Inleiding tot het Strippen van de Baarmoedermond
Wanneer de zwangerschap de 40 weken ruim voorbij is en er nog geen tekenen van bevalling zijn, kan de verloskundige in overleg met jou besluiten om de baarmoedermond te strippen. Deze procedure vergroot de kans dat de bevalling vóór de 42e zwangerschapsweek begint.
Een zwangerschap die langer dan 42 weken duurt, wordt bij voorkeur vermeden vanwege mogelijke risico's voor zowel moeder als kind. Een voorbeeld hiervan is een verminderde werking van de placenta. Tevens neemt de kans op een keizersnede of kunstverlossing toe.
Er kunnen ook andere redenen zijn om de bevalling op gang te brengen. Indien de zwangerschap een gevaar vormt voor de gezondheid van de moeder of het kind, zoals bij zwangerschapsvergiftiging, kan het strippen een eerste stap zijn om de bevalling te induceren.

De Effectiviteit van Strippen
Het strippen van de baarmoedermond kan helpen om de bevalling op gang te brengen, maar dit is niet gegarandeerd. Bij ongeveer een derde van de vrouwen leidt strippen tot de bevalling. Bij nog eens een derde van de vrouwen resulteert het in krampen of harde buiken, terwijl bij de rest geen effect optreedt.
Indien strippen effectief is, begint de bevalling niet altijd onmiddellijk. Het kan enkele dagen duren voordat de daadwerkelijke weeën beginnen. Mocht strippen niet helpen en de bevalling niet spontaan op gang komen, dan kan de verloskundige een nieuwe poging wagen of adviseren om de bevalling medisch in te leiden onder begeleiding van een gynaecoloog.
Ervaring van Pijn en Bloedverlies na Strippen
De pijnervaring van strippen varieert per persoon. Veel vrouwen ervaren het als niet prettig, maar niet echt pijnlijk. Mocht er wel sprake zijn van pijn, is het belangrijk dit aan te geven bij de verloskundige of gynaecoloog, waarna de procedure gestopt wordt. Na het strippen kunnen vrouwen gedurende ongeveer 24 uur menstruatieachtige krampen of harde buiken ervaren.
Gedurende de drie dagen na het strippen kan er sprake zijn van lichte bloedingen (spotting). Dit komt door de aanraking van de goed doorbloede baarmoedermond, waardoor een bloedvaatje kan scheuren. De bloeding kan rood, roze of bruin zijn en vermengd zijn met slijm. Deze bloeding is onschadelijk en stopt vanzelf.
Strippen brengt over het algemeen geen risico's met zich mee. Echter, bij hevige pijn of overmatig bloedverlies dat niet met een maandverband op te vangen is, dient contact opgenomen te worden met de verloskundige of gynaecoloog voor onderzoek.

Verlies van de Slijmprop na Strippen
Na het strippen is het mogelijk dat de slijmprop wordt verloren. Dit is een taaie slijmsliert die gedurende de zwangerschap de baarmoedermond afsluit en samen met de vruchtvliezen de baby beschermt. Tegen het einde van de zwangerschap wordt de baarmoedermond zachter en kan de slijmprop loslaten. Strippen kan dit proces bevorderen.
Alternatieven en Medische Inleiding van de Bevalling
Strippen wordt beschouwd als de enige wetenschappelijk bewezen methode om de bevalling op te wekken. Zelf strippen wordt afgeraden, aangezien een deskundige beoordeling van de baarmoedermond en ontsluiting noodzakelijk is.
Hoewel methoden zoals seksuele gemeenschap of voetreflexologie worden genoemd om de bevalling op te wekken, is hun effectiviteit niet wetenschappelijk bewezen. Indien de 40 weken zijn gepasseerd en er geen andere opties zijn, kan medische inleiding overwogen worden.
Redenen voor Medische Inleiding
Een bevalling kan om diverse medische redenen worden ingeleid. Dit gebeurt wanneer de situatie voor de baby buiten de baarmoeder gunstiger wordt geacht dan daarbinnen. De inleiding vindt plaats op een moment dat de conditie van de baby goed is en met het doel een normale bevalling te doorstaan.
- Over tijd zijn: Na 41 tot 42 weken zwangerschap spreekt men van 'over tijd' zijn (serotien). Vanaf 41 weken worden moeder en kind extra gecontroleerd, en wordt de mogelijkheid van inleiding besproken.
- Langdurig gebroken vliezen: Als de vliezen langer dan 24 uur gebroken zijn, neemt het infectiegevaar toe. Een inleiding wordt dan meestal geadviseerd, zeker na 24 uur.
- Groeivertraging van de baby: Indien een baby onvoldoende groeit, kan een inleiding worden geadviseerd.
- Verminderde functie van de placenta: Aandoeningen zoals hoge bloeddruk of suikerziekte kunnen de werking van de placenta beïnvloeden, wat kan leiden tot een inleiding.
- Andere redenen: Diverse andere medische omstandigheden tijdens de zwangerschap of complicaties uit een eerdere bevalling kunnen reden zijn voor inleiding.

Voorbereiding op een Ingeleide Bevalling
Een inleiding is pas mogelijk als de baarmoedermond 'rijp' is, dat wil zeggen zacht, enigszins open en klaar voor de bevalling. Wanneer de baarmoedermond nog niet rijp is, kan deze eerst worden voorbereid ('geprimed').
Methoden van Primen (Rijpen van de Baarmoedermond)
Er zijn verschillende methoden om de baarmoedermond rijp te maken:
- Ballonkatheter: Een dun slangetje met een ballonnetje wordt in de baarmoedermond ingebracht en gevuld met water. De druk van de ballon stimuleert de afgifte van prostaglandinen, wat leidt tot rijping van de baarmoedermond en mogelijke ontsluiting. Dit kan samengaan met weeën. De ballon wordt meestal na 24 uur verwijderd, of valt er eerder uit bij voldoende ontsluiting.
- Vaginale tablet (Prostaglandinen): Hormonen (prostaglandinen) in tabletvorm kunnen vaginaal worden ingebracht om de baarmoedermond te rijpen. Dit proces kan meerdere dagen duren en vereist opname in het ziekenhuis.

Het Inleiden van de Bevalling Zelf
Wanneer de baarmoedermond rijp is, kan de bevalling worden ingeleid. Dit gebeurt meestal door het kunstmatig breken van de vliezen en, indien nodig, het toedienen van medicatie om weeën op te wekken.
- Vliezen breken: De verloskundige of gynaecoloog breekt de vliezen met een speciaal instrument. Dit is meestal een pijnloze procedure die leidt tot het vrijkomen van vruchtwater.
- Toediening van medicatie (Synthetische Oxytocine): Indien weeën niet spontaan op gang komen, wordt via een infuus synthetische oxytocine toegediend. Dit hormoon bootst het natuurlijke oxytocine na dat weeën stimuleert. De dosering wordt geleidelijk verhoogd.
Gedurende de inleiding wordt de conditie van de baby continu gemonitord met een CTG (Cardio Toco Gram), dat de hartslag van de baby en de weeënactiviteit registreert. Dit kan zowel uitwendig als inwendig gebeuren.

Risico's en Complicaties bij een Ingeleide Bevalling
Hoewel de meeste inleidingen zonder complicaties verlopen, zijn er enkele risico's:
- Langdurige bevalling: Vooral bij een onrijpe baarmoedermond kan de bevalling lang duren.
- Uitgezakte navelstreng: In zeldzame gevallen kan de navelstreng uitzakken, wat een keizersnede noodzakelijk maakt.
- Hyperstimulatie: Te veel weeën achter elkaar kunnen leiden tot zuurstofgebrek bij de baby. Dit kan meestal worden verholpen door de medicatiedosering aan te passen of, indien nodig, weeënremmers toe te dienen.
- Ontsteking: In zeldzame gevallen kan een ontsteking optreden op de plek van een eventueel geplaatste schedelelektrode.
Het is belangrijk te benadrukken dat de risico's van een ingeleide bevalling doorgaans niet groter zijn dan die van een spontane bevalling.
Na de Bevalling
Na de geboorte van de baby worden zowel moeder als kind gecontroleerd. Meestal kunnen moeder en kind binnen 24 uur na de bevalling naar huis, tenzij er medische redenen zijn om langer te blijven.