Onderwerpen rond het levensbegin, zoals abortus en embryokweek, zijn actueler dan ooit. Politieke partijen hebben hierover duidelijke standpunten, en met de Tweede Kamerverkiezingen in het vooruitzicht is het belangrijk om goed geïnformeerd te zijn. De informatie die hier wordt gepresenteerd, is rechtstreeks gebaseerd op de verkiezingsprogramma's van de deelnemende partijen, om een weloverwogen stemkeuze mogelijk te maken.
Toename van het Aantal Abortussen en Politieke Reacties
Het aantal abortussen neemt sinds enkele jaren fors toe. Waar het aantal zwangerschapsafbrekingen tot voor kort schommelde tussen de 30.000 en 33.000 per jaar, steeg dit naar ruim 39.000 in 2023. Deze stijging heeft geleid tot politieke aandacht, waarbij partijen als SGP, NSC en BBB eind februari drie moties hierover indienden in de Tweede Kamer.
De motie van SGP-Kamerlid Diederik van Dijk, samen met BBB en ChristenUnie, die voorstelde om abortusklinieken de reden voor abortus te laten registreren, werd op 4 maart met een hoofdelijke stemming ruimschoots verworpen. Slechts vijftien Kamerleden stemden voor. Desondanks kregen deze drie partijen wel steun voor een onderzoek naar de vraag of het afschaffen van de verplichte bedenktijd per begin 2023 heeft bijgedragen aan de stijging. CDA, Forum voor Democratie, Denk en PVV steunden deze motie. Ook een motie van een NSC-Kamerlid om de evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap te vervroegen, werd door deze partijen ondersteund.

Kritiek van Medische Professionals op Moties
Het Nederlands Genootschap van Abortusartsen (NGvA) riep de Kamerleden dringend op om tegen de drie ingediende moties te stemmen. Volgens hen suggereert het voorstel tot registratie een verantwoordingsplicht van vrouwen, wat het risico op stigmatisering en verminderde toegang tot zorg vergroot. Staatssecretaris VVD’er Vincent Karremans (Jeugd, Sport en Preventie) had de motie om dezelfde redenen eerder al met klem afgeraden.
Bestuurslid van het NGvA en abortusarts Anneke van Soest uitte zorgen over de moties. Zij stelde dat de politieke partijen hiermee de indruk wekken dat de huidige abortuswetgeving niet goed functioneert. Van Soest benadrukte dat uit onderzoek blijkt dat 85 tot 93 procent van de vrouwen zeker is van hun keuze voordat ze een afspraak maken bij een abortuskliniek, wat de afschaffing van de bedenktijd rechtvaardigt. De motie om de wet te evalueren, die al gepland stond voor 2027, zou door het vervroegen ervan de indruk wekken dat er iets mis is.
Gynaecoloog Sanne van der Kooij, lid van de commissie maatschappij en gezondheid van de NVOG, deelde deze mening. Zij wees erop dat dergelijke moties kunnen leiden tot aantasting van de autonomie van vrouwen en waarschuwde voor een 'glijdende schaal'. Van der Kooij vond het ook zorgelijk dat de stijging van het aantal abortussen door deze politieke partijen als een negatieve ontwikkeling wordt bestempeld, wat het stigma op abortus vergroot. Bovendien zou de geplande evaluatie van de wetgeving primair gaan over de kwaliteit van de abortuszorg, niet over de stijging zelf.
Abortus en het Wetboek van Strafrecht
De NVOG en het NGvA vinden het onwenselijk dat abortus nog steeds in het Wetboek van Strafrecht staat. In 2023 ondersteunden zij een manifest van de Vrije Keuze Coalitie om abortus uit het strafrecht te halen. GroenLinks-PvdA diende dat jaar een initiatiefwetsvoorstel in met dit doel, maar gaf later aan dit niet te zullen inbrengen vanwege de politieke verhoudingen in de Tweede Kamer.
Het NGvA constateert al langer een toename van conservatieve standpunten rondom abortus. Voormalig voorzitter Monique Opheij riep in 2022 al op tot waakzaamheid, mede vanwege internationale ontwikkelingen zoals het schrappen van het recht op abortus in de VS en de inperking van abortusrechten in Europese landen als Italië en Polen. In Italië staat de regering toe dat antiabortusactivisten zich binnen abortusklinieken begeven. In Polen is abortus in vrijwel alle gevallen verboden, tenzij de zwangere in gevaar is of de zwangerschap het gevolg is van verkrachting of incest. Abortuskliniek Bloemenhove meldt dat de helft van de vrouwen die daar komen uit het buitenland afkomstig is, omdat abortus in hun eigen land niet mogelijk is. De recente politieke onrust in Nederland heeft abortusartsen "wakker geschud", omdat het tornen aan abortuswetgeving, zoals in andere landen, begint met vragen stellen en registreren, gevolgd door oordelen en uiteindelijk inperkingen.

Oorzaken en Interpretaties van de Abortuscijfers
Met betrekking tot de stijging van het aantal abortussen ontbreken harde cijfers over de specifieke oorzaken. Gynaecoloog Van der Kooij stelt dat het niet per se een slecht teken hoeft te zijn; het kan ook duiden op een goede vindbaarheid van abortuszorg en de zelfbeschikking van vrouwen. Een factor die kan meespelen, is het verminderde gebruik van de anticonceptiepil, mogelijk door desinformatie op sociale media, maar ook door een bewuste keuze om geen hormonen te gebruiken en de eigen cyclus te volgen.
Abortusartsen vermoeden dat de toename van natuurlijke anticonceptie bijdraagt aan het stijgende abortuscijfer. Recent onderzoek van Rutgers, met medewerking van het NGvA, toonde aan dat twee vijfde van de vrouwen bij een abortuskliniek geen anticonceptie had gebruikt, waarvan ruim 40 procent omdat ze geen hormonen wilden. Andere factoren die een rol kunnen spelen, zijn de krappe woningmarkt, klimaatcrisis en wereldproblematiek, waardoor vrouwen zwangerschap liever uitstellen of vermijden. Ook het geloof in maakbaarheid en de bewuste keuze of een zwangerschap op een bepaald moment in het leven uitkomt, worden genoemd. Elke factor wordt als legitiem beschouwd, aangezien het de keuze van de vrouw is.
Van Soest benadrukt dat de reden voor een abortus altijd gelaagd is en niet tot één enkele factor te herleiden. Registratie van redenen zou daarom lastig uitvoerbaar zijn. Onderzoek van het Amsterdam UMC en Universiteit Utrecht toonde eerder al aan dat er geen specifieke omstandigheden zijn die leiden tot de keuze voor het uitdragen of afbreken van een zwangerschap, en dat er geen goed onderscheid te maken is tussen deze keuzes.
Als de politiek het aantal abortussen wil terugdringen, zou de focus volgens abortusarts Van Soest moeten liggen op voorlichting en preventie, zoals seksuele gezondheidsonderwijs op scholen en het beschikbaar stellen van anticonceptie in het basispakket, in plaats van te tornen aan de abortuswetgeving.
Standpunten van Politieke Partijen over Abortus
Hieronder een overzicht van de standpunten van verschillende politieke partijen met betrekking tot abortus, gebaseerd op hun verkiezingsprogramma's, uitspraken en stemgedrag:
BoerBurgerBeweging (BBB)
BBB beschouwt het doden van ongeboren kinderen als een belangrijk recht dat veilig en toegankelijk moet zijn voor vrouwen, maar benadrukt dat er niet lichtzinnig mee omgegaan moet worden en dat het ongeboren leven belangrijk is. Ze pleiten voor zorgvuldige afweging van termijnen en nieuwe ontwikkelingen, en voor extra aandacht voor de preventie van ongewenste zwangerschap. Qua stemgedrag heeft BBB consequent meegestemd met pro-life partijen en steunde het voorstel om de beweegredenen om abortus te plegen te registreren.
Christen-Democratisch Appèl (CDA)
Het CDA gaat uit van de fundamentele beschermwaardigheid van het leven, maar stelt dat de Abortuswet ongewijzigd blijft. Ze stemden tegen het registreren van de beweegredenen van vrouwen met een abortuswens. Het CDA is geen voorstander van de Wet Voltooid Leven en maakt zich zorgen over euthanasie van jongeren onder de dertig.
ChristenUnie (CU)
De ChristenUnie beschouwt elke abortus als een tragedie en pleit tegen het normaliseren ervan. Ze zijn tegen het verstrekken van de abortuspil door de huisarts en pleiten voor het opnemen van anticonceptie zonder abortieve werking in het basispakket. De partij is tegen de versoepelingen van de abortuswetgeving in de afgelopen jaren, ondanks deelname aan kabinetten die daarvoor verantwoordelijk waren. Zij vinden dat levensvatbaarheid het wettelijke uitgangspunt moet blijven en zijn kritisch op prenatale screenings. De CU wil stoppen met ontwikkelingsprogramma's die abortus bevorderen en is bezorgd over euthanasieverzoeken van mensen onder de dertig met psychische klachten.
D66
D66 wil het doden van ongeboren kinderen uit het strafrecht halen en volledig legaliseren. Ook willen ze euthanasie volledig uit het strafrecht halen en verruimen, inclusief voor psychisch lijden en dementie, en een wettelijke regeling voor hulp bij een voltooid leven. De partij pleit voor snellere toegang tot stervenshulp en verantwoord embryo-onderzoek.
DENK
DENK is in principe een pro-abortuspartij, maar wil de praktijk aan banden leggen. Ze streven naar een balans tussen de autonomie van de vrouw en de rechten van het ongeboren leven. Praktisch betekent dit dat ze voorstander zijn van een verplichte bedenktermijn en de wekengrens willen afstemmen op buurlanden. Qua stemgedrag hebben ze bijna alle keren met pro-life partijen meegestemd. Ook wat euthanasie betreft, is DENK terughoudend en wil de wet niet verruimen.
Forum voor Democratie (FvD)
FvD pleit voor het terugschroeven van de abortusgrens tot 16 weken en een verplichte vijf dagen bedenktermijn vanaf 8 weken zwangerschap. Om ongewenste zwangerschap te voorkomen, wil FvD de anticonceptiepil volledig vergoeden. Hoewel het programma summier is, blijkt uit de praktijk dat prominente Kamerleden zich inzetten voor het ongeboren kind.
GroenLinks-Partij van de Arbeid (GL-PvdA)
GL-PvdA pleit voor goede abortuszorg en het recht van vrouwen om over hun eigen lichaam te beslissen. Ze willen abortus uit het Wetboek van Strafrecht halen en vrouwen beschermen tegen intimidatie bij abortuscentra. GL-PvdA wil ook euthanasie uit het Wetboek van Strafrecht halen en actieve levensbeëindiging beschikbaar stellen bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden, ongeacht de oorzaak.
JA21
JA21 beschouwt abortus als een belangrijk vrouwenrecht waar niet aan getornd moet worden. De partij zinspeelt op het verlagen van de abortusgrens in de toekomst vanwege medisch-wetenschappelijke ontwikkelingen. In stemgedrag heeft JA21 meegestemd met pro-abortus-partijen, met uitzondering van de D66-initiatiefnota over abortus als mensenrecht. Wat actieve levensbeëindiging betreft, steunt de partij de huidige praktijk, maar acht verdere uitbreidingen onwenselijk.
Partij voor de Dieren (PvdD)
De Partij voor de Dieren wil dat abortus uit het strafrecht wordt gehaald en goed beschikbaar is, net als euthanasie. Ze zetten zich in voor een verbod op pijnlijke vangst- en dodingsmethoden voor dieren, maar deze barmhartigheid geldt niet voor ongeboren mensenkinderen.
Partij voor de Vrijheid (PVV)
De PVV schrijft niets over abortus in haar verkiezingsprogramma, maar schuift qua stemgedrag steeds meer in de pro-life richting. Ze stemden voor onderzoek naar de afgeschafte bedenktermijn en het evalueren van de Wet afbreking zwangerschap. De partij is geen aanjager van pro-life standpunten, maar biedt weerstand tegen verdere uitbreiding van abortus.
Socialistische Partij (SP)
De SP zegt niets over abortus in haar verkiezingsprogramma. Ze stemden recentelijk voor de verruiming van de embryowet en zijn voor het subsidiëren van abortuspromotende NGO's. Wel stemden ze in met de motie om extra maatregelen te nemen om onbedoelde zwangerschappen te voorkomen, maar ook met de D66-initiatiefnota dat abortus een ‘mensenrecht’ zou zijn.
Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)
De SGP wil de abortuspraktijk stoppen en doet een beroep op wakers bij abortuscentra. Ze pleiten voor een "Moeder en Kind Fonds" en een 'babyhuis' in elke provincie. Artsen moeten vrouwen wijzen op mogelijke emotionele, psychische en fysieke klachten na een abortus. De SGP wil de euthanasiewet intrekken, zich verzetten tegen het kweken van embryo's en tegen het subsidiëren van organisaties die wereldwijd abortus promoten.
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD)
De VVD wil "altijd goede, veilige en toegankelijke abortuszorg". Zodra er een alternatieve wet is die vrouwen beschermt en de termijn regelt, kan abortus volgens de VVD uit het Wetboek van Strafrecht. Ze willen geen register waarin redenen voor abortus worden opgenomen en stemmen consequent mee met D66. De VVD pleit voor liberale zorg, ook voor mensen met dementie en psychiatrische patiënten, en is voorstander van het uitbreiden van de embryowet.
Volt Nederland
Volt wil het 'recht' op lichamelijke autonomie, inclusief abortus en anticonceptie, als fundamenteel grondrecht in de Grondwet laten opnemen. Ze pleiten voor vrije toegang tot abortus en een bufferzone rondom abortuscentra. Volt wil ook euthanasie uit het Strafrecht halen en pleit voor toegankelijke educatie over abortus.