Een blaasontsteking, ook wel cystitis genoemd, is een veelvoorkomende aandoening die vervelende klachten kan geven. Symptomen zoals een continue aandrang om te plassen, een branderig gevoel tijdens het plassen en pijn in de onderbuik zijn dan ook zeer herkenbaar voor wie er ooit mee te maken heeft gehad. Soms kunnen deze klachten gepaard gaan met pijn in de onderrug of een algemeen gevoel van ziek zijn. Ook een sterk ruikende urine, die er anders uitziet dan normaal, kan wijzen op een blaasontsteking.
Het is belangrijk om een blaasontsteking tijdig te behandelen. Indien onbehandeld, kan de ontsteking zich namelijk verspreiden naar de nieren, wat resulteert in een nierbekkenontsteking. Kenmerkend hiervoor zijn koorts, pijn in de zij en een ernstig ziektegevoel.
Blaasontsteking tijdens de zwangerschap
Tijdens de zwangerschap kunnen de symptomen van een blaasontsteking anders zijn dan buiten de zwangerschap. De continue aandrang om te plassen en buikpijn zijn veelvoorkomende zwangerschapskwaaltjes die veroorzaakt worden door de groeiende baarmoeder die op de blaas drukt. Hierdoor kan het voelen alsof de blaas constant vol is, terwijl er maar een kleine hoeveelheid urine wordt geplast. Ook rekking van de baarmoeder en hormonale veranderingen kunnen leiden tot buikpijn.
Wat veel zwangere vrouwen niet weten, is dat een blaasontsteking tijdens de zwangerschap vaak het typische branderige gevoel tijdens het plassen mist. De frequente aandrang en buikpijn kunnen dan ook gemakkelijk worden aangezien voor normale zwangerschapssymptomen. Een ernstige blaasontsteking kan de baarmoeder echter irriteren, wat kan leiden tot vaker optredende harde buiken.
Diagnose en behandeling tijdens de zwangerschap
Bij verdenking op een blaasontsteking tijdens de zwangerschap is het raadzaam om de ochtendurine te laten controleren bij de huisarts. Hiervoor is meestal geen afspraak nodig; bellen met de doktersassistente en aangeven dat u zwanger bent, volstaat vaak om direct geholpen te worden. Een simpele test kan de aanwezigheid van een blaasontsteking aantonen. Bij een bevestigde infectie zal de huisarts een antibioticum voorschrijven dat veilig is tijdens de zwangerschap. Het is cruciaal om de kuur volledig volgens de bijsluiter te volgen. Meestal zijn de klachten na 5 tot 7 dagen verdwenen.
Om er zeker van te zijn dat de infectie volledig is uitgeroeid, is het verstandig om twee dagen na het afronden van de antibioticakuur de urine opnieuw te laten controleren. Indien de klachten aanhouden, kan een nieuwe kuur noodzakelijk zijn.
Specifiek onderzoek bij zwangere vrouwen
Omdat u zwanger bent, zal de doktersassistente een extra onderzoek uitvoeren met uw urine, genaamd 'op kweek zetten'. Hierbij wordt de urine in een broedstoof geplaatst om eventuele bacteriën te laten groeien, zodat ze geïdentificeerd kunnen worden. Dit is met name belangrijk vanwege de mogelijke aanwezigheid van Groep B-Streptokokken (GBS). Indien GBS in uw urine wordt aangetroffen, is het essentieel dat uw verloskundige hiervan op de hoogte is. Tijdens de bevalling krijgt u dan een infuus met antibiotica om overdracht van de bacterie op uw baby te voorkomen. Dit infuus kan alleen in het ziekenhuis worden toegediend. Het is belangrijk te weten dat GBS tijdens de zwangerschap de baby niet kan besmetten, dankzij de beschermende werking van de vruchtvliezen.

Blaasontsteking na de bevalling
Na de bevalling neemt de kans op een blaasontsteking toe. Dit kan verschillende oorzaken hebben:
- Vergrote blaas: De blaas kan na de bevalling uitgerekt zijn, waardoor u minder goed voelt wanneer u moet plassen en de blaas mogelijk niet volledig geleegd wordt.
- Geïrriteerde plasbuis: De plasbuis kan gezwollen en gevoelig zijn na de bevalling, wat de kans op achterblijvende urine en dus bacteriegroei vergroot.
- Kathetergebruik: Indien u tijdens of na de bevalling een katheter heeft gehad, is de kans op een blaasontsteking aanzienlijk groter, omdat bacteriën gemakkelijk via de katheter in de blaas kunnen komen.
Preventieve maatregelen tegen blaasontsteking
Er zijn verschillende eenvoudige tips die u kunt toepassen om de kans op een blaasontsteking te verkleinen:
- Drink voldoende: Zorg voor een dagelijkse inname van ongeveer 2 tot 3 liter vocht. Dit helpt bacteriën uit de blaas te spoelen.
- Ga direct plassen: Stel het plassen niet uit zodra u aandrang voelt.
- Plas uw blaas goed leeg: Neem de tijd om uw blaas volledig te legen. Een juiste zithouding en ontspanning van de bekkenbodemspieren zijn hierbij belangrijk. Ga rechtop zitten met de voeten plat op de grond en een ontspannen bekkenbodem.
- Hygiëne: Veeg na toiletbezoek altijd van voor naar achter.
- Vitamine C en cranberrysap: Het innemen van vitamine C-bruistabletten of het drinken van cranberrysap kan helpen de urine zuurder te maken, wat de groei van bacteriën kan remmen.
- Plassen na seks: Plas direct na seksuele gemeenschap om eventuele bacteriën uit de plasbuis te spoelen.

Plassen en poepen na de bevalling
Plassen en poepen na de bevalling kan spannend zijn, vooral als u last heeft van hechtingen, zwellingen of een veranderd gevoel in het bekkenbodemgebied. Het is echter belangrijk dat deze lichaamsfuncties weer op gang komen.
Plassen na de bevalling
In de uren na de bevalling zal de verloskundige u vragen om te plassen. Het streven is om binnen twee uur na de bevalling te plassen om te controleren of de blaas goed functioneert. Mocht dit niet direct lukken, is het belangrijk om binnen zes tot acht uur te plassen. Het kan zijn dat plassen in de eerste dagen wat prikkend of branderig aanvoelt, zelfs zonder hechtingen, door zuren in de urine. Stel het plassen echter niet uit, want een volle blaas kan pijn en naweeën veroorzaken.
Wat kan helpen bij het plassen:
- Neem de tijd en ga direct plassen bij aandrang.
- Laat tijdens het plassen water langs uw vulva stromen, bijvoorbeeld met een kan of speciale fles, om het branderige gevoel te verminderen.
- Douchen en tegelijkertijd plassen kan ook verlichting bieden.
De bekkenbodemspieren kunnen na de bevalling gerekt zijn, wat kan leiden tot tijdelijk verminderde controle over de blaas. Bekkenbodemoefeningen kunnen hierbij helpen.
Poepen na de bevalling
Het kan enkele dagen duren voordat u na de bevalling weer ontlasting heeft. De eerste keren kunnen gevoelig zijn, zeker bij aambeien of hechtingen. Druk uitoefenen tijdens het poepen is niet schadelijk voor de hechtingen. Het is belangrijk om naar het toilet te gaan zodra u aandrang voelt, om te voorkomen dat de ontlasting harder wordt en om pijn en naweeën te vermijden.
Wat kan helpen bij het poepen:
- Zet uw voeten op een krukje tijdens het zitten op de wc; dit vergemakkelijkt het poepen.
- Eet vezelrijk voedsel en drink voldoende water om de ontlasting soepel te houden.
Als u na drie dagen nog niet heeft gepoept, pijn in de buik heeft, het gevoel heeft niet goed uit te kunnen plassen, loze aandrang ervaart, geen controle heeft over uw plas of poep, merkt dat er ontlasting uit uw vagina komt, of bloedt uit uw anus (niet van aambeien), is het raadzaam contact op te nemen met uw verloskundige.

Urethritis: Ontsteking van de plasbuis
Een branderig gevoel bij het plassen en pijn in de plasbuis kunnen wijzen op een plasbuisontsteking, ook wel urethritis genoemd. Deze ontsteking wordt meestal veroorzaakt door een seksueel overdraagbare aandoening (soa), zoals chlamydia, hoewel de oorzaak soms onduidelijk blijft. Een uitstrijkje van de plasbuis is nodig voor de diagnose. Behandeling met antibiotica is vereist, waarbij de kuur volledig moet worden afgemaakt. Gedurende een week na de kuur wordt seksueel contact en masturbatie afgeraden. Bij aanhoudende klachten na de kuur is verdere medische aandacht noodzakelijk.
Pelvic Inflammatory Disease (PID)
Pelvic Inflammatory Disease (PID), oftewel ontsteking van het kleine bekken, is een ontsteking van de baarmoeder, eileiders en/of eierstokken. De oorzaak is vrijwel altijd een bacteriële infectie, vaak veroorzaakt door soa's zoals chlamydia of gonorroe. De infectie kan opstijgen vanuit de vagina en de baarmoeder binnendringen. Een onbehandelde PID kan leiden tot onvruchtbaarheid en een verhoogd risico op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap.
Symptomen en diagnose van PID
PID komt voornamelijk voor bij jonge vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Symptomen kunnen variëren van mild tot ernstig en omvatten typisch pijn in de onderbuik, witverlies, koorts en soms onregelmatig tussentijds bloedverlies. Plassen kan gepaard gaan met een branderig gevoel. De pijn kan verergeren bij trillingen en schokken.
De arts zal de klachten grondig uitvragen, met aandacht voor mogelijke soa-risico's, en een gynaecologisch onderzoek uitvoeren. Een uitstrijkje, zwangerschapstest, bloed- en urinemonsters kunnen onderdeel zijn van het diagnostisch proces. Bij twijfel kan doorverwijzing naar een gynaecoloog voor verder onderzoek, zoals een echografie, plaatsvinden.
Behandeling van PID
De behandeling van PID bestaat uit een combinatie van verschillende antibiotica gedurende 14 dagen. Een controleafspraak na 2 dagen is gebruikelijk om het effect van de behandeling te beoordelen. Eventueel kan een spiraaltje worden verwijderd. Het is belangrijk om seksuele partners te informeren en hen te laten onderzoeken en behandelen, zelfs bij afwezigheid van klachten. Bij onvoldoende resultaat kan doorverwijzing naar een gynaecoloog volgen.
Wat is het verschil tussen een bacterie en virus?
Zelfkatheterisatie na de bevalling
In sommige gevallen, zoals na een bevalling of na het verwijderen van een katheter, kan het voorkomen dat u de blaas niet goed kunt ledigen. Dit kan komen doordat de plasbuis gezwollen is of de blaas overrekt is geweest. Meestal herstelt dit binnen enkele dagen tot weken vanzelf. Tot die tijd kan zelfkatheterisatie nodig zijn.
Zelfkatheterisatie is het legen van de blaas met behulp van een dun slangetje (katheter) dat via de plasbuis wordt ingebracht. Dit dient meerdere keren per dag te gebeuren, afhankelijk van de hoeveelheid achtergebleven urine. Het is belangrijk om de urine op te vangen om de hoeveelheid te meten en de frequentie van het katheteriseren te bepalen. Na enkele dagen wordt de voortgang geëvalueerd. Zelfkatheterisatie kan soms leiden tot een blaasontsteking, dus bij vragen of problemen is het raadzaam contact op te nemen met de zorgverlener.
