken, kan het wenselijk zijn dit aan te pakken.
Strategieën voor het afleren van inslaap associaties:
- Wakkere baby wegleggen: Vanaf ongeveer 4 maanden is het aan te raden de baby wakker in bed te leggen, zodat deze leert zelfstandig in slaap te vallen.
- Voeding op een ander moment: Zorg dat de baby minder moe is tijdens de voeding.
- Baby actief houden: Stimuleer de baby om wakker te blijven tijdens de voeding door bijvoorbeeld houdingen te wisselen of te aaien.
- Licht en donker: Geef de voeding in het licht en maak het pas tegen het einde donkerder om slaperigheid te bevorderen.
- Boeren en wisselen van houding: Kan helpen de baby wakker te houden.
- Afbouwmethode: Verminder geleidelijk het borstvoeden om in slaap te vallen door bijvoorbeeld de pink in de mondhoek te steken om het vacuüm te verbreken.
- WLA-aanpak (Aware Parenting): Laat de baby huilen om stress te verwerken, met emotionele nabijheid en troost.
- Stoelmethode: Leer de baby zelfstandig in slaap te vallen, met geleidelijke ondersteuning van de ouder.
Het is belangrijk te onthouden dat elke baby uniek is en dat geduld, doorzettingsvermogen en aandacht voor de individuele behoeften van uw kind cruciaal zijn. Aan alle onrust komt een einde, en met de juiste ondersteuning en aanpak kunt u deze uitdagende fase succesvol doorlopen.