De placenta speelt een cruciale rol tijdens de zwangerschap: het zorgt voor de doorvoer van zuurstof en voedingsstoffen naar de baby, wat essentieel is voor zijn groei en ontwikkeling. De locatie van de placenta in de baarmoeder varieert per zwangerschap, net als de grootte en vorm. Hoewel deze variaties doorgaans normaal zijn en geen problemen veroorzaken, kunnen er zich soms complicaties voordoen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de placenta de uitgang van de baarmoeder bedekt (placenta praevia) of als een afwijkende vorm de functie ervan belemmert.

De Functie van de Placenta
De placenta is een tijdelijk orgaan dat zich tijdens de zwangerschap in de baarmoeder ontwikkelt. Het fungeert als een levenslijn tussen moeder en kind. Via de placenta worden zuurstof en essentiële voedingsstoffen uit het bloed van de moeder overgedragen naar het bloed van de baby. Tegelijkertijd worden afvalstoffen uit het bloed van de baby via de placenta naar het lichaam van de moeder getransporteerd om te worden afgevoerd. De placenta werkt ook als een beschermend filter, dat bepaalde schadelijke stoffen tegenhoudt voordat ze de baby bereiken. Bovendien produceert de placenta hormonen die cruciaal zijn voor het behoud van de zwangerschap, de voorbereiding van het lichaam op de bevalling en de latere borstvoeding.
Afwijkende Vormen van de Placenta en Hun Gevolgen
Een normale placenta is doorgaans rond, met een doorsnede van ongeveer 15-25 centimeter en een dikte van circa 3 centimeter. De grootte van de placenta correleert vaak met de grootte van de baby. De navelstreng is meestal stevig in het midden van de placenta bevestigd. Tijdens de 20-wekenecho beoordeelt de echoscopist de placenta op drie belangrijke aspecten:
- Het aantal delen waaruit de placenta bestaat.
- De aanhechting van de navelstreng aan de placenta.
- De positie van de placenta in de baarmoeder.
Idealiter bestaat de placenta uit één deel, ligt deze niet te dicht bij de baarmoedermond en is de navelstreng centraal bevestigd. Afwijkingen in deze aspecten hoeven niet altijd problematisch te zijn, maar vereisen nauwlettende monitoring.
Navelstreng in de Vliezen (Velamenteuze Navelstrenginsertie)
Wanneer de navelstreng niet direct aan de placenta vastzit, maar aan de omringende vliezen, spreekt men van een velamenteuze navelstrenginsertie. De bloedvaten in de navelstreng zijn hierdoor minder beschermd. Dit kan leiden tot een vertraagde groei van de baby en een lager geboortegewicht. Extra echo's worden ingezet om de groei van de baby te volgen, en in sommige gevallen kan een vroegtijdige bevalling worden overwogen. Ondanks deze mogelijke complicaties worden de meeste baby's gezond geboren.
Navelstreng aan de Rand (Marginale Navelstrenginsertie)
Een marginale navelstrenginsertie treedt op wanneer de navelstreng aan de rand van de placenta is bevestigd in plaats van in het midden. Dit kan de efficiënte doorvoer van voedingsstoffen en zuurstof beïnvloeden, wat kan resulteren in een langzamere groei en een lager geboortegewicht. Regelmatige groei-echo's zijn dan noodzakelijk. Hoewel niet de meest ideale aanhechting, is dit een relatief veelvoorkomend verschijnsel dat meestal geen ernstige gevolgen heeft.
Bloedvaten voor de Baarmoedermond (Vasa Praevia)
In zeer zeldzame gevallen (1 op 3000 tot 6000 zwangerschappen) liggen bloedvaten van de navelstreng of placenta voor de uitgang van de baarmoeder. Dit fenomeen, bekend als vasa praevia, komt vaker voor bij placenta's die uit meerdere delen bestaan, laag in de baarmoeder liggen, of een afwijkende navelstrengaanhechting hebben. Bij verdenking op vasa praevia wordt de zwangerschap nauwlettend gevolgd met extra echo's. De grootste zorg is dat deze bloedvaten kunnen beschadigen tijdens een vaginale bevalling, wat ernstige bloedingen kan veroorzaken. Vaak wordt daarom geadviseerd om de baby tussen 35 en 37 weken zwangerschap via een keizersnede te laten geboren om dit risico te vermijden.
Vasa previa: Everything You Need To Know
Placenta in Twee Delen (Placenta Bilobata)
Bij 2-8% van de zwangerschappen bestaat de placenta uit twee delen, een aandoening die bekend staat als placenta bilobata. Hoewel de bloedvaten tussen de twee delen doorgaans een goede functie waarborgen, is er een verhoogd risico op afwijkende navelstrengaanhechtingen, zoals velamenteuze insertie of vasa praevia. Extra onderzoeken zijn dan geïndiceerd. Het is tijdens de bevalling van belang dat beide delen van de placenta volledig worden geboren, waar de verloskundige op zal letten.
Onbedekte Placenta (Placenta Circumvallata)
Normaal gesproken is de gehele placenta bedekt met vliezen. Bij placenta circumvallata is een deel van de placenta onbedekt. Dit kan leiden tot enig bloedverlies uit de vagina. Hoewel een klein onbedekt deel vaak geen problemen oplevert, verhoogt een groter onbedekt deel het risico op een verminderde placentafunctie, vertraagde groei van de baby, vroegtijdige vruchtafdrijving, of zelfs vroeggeboorte en placentaloslating. Bij ontdekking tijdens een echo worden extra groeiecho's ingepland.
Voorliggende Placenta (Placenta Praevia)
In de meeste zwangerschappen (95%) bevindt de placenta zich niet in de buurt van de baarmoedermond. Echter, in sommige gevallen kan de placenta (gedeeltelijk) over de baarmoedermond liggen, wat bekend staat als placenta praevia. Dit kan plotseling, pijnloos bloedverlies veroorzaken, soms meerdere keren tijdens de zwangerschap. Bij bloedverlies dient altijd direct de verloskundige te worden geconsulteerd.
Er zijn verschillende gradaties van placenta praevia:
- Volledig voorliggend: de placenta bedekt de gehele baarmoedermond.
- Gedeeltelijk voorliggend: de placenta bedekt een deel van de baarmoedermond.
- Rand voorliggend: de placenta raakt slechts de rand van de baarmoedermond.
- Laagliggend: de placenta ligt laag in de baarmoeder, maar niet over de uitgang.
Het is gebruikelijk dat een laagliggende placenta tijdens de groei van de baarmoeder mee omhoog beweegt. Als de placenta bij 30-32 weken nog steeds te laag ligt, wordt vaak een keizersnede gepland om een veilige geboorte te garanderen. Eerdere keizersneden verhogen het risico op placenta praevia.

Wanneer de Placenta Niet Goed Werkt
Een slecht functionerende placenta kan leiden tot onvoldoende aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen voor de baby, met gevolgen voor de groei en beweging. Een verminderde beweging van de baby kan een signaal zijn om contact op te nemen met de verloskundige. Vertraagde groei wordt vaak opgemerkt tijdens routinecontroles of via groeiecho's. Een tekort aan vruchtwater kan eveneens duiden op verminderde zuurstof- en voedingsstoftoevoer. Het is belangrijk op te merken dat een kleine baby niet altijd wijst op groeiachterstand; genetische factoren spelen hierin ook een rol.
Oorzaken van Verminderde Placentafunctie
Verschillende factoren kunnen bijdragen aan een verminderde placentafunctie, waaronder hoge bloeddruk bij de moeder, suikerziekte vóór de zwangerschap, roken, bepaalde ziektes, of aangeboren afwijkingen bij de baby.
Behandeling en Management
De placenta zelf kan niet direct behandeld worden, maar de onderliggende oorzaken kunnen worden aangepakt. Dit kan ondersteuning bij stoppen met roken of medicatie voor hoge bloeddruk omvatten. De zwangere vrouw zal nauwlettend worden gemonitord om de gezondheid van de baby te waarborgen en te streven naar een veilige groei in de baarmoeder.
Vroegtijdige Bevalling
In gevallen van ernstig verminderde placentafunctie en stagnatie van de groei van de baby, kan een plan voor een vroegtijdige bevalling via inleiding of keizersnede worden opgesteld. Hierdoor kan de baby buiten de baarmoeder extra medische zorg ontvangen om aan te sterken.
Placentaloslating Tijdens de Zwangerschap (Abruptio Placentae)
De placenta is normaal gesproken stevig verankerd aan de baarmoederwand. Een loslating van de placenta tijdens de zwangerschap is een zeldzame, maar ernstige complicatie (ongeveer 2 op 1000 zwangerschappen) die onmiddellijke medische aandacht vereist. De baby kan zuurstoftekort oplopen, en bij de moeder kan er sprake zijn van aanzienlijk bloedverlies.
Symptomen van Placentaloslating
De meest voorkomende symptomen zijn:
- Plotselinge, hevige buikpijn die aanhoudt.
- Een keiharde baarmoeder, meer dan bij normale harde buiken.
- Bloedverlies uit de vagina (niet altijd overvloedig).
Bij het ervaren van deze symptomen is het cruciaal om onmiddellijk de verloskundige te bellen. Een gedeeltelijke loslating kan mildere symptomen en gevolgen hebben.

Medische Interventie bij Placentaloslating
Bij verdenking op placentaloslating wordt de vrouw naar het ziekenhuis verwezen voor onderzoek, waaronder een echo om de positie van de placenta te beoordelen en een CTG om de conditie van de baby te monitoren. Bij bevestiging van een volledige loslating zal een spoedkeizersnede worden uitgevoerd om het risico op zuurstoftekort bij de baby en bloedverlies bij de moeder te minimaliseren.
Problemen met het Loslaten van de Placenta na de Bevalling
Na de geboorte van de baby trekt de baarmoeder samen, wat normaal gesproken leidt tot het loslaten van de placenta binnen dertig minuten. Soms kan dit proces langer duren. Bloedverlies na de geboorte stopt zodra de placenta volledig is geboren. Indien er sprake is van overmatig bloedverlies of een risico daarop, kan de verloskundige medicatie toedienen om de baarmoedercontracties te stimuleren of de blaas legen om de baarmoeder meer ruimte te geven. In ernstige gevallen kan medische hulp in het ziekenhuis nodig zijn, variërend van medicatie en voorzichtig trekken aan de navelstreng tot chirurgische verwijdering van de placenta. Een zeldzame oorzaak van het niet loslaten is placenta accreta, waarbij de placenta in de baarmoederwand is ingegroeid.
tags: #verkalking #placenta #39 #weken