De tijd met een baby vliegt vaak voorbij; voordat jij het weet, kan jouw kindje rollen, kruipen en gezellig brabbelen. Ook krijgt jouw kindje behoefte aan andere voeding. Maar wanneer is het juiste moment om, als jij ervoor gekozen hebt om flesvoeding te geven, deze af te bouwen? Jij als ouder kent jouw kindje het best.
Bij Oya’s Childcare volgen wij het ritme van thuis wanneer jouw baby bij ons komt. Naarmate jouw kindje ouder wordt, zullen de behoeften en het ritme veranderen. Deze veranderingen brengen het ritme geleidelijk in lijn met ons vaste dagritme in de groepen, dat is afgestemd op het biologische ritme van een kind. Bij Oya’s Childcare geef jij als ouder aan hoe de voeding thuis verloopt, of dit nu borst- of flesvoeding is, en wanneer het tijd is voor de volgende stappen. Onze nannies begrijpen wat gezond is voor de ontwikkeling van een kind en door overleg werken wij samen aan wat het beste is voor jouw kindje. Het is goed om te weten wanneer jouw baby klaar is voor ander voedsel, waarom die behoefte verandert en wat het dan mag eten, zodat jij weloverwogen keuzes kan maken.

Fase 1: 0-4 maanden - Alleen flesvoeding
In de eerste vier maanden zal jouw kindje uitsluitend flesvoeding krijgen. Na deze periode is het spijsverteringsstelsel van jouw kindje zodanig ontwikkeld dat het tijd is om te beginnen met oefenhapjes. Door de oefenhapjes maakt jouw kindje kennis met andere smaken dan melk.
Bij Oya’s Childcare pureren wij het fruit en beginnen wij met milde smaken, zoals banaan en avocado. Het is niet ongewoon dat jouw kindje de eerste paar keer het eten niet lekker vindt en het met de tong weer uitstoot. Gemiddeld moet een baby namelijk ongeveer tien keer dezelfde smaak proeven om hier aan te wennen. Het eten met een lepel bevordert ook de ontwikkeling van de mondspieren.
Uit onderzoek blijkt dat de kans op voedselintoleranties afneemt als jij tussen de 4 en 6 maanden start met het introduceren van fruit en groente. Gedurende deze tijd blijft melk de primaire voedingsbron voor jouw kindje.
Fase 2: 6-8 maanden - Uitbreiding van hapjes
Vanaf 6 tot 8 maanden kun jij beginnen met het uitbreiden van de hapjes. Jij kunt er nu vanuit gaan dat het spijsverteringsstelsel van jouw baby gewend is aan de oefenhapjes en de combinatie met melk. Ook is jouw baby nu gewend aan het eten met een lepel; de voedingsreflexen van zuigen en slikken zijn een vaardigheid geworden.
Je kunt starten met het geven van aardappelen, mager vlees, vis en vleesvervangers. Als jouw kindje nog geen tanden heeft, maak jij het eten eerst fijn. Signalen waar jij op kunt letten om te bepalen of jouw kindje klaar is voor het uitbreiden van de hapjes zijn belangstelling tonen in jouw eten, smakkende geluidjes maken, met hulp rechtop kunnen zitten en de oefenhapjes niet meer met de tong naar buiten duwen.
Na 7 maanden mag jij ook beginnen met het geven van brood met korst. Door stukjes korst te geven leer jij jouw kindje kauwen. Het is belangrijk om na 6 maanden te beginnen met het uitbreiden van de hapjes, omdat jouw kindje meer behoefte krijgt aan energie en ijzer. De fles blijft echter nog steeds de belangrijkste voedselbron.

Fase 3: 8-12 maanden - Grover eten en vaste maaltijden
Tussen de 8 en 12 maanden kan jouw kindje met de tong het eten naar de zijkant van de wang duwen en vervolgens kauwen. Dit is een geschikt moment om met grover eten te starten. Jij kunt hier naartoe werken door de hapjes steeds minder nat te maken en minder fijn te pureren. Jouw kindje zal hierdoor meer speeksel moeten aanmaken en de mondspieren moeten gebruiken.
Geef jouw kindje de tijd om te wennen aan de nieuwe structuren. Jij en de nannies zullen snel genoeg merken wanneer jouw kindje de vaste maaltijden goed begint te eten. Nu kun jij beginnen met het vervangen van flessen door maaltijden en toewerken naar drie vaste maaltijden per dag. De richtlijnen geven aan dat jouw baby nu nog 2 à 3 flessen nodig heeft gedurende de dag. Vast eten wordt namelijk een belangrijkere voedselbron.
Fase 4: 12 maanden en ouder - Afbouwen van flesvoeding
Na 12 maanden eet jouw kindje waarschijnlijk zo goed, dat het overdag geen fles meer nodig heeft. Jouw kindje heeft genoeg aan vijf vaste eetmomenten op de dag: het ontbijt, een snack, lunch, weer een snack en het avondeten. ’s Avonds kan het zijn dat jij nog een fles geeft voor het slapengaan.
Vanaf 18 maanden heeft jouw kindje dit niet meer nodig. Als jij dit wilt afbouwen is het goed om de fles niet meer te koppelen aan het slaapmoment. Creëer een slaapritueel dat rustig en voorspelbaar is, door bijvoorbeeld in bad te gaan en daarna een boekje te lezen. Vind jij een slaapritueel lastig zonder fles, maak de fles dan steeds minder aantrekkelijk. Maak de fles met minder melk, door bijvoorbeeld 5 scheppen flesvoeding te doen in plaats van 6 scheppen op 180cc water. Bouw de scheppen geleidelijk af, tot jouw kindje water drinkt voor het slapen. Deze methode kun jij natuurlijk ook gebruiken om flessen gedurende dag af te bouwen.

Tips voor ouders bij het afbouwen van flesvoeding
- Begin met het eerste oefenhapje op een rustig en ontspannen moment, zodat jouw kindje op zijn gemak kan wennen aan de nieuwe voedingstextuur.
- Laat jouw kindje, zodra het rechtop kan zitten, aan tafel bij het gezin zitten tijdens de maaltijden. Kinderen vinden het gezellig om erbij te horen en genieten van het samenzijn.
- Wil jij de fles vervangen door vast voedsel? Serveer dan eerst het vaste voedsel.
Combineren van borst- en flesvoeding
Het combineren van borstvoeding en flesvoeding kan een spannende stap zijn, vooral als je weer gaat werken of merkt dat de situatie anders loopt dan gehoopt. Met de juiste aanpak maak je de overstap makkelijker voor jou en je baby.
Overstappen van borstvoeding naar flesvoeding
Als borstvoeding geven niet goed lukt, of als je na een tijdje wilt stoppen, is het belangrijk om de tijd te nemen voor de overgang. Te snel afbouwen kan leiden tot stuwing of borstontsteking.
Als je langdurig borst- en flesvoeding wilt combineren, is het cruciaal dat je melkproductie goed op gang is gekomen. Een rustige afbouw is essentieel, zodat zowel jij als je baby kunnen wennen aan flesvoeding en een ander voedingsschema.
Tips voor het wennen aan drinken uit een flesje
De meeste baby’s moeten wennen aan het drinken uit een flesje. Begin hier op tijd mee, zeker als je weer gaat werken. Je kunt het eerste flesje mengen met moedermelk, en gedurende een week de verhouding kunstvoeding ten opzichte van moedermelk steeds iets vergroten.
Als je baby de fles blijft weigeren, probeer dan de volgende tips:
- Laat je partner of iemand anders regelmatig de fles geven, zodat je baby minder associatie heeft met de borst.
- Zorg dat de melk een goede, lauwwarme temperatuur heeft.
- Probeer eens een andere speen of een fles met een grotere of kleinere opening.
- Doe een paar druppels moedermelk op de speen van de fles om deze aantrekkelijker te maken.

Omgaan met obstipatie en darmkrampjes
Moedermelk werkt laxerend, terwijl kunstvoeding juist het tegenovergestelde kan doen. Houd de luiers van je baby goed in de gaten om obstipatie te signaleren. Bij verstopping is het raadzaam contact op te nemen met je huisarts of consultatiebureau.
Je baby kan tijdelijk wat meer darmkrampjes krijgen van flesvoeding, vooral bij een te snelle overstap. Dit is vaak van voorbijgaande aard.
Borstvoeding en kunstvoeding combineren: afkolven en praktische tips
Combinatievoeding kan ook betekenen dat je moedermelk afkolft en deze aan je baby geeft. Afkolven kan in het begin even duren, maar wordt makkelijker naarmate je lichaam eraan gewend raakt. Gebruik voor het bewaren van moedermelk gesteriliseerde BPA-vrije bakjes of bewaarzakjes. Moedermelk kan direct worden ingevroren of maximaal acht dagen gekoeld worden bewaard.
De fles introduceren bij pasgeborenen
Een baby die borstvoeding krijgt, moet leren drinken uit een flesje. Geef je baby voor het eerst een flesje als hij of zij ontspannen is. Als je weer gaat werken, introduceer de fles dan enkele weken van tevoren.
Als je baby de fles weigert, probeer dan een fles die speciaal ontworpen is om de borst na te bootsen, zoals de Philips Avent Natural-babyfles. De brede, borstvormige speen bevordert een natuurlijke aanhechting.
Succesvolle combinatievoedingsroutine
- Oefening baart kunst: Introduceer een fles rond 6 weken, tussen de reguliere voedingen door, wanneer je baby niet te hongerig is.
- Houd je baby dichtbij: Houd je baby in een half rechtopzittende positie en maak oogcontact. Kantel de fles zodat de speen gevuld is met melk om luchtinslikken te voorkomen.
- Wissel van kant: Wissel bij flesvoeding van houding en probeer halverwege de fles te draaien.
- Probeer de rugbyhouding: Dit kan een goede optie zijn, vooral na een keizersnede of bij een tweeling.
- Kies de juiste fles: Een fles die de borst nabootst, zoals de Philips Avent Natural Response-babyfles, kan de overgang vergemakkelijken.
- Kies de juiste speen: Een pasgeboren baby heeft meestal een langzame stroom nodig. Observeer de signalen van je baby om de juiste speen te bepalen.
Het afkolven en bewaren van moedermelk - Borstvoedingsserie
Borstvoeding en flesvoeding combineren als je weer naar je werk gaat
Als je weer gaat werken, geef je baby ’s morgens en ’s avonds direct borstvoeding en regel tussentijds flesvoedingen. Begin een maand voor je weer gaat werken met het mengen van moedermelk en flesvoeding.
Houd je melkvoorraad op peil door te kolven wanneer je de gelegenheid hebt. Laat ook anderen de fles geven, niet alleen mama, om de overgang naar combinatievoeding te vergemakkelijken.
Veelgestelde vragen over combinatievoeding
Kun je moedermelk en kunstvoeding mengen?
Ja, je kunt borstvoeding en kunstvoeding mengen. Koel de vers afgekolfde melk eerst tot dezelfde temperatuur als de flesvoeding om bacteriegroei te voorkomen. Gebruik daarna een flessenwarmer om de voeding voor te bereiden.
Borstvoeding of flesvoeding: wat is de beste routine?
Probeer, indien mogelijk, je baby zijn of haar eigen voedingsschema te laten bepalen. Geef je baby alleen eten wanneer hij of zij honger heeft. Als je baby signalen toont dat hij of zij vol is, stop dan met voeden.
Kan combinatievoeding 'tepelverwarring' veroorzaken?
Moderne flessen zijn zo ontwikkeld dat 'tepelverwarring' een minder groot probleem is geworden. Volg de tips voor een soepele overgang tussen fles en borst.
Flesvoeding klaarmaken: instructies
Flesvoeding, ook wel kunstvoeding of zuigelingenvoeding genoemd, dient zorgvuldig te worden klaargemaakt.
- Maak flesvoeding het best per fles klaar. Gebruik koud kraanwater; het leidingwater in Nederland is hiervoor geschikt.
- Maak 'afgestreken' schepjes van de poedermelk, zonder kop erop. Voeg geen extra schepjes toe, dit kan leiden tot dorst of verstopping.
- Meng de melkpoeder goed met het water door te roeren of de fles rustig te draaien.
- Warm de fles op met een flessenwarmer, pan met warm water of in de magnetron. Kook het water vooraf niet.
- Voel na het opwarmen of de melk niet te warm is door een druppel op je pols te laten vallen.
- Bewaar schone flessen, spenen en benodigdheden op een aparte, afgedekte plek.
- Gebruik bij flessen met water uit niet-loden leidingen flessenwater uit de winkel. Spoel de leidingen en kranen de eerste drie maanden elke ochtend twee minuten door.
- Automatische flessenmakers kunnen handig zijn. Gebruik voor elke fles vers water in het bakje van de machine.
- Maatschepjes van verschillende merken kunnen verschillen; controleer de instellingen bij het overstappen op een ander merk.
- Zorg dat het melkpoeder droog blijft. Maak maximaal een of twee flessen van tevoren klaar en zet deze direct in de koelkast. Gooi restjes weg.
- Neem poeder en water apart mee op reis. Neem geen klaargemaakte flesvoeding mee zonder koeling.
- Kant-en-klare pakjes flesvoeding zijn ook verkrijgbaar. Lees de voorschriften voor de juiste hoeveelheid.
Verantwoord stoppen met borstvoeding
Borstvoeding geven vergt tijd en aandacht. Het stoppen met borstvoeding kan gepaard gaan met emoties. Het is een proces dat tijd kost en zowel lichamelijk als emotioneel impact heeft.
De melkproductie is een systeem van vraag en aanbod. Door je baby vaak aan te leggen, stimuleer je de melkproductie. Omgekeerd geldt dat hoe leger je borsten zijn, hoe meer melk er wordt aangemaakt.
Afbouwen van borstvoeding
Als je besluit te stoppen met borstvoeding, is het belangrijk dit geleidelijk te doen. Te snel stoppen kan leiden tot stuwing of borstontsteking.
Methoden om af te bouwen:
- Geleidelijk afbouwen per voeding: Vervang één borstvoeding per keer door flesvoeding. Begin met een voeding die misschien toch al minder prettig verliep. Je borsten kunnen daardoor gespannen aanvoelen; dit is normaal zolang je geen harde schijven voelt.
- Afbouwen met kolven: Kolf alleen als je stuwing hebt, en kolf slechts gedeeltelijk leeg voor comfort. Dit kan een snellere methode zijn, maar vereist een plotselinge overschakeling naar kunstvoeding.
- Gefaseerd kolven: Kolf steeds minder lang of met minder milliliters totdat je volledig overschakelt op kunstvoeding.
Natuurlijke middelen zoals saliethee kunnen helpen de productie te remmen. Overleg bij twijfel altijd met je huisarts of consultatiebureau.
Afbouwen in specifieke situaties
- Bij medicijngebruik: Zoek betrouwbare informatie over medicijnen en borstvoeding. Er zijn zelden medicijnen die absoluut onverenigbaar zijn.
- Als je weer gaat werken: Het is mogelijk om borstvoeding en werken te combineren. Kolven op het werk kan helpen je melkproductie op peil te houden.
- Bij ziekte van de moeder of baby: In de meeste gevallen is het niet nodig te stoppen met voeden. Bij borstontsteking is juist continu voeden belangrijk.
- Bij overlijden van de baby: Dit is een emotioneel zware situatie. Het lichaam maakt echter nog steeds moedermelk aan. Overleg met zorgverleners over hoe hiermee om te gaan.

tags: #kunstvoeding #aanlengen #afbouwen