Ondanks een generaal pardon in 2007, blijven veel migranten moeite hebben met het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Nieuwe cijfers tonen aan dat er opnieuw mensen worden geweigerd, wat leidt tot frustratie bij zowel de betrokkenen als hun juridische vertegenwoordigers.
Het Generaal Pardon van 2007
In 2007 ontvingen ruim 28.000 migranten een verblijfsvergunning via een generaal pardon. Dit betrof met name personen die vaak al sinds de jaren '90 in Nederland verbleven en nog in een asielprocedure zaten. Door nieuwe asielwetgeving kregen zij de kans om in Nederland te blijven. Echter, deze verblijfsvergunning bood geen automatisch recht op het Nederlanderschap. Aanvragers moesten voldoen aan specifieke voorwaarden, waaronder het overleggen van documenten zoals een geboorteakte.
Ongeveer 8.000 van deze personen slaagden er niet in om de benodigde documenten te overleggen. Redenen hiervoor waren onder andere angst om naar het geboorteland te reizen, of het niet meewerken van lokale autoriteiten. Dit leidde ertoe dat deze groep, ondanks hun langdurige verblijf en bijdrage aan de samenleving, nog steeds niet volledig erkend werd.

'Tweederangsburgers' en de Roep om Gelijkheid
De situatie van deze groep werd door velen als onrechtvaardig beschouwd. Onder andere misdaadverslaggever Peter R. de Vries riep op om deze mensen niet langer als 'tweederangsburgers' te behandelen. De redenering was dat als ze legaal in Nederland mochten verblijven, het Nederlanderschap hen niet geweigerd kon worden.
Een meerderheid in de Tweede Kamer steunde deze oproep, wat leidde tot een versoepeling van de regels per 1 november 2021. De eis van het overleggen van specifieke documenten werd geschrapt, en de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit verviel. Deze versoepeling gold eerder al voor minderjarigen uit deze groep.
Nieuwe Regeling en Aanhoudende Problemen
Sinds de invoering van de versoepelde regeling hebben ruim 1.670 van de 8.000 vergunninghouders een Nederlands paspoort aangevraagd. Van hen hebben 320 personen inmiddels de Nederlandse nationaliteit verkregen. Desondanks blijkt uit de eerste cijfers dat ongeveer tien personen opnieuw zijn geweigerd. Vreemdelingenrecht-advocaat Vera Kidjan vreest dat dit aantal nog zal stijgen.
De redenen voor afwijzing zijn onder andere twijfels over de identiteit of het niet voldoen aan de huidige inburgeringseisen. Staatssecretaris Eric van der Burg verklaart dat dit vaak voortkomt uit discrepanties tussen de opgegeven en de vermoedelijke herkomstlanden van de aanvragers.

Obstakels in het Aanvraagproces
Naast de directe afwijzingen, ervaart de groep ook vertragingen in het aanvraagproces. Vluchtelingenwerk Nederland wijst op lange wachttijden bij gemeenten, mede door de nasleep van de coronapandemie en een toename van aanvragen van Syriërs. Bovendien worden met name oudere personen soms niet uitgenodigd voor een aanvraag of geconfronteerd met de eis van een inburgeringsexamen, waarvoor zij destijds mogelijk ontheffing hadden gekregen.
Advocaat Kidjan constateert dat met name mensen die als kind alleen naar Nederland kwamen, nog steeds moeilijkheden ondervinden. Zij noemt het criterium 'grote twijfel' over identiteit als vaag en problematisch.
Historisch Perspectief en Juridische Complexiteit
De kwestie van het generaal pardon en de naturalisatie-eisen kent een lange geschiedenis. In 2009 werden de regels voor naturalisatie aangescherpt, waardoor asielzoekers hun identiteit moesten kunnen bewijzen met documenten. Duizenden konden hier niet aan voldoen. Pogingen om deze groep, die destijds meerderjarig was, alsnog te laten naturaliseren, stuitten op weerstand. Minister Donner stelde in 2011 dat pardonners geen vrijstelling kregen, omdat dit de 'normale' vereisten waren. Hij ging voorbij aan het feit dat de eisen pas na het pardon waren verscherpt.
De politiek heeft geprobeerd oplossingen te vinden, zoals moties voor vrijstelling van het paspoortvereiste indien er geen twijfel was tijdens de asielprocedure. Deze moties werden echter verworpen. De IND en gemeenten blijven toetsen aan alle geldende voorwaarden, ook al zijn de documenteneis en afstandsplicht komen te vervallen.
De Tweede Kamer in oorlogstijd - documentaire parlement tijdens en na de Tweede Wereldoorlog
De IND en gemeenten blijven toetsen of aanvragers voldoen aan alle andere voorwaarden voor naturalisatie, zoals minimaal vijf jaar onafgebroken verblijf, het niet vormen van een gevaar voor de openbare orde, en de inburgeringsplicht. Bij grote twijfels over identiteit of nationaliteit kan een aanvraag nog steeds worden afgewezen.