Een baby slaapt veel, zowel ’s nachts als overdag, thuis, elders of onderweg. Het is essentieel dat jouw baby veilig kan slapen. De onderstaande adviezen zijn bestemd voor iedereen die voor een baby zorgt en richten zich op het creëren van een veilige slaapomgeving om risico's zoals wiegendood te minimaliseren.
De veiligste slaaphouding: op de rug
Het veiligst slaapt een baby op de rug. Uit zijligging rolt een baby al na een paar weken gemakkelijk op de buik. Leg je baby daarom nooit op de buik te slapen, ook niet om te troosten. Indien er een medische reden is om van dit advies af te wijken, doe dit dan uitsluitend in overleg met een arts.
Het is wel goed om je kindje regelmatig op de buik te leggen als het wakker is en er iemand op let. Je kind enkele malen per dag een kwartiertje laten ontdekken en oefenen is goed voor de motorische ontwikkeling. Als een oudere en gezonde baby zich eenmaal vlot om en om kan draaien, en bij het slapen zelf kiest voor buikligging, is het niet zinvol daar tegenin te blijven gaan.

Voorkomen van een voorkeurshouding
Er is geen reden om bang te zijn voor het afplatten of scheefgroeien van het babyhoofdje. Het verschijnsel is vaak tijdelijk en medisch gezien onschuldig, bovendien is het meestal te voorkomen. Allereerst is van belang dat je de baby snel went aan de veiligste slaaphouding: op de rug, met het hoofd beurtelings naar links of naar rechts gedraaid. Let er vervolgens goed op dat je baby geen voorkeurshouding - hoofd alléén naar links of naar rechts - ontwikkelt.
Bij borstvoeding ligt de baby afwisselend naar links of rechts gedraaid. Wissel ook bij flesvoeding van arm. Leg de baby in rugligging in bed, vanaf het begin met het hoofdje afwisselend naar links en naar rechts. Draai desnoods het bedje, zodat het licht van de andere kant invalt; of hang afwisselend links en rechts een aandachttrekkend voorwerp op. Het risico op de ontwikkeling van een scheef hoofd is het grootst in de eerste vier maanden. Vergeet vooral niet de baby overdag enkele keren onder toezicht op de buik en de zij te laten oefenen.
Veilige beddengoedkeuzes
Dekbedden zijn vaak te warm en daardoor riskant voor kinderen tot twee jaar. Bovendien liggen ze los, waardoor een baby er gemakkelijk onder kan geraken. Een opgevouwen deken in een hoes kan gauw te warm zijn. Een deken en lakentje, rondom ingestopt, of een trappelzak zijn veel veiliger.
Dek een baby die koorts heeft minder toe dan je gewoonlijk doet. Kleed ook overdag je baby niet te warm. Een zwetende baby is een teken dat het te warm is. Let altijd op het weer, de kamertemperatuur, warme zon, de kachel in de auto, etc.
Een babybedje moet in Nederland aan bepaalde veiligheidseisen voldoen, onder meer voor wat betreft ventilatie (nooit een gesloten bak!) en afstand tussen de spijlen. Gebruik in wieg of bedje geen zacht materiaal. Maak bij gebruik van een dekentje het bed zo op dat je baby met de voetjes zo goed als tegen het voeteneinde ligt. Een passende trappelzak is beter. Voor een baby in een gewatteerde trappelzak is een deken overbodig. Bij een ongewatteerde is vaak een dunne deken nodig, maar maak ook dan laag op en gebruik de deken dwars over het voeteneind en stop hem rondom goed in.

Nabijheid en veiligheid
Al meteen na de geboorte is nabijheid van belang. Het bevordert de band tussen moeder en kind. Nabijheid schept ook meer veiligheid. Laat je baby als het even kan zeker het eerste halfjaar bij je op de kamer slapen. Houd dat ten minste vol tot de baby zich vlot om en om kan draaien. Je natuurlijke waakzaamheid draagt bij aan de veiligheid.
Slaap echter niet met je baby in één bed; dat is zeker tot 4 maanden, en voor rokers zelfs langer, riskant. Roken, tijdens de zwangerschap en erna, is slecht voor moeder en kind. Het wiegendoodrisico loopt op, maar ook levenslange gezondheidsschade kan het gevolg zijn. Wie echt niet kan stoppen, kan het risico wel iets beperken door zo min mogelijk te roken. Houd in ieder geval de babykamer rookvrij, maar laat ook in andere omstandigheden je baby niet meeroken. Denk bijvoorbeeld aan de auto. In een vertrek kan rook wel acht uur blijven hangen.
Fopspeen en medicijngebruik
Borstvoeding werkt beschermend en is risicoverlagend. Ook verstandig gebruik van een fopspeen levert een bijdrage aan veilig slapen. Wacht bij borstvoeding met een fopspeen tot het voeden probleemloos verloopt. Bij flesvoeding kan meteen worden begonnen. Zorg altijd voor schone spenen en gebruik ze met mate. Bied dus niet de hele dag door een speen aan, maar alleen als hulpmiddel voor het rustig slapen gaan en als er serieus getroost moet worden. Doe dat dan wel consequent, want plotseling de vertrouwde speen weglaten geeft onrust. Bouw na een half jaar af tot alleen voor het inslapen.
Sommige geneesmiddelen zijn gevaarlijk voor baby’s. Ze kunnen een baby te diep laten slapen. Als je borstvoeding geeft, moet je deze medicijnen ook vermijden, want je geeft ze door via de melk. Lees altijd de bijsluiter van medicijnen. Raadpleeg bij twijfel de dokter. Geef je baby alleen een geneesmiddel als de dokter dat echt nodig vindt, want van de meeste middelen en middeltjes is niet of onvoldoende bekend hoe ze uitwerken op kinderen.
Rust en stabiliteit
Baby’s zijn gevoelig voor verstoring van rust. Reizen, drukke visites, logeerpartijen en allerlei andere ongewone gebeurtenissen brengen een zuigeling gemakkelijk van slag. Een verstoorde slaap kan het gevolg zijn. Dit geldt in bijzondere mate voor zogenaamde huilbaby’s. In het eerste levensjaar kun je onrustige situaties beter tot het uiterste beperken.
Kinderopvang en veilig slapen
Wanneer je baby start bij de kinderopvang heeft het meestal nog veel slaap nodig. Slaap is een basisbehoefte en nodig voor een gezonde geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. Het is zowel in een kinderdagverblijf als bij een gastouder belangrijk om aandacht te (blijven) besteden aan goed én veilig slapen.
Slaappatroon en slaapontwikkeling
Baby’s van 0 tot 6 maanden hebben een slaapcyclus van zo’n 50 tot 60 minuten. In de actieve slaap kan een baby geluidjes maken en bewegen. Een baby kan zelfs de ogen openen en wakker lijken. In de stille slaap beweegt een baby bijna niet en ademt een baby veel dieper. Ook wordt een baby dan minder snel wakker door geluid. De ene baby slaapt uren achter elkaar, de ander doet kortere slaapjes. Door goed naar een baby te kijken, leer je zijn of haar slaapritme kennen. Pasgeboren baby’s slapen gemiddeld 14 tot 18 uur per 24 uur. Na circa 6 maanden slaapt een baby overdag 2 of 3 keer.
Het is belangrijk om de slaapgewoonten van jouw baby te bespreken met de pedagogisch medewerker of gastouder. Zijn er veranderingen? Bijvoorbeeld in het aantal slaapjes op een dag, het bewegen of rollen, of bouw je het speengebruik af? Geef dit door, zorg dat dit schriftelijk wordt bevestigd en maak passende nieuwe afspraken indien nodig.
Veilig slapen beleid in de kinderopvang
Een hele dag naar de opvang is vermoeiend voor baby’s en jonge kinderen. Ze worden gedurende de dag blootgesteld aan allerlei indrukken, geluiden en prikkels. Op tijd naar bed en goed uitrusten is voor een baby heel belangrijk. Kinderopvangorganisaties leggen de visie en werkwijze wat betreft het slapen op de kinderopvang vast in een zogenaamd ‘veilig slapen beleid’. Dit beleid draagt eraan bij dat kinderen zo goed en veilig mogelijk kunnen uitrusten op het kinderdagverblijf.
Buiten slapen
Sommige kinderopvanglocaties leggen kinderen te slapen in een buitenbedje. Het buitenbed wordt meestal gebruikt tot een kind ongeveer 2 jaar oud is. Er zijn aanwijzingen dat onrustige slapers buiten meer rust vinden en langer slapen. Frisse buitenlucht en natuurlijke geluiden kunnen kinderen tot rust brengen, en de slaapkwaliteit lijkt ’s nachts te verbeteren. Buiten slapen gebeurt alleen als ouders daarmee instemmen.

Intakegesprek en wenafspraken
Voor een goede start van een baby op de opvang is het intakegesprek hét moment om ook te spreken over het slapen. Tijdens het intakegesprek worden allerlei bijzonderheden gevraagd, zoals hoe de zwangerschap is verlopen, hoe de bevalling is gegaan en hoe de eerste periode thuis is geweest. Ook komt het slapen aan bod en de eventuele (slaap)rituelen thuis. Gezamenlijk worden afspraken gemaakt over welke rituelen en gewoonten ook op het kinderdagverblijf kunnen worden uitgevoerd. Is een baby gewend om thuis bijvoorbeeld in slaap gewiegd te worden, dan is het goed om te bespreken of dat ook kan op de opvang.
Als een baby net start op de opvang, kan het zijn dat deze nog moet wennen aan het slapen in een aparte kamer in het schemerdonker. Om de overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen, kan er voor een baby die nog heel klein is, in de eerste periode een (veilig) ledikantje op de groep staan. Zo kan de baby de eerste weken rustig wennen aan alle geluiden, geuren en prikkels. Ook houdt de pedagogisch medewerker makkelijker zicht op de slapende baby. Vraag na hoe de kinderopvang omgaat met het (langdurig) huilen van baby’s en jonge kinderen rond het slapen. Tijdens het intakegesprek krijg je als (nieuwe) ouders vaak heel veel informatie. Plan daarom een tweede gesprek in na een korte periode om te bespreken hoe het gaat op de opvang.
Ritme, rituelen en het voorkomen van stress
Een baby heeft een eigen slaapritme. Meestal probeert de kinderopvang de eerste periode het ritme van de baby te volgen. Hoe meer een baby groeit en gewend raakt aan de structuur op de kinderopvang, hoe meer het in het dagelijks ritme mee kan draaien op het kinderdagverblijf. Vaste slaaprituelen kunnen helpen om de overgang te maken van wakker naar slapen. Een voorbeeld van een ritueel op de opvang is bijvoorbeeld: een baby gaat op vaste tijden naar bed, krijgt eerst een flesje en een schone luier, daarna een slaapzak aan, en tot slot wordt er een slaapliedje gezongen. Kinderen herkennen de rituelen en het helpt ze om goed in slaap te vallen.
Slaapt een baby thuis met iets waar het aan gehecht is, zorg dan dat je baby dat ook op de opvang mee naar bed krijgt. Grote gewatteerde knuffels worden afgeraden, omdat een baby daar met het gezichtje tegenaan kan rollen en in die situatie niet goed kan ademen. Als een baby gewend is aan een fopspeen tijdens het slapen, is het belangrijk dat de baby de fopspeen altijd krijgt bij het slapen.
Gezonde en veilige slaapkamer
Voor kinderen van 0 tot 1,5 jaar moet de kinderopvanglocatie volgens de Wet Kinderopvang een aparte slaapkamer hebben. In principe hebben alle kinderen een eigen bedje en een eigen slaapzak. Daarnaast is het belangrijk dat de slaapruimte rustig is ingericht en enigszins verduisterd. De ruimte hoeft niet helemaal donker te zijn; de baby’s wennen namelijk geleidelijk aan een dag- en nachtritme. Voor kinderen vanaf 1,5 jaar kan de locatie ook een eigen slaapruimte hebben, echter is er geen verplichting tot een aparte slaapruimte. Voor kinderen die vermoeid zijn en nog een middagslaapje nodig hebben kan er, bij gebrek aan slaapkamers, een rustplek op de eigen groep worden gecreëerd. De voorwaarden voor het rusten/slapen op de groep moeten voldoen aan een veilige en gezonde omgeving en het moet tevens beschreven staan in het veilig slapen beleid.
De ideale slaapkamertemperatuur ligt tussen de 15 en 18 ℃. En natuurlijk is frisse lucht belangrijk. Daarom moeten de slaapkamers goed geventileerd zijn.
Preventie wiegendood
Ook al is de kwaliteit van de opvang nog zo hoog, voor een baby blijkt de overgang van thuis naar kinderopvang vaak een ingrijpende gebeurtenis. Want er verandert veel voor een baby op de kinderopvang: andere verzorgers, nieuwe geluiden en geuren, een ander bedje, een afwijkende dagindeling, flesvoeding in plaats van de borst, om zo maar wat voorbeelden te noemen. Deze veranderingen van routine kunnen stress veroorzaken. En uit onderzoek blijkt dat deze stress van invloed kan zijn op de risicofactoren rond wiegendood. Daarom is het van belang dat de kinderopvang, samen met de ouders, zorg draagt voor een soepele overgang van thuis naar de kinderopvang.
De kinderopvangorganisatie heeft een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid. Als onderdeel van dat beleid moet er een actueel Veilig Slapen beleid zijn opgesteld. Heeft jouw organisatie en/of locatie géén beleid voor Veilig Slapen? Kennis en aandacht voor wiegendood is in sommige kinderopvangorganisaties onvoldoende aanwezig, waardoor kinderen in een kritische ontwikkelingsperiode (2-4 maanden), die blootstaan aan stressfactoren, onnodig grote risico’s lopen. Het is belangrijk dat iedereen die op de babygroep werkt voldoende kennis heeft van het Veilig Slapen beleid en daarnaar handelt.
Het protocol Veilig Slapen in de Dagopvang biedt helder en eenduidig beleid om de kans op wiegendood bij kinderen tot 2 jaar zo klein mogelijk te maken. Het protocol biedt kinderdagopvangorganisaties eenduidig beleid met handvatten voor uitvoering in de praktijk, zodat baby’s veilig kunnen slapen en ouders met vertrouwen hun kind achterlaten.
In Nederland sterven er gemiddeld 3 baby's per maand aan wiegendood. Sinds 2022 zien we na jaren stabiele cijfers, weer een zorgwekkende stijging. Daarom is het belangrijk dat je als zorgprofessional met aanstaande en kersverse ouders bespreekt hoe hun kindje veilig kan slapen en dat je ze daarbij goed en gericht adviseert.
De 4 van Veilig Slapen
De 4 van Veilig Slapen zijn de belangrijkste slaapadviezen voor ouders:
- Laat je baby op de rug slapen.
- Laat je baby altijd in een eigen bedje of wieg slapen.
- Leg je baby in een slaapzak.
- Leg je baby in een leeg bedje.
Tip 1: Op de rug slapen
Op de rug slapen is het veiligst voor je baby. Als je baby nog niet zelf kan omdraaien, is slapen op de zij of buik gevaarlijk. Je baby kan dan moeilijk ademen als het gezichtje tegen het matras komt. Ook bij een 'ventilerend matras' is op de rug slapen het advies. Je baby mag pas op de buik slapen als het zelf makkelijk van rug naar buik en terug kan draaien.
Ben je bang dat je baby zich verslikt als het op de rug ligt? Dat is begrijpelijk, maar de kans is niet groter als je baby op de rug slaapt. Als je bang bent dat je baby een plat hoofdje krijgt, zijn er veel manieren om dit te voorkomen, zoals het hoofdje beurtelings naar links of rechts draaien.
Is je baby net wakker? Dan is het juist goed om je baby op de buik te leggen. Blijf er wel bij om toezicht te houden.
Tip 2: Eigen bedje of wieg
Je baby slaapt het veiligst in een eigen bedje of wieg. Soms is dit lastig, bijvoorbeeld als je baby tijdens het voeden in slaap valt. Maar jouw bed is niet veilig voor je baby. Samen slapen is niet veilig omdat je baby het te warm kan krijgen door je dekbed, bekneld kan raken, uit bed kan vallen, niet goed kan ademen als het gezichtje tegen een kussen ligt, of omdat je per ongeluk op je baby kunt rollen.
Wil je je baby toch dichtbij houden? Zet het bedje het eerste halfjaar zo dicht mogelijk bij je eigen bed. Als dit niet past, gebruik dan een aanschuifbedje of co-sleeper. Je kunt de zijkant naar beneden doen om je baby te voeden of te troosten, en weer omhoog als je baby gaat slapen. Geef je voeding in bed? Zet een wekker zodat je eraan denkt je baby terug te leggen in het eigen bedje.
Tip 3: In een slaapzak slapen
Zodra je baby gaat bewegen, vaak al na een paar weken, kun je het beste een babyslaapzak gebruiken. Je hebt dan geen ander beddengoed nodig. De voordelen van een babyslaapzak zijn:
- Het hoofdje van je baby kan niet onder het beddengoed komen.
- Jonge baby's rollen minder makkelijk naar hun buik.
- Je baby kan niet bloot komen te liggen.
- Je baby kan moeilijker uit bed klimmen.
- De slaapzak blijft warm, ook als je je baby eruit haalt om te voeden.
Er zijn slaapzakken voor elk seizoen. Het is wel belangrijk dat de slaapzak goed past. Je weet dat een slaapzak goed past als de gaten voor armen en hoofd niet te groot zijn, zodat je baby niet uit de slaapzak kan kruipen.
Tip 4: Een leeg bedje
Het is belangrijk dat het bedje van je baby leeg is. Dus geen knuffels, babynestjes, zijligkussentjes of hoofdbeschermers. Je baby kan er tegenaan draaien en moeilijk ademen. Sommige fabrikanten zeggen dat hun producten wel veilig zijn in een babybedje, maar het is beter om voorzichtig te zijn.