De bevalling van je hond is een spannende, maar ook potentieel uitdagende periode. Een goede voorbereiding en kennis over het proces zijn essentieel om je hond optimaal te kunnen ondersteunen. Deze gids biedt uitgebreide informatie over de dracht, de herkenning van een naderende bevalling, het verloop van de bevalling zelf, de nazorg en mogelijke complicaties.
De dracht van de hond
Duur van de dracht
De duur van de dracht bij honden varieert, maar ligt meestal tussen de 56 en 67 dagen. De bevalling vindt vaak plaats rond de 63e dag. Als de bevalling na 67 dagen nog niet is begonnen, is het raadzaam om contact op te nemen met een dierenarts.
Nestgrootte en drachtduur
De grootte van een nestje is afhankelijk van het hondenras. Kleinere rassen, zoals de chihuahua, krijgen doorgaans kleinere nestjes en de dracht kan iets langer duren dan bij grotere rassen. Bij twijfel over de duur van de dracht is het altijd verstandig de dierenarts te raadplegen.
Vaststellen van dracht
De dracht kan op verschillende manieren worden vastgesteld. Tussen dag 24 en 32 van de dracht kan een dierenarts door het aftasten van de buik de 'ampullen' voelen waarin de pups zich nestelen. Deze methode is echter niet altijd 100% zeker, vooral bij grotere honden. Vanaf 45 dagen dracht zijn de pups weer beter voelbaar. Een echo vanaf circa 25-30 dagen dracht geeft meer zekerheid. Voor het bepalen van het exacte aantal pups kan een röntgenfoto worden gemaakt vanaf 45 dagen dracht, bij voorkeur tussen 55-60 dagen, om ook de grootte van de pups ten opzichte van het geboortekanaal in te schatten.
Tekenen van een naderende bevalling
Rond de negende week van de dracht is het belangrijk om extra alert te zijn. Enkele dagen of uren voor de bevalling kunnen zowel gedragsmatige als lichamelijke veranderingen optreden.
Gedragsveranderingen
Een teef kan vlak voor de bevalling onrustig worden, nestelgedrag vertonen (graven, krabben), hijgen en minder eetlust hebben. Soms plast en ontlast ze vaker, en kan de ontlasting wat dunner zijn.
Lichamelijke veranderingen
Daling lichaamstemperatuur
Het meten van de lichaamstemperatuur vanaf de 55e dag van de dracht, drie keer per dag, kan inzicht geven. De normale lichaamstemperatuur van een hond ligt tussen de 38 en 39 graden Celsius. Een daling van 0,5 tot 1,5 graden Celsius, 12 tot 24 uur voor de bevalling, is een betrouwbaar teken. Tijdens de bevalling kan de temperatuur licht verhoogd zijn, wat normaal is en na enkele dagen weer zal dalen.
Uitvloeiing
Enkele dagen voor de bevalling kan er een slijmprop zichtbaar zijn bij de vagina. Groene of bloederige slijmerige uitvloeiing kan duiden op het begin van de bevalling. Groene uitvloeiing vóór de geboorte van de eerste pup is een teken dat er ingegrepen moet worden, omdat dit kan duiden op het loslaten van de placenta en zuurstofgebrek bij de pup. Na de geboorte van de eerste pup is groene uitvloeiing normaal.
Melkklieren en melkproductie
Gezwollen melkklieren en druppels melk uit de tepels kunnen wijzen op een naderende bevalling. Deze tekenen zijn echter minder betrouwbaar, omdat ze ook bij schijnzwangerschap of in een eerder stadium van de dracht kunnen voorkomen.
Daling progesterongehalte
Voorafgaand aan de bevalling daalt het progesterongehalte in het bloed.

Voorbereiding op de bevalling
Een goede voorbereiding is cruciaal voor een soepele bevalling. Denk hierbij aan de aanschaf van een werpkist, een warmtelamp en eventueel speciale voeding.
De werpkist
Een werpkist moet stevig, ruim en hoog genoeg zijn om te voorkomen dat puppy's eruit klimmen. Een anti-doodligrand is belangrijk om te voorkomen dat de teef de puppy's per ongeluk verdrukt. Zorg dat de werpkist geen scherpe randen of splinters heeft. Plaats de werpkist op een rustige, warme en tochtvrije plek waar de teef aan kan wennen.
Voeding tijdens de dracht
Gedurende de dracht is een uitgebalanceerde voeding belangrijk. Sommige dierenartsen adviseren om de dagelijkse portie voeding wekelijks met 10% te verhogen vanaf week 6. Het is echter belangrijk om alert te zijn op overgewicht, aangezien dit geboorteproblemen kan veroorzaken. Vanaf week 8 kan geleidelijk worden overgeschakeld op energierijke voeding die ook tijdens de melkgift geschikt is. In de laatste week van de dracht hebben veel teven minder honger door de ruimte die de pups innemen; kleine beetjes voer zijn dan aan te raden.
Ontworming en vaccinatie
Ontworming voor de dracht is belangrijk, omdat pups via de placenta en moedermelk besmet kunnen raken met spoelwormlarven. Dit kan ook veilig tijdens de dracht met specifieke middelen. Vaccineren is niet mogelijk tijdens de dracht.
Het verloop van de bevalling
De bevalling van een hond verloopt doorgaans in drie fasen. Gedurende het gehele proces is het belangrijk om op te letten of er geen complicaties optreden.
Fase 1: Ontsluitingsfase
In deze fase trekken de baarmoedersamentrekkingen aan en wordt het geboortekanaal wijder. De baarmoedermond opent zich geleidelijk, wat de bevalling vergemakkelijkt. Gedragsveranderingen zoals hijgen en graven zijn kenmerkend voor deze fase.
Fase 2: Uitdrijvingsfase
De baarmoeder trekt nog meer samen en de teef begint te persen om de puppy's richting de baarmoedermond en vagina te drijven. De duur van deze fase kan variëren van 2 tot 12 uur, maar soms zelfs tot 24 uur, afhankelijk van de grootte van het nest. Zowel een kop- als een stuitligging van de pup is normaal. Wanneer de eerste pup in de bekkenholte terechtkomt, zal de moederhond intensiever persen. De eerste pup kan wat langer op zich laten wachten (tot 1 uur persen), terwijl er tussen de volgende pups gemiddeld 45 minuten tot 1-2 uur kan zitten. Als de teef langer dan 30 minuten intensief perst zonder resultaat, is contact met de dierenarts noodzakelijk.
Fase 3: Uitdrijving van de nageboorte (placenta)
Na elke puppy wordt de nageboorte, ook wel placenta of moederkoek genoemd, uitgedreven. Deze zorgt voor de bloed- en voedingsstoftoevoer naar de pup tijdens de groei. De teef kan de placenta's opeten, wat niet schadelijk is, maar te veel kan leiden tot misselijkheid en diarree. Zorg ervoor dat ze er niet meer dan vijf eet. Aan het einde van de bevalling moet er per puppy één placenta zijn uitgekomen. Een achtergebleven placenta kan leiden tot complicaties zoals nabloedingen en koorts.
Wat gebeurt er na de dekking bij honden? Puppy's in de baarmoeder? Zwangerschapsontwikkeling bij honden - Conceptie - Geboorte van een puppy
Hulp en ingrijpen tijdens de bevalling
Meestal verloopt de bevalling van een hond zonder problemen en heeft de teef geen hulp nodig. Er zijn echter situaties waarin ingrijpen noodzakelijk is.
Vruchtvliezen en navelstreng
Wanneer puppy's geboren worden, kunnen ze nog geheel in de vliezen zitten. De teef zal deze vliezen doorgaans kapot trekken, de pups schoonlikken en de navelstreng doorbijten. Als de teef dit niet snel doet, kun je de vliezen voorzichtig verwijderen en slijm uit de neus en bek halen om de pup te laten ademen. Gebruik hiervoor een schone handdoek. Als de teef de navelstreng niet doorbijt, kun je deze zelf doorhalen. Pak de navelstreng circa 2 cm van de buikwand van de pup stevig vast en trek deze voorzichtig kapot in de lengterichting. Zorg dat er ongeveer een centimeter navelstreng aan de buik van de pup achterblijft. Het drooglikken met de ruwe tong van de moeder stimuleert de ademhaling bij de pups.
Wanneer de dierenarts bellen?
- Als de bevalling op de 67e dag nog niet is begonnen.
- Langer dan 1-2 uur lichte persweeën of weinig frequente weeën, zonder dat er een pup komt.
- 30 minuten stevig persen zonder dat er een pup geboren wordt.
- Als er 2-3 uur niet meer geperst is en er nog pups verwacht worden.
- Acuut optredende ziekteverschijnselen bij de teef (meer dan 1x braken of wat diarree).
- Veel bloedverlies via de vulva.
- Stinkende of afwijkend gekleurde afscheiding.
- Groene uitvloeiing vóór de geboorte van de eerste pup zonder dat de moeder perst.
Keizersnede
Wanneer een natuurlijke bevalling niet mogelijk is, kan een keizersnede noodzakelijk zijn. Dierenartsen voeren deze ingreep alleen uit als een natuurlijke bevalling echt niet gaat.
Nazorg na de bevalling
Na de bevalling is rust essentieel voor zowel de teef als de puppy's. De teef heeft veel energie verbruikt en zal veel slapen.
Rust en omgeving
Voorkom drukte en wilde bewegingen, zoals springen. Bezoek en contact met andere (onbekende) honden kunnen stress veroorzaken. Bied voedsel en water aan in de werpkist, aangezien de moederhond niet graag van haar plek afkomt.
Controle van de teef
Vaginale uitvloeiing
Na de bevalling is uitvloeiing normaal. Deze is in het begin bloederig en wordt na enkele dagen lichtbruin. De uitvloeiing stopt meestal na een paar dagen tot een week. Geurloze uitvloeiing is normaal; stinkende uitvloeiing vereist contact met de dierenarts.
Melkklieren
Controleer de melkklieren op hardheid, afwijkende melk (geur of kleur) of pijn bij aanraking. Pijnlijke melkklieren met dikke schijven en afwijkende melk kunnen duiden op melkklierontsteking.
Voeding
Na de bevalling heeft de moederhond energierijkere voeding nodig, zoals puppyvoeding, vanwege de hogere behoefte tijdens de melkgift. Puppyvoer bevat een verhoogde concentratie aan calcium en andere belangrijke bouwstoffen. Geef 3-4 maaltijden per dag. Naarmate de pups meer gaan drinken, neemt de energiebehoefte van de moederhond toe. Als de pups rond de 4 weken oud zijn en bijgevoerd kunnen worden, kan de voeding van de moeder langzaam worden afgebouwd.
Baarmoederontsteking
Let op symptomen zoals koorts, sloomheid en vaginale uitvloeiing met een afwijkende geur, die kunnen duiden op baarmoederontsteking.
Controle van de puppy's
Lichamelijke controle
Controleer de puppy's op lichamelijke afwijkingen zoals een navelbreuk, gespleten gehemelte, hazenlip, afwijkende ledematen en vorm van de borstkas. Controleer ook op de aanwezigheid van de anus.
Geboortegewicht
Het vaststellen van het geboortegewicht van de pups is belangrijk. Het gewicht van een pup mag niet dalen na de geboorte; dagelijks wegen (de eerste dagen 2x per dag) is aan te raden. Pups horen gemiddeld dagelijks 10% in lichaamsgewicht toe te nemen.
Warmte en voeding
Zorg voor een omgevingstemperatuur van 30-32 graden Celsius in de eerste levensweek. Bij grotere nesten kan de temperatuur lager zijn, omdat de pups elkaar warm houden. De pups moeten maximaal binnen een uur drinken; leg ze indien nodig aan bij de moeder. Als pups niet voldoende drinken, aankomen in gewicht, sloom of verzwakt zijn, kan druivensuiker in water worden gegeven. Daarna kan worden overgestapt op kunstmelk.
Identificatie
Maak de pups herkenbaar met bijvoorbeeld nagellak op de rug of tenen, zodat ze gemakkelijk uit elkaar te houden zijn.
Geboorteaantallen
Tel het aantal geboren puppy's en het aantal nageboortes. Het aantal puppy's moet gelijk zijn aan het aantal nageboortes. Een achtergebleven placenta kan leiden tot bloedvergiftiging bij de teef.

Mogelijke complicaties
Hoewel de meeste bevallingen zonder problemen verlopen, kunnen er complicaties optreden. Soms kan het voorkomen dat de weeën bij de teef niet op gang komen, het bekken of de vagina te smal is, of het geboortekanaal niet goed opent. Ook misvormingen van de puppy's of te grote puppy's kunnen een normale bevalling verhinderen.
Achtergebleven placenta
Wanneer een placenta niet wordt uitgedreven, kan dit leiden tot bloedvaten die blijven bloeden, waardoor de teef veel bloed kan verliezen. Koorts bij de moederhond kan duiden op een achtergebleven placenta.
Infecties
Een vieze werkomgeving kan leiden tot infecties. Zorg voor een hygiënische omgeving en schone dekens.
Verstoord moederinstinct
In zeldzame gevallen kan het moederinstinct na de bevalling verstoord zijn, bijvoorbeeld door de narcose na een keizersnede, angst of onvrede met de nestbouw. In dergelijke gevallen is menselijke ondersteuning vereist om de puppy's te stimuleren te ademen en te drinken.
Voeding voor de zogende teef
Tijdens de lactatieperiode heeft de moederhond aanzienlijk meer energie nodig. De energiebehoefte kan het dubbele of zelfs drievoudige zijn van de aanbevolen onderhoudshoeveelheid, afhankelijk van het aantal pups. Puppyvoeding is hiervoor geschikt. Elke teef zal vermageren tijdens de lactatieperiode; dit is normaal. Naarmate de pups zelfstandig vaste voeding gaan eten, zal de melkproductie langzaam dalen.

Registratie en identificatie van puppy's
In Nederland is het verplicht om puppy's binnen zeven weken na geboorte te chippen, registreren en een paspoort te laten maken. Hiervoor is een UBN-nummer vereist, dat de eerste eigenaar zelf moet aanvragen.