Promotie van de Verloskundige en Kwaliteitsverbetering in de Geboortezorg

Inleiding: Variatie en Kwaliteit in de Verloskundige Zorg

Eerder onderzoek laat zien dat verloskundigen interventies verschillend toepassen. Interventies kunnen noodzakelijk zijn om perinatale morbiditeit en mortaliteit te voorkomen. Een bepaalde mate van variatie in interventies is te verwachten, maar praktijkvariatie kan ook wijzen op ongewenste verschillen in zorg die kunnen leiden tot schade, ongelijkheid in zorgkwaliteit en hoge kosten.

Onderzoek naar Persoonlijke Factoren en Besluitvorming bij Verloskundigen

Verloskundige Lianne Zondag-McDermott onderzocht hoe persoonlijke en professionele factoren van verloskundigen de besluitvorming over het toepassen van interventies in de verloskundige zorg beïnvloeden. In haar proefschrift ‘The midwife as influencing factor in clinical decision-making’, verdedigd op 9 oktober 2025, laat ze zien dat verloskundigen verschillen in houding, kennis en vaardigheden, en dat deze persoonlijke factoren invloed hebben op het doen van interventies.

Infographic die de relatie tussen persoonlijke factoren van verloskundigen en hun besluitvorming over interventies illustreert.

Vaardigheden en kennis passend bij de verloskundige als reflectieve professional dragen bij aan meer gepersonaliseerde besluitvorming over verloskundige interventies. Daarnaast helpen reflectieve vaardigheden verloskundigen de samenwerking binnen VSV’s te bevorderen en bij de ontwikkeling van regionale protocollen.

Nationale Richtlijnen, Regionale Protocollen en Praktijkvariatie

Nationale richtlijnen en regionale protocollen bieden een kans om beleid gedetailleerd en wetenschappelijk onderbouwd te beschrijven, maar kunnen ook leiden tot ongewenste standaardisering van zorg. Bij het strikt volgen van deze protocollen is het moeilijker om zorg te personaliseren en wordt de kans op ongewenste praktijkvariatie groter.

Praktijkvariatie lijkt deels veroorzaakt door de inhoud van regionale protocollen en bij het opstellen hiervan zijn de nationale richtlijnen onvoldoende bekend. Daarom vraagt Lianne aandacht voor scholing van zorgprofessionals over nationale richtlijnen en regionale protocollen en ondersteuning in het opstellen van regionale protocollen gebaseerd op nationale richtlijnen.

Reflectie en Intervisie als Hulpmiddelen voor Verloskundigen

Reflectiemodellen en intervisiebijeenkomsten met collega’s kunnen verloskundigen helpen om hun eigen beleidsvoering beter te begrijpen, hun ervaringen te verwerken en patronen in hun handelen te herkennen.

bevruchting + embryonale fase

Versterking van de Positie van Verloskundigen door Onderzoek en Leiderschap

Verloskundig onderzoek kan bijdragen aan de versteviging van de positie van verloskundigen in Nederland. Academisch en verloskundig leiderschap is noodzakelijk voor het uitdragen en stimuleren van de verloskundige visie, het fysiologisch domein en het verloskundig beroep.

Daarom bood de KNOV in 2023 leden de mogelijkheid om via een open competitie mee te dingen naar een studiebeurs voor het afronden van een promotietraject en een studiebeurs voor een fellowship. Lianne Zondag McDermott was een van de verloskundigen die een beurs kreeg. Het bestuur kende de subsidies toe op basis van het advies van de Wetenschapscommissie.

Onderzoek naar Allochtone Zwangeren en Zorggebruik

De Deliver studie, waarbij psycholoog en onderzoeker verbonden aan de Verloskunde Academie Amsterdam, onderzoekt met welke zorgvraag zwangere vrouwen bij verloskundigen en huisartsen komen. Daarnaast wordt nagegaan of er groepen vrouwen zijn die weinig of geen gebruik maken van het prenatale zorgaanbod.

Een promotieonderzoek richt zich op zwangere vrouwen van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Antilliaanse herkomst. Het doel is het nagaan van de redenen voor inadequaat gebruik van verloskundige zorg en kraamzorg door bepaalde allochtone vrouwen ten opzichte van vrouwen die wel adequaat gebruik maken van deze zorg. Hierbij worden barrières van zowel de cliënt als de professional onderzocht. Er zal ook inzicht geboden worden in de toegankelijkheid en kwaliteit van de huidige verloskundige zorg en kraamzorg voor allochtone cliënten.

Kaart van Nederland met markeringen voor de vier grootste niet-westerse allochtone groepen.

Bij dit onderzoek wordt onder andere gebruik gemaakt van data van de nationale Deliver-studie, en zullen er specifiek voor dit promotieonderzoek individuele interviews gehouden worden met verloskundigen en kraamverzorgers.

Onderzoek naar Continue Begeleiding en Organisatie van Verloskundige Zorg

Een promovendus onderzoekt continue begeleiding tijdens de bevalling, voortbouwend op eerder masteronderzoek. Dit onderzoek vindt deels plaats in de praktijk en deels bij de Academie voor de Verloskunde Amsterdam Groningen.

Een ander promotieonderzoek heeft als doel het in kaart brengen van (ontwikkelingen in) de organisatie van de eerstelijns verloskundige zorg in Nederland, met behulp van gegevens uit de Deliver studie. Verder wordt onderzocht of er een verband is met de uitkomsten van zorg en met de verwachtingen en ervaringen van cliënten, en worden aanbevelingen gedaan voor het verder verbeteren van de verloskundige organisatie.

Lifestyle en Zwangerschap: Onderzoek naar Maternale Factoren

Een promotietraject met als thema “Lifestyle en zwangerschap” onderzoekt de invloed van maternale leefstijl-gerelateerde factoren zoals roken, drinken, voeding en stress op de gezondheid van het ongeboren kind.

Welzijn en Ondersteuning van Startende Verloskundigen

Een proefschrift draagt bij aan de kennis omtrent het welzijn en de ondersteuning van startende verloskundigen in de Nederlandse geboortezorg. Gevestigde verloskundigen waardeerden de inzetbaarheid en beschikbaarheid van hun collega’s, zoals ook bleek uit studie naar vertrekintenties.

Een duurzaam inzetbare beroepsgroep veronderstelt het erkennen en waarderen van verschillen in competentieniveaus, in houding en gedrag en het waarderen van deze verschillen in de organisatie van de verloskundige zorg. Een op de drie verloskundigen heeft intenties om de werkplek te verlaten, mede door hoge werkdruk, rollen en verantwoordelijkheden als praktijkeigenaar en het hebben van een gezin thuis. Het instellen van een transitieperiode voor alle startende verloskundigen in hun eerste jaar, ondersteund door een stabiele werkomgeving en support in de praktijk, werd aanbevolen.

Diagram dat de belangrijkste factoren voor vertrekintenties van verloskundigen weergeeft.

Specialisaties en Opleidingsmogelijkheden voor Verloskundigen

Het beroep van verloskundige is veelzijdig en volop in ontwikkeling. Doel is om de zorg zo in te richten, dat de (aanstaande) ouder(s) en kind echt centraal staan. Samenwerking is hierbij een sleutelwoord. Naast het direct uitoefenen van het vak, zijn er diverse specialisaties mogelijk, zoals klinisch verloskundige, onderzoeker, docent, echoscopist, beleidsmaker en counsellor. De mogelijkheden voor specialisatie nemen naar verwachting toe.

Studenten die meer aankunnen dan het gewone studieprogramma krijgen de mogelijkheid een honoursprogramma te volgen, en kunnen modules van een pre-master volgen ter verbreding en verdieping van hun academische vorming.

Het Buddysysteem in de Verloskundige Praktijk

De handleiding ‘buddysysteem’ biedt verloskundigen handvatten om het buddysysteem op te zetten en uit te voeren in verloskundigenpraktijken of verpleegafdelingen van ziekenhuizen. Een goede start op de werkvloer is waardevol, zowel voor startende als ervaren verloskundigen.

bevruchting + embryonale fase

Ervaren verloskundigen zoals Ingrid Kiezebrink, die de overstap maakte van de eerste naar de tweede lijn, ervaren een buddy als waardevol. Rony de Bont, klinisch verloskundige, begeleidt nieuw collega’s volgens het buddysysteem.

Variatie in Geboorte-Interventies en Episiotomie

Grote verschillen in het gebruik van geboorte-interventies zijn internationaal, regionaal en zelfs tussen provincies in Nederland vastgesteld. Deze verschillen kunnen niet verklaard worden door eigenschappen van vrouwen. De grootste variatie werd gevonden in pijnbestrijding en episiotomie.

Landen en provincies met een hogere incidentie primaire sectio’s hadden ook een hogere incidentie secundaire sectio’s. In landen met meer bevallingen in de 42e zwangerschapsweek werden minder interventies gedaan en bevielen vrouwen vaker spontaan vaginaal.

Het proefschrift deed verdiepend onderzoek naar de episiotomie, waarvan de incidentie in Nederland de op een na hoogste was vergeleken met 13 andere landen. De meningen van zorgverleners over deze interventie liepen uiteen. Ondanks het belang van een restrictief episiotomie beleid, werden toch veel indicaties genoemd. De besluitvorming werd met name gebaseerd op eigen klinische expertise en visie, waarbij de voorkeur van de barende vrouw minimaal bepalend was.

Infographic die de variatie in het gebruik van episiotomie in verschillende landen en provincies weergeeft.

Dit proefschrift roept op tot kritische reflectie op het doelmatig gebruik van interventies, met name op het overmatig gebruik ervan. De focus in de geboortezorg ligt te veel op het voorkomen van uitsluitend nadelige uitkomsten door middel van interveniëren. Er valt nog veel winst te behalen in het bieden van preventieve zorg en goede begeleiding aan alle vrouwen, met veel ruimte voor hun voorkeuren.

Onderzoek naar Bekkenbodemdysfunctie na Bevalling

De MOTHER-II studie onderzoekt de associatie tussen de geboorte van het foetale caput en bekkenbodemdysfunctie. De helft van de vrouwen ontwikkelt na een bevalling bekkenbodemproblemen, zoals incontinentie of een verzakking, mogelijk door schade aan dieperliggende bekkenbodemspieren. De snelheid van de geboorte van het hoofd wordt als belangrijke factor vermoed.

Dit longitudinale onderzoek, een vervolg op de MOTHER-I studie, zal minimaal 3.000 vrouwen includeren. Deelnemers vullen vragenlijsten in en hun zorgverleners leveren medische informatie aan. In MOTHER-II wordt een bekkenbodemonderzoek toegevoegd om objectief schade en functie te meten. Deelnemende vrouwen ondergaan dit onderzoek tijdens de zwangerschap, 6 weken en 1 jaar na de bevalling. Met dit onderzoek wordt beoogd beter te begrijpen hoe de snelheid van de geboorte van het caput de bekkenbodem beïnvloedt, hoe het herstel verloopt en in hoeverre dit leidt tot klachten bij vrouwen.

Schematische weergave van de MOTHER-II studie, inclusief de verschillende meetmomenten en onderzoeken.

Als promovendus coördineer je de MOTHER-II studie, met begeleiding van een multidisciplinair team van experts op het gebied van verloskunde, bekkenfysiotherapie en bekkenbodemgynaecologie.

Vacature: Promovendus Geboortezorg

Er is een vacature voor een promovendus met een sterke affiniteit met de verloskundige praktijk en de verbetering van de geboortezorg. De kandidaat dient een masteropleiding in gezondheidswetenschappen, Evidence Based Practice (EBP) of vergelijkbare richting te hebben en beschikt over een onderzoeksgeest, overzicht en zelfstandigheid.

De aanstelling is voor 12 maanden, met intentie tot verlenging tot maximaal 5 jaar. Salariëring geschiedt volgens de Richtlijn Promovendi, met een salarisindicatie van €3.108 tot €3.939 bruto per maand bij een fulltime dienstverband. Er zijn diverse secundaire arbeidsvoorwaarden, waaronder een eindejaarsuitkering, vakantie-uren, pensioenopbouw en reiskostenvergoeding.

tags: #promoveren #als #verloskundige