De periode rondom een embryo terugplaatsing is een spannende tijd, waarin veel vragen kunnen rijzen, met name rondom medicatiegebruik en voorbereiding. Dit artikel biedt een gedetailleerd overzicht van de verschillende protocollen en adviezen, met speciale aandacht voor de dagen voorafgaand aan en volgend op de terugplaatsing.
Medicatiegebruik na een verse terugplaatsing na follikelpunctie
Na een verse terugplaatsing, die volgt op een follikelpunctie, schrijft de arts doorgaans vaginale capsules met Progesteron® voor. Dit medicijn wordt gestart op de avond van de follikelpunctie en dient driemaal daags te worden ingenomen, telkens 200 mg, tot de dag van de zwangerschapstest. Een zwangerschapstest kan thuis worden uitgevoerd 12 dagen na de terugplaatsing. Indien u vaginaal bloedverlies ervaart vóór de testdatum en twijfelt of dit een menstruatie is, is het van belang om door te gaan met het gebruik van Progesteron® en de geplande zwangerschapstest alsnog te doen.
Medicatiegebruik bij terugplaatsing van een ontdooid embryo (cryo-embryo)
Er zijn twee scenario's voor de terugplaatsing van een ontdooid embryo:
Natuurlijke cyclus
Bij een terugplaatsing van een ontdooid embryo in een natuurlijke cyclus is na de terugplaatsing geen medicatiegebruik vereist. De zwangerschapstest kan 10 dagen na de terugplaatsing thuis worden gedaan.
Kunstmatige cyclus
Indien de terugplaatsing van een ontdooid embryo plaatsvindt in een kunstmatige cyclus, gebruikt u zowel Estradiol® als Progesteron®. De voorgeschreven dosering moet worden aangehouden tot de dag van de zwangerschapstest. Bij een positieve zwangerschapstest dient het gebruik van Estradiol® en Progesteron® voortgezet te worden tot een zwangerschapsduur van 12 weken. Een recept voor aanvullende medicatie kan worden aangevraagd via het verpleegkundig telefonisch spreekuur of het patiëntportaal. De zwangerschapstest kan 10 dagen na de terugplaatsing thuis worden uitgevoerd. Bij vaginaal bloedverlies vóór de testdatum, waarbij twijfel bestaat of het een menstruatie betreft, dient het gebruik van Progesteron® en Estradiol® te worden voortgezet en de zwangerschapstest op de afgesproken dag te worden gedaan.
LET OP: Progesteron® kan de menstruatie uitstellen, zelfs zonder dat er sprake is van een zwangerschap.

Vaginaal bloedverlies na de terugplaatsing
Vaginaal bloedverlies na de terugplaatsing kan diverse oorzaken hebben. Het kan een gevolg zijn van het inbrengen van de catheter waarmee het embryo is teruggeplaatst, wat geen kwaad kan. Ook kan het bloedverlies passen bij een innestelingsbloeding of ontstaan na gemeenschap. Helaas kan het ook duiden op een beginnende menstruatie, waarbij het bloedverlies zal toenemen. Het moment van menstruatie na een vruchtbaarheidsbehandeling varieert per persoon.
Uitslag van de behandeling
Na het uitvoeren van de zwangerschapstest dient de uitslag te worden doorgegeven aan de verpleegkundige via het verpleegkundig telefonisch spreekuur (doordeweeks) of het patiëntportaal.
Positieve zwangerschapstest
Bij een positieve zwangerschapstest is de behandeling succesvol en bent u zwanger. Er wordt een eerste echo ingepland, doorgaans bij een zwangerschapsduur vanaf 7 weken. Indien er een medische indicatie is, kan de echo al bij 6 weken plaatsvinden.
Negatieve zwangerschapstest
Een negatieve zwangerschapstest betekent dat de behandeling helaas niet succesvol is geweest. In dat geval wordt u verzocht een afspraak te maken bij de arts op de polikliniek (indien nog niet gepland) om de behandeling te evalueren en het eventuele vervolgtraject te bespreken. Dit geldt specifiek na een 'verse' behandeling met een punctie, of wanneer er geen ingevroren embryo's meer beschikbaar zijn.
Hoeveel embryo's kunnen worden ingevroren?
Binnen vijf werkdagen na de behandeling staat er een brief klaar in het patiëntportaal van het UMC Utrecht met informatie over het invriezen van embryo's. Indien u na de terugplaatsing niet zwanger bent geworden en er embryo's zijn ingevroren, zal eerst een behandeling met deze ingevroren embryo's plaatsvinden.
Leefstijladviezen na embryoterugplaatsing
Na de embryoterugplaatsing kunt u uw dagelijkse bezigheden in principe weer hervatten; extra rust verhoogt de kans op zwangerschap niet. Indien u geen klachten ervaart (zoals buikpijn of een opgezette buik), kunt u bijvoorbeeld weer gaan sporten en gemeenschap hebben.
Bij aanhoudende klachten ten gevolge van de punctie of stimulatie, is het raadzaam om rustig aan te doen totdat deze klachten verdwenen zijn. Bij zorgen kunt u altijd contact opnemen met het verpleegkundig spreekuur voor eventuele extra controle.
Koorts (temperatuur hoger dan 38 graden Celsius) is altijd een reden om direct telefonisch contact op te nemen.
Vanaf het moment van embryoterugplaatsing wordt geadviseerd de leefstijladviezen voor zwangere vrouwen te volgen, waaronder het dagelijks slikken van foliumzuur, het vermijden van roken en alcohol, en het niet eten van rauw vlees of vis.
3D-animatievideo van bevruchting en innesteling bij de mens.
Het behandelschema: Fasen van IVF/ICSI
De behandeling voor vruchtbaarheidsbehoud bestaat uit vier opeenvolgende fasen. Hieronder worden deze fasen gedetailleerd besproken:
1. Hormonale stimulatie
Om meerdere eicellen in de eierstokken te laten groeien, is een hormoonbehandeling noodzakelijk. Dit vergroot de kans op bevruchting en zwangerschap. De gebruikte medicijnen omvatten:
- GnRH agonist of antagonist: Deze medicijnen remmen de eigen hormoonproductie om te voorkomen dat uw eigen hormonen de FSH-preparaten verstoren en een te vroege eisprong veroorzaken, wat de eicelkwaliteit kan verminderen. Voorbeelden zijn Synarel (neusspray) en Decapeptyl (injectie). Fyremadel is een middel dat direct een vroegtijdige eisprong tegengaat en vanaf de zesde dag van stimulatie wordt gebruikt. Synarel mag niet in de koelkast worden bewaard, terwijl Decapeptyl en Fyremadel wel gekoeld moeten worden.
- FSH (follikel stimulerend hormoon)-preparaten: Deze hormonen stimuleren de ontwikkeling van meerdere eiblaasjes. Er zijn diverse preparaten beschikbaar, zoals Gonal-F, Ovaleap en Menopur, die subcutaan worden geïnjecteerd. De dosering en startdatum worden door de arts bepaald.
- Ovulatie-trigger: Een injectie met Ovitrelle (250 microgram) zorgt voor de rijping van de eicellen. Ongeveer 40 uur na toediening vindt de eisprong plaats. Op de dag van de injectie wordt geen FSH meer gespoten, maar wel de GnRH agonist of antagonist op het gebruikelijke tijdstip. De timing tussen de Ovitrelle-injectie en de punctie is cruciaal (36 uur) en kan soms een ongunstig tijdstip vereisen. Afwijkingen van meer dan een half uur van het voorgeschreven tijdstip vereisen telefonisch contact op de dag voor de punctie.
- Progesteron: De dag na de eicelverzameling wordt via een e-consult geïnformeerd over eventuele bevruchting. Indien er bevruchting plaatsvindt, wordt vanaf die avond gestart met Utrogestan, een progesteronbevattend preparaat. Dit middel ondersteunt het baarmoederslijmvlies voor innesteling. Utrogestan wordt vaginaal ingebracht, driemaal daags één capsule, tot aan de zwangerschapstest. Het medicijn kan gekoeld of bij kamertemperatuur worden bewaard.
De combinatie van medicijnen en het schema worden mondeling en schriftelijk door de arts medegedeeld. Medicatie voor IVF/ICSI-behandelingen is verkrijgbaar bij de poli apotheek van het LUMC. Het is belangrijk de instructies van de arts strikt op te volgen, aangezien de bijsluiters niet altijd specifiek voor IVF-patiënten zijn opgesteld.

Bijwerkingen van medicatie
De medicijnen kunnen milde bijwerkingen veroorzaken. GnRH agonisten en antagonisten kunnen opvliegers en lichte hoofdpijn geven. Tijdens de stimulatie kan vochtretentie optreden, wat leidt tot gewichtstoename. Emotionele reacties kunnen intenser zijn. Soms kan er onverwacht bloedverlies optreden, wat geen effect hoeft te hebben op de behandeling. Na injecties kan er een gevoelige zwelling op de injectieplaats ontstaan. Vaginaal gebruik van progesteron kan leiden tot meer afscheiding, wat normaal is zolang er geen jeuk of irritatie is. Utrogestan kan zwangerschapsverschijnselen nabootsen.
Het behandelschema in detail
Het behandelingsschema omvat hormoonstimulatie, echocontroles, e-consulten, eicelpunctie en verdere opvolging. De start van de behandeling wordt gepland aan de hand van de menstruatiecyclus.
- Dag 1 van de menstruatie: Doorgeven van de start van de behandeling via e-consult. Een afspraak voor de eerste echo-controle volgt uiterlijk de eerstvolgende werkdag.
- Start medicatie: Beginnen met de medicatie zoals afgesproken.
- Eerste echo-controle: Meestal tussen cyclusdag 7 en 9. Standaard schema: vanaf dag 4 Gonal-F (1x daags subcutane injectie 's avonds) en vanaf cyclusdag 6 Fyremadel (1x daags subcutane injectie).
- Vervolg echo- en bloedonderzoek: Meestal om de dag, herhaaldelijk gedurende 4-5 cycli, totdat de eiblaasjes groot genoeg zijn voor de punctie. In geval van een sterke reactie op medicatie kan dagelijkse controle nodig zijn. Afspraken worden flexibel ingepland.
Het echo-onderzoek
De voorkeursmethode is vaginale echografie, waarbij een echo-probe in de vagina wordt gebracht om de baarmoeder en eierstokken zichtbaar te maken. Het onderzoek is doorgaans pijnloos. De echografist meet de dikte van het baarmoederslijmvlies, telt het aantal en de grootte van de eiblaasjes. Groei wordt gemonitord tijdens opeenvolgende controles. Afspraken vinden meestal voor 11 uur 's ochtends plaats. Na bespreking van de echo's in het team, volgt 's middags een e-consult met vervolgafspraken en medicatie-instructies.

Klaar voor de punctie?
Wanneer de eierstokken adequaat hebben gereageerd en de eiblaasjes de juiste grootte hebben bereikt, wordt de punctie ingepland. Dit is gemiddeld rond cyclusdag 14, maar kan variëren van dag 10 tot 20. U ontvangt instructies over de laatste FSH-injectie en de Ovitrelle-injectie. Een te lage reactie op hormonale stimulatie kan ertoe leiden dat de punctie niet doorgaat.
2. De "eicel pick-up" (de punctie)
De eicelverzameling vindt plaats in een gespecialiseerde behandelkamer. Uw partner of een begeleider kan aanwezig zijn. U ontvangt instructies over het tijdstip van aankomst op de IVF-polikliniek. Zaad kan volgens afspraak worden ingeleverd bij het IVF-laboratorium (H3-33) in een steriel potje. Indien dit niet beschikbaar is, kan het zaad in het ziekenhuis worden geproduceerd, met inachtneming van de richtlijnen voor semenopvang. Bij gebruik van ingevroren zaad, zorgt het laboratorium voor ontdooiing op de dag van de punctie.
Voor de punctie hoeft u niet nuchter te zijn; u kunt gewoon ontbijten.
45 minuten voor de punctie ontvangt u medicatie ter comfortverbetering tijdens de ingreep, wat slaperigheid kan veroorzaken. Vanwege de 'onder invloed' staat mag u absoluut niet zelf naar huis rijden. Na lokale verdoving in de vagina worden de eiblaasjes onder echo-geleiding aangeprikt en leeggezogen. Het aanprikken kan, ondanks verdoving, pijnlijk zijn. Het vocht met eicellen wordt opgevangen en in het IVF-laboratorium worden de eicellen gezocht. Ongeveer 15 minuten na de ingreep ontvangt u informatie over het aantal gevonden eicellen. Na de ingreep kunt u naar huis. Het is verstandig de rest van de dag rustig aan te doen en geen verdere verplichtingen te hebben. Bij pijnklachten kan paracetamol worden gebruikt (maximaal 3 x daags 2 tabletten van 500 mg). Een zeldzame complicatie is een bloeding of het aanprikken van de blaas of darmen. Bij verhoogd risico op infectie wordt vanaf de dag van de punctie antibiotica voorgeschreven.
3D-animatievideo van bevruchting en innesteling bij de mens.
3. De laboratoriumfase
Na het inleveren van het semenpotje wordt het zaad voorbewerkt om de best bewegende zaadcellen te selecteren. Het vocht uit de eiblaasjes wordt naar het laboratorium gebracht om de eicellen onder de microscoop te zoeken.
IVF (In Vitro Fertilisatie)
Bij IVF wordt een groot aantal zaadcellen bij elke eicel gebracht. Een zaadcel moet de eicel zelf binnendringen voor bevruchting. De volgende dag wordt gecontroleerd op bevruchting.
ICSI (Intra Cytoplasmatische Sperma Injectie)
Bij ICSI worden de eicellen na de punctie ontdaan van steunweefsel om te bepalen welke eicellen rijp zijn voor injectie. Alleen rijpe eicellen worden geïnjecteerd met een zaadcel. Na injectie moeten de kernen van eicel en zaadcel versmelten voor bevruchting. De volgende dag wordt gecontroleerd op bevruchting.
Een dag na de punctie ontvangt u via e-consult informatie over het aantal bevruchte eicellen en het tijdstip van de terugplaatsing. Indien er geen bevruchting optreedt, wordt dit met u besproken in relatie tot uw verdere behandeling.
4. De embryo transfer (terugplaatsing)
Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich bij de aanmeldzuil van de polikliniek en neemt u plaats in de wachtkamer. De terugplaatsing vindt plaats in de behandelkamer grenzend aan het IVF-laboratorium. Uw partner kan hierbij aanwezig zijn. Het terugplaatsen van een embryo is meestal pijnloos en poliklinisch. Met behulp van een 'eendenbek' (speculum) wordt het embryo ingebracht.
Persoonlijke ervaring: Een patiënte deelt haar positieve ervaring met acupunctuur ter ondersteuning van een cryo-embryo terugplaatsing na meerdere miskramen. Na zes jaar proberen en zes miskramen, vond zij na een intake een goede klik met haar acupuncturist. De acupunctuur zorgde voor een merkbare sensatie in haar lichaam. Vlak voor de terugplaatsing in het ziekenhuis, heeft zij haar baarmoeder laten 'klaarmaken' voor de ontvangst van het vruchtje om de kans op afstoting te verkleinen. Na de terugplaatsing bleef zij een half uur liggen, langer dan het ziekenhuis adviseerde, en nam de dagen erna rust. Het embryo is blijven zitten, wat zij toeschrijft aan de professionele en serieuze aanpak.
