De laatste jaren horen we steeds vaker de uitspraak: ‘Ik ken niemand meer met mazelen’. Voor sommigen is dit een reden om hun kind niet meer te laten vaccineren, met de gedachte dat het ‘maar een kinderziekte’ is. Deze opvattingen verdienen een nadere beschouwing, omdat ze mogelijk leiden tot een gevaarlijke onderschatting van de risico's van kinderziekten.
De reden dat we vroeger minder mensen met mazelen zagen, was juist te danken aan het mazelenvaccin. Jarenlang was de vaccinatiegraad - het percentage van de bevolking dat door vaccinatie is beschermd - zo hoog dat deze zeer besmettelijke ziekte nauwelijks nog voorkwam. De recente terugloop in deze vaccinatiegraad is dan ook zorgwekkend.
Mazelen wordt vaak gezien als een onschuldige kinderziekte, en in veel gevallen blijft het inderdaad beperkt tot symptomen als rode vlekjes, een droge hoest en neusverkoudheid. Echter, de ziekte kan ook leiden tot ernstigere complicaties, zoals longontsteking of hersenontsteking. Soms kan een hersenontsteking zelfs jaren na de oorspronkelijke mazeleninfectie optreden en dodelijk zijn. Bovendien kan mazelen het afweersysteem verzwakken, waardoor jonge kinderen langdurig vatbaarder zijn voor andere infecties.
Sommige mensen wantrouwen vaccins, vaak vanuit religieuze overtuigingen of gebaseerd op onjuiste informatie. Een bekend voorbeeld is de achterhaalde bewering dat het mazelenvaccin autisme zou veroorzaken; de arts die dit beweerde, heeft destijds zijn onderzoek vervalst.

Historische Context en Huidige Trends
Sinds 1976 maakt de prik tegen mazelen deel uit van het Rijksvaccinatieprogramma. Vóór de introductie van dit vaccin werden er jaarlijks honderdduizenden mazelenpatiënten geregistreerd in Nederland. Sinds 1987 is de mazelenprik geïntegreerd in het BMR-vaccin, dat bescherming biedt tegen bof, mazelen en rodehond. Uitgebreid onderzoek met kinderen en baby's heeft aangetoond dat dit BMR-vaccin in ongeveer 98% van de gevallen effectieve bescherming biedt tegen deze drie ziekten.
Na vaccinatie kunnen kinderen tijdelijk last hebben van milde bijwerkingen zoals koorts, hangerigheid, huiduitslag, of pijn, roodheid of zwelling op de injectieplaats. Het is een persoonlijke keuze om kinderen te laten vaccineren volgens het Rijksvaccinatieprogramma, maar het is essentieel om deze keuze te baseren op betrouwbare informatie en eventueel advies in te winnen bij een consultatiebureau.
Momenteel bevinden we ons in Europa in een golf van kinkhoest en mazelen, waarbij deze infectieziekten steeds vaker opduiken. Dit is een direct gevolg van de dalende vaccinatiegraad.

De Gevolgen van Dalende Vaccinatiegraden
Het dalen van de vaccinatiegraad kan leiden tot het opnieuw opduiken van infectieziekten waartegen vaccins bestaan. Een schrijnend voorbeeld hiervan is de situatie in Pakistan, waar een misbruikte vaccinatiecampagne het publieke vertrouwen in vaccins ernstig schaadde, met als gevolg dat het vaccinatieprogramma vrijwel stilviel en infectieziekten weer konden opkomen.
Ook in Nederland zien kinderinfectiologen meer ziekten die voorkomen kunnen worden met vaccinatie, en ervaren zij een toename van twijfel en vragen over vaccins. Het Europese ECDC heeft een dreigingsanalyse gepubliceerd over mazelen, met uitbraken in 40 van de 53 Europese landen. Deze situatie wordt gezien als een waarschuwing.
Mazelen en kinkhoest behoren tot de meest besmettelijke ziekten waarvoor we vaccineren. De R0-waarden (het aantal mensen dat één geïnfecteerd persoon kan besmetten) zijn respectievelijk 12-18 voor mazelen en 15-17 voor kinkhoest. Zonder een vaccinatiegraad van minimaal negentig procent om infecties onder controle te houden, bestaat het risico dat ook minder besmettelijke ziekten zoals polio en difterie kunnen terugkeren.
Hoewel deskundigen verwachten dat een ernstige uitbraak met dodelijke slachtoffers de discussie over vaccineren kan doen kantelen en de vaccinatiegraad weer kan doen stijgen, is dit een risico dat vermeden moet worden. Het succes van vaccins, die ziekten grotendeels hebben uitgebannen, heeft ertoe geleid dat de noodzaak ervan minder duidelijk is geworden. Dit fenomeen staat bekend als de preventieparadox.
Basisprincipes van infectieziekten
Specifieke Ziekten en Vaccinatie-Adviezen
Mazelen
Nederlandse ziekenhuizen anticiperen op een mogelijke mazelenuitbraak. Een uitdaging bij mazelen is dat baby's hun eerste BMR-vaccinatie pas op veertien maanden leeftijd ontvangen, wat hen kwetsbaar maakt in de periode daarvoor. De bescherming hangt dan af van de maternale antistoffen. Het mazelenvirus kan het geheugen van het immuunsysteem aantasten, niet alleen voor mazelen maar ook voor andere ziekten.
Kinkhoest
Kinkhoest, veroorzaakt door een bacterie, kent momenteel een officiële epidemie in Nederland. Het vaccin beschermt niet optimaal tegen verspreiding, waardoor de bacterie altijd circuleert. Bijna alle 8-jarigen zijn in aanraking geweest met de bacterie. Baby's ontvangen de kinkhoestvaccinatie al op twee maanden leeftijd vanwege hun kwetsbaarheid voor deze ziekte.
Een belangrijke recente ontwikkeling is de mogelijkheid voor zwangere vrouwen om zich in het derde trimester van de zwangerschap te laten vaccineren tegen kinkhoest. Dit biedt de baby directe bescherming vanaf de geboorte en kan zelfs een latere vaccinatie overbodig maken. Helaas zijn nog niet alle verloskundigen en zwangere vrouwen hierover adequaat geïnformeerd; momenteel volgt ongeveer zeventig procent van de zwangere vrouwen dit advies.

Bredere Bescherming en Getraind Immuunsysteem
Naast het voorkomen van specifieke ziekten, tonen steeds meer onderzoeken aan dat vaccins een bredere bescherming bieden. Vaccins zoals BCG, OPV en BMR zijn aangetoond in staat om kindersterfte verder te reduceren dan verwacht kon worden op basis van hun specifieke werkingsmechanismen. Dit effect, bekend als getrainde immuniteit, activeert het aangeboren immuunsysteem, waardoor het ook sterker reageert op nieuwe infecties waarvoor het vaccin niet primair is ontwikkeld. Epidemiologische data suggereren dat dit effect tot twee jaar na vaccinatie kan aanhouden.
Recent onderzoek, gepubliceerd in begin 2024, heeft aangetoond hoe het BMR-vaccin getrainde immuniteit induceert via de activatie van specifieke T-cellen. Deze T-cellen komen vervolgens in actie bij onbekende ziekteverwekkers.

Nieuwe Inzichten in Post-Infectieuze Ziekten
Tijdens de COVID-19-pandemie ontwikkelde een deel van de kinderen na een besmetting met SARS-CoV-2 een ernstige ontstekingsziekte, bekend als multisystem inflammatory syndrome in children (MIS-C) of pediatric multisystem inflammatory syndrome (PMIS). Deze soms fatale aandoening wordt gekenmerkt door aanhoudende koorts en diverse symptomen zoals huiduitslag, hypotensie, cardiale afwijkingen, coagulopathie, gastro-intestinale problemen en orgaanfalen.
Recent onderzoek heeft deels opgehelderd hoe dit mechanisme werkt. Een derde van de MIS-C-patiënten bleek antilichamen te hebben gericht op zowel een deel van het SARS-CoV-2-nucleocapside-eiwit als op een overeenkomstig lichaamseigen eiwit (epitoop) genaamd SNX8. Dit fenomeen, bekend als mimicry, waarbij het immuunsysteem reageert op zowel virale als lichaamseigen componenten, kan leiden tot een ontregelde immuunrespons. Hoewel dit niet bij alle zieke kinderen voorkomt, suggereert het dat er ook andere, nog onbekende mechanismen een rol spelen.
Onderzoekers geloven dat deze methodiek ook waardevol kan zijn voor het bestuderen van andere post-infectieuze auto-immuunziekten.
Onderzoek naar Astma bij Kinderen
Astma bij kinderen staat hoog op de agenda van de Kennisagenda Kindergeneeskunde 2025 van de Nederlandse Vereniging van Kindergeneeskunde (NVK). Het Longfonds heeft meegewerkt aan deze agenda, wat de kans op nieuwe inzichten en betere, praktijkgerichte behandelingen voor astma bij kinderen vergroot.
Actuele Cijfers en Ontwikkelingen (Update 11 maart 2026)
Sinds de vorige update op 11 februari 2026 zijn er geen nieuwe meldingen van mazelen in Nederland geregistreerd. Het totale aantal meldingen voor 2026 blijft daarmee op één staan, wat aangeeft dat er geen sprake is van een landelijke uitbraak. In 2025 werden in totaal 539 meldingen van mazelen ontvangen.

De onderstaande grafiek toont het aantal meldingen van mazelen per jaar sinds 1976, het jaar waarin het mazelenvaccin werd opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Sinds de invoering is het aantal meldingen aanzienlijk gedaald, hoewel er elke 10 tot 14 jaar uitbraken plaatsvinden, voornamelijk in gebieden met een lage vaccinatiegraad. Het aantal geregistreerde meldingen ligt doorgaans lager dan het werkelijke aantal mensen dat tijdens een grote uitbraak mazelen oploopt.

tags: #laatste #nieuws #kinderziekte