Gedrag van een dreumes van 21 maanden: Ontwikkeling, uitdagingen en omgaan met driftbuien

Vanaf 18 maanden belanden veel peuters in de zogenaamde koppigheidsfase of peuterpuberteit. In deze periode ontdekt een kind dat het zelf dingen kan bepalen en invloed kan uitoefenen op zijn omgeving. Het zelfbesef groeit en het kind wordt steeds zelfstandiger. Echter, het kind botst ook op lichamelijke en verstandelijke grenzen, of op grenzen die gesteld worden door ouders of begeleiders. Het ervaren van deze grenzen kan leiden tot driftbuien.

Eén op de vijf kinderen ervaart regelmatig driftbuien. Een driftbui is een heftige manier van reageren en het uiten van gevoelens. Kinderen voelen emoties, maar hebben nog niet geleerd hiermee om te gaan, waardoor de emotie er zeer intens uitkomt. Een typisch voorbeeld is wanneer het tijd is om te vertrekken uit de speeltuin: de peuter kan zich op de grond laten vallen, met armen of benen slaan, of met het hoofd tegen de grond bonken. Sommige kinderen verstijven volledig en reageren enkele minuten niet meer. Hoewel dit voor ouders beangstigend kan zijn, is het een volkomen normaal en positief aspect van de ontwikkeling van kinderen. Zodra een peuter zijn gevoelens beter kan verwoorden, zal dit gedrag vanzelf verdwijnen. Daarom is het belangrijk om in de buurt te blijven tijdens een driftbui.

Wanneer een peuter driftig of koppig is, betekent dit niet dat hij of zij de ouder of opvoeder niet meer graag ziet of nodig heeft. Integendeel, de peuter gebruikt de vertrouwde volwassene als proefkonijn, omdat hij of zij zich bij deze persoon het veiligst voelt. Een goede band tussen ouder en kind stelt het kind in staat om te laten zien dat het het moeilijk heeft.

Omgaan met driftbuien

Tijdens een driftbui is het moeilijk om een peuter te kalmeren, omdat deze volledig wordt overspoeld door emoties en de controle verliest. Het advies is om het kind laten uitrazen. Hoewel bij sommige kinderen oppakken kalmerend werkt, maakt dit de meeste kinderen juist nog kwader. Het is cruciaal om zelf zo rustig mogelijk te blijven. Plaats de peuter op een veilige plek, bijvoorbeeld op een tapijt als hij of zij vaak met het hoofd bonkt.

Als een kind heftig reageert op gestelde grenzen, kan de verleiding groot zijn om deze grenzen te verleggen. Dit wordt echter afgeraden. Kinderen hebben grenzen nodig; soms zoeken ze deze grenzen zelfs bewust op om de opgestapelde emoties van de dag te uiten. De volgende tips kunnen houvast bieden bij het omgaan met drift en koppigheid. Het is belangrijk te onthouden dat elk kind anders is, dus het vergt uitproberen welke tips voor uw kind het beste werken.

Zes tips voor omgang met drift en koppigheid

  1. Een peuter wil gezien worden: Hij of zij wordt zich bewust van het 'ik' en is trots op wat hij of zij al kan. Toch heeft de peuter nog veel hulp nodig. Een koppige of driftige peuter krijgt veel aandacht, omdat ouders proberen hem of haar te kalmeren of boos worden. De peuter leert hierdoor dat lastig gedrag extra aandacht oplevert. Het is daarom belangrijk om ook spontaan aandacht te schenken aan de peuter, buiten conflictsituaties om.

  2. Stimuleer zelfstandigheid: Geef ruimte zodat de peuter zijn of haar mogelijkheden leert kennen en uitbreiden. Laat de peuter experimenteren met zelfstandig eten, zich wassen, etc. Dit stimuleert de zelfstandigheid. Heb geduld als het een knoeiboel wordt.

  3. Betrek je kind bij activiteiten: Een peuter vindt het fijn om mee te helpen in de tuin, in het huishouden en bij het verzorgen van dieren. Hoewel het werk wellicht trager vordert, leert de peuter hier veel van.

  4. Toon begrip voor frustratie: De peuter wil zelfstandig worden en dingen bereiken, maar wordt hierin gehinderd door anderen of door eigen beperkingen. Als de peuter bijvoorbeeld de deur van een kast niet open krijgt, probeer dan de reden van zijn of haar frustratie te achterhalen en toon begrip.

  5. Bied een veilige basis: De peuter leert zichzelf en zijn omgeving kennen. Deze ontdekkingstocht is essentieel voor zelfstandigheid. De peuter durft op ontdekking te gaan als hij weet dat er iemand in de buurt is. Wetende dat er iemand beschikbaar is bij problemen of plotselinge behoefte, moedigt de peuter aan om meer te ondernemen.

  6. Stel duidelijke en consequente grenzen: In deze periode is het erg belangrijk om grenzen te stellen en regels aan te leren. Dit zorgt voor voorspelbaarheid, veiligheid en rust. De peuter weet wat er gaat gebeuren, waaraan hij of zij zich moet houden en wat hij kan verwachten. Stel echter niet te veel grenzen, want de peuter heeft ruimte nodig voor zijn ontdekkingstocht. Pas regels consequent toe; als een kind een driftbui heeft, moet 'nee' ook 'nee' blijven. Vermijd een machtsstrijd met het kind. Verwoord regels eventueel als een uitdaging.

illustratie van een kind dat probeert te helpen met huishoudelijke taken, met een beetje rommel

De ontwikkeling van de 21-maanden oude dreumes

Een baby van 21 maanden oud begrijpt al zeker 200 woorden en kan steeds meer woordjes zeggen. Hoewel hij of zij de meeste nieuwe woordjes nog niet direct kan uitspreken, leert de dreumes er dagelijks bij. De eerste tien woordjes die een kind zelf uitspreekt, doen er vaak langer over. Dit verklaart waarom ouders de eerste paar woordjes van hun kind vaak het beste onthouden, omdat het de enige woorden zijn die het kind kan gebruiken.

De eerste woordjes van een kind van 21 maanden komen waarschijnlijk uit zijn directe belevingswereld. Denk hierbij aan termen als 'papa', 'mama', 'opa', 'oma', 'hond', 'poes', 'bal', 'trein' of 'pop'. Het is ook mogelijk dat het kind twee woordjes combineert in één uitdrukking, zoals 'Tida' (wat is dat) of 'mahnie' (mag niet). Daarnaast kan de dreumes waarschijnlijk enkele eigenschappen of kenmerken benoemen, zoals 'warm', 'koud', 'heet', 'weg' (weh) of 'op'. Door de intonatie van zijn stem te gebruiken, kan het kind al best goed duidelijk maken wat hij bedoelt.

De objectpermanentie van een baby ontwikkelt zich verder. Het kind kan niet alleen onthouden dat iets er nog is als het niet zichtbaar is, maar begrijpt ook dat het ergens anders kan liggen dan waar het voor het laatst is gezien. Dit maakt dit de ideale periode voor verstoppertje spelen. De verstop-skills van een dreumes zijn wellicht nog beperkt, maar dit maakt het spel niet minder leuk. Terwijl de dreumes midden in de kamer staat met zijn handjes voor de ogen, denkende dat niemand hem ziet, is hij zelf vaak uitstekend in staat om de ouder te zoeken (met enige hulp).

afbeelding van een ouder en kind dat verstoppertje speelt, met het kind dat zijn handen voor zijn ogen houdt

Activiteiten en uitstapjes voor de 21-maanden oude dreumes

Een dreumes van 21 maanden vermaakt zich nog prima met kleine uitstapjes. Een duur attractiepark is leuk, maar niet noodzakelijk om de dreumes te entertainen. Diverse activiteiten kunnen al veel plezier bieden:

  • Babyzwemmen: Als dit nog niet is gedaan, is dit een uitstekende kans om samen te spetteren.

  • Kinderboerderij: Een bezoek aan een kinderboerderij stelt het kind in staat om de dieren uit boekjes in het echt te leren kennen.

  • Plassen stampen: Op regenachtige dagen kan de dreumes, met oude kleren en regenlaarsjes aan, heerlijk buiten stampen in plassen en modderpoelen.

  • Openbaar vervoer: Een ritje met de trein, bus of tram kan voor een kind een ware beleving zijn.

  • Buurtspeeltuin: Een speeltuintje, hoe klein ook, biedt vaak al voldoende vermaak met speeltoestellen zoals een wipkip of een glijbaan, die favoriet zijn bij jonge kinderen.

  • Indoor speeltuin: Binnenspeeltuinen bieden een veilige omgeving om te leren klimmen en klauteren, vaak met een aparte speelhoek voor baby's en kinderen tot 2 jaar.

  • Dierenwinkel: Hoewel niet bedoeld om alle dieren te aaien, is er in een dierenwinkel veel te ontdekken.

  • Uit eten: Met de juiste aanpak kan uit eten gaan gezellig zijn. Kies een kindvriendelijk restaurant of lunchcafé met faciliteiten voor verschonen en eventuele speelmogelijkheden.

collage van diverse kinderactiviteiten: zwemmen, kinderboerderij, speeltuin

Het kind kan nu makkelijker lopen, maar het evenwicht is nog instabiel. Een trekdier kan helpen bij het oefenen van het evenwicht.

Een ouder deelt de ervaring van een dochter van 21 maanden die continu iets wil of nodig heeft, jengelt, snel huilt, erg hangerig is en veel aandacht opeist. Dit gedrag wordt als langdurig en zonder verandering ervaren, vergelijkbaar met het eerste levensjaar van de oudere zus. De ouder voelt zich constant alert en moet brandjes blussen, zelfs bij kleine ongemakken zoals vastzitten met een truitje of ergens niet bij kunnen. Het gemis van een relaxed en tevreden karakter wordt benoemd. Hoewel dit herkenbare fasen zijn, wordt dit gedrag niet meer als zodanig beschouwd, gezien het begon rond de 2 maanden met continu jengelen, wat wordt omschreven als een 'mopperbaby' in plaats van een huilbaby. De behoefte ligt hierbij meer bij herkenning dan bij specifieke tips en tricks.

4 handige tips over opvoeden van de kinder- en jeugdpsycholoog

tags: #dreumes #21 #maand #heel #druk