Het krijgen van een tweeling is een bijzondere gebeurtenis, en veel aanstaande ouders vragen zich af hoe deze kans wordt beïnvloed. Diverse factoren spelen hierbij een rol, variërend van genetische aanleg en leeftijd tot medische behandelingen en levensstijl.
Leeftijd van de moeder
De kans op een tweelingzwangerschap neemt toe met de leeftijd van de moeder. Wanneer een vrouw op jongere leeftijd zwanger wordt, bijvoorbeeld rond haar 25e, is de kans op een tweeling ongeveer 1 op 90. Vanaf 40 jaar neemt deze kans toe tot ongeveer 1 op 60.
Onderzoek suggereert dat vrouwen ouder dan 35 jaar een verhoogde kans hebben op een tweelingzwangerschap. Na het 39e levensjaar kan deze kans echter weer afnemen, omdat de vruchtbaarheid van de vrouw dan over het algemeen lager is. Er wordt vermoed dat dit te maken heeft met hormonale veranderingen op latere leeftijd. Het lichaam kan meer moeite hebben om een eicel tot rijping te laten komen en te laten springen, waardoor het lichaam extra inzet op ovulatie. Soms komen hierdoor in plaats van één, twee eicellen vrij.
Erfelijkheid
De kans op een eeneiige tweeling wordt niet door erfelijkheid bepaald. Bij twee-eiige tweelingen speelt erfelijke aanleg echter wel een rol. Hierbij is met name de familiegeschiedenis van de moeder bepalend. Als er in de directe familie van de vrouw al tweelingen voorkomen, is de kans groter dat zij zelf ook zwanger wordt van een tweeling. De kans op een dubbele eisprong, waaruit een twee-eiige tweeling kan ontstaan, is erfelijk en kan zowel door de moeder als de vader worden doorgegeven aan een dochter.
Etniciteit en geografische verschillen
De etnische achtergrond van een vrouw kan ook van invloed zijn op de kans op een tweelingzwangerschap. In Aziatische landen worden bijvoorbeeld minder tweelingzwangerschappen waargenomen in vergelijking met Europa. Daarentegen worden in Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen juist meer tweelingen geboren. Nigeria staat bekend om het hoogste aantal tweelingen ter wereld.
Lichaamsbouw van de moeder
De lichaamslengte en de Body Mass Index (BMI) van de moeder spelen eveneens een rol bij het ontstaan van een spontane tweelingzwangerschap. Vrouwen met een BMI boven de 30 (overgewicht) hebben een grotere kans op een tweeling dan vrouwen met een BMI lager dan 20 (ondergewicht). Ook de lengte is een factor: vrouwen die langer zijn dan 164 centimeter hebben een grotere kans op een tweeling dan vrouwen die kleiner zijn dan 155 centimeter. Dit wordt mogelijk verklaard doordat grotere vrouwen meer groeihormonen zouden hebben, wat de aanmaak van follikelstimulerend hormoon (FSH) stimuleert. Dit hormoon beïnvloedt op zijn beurt weer de hoeveelheid oestrogeen en progesteron, die essentieel zijn voor de eisprong en vruchtbaarheid.
Vruchtbaarheidsbehandelingen
Zwangerschappen die tot stand komen door vruchtbaarheidsbehandelingen, zoals IVF (in-vitrofertilisatie), ICSI (intracytoplasmatische sperma-injectie) en IUI (intra-uteriene inseminatie), hebben een significant hogere kans op een tweelingzwangerschap. Dit komt doordat tijdens deze behandelingen vaak meerdere eicellen worden gestimuleerd om te rijpen, wat de kans op bevruchting van meerdere eicellen vergroot. Bij IVF en ICSI worden eicellen in een laboratorium bevrucht en worden vervolgens één of meerdere embryo's teruggeplaatst in de baarmoeder.
In Nederland wordt bij IVF en ICSI doorgaans maar één embryo teruggeplaatst om de kans op een meerlingzwangerschap te minimaliseren. Echter, bij vrouwen van 38 jaar of ouder, waarbij de kans op een succesvolle zwangerschap lager is, kan er gekozen worden voor het terugplaatsen van één of twee embryo's. Een teruggeplaatst embryo kan zich ook nog splitsen, wat resulteert in een eeneiige tweeling.
De kans op een tweeling bij IVF of ICSI ligt rond de 30%, terwijl deze bij een IUI-behandeling tussen de 10 en 20% ligt. Cijfers uit 2008 laten zien dat het percentage tweelingen na IVF verder is afgenomen, mede door het beleid van het terugplaatsen van minder embryo's. In 2008 was de kans op zwangerschap na IVF 23,3%, en het percentage tweelingen na IVF daalde van 14,4% in 2007 naar 13,4% in 2008. Dit is gunstig, aangezien een tweelingzwangerschap meer risico's met zich meebrengt dan een eenlingzwangerschap.
Bij IVF worden eicellen in een laboratorium bevrucht met sperma. Bij ICSI wordt één zaadcel direct in de eicel geïnjecteerd. Cryo-behandelingen maken gebruik van diepgevroren embryo's uit eerdere behandelingen.

Hoe vaak komt een tweelingzwangerschap voor?
Gemiddeld betreft ongeveer 16 op de 1000 zwangerschappen een tweelingzwangerschap. Twee-eiige tweelingen komen vaker voor dan eeneiige tweelingen.
In Nederland is er, ondanks een daling in het aantal meerlingen door het veranderde IVF-beleid, nog steeds sprake van relatief veel tweelingzwangerschappen in vergelijking met andere Europese landen. Dit wordt vermoedelijk deels verklaard doordat Nederlandse vrouwen gemiddeld later zwanger worden.
Risico's en complicaties van een tweelingzwangerschap
Een tweelingzwangerschap brengt doorgaans meer risico's en complicaties met zich mee dan een eenlingzwangerschap. Het lichaam moet meer energie besteden aan de ontwikkeling van twee kinderen. Hierdoor worden vrouwen met een meerlingzwangerschap vaak sneller doorverwezen naar het ziekenhuis voor gespecialiseerde zorg, bijvoorbeeld op een afdeling Obstetrische High Care (OHC).
Mogelijke complicaties kunnen zijn: vroeggeboorte, zwangerschapsdiabetes, hoge bloeddruk en een lager geboortegewicht bij de baby's. Artsen houden de zwangerschap nauwlettend in de gaten om deze risico's zoveel mogelijk te beperken.
Signalen van een tweelingzwangerschap
Soms kunnen er al vroeg in de zwangerschap signalen zijn die wijzen op een tweelingzwangerschap. Dit kan zich uiten in snellere gewichtstoename, extreme vermoeidheid, heftigere ochtendmisselijkheid (door een hoger hCG-gehalte) en een snellere groei van de buik. Ook het vroegtijdig voelen van babybewegingen kan een indicatie zijn. Zekerheid over een tweelingzwangerschap wordt echter pas verkregen na een medische echo, die vanaf week 6-8 van de zwangerschap kan worden uitgevoerd.
Fabels en misvattingen
Er bestaan veel fabels en misvattingen over het krijgen van een tweeling. Zo wordt soms gesuggereerd dat speciale diëten, bepaalde seksuele posities, het eten van specifieke kruiden of zelfs mediteren de kans op een tweeling zouden vergroten. Er is echter geen wetenschappelijk bewijs dat deze methoden effectief zijn. De kans op een tweeling wordt voornamelijk beïnvloed door de eerder genoemde factoren zoals genetica, leeftijd, lichaamsbouw en medische behandelingen.