Het rotavirusvaccin is sinds dit jaar opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Dit betekent dat baby's die in 2024 geboren zijn, gevaccineerd kunnen worden tegen het rotavirus. Een infectie met het rotavirus veroorzaakt een ontsteking van maag en darmen en is een besmettelijk virus dat via de ontlasting wordt overgedragen. Jonge kinderen tussen zes en 24 maanden zijn extra kwetsbaar, evenals vroeggeboren, te kleine kinderen of kinderen met een aandoening, die een verhoogd risico lopen op ernstige uitdroging door hevige diarree en braken.

Het rotavirusvaccin
Het rotavirusvaccin is een levend verzwakt vaccin dat in twee doses wordt toegediend, de eerste tussen zes en negen weken oud en de tweede rond de drie maanden. In tegenstelling tot de meeste vaccins, wordt dit vaccin via druppels in de mond gegeven en niet via een prik. Het vaccin is niet nieuw en wordt al sinds 2006 in verschillende landen gebruikt. Het specifieke vaccin dat in Nederland in het RVP wordt gebruikt, heet Rotarix®.
Mogelijke bijwerkingen van vaccinaties
Net als bij andere vaccinaties, kunnen ook na de rotavirusvaccinaties bijwerkingen optreden, meestal binnen acht dagen na de vaccinatie. De meest voorkomende bijwerkingen zijn diarree en prikkelbaarheid. Soms kunnen ook buikpijn of winderigheid voorkomen. Deze klachten gaan doorgaans vanzelf over zonder dat behandeling nodig is. Omdat het rotavirusvaccin via druppels wordt toegediend, zijn er geen reacties op de prikplek.
Veelvoorkomende bijwerkingen na vaccinatie
Bijwerkingen die kunnen optreden na vaccinatie variëren en kunnen onderverdeeld worden in verschillende categorieën:
- Reacties op de prikplaats: Bij vaccins die via een injectie worden toegediend, komen reacties zoals pijn, zwelling, warmte, roodheid of jeuk rond de injectieplaats veel voor. Soms kan de zwelling zo uitgebreid zijn dat het een heel gewricht of de gehele bovenarm omvat ('extensive limb swelling').
- Koorts: Koorts is een veelvoorkomende bijwerking, die meestal 6 tot 8 uur na vaccinatie ontstaat, maar dit kan variëren van 3 tot 24 uur. Bij levend verzwakte vaccins kan koorts ook dagen tot weken na de vaccinatie optreden.
- Malaise (grieperig gevoel): Dit kan zich uiten als je niet lekker voelen, koude rillingen, vermoeidheid, hoofdpijn, spierpijn en koorts. Bij jonge kinderen kan dit zich uiten in meer slapen, huilen, verminderde eetlust, lusteloosheid of hangerigheid.
- Maag-darmklachten: Klachten zoals buikpijn, diarree, misselijkheid en overgeven kunnen voorkomen. Bij de meeste vaccins ontstaan deze klachten binnen 24 uur, hoewel dit na het BMR-vaccin ongeveer 5 dagen kan duren. Deze klachten verdwijnen meestal vanzelf.
- Flauwvallen: Dit kan voorkomen door angst, spanning of pijn gerelateerd aan de vaccinatie. Het duurt enkele seconden tot minuten en wordt veroorzaakt door een tijdelijk verminderde bloedtoevoer naar de hersenen. Symptomen kunnen zijn: licht gevoel in het hoofd, zwarte vlekken voor de ogen, zweten, misselijkheid, bleekheid, oorsuizen of geeuwen.
- Huidreacties: Galbulten (urticaria of netelroos) kunnen ontstaan, herkenbaar aan jeukende, branderige roze of rode vlekken op de huid. Deze kunnen minuten tot dagen na vaccinatie optreden.

Zeldzame bijwerkingen
Hoewel de meeste bijwerkingen mild zijn en vanzelf overgaan, zijn er ook zeldzame, maar potentieel ernstigere bijwerkingen:
- Darminvaginatie: In zeer zeldzame gevallen kan na vaccinatie een afsluiting van de darm optreden, bekend als darminvaginatie. Dit veroorzaakt hevige pijn, huilen, koorts, misselijkheid, overgeven en/of bloed bij de ontlasting. Dit treedt vaak binnen een week na vaccinatie op, maar kan ook zonder vaccinatie voorkomen. Bij vermoeden van darminvaginatie is direct medisch contact noodzakelijk.
- Myocarditis en pericarditis: Na vaccinatie met mRNA- of eiwitvaccins (zoals bij COVID-19) kan in zeer zeldzame gevallen een ontsteking van de hartspier (myocarditis) of het hartzakje (pericarditis) ontstaan. Dit komt vooral voor bij jonge mannen, met name tussen 16 en 24 jaar, en treedt meestal op binnen de eerste 7 dagen na vaccinatie. Symptomen zijn kortademigheid, pijn op de borst en hartkloppingen. Deze klachten gaan meestal vanzelf over of zijn goed behandelbaar met medicatie.
- Ernstige allergische reacties (anafylactische shock): Dit zijn uiterst zeldzame bijwerkingen die meestal binnen enkele seconden tot 10 minuten na vaccinatie optreden. Symptomen kunnen zijn: jeukend gevoel in mond en lichaam, misselijkheid, braken, diarree, zwelling van tong en keel, blauwe lippen, ademhalingsproblemen, hoesten, hese stem, en een daling van de bloeddruk met bewusteloosheid. Bij hevige benauwdheid, zwellingen of ziekte is het noodzakelijk direct 112 te bellen. Na vaccinatie wordt geadviseerd nog 15 minuten te wachten, zodat eventuele acute reacties direct kunnen worden behandeld.
Hoe werkt een vaccin?
Bewaken en monitoren van vaccinveiligheid
De veiligheid van medicijnen en vaccins wordt continu bewaakt door instanties zoals Bijwerkingencentrum Lareb. Lareb verzamelt en analyseert meldingen van mogelijke bijwerkingen en voert vragenlijstonderzoeken uit om meer kennis te vergaren. De bijwerkingen van het rotavirusvaccin worden bijvoorbeeld gevolgd in de RVP monitor 2024, een vragenlijstonderzoek waar ouders van kinderen geboren in 2024 aan kunnen deelnemen.
Het is belangrijk te realiseren dat reacties na vaccinatie niet altijd door het vaccin zelf worden veroorzaakt; andere oorzaken kunnen ook een rol spelen. Het vaststellen van de oorzaak kan complex zijn. Lareb verspreidt informatie over bijwerkingen en moedigt meldingen van vermoedelijke bijwerkingen aan. Op hun website is een Kennisbank Vaccins beschikbaar waar men kan zoeken op bijwerking, vaccinatie of combinaties daarvan.
Voor mensen met langdurige klachten na een COVID-19 vaccinatie bestaat de mogelijkheid om zich aan te melden bij C-support voor advies en ondersteuning. Veelgehoorde klachten zijn vermoeidheid, concentratie- en geheugenproblemen, prikkelverwerkingsproblemen, kortademigheid en hoofdpijn. C-support biedt geen medische zorg, maar helpt bij het vinden van de juiste zorgverleners en ondersteunt bij de gevolgen van klachten op werk en inkomen.

Allergieën en vaccins
Bij een bekende allergie voor bestanddelen van een vaccin of een eerdere allergische reactie op een vaccin, is het belangrijk dit te melden aan de arts of verpleegkundige. De vaccinatie-arts beoordeelt de situatie en kan, indien nodig, doorverwijzen naar een allergoloog voor advies. Het is goed om te weten dat vaccins voor het Rijksvaccinatieprogramma geen kippeneiwit bevatten, waardoor allergische reacties op kippeneiwit geen rol spelen bij deze specifieke vaccinaties.
tags: #kind #misselijk #na #vaccinatie