De Geboorte van een Iconische Afvalbak
Holle Bolle Gijs, de iconische afvalbak in de vorm van een figuur uit een kindervers, is een bekend en geliefd onderdeel van de Efteling. Deze vrolijke eter kan ontzettend veel afval consumeren, maar lijkt altijd honger te hebben. Momenteel staan er in de Efteling elf van deze afvalbakken, waaronder ook enkele in de vorm van andere figuren. De meeste Holle Bolle Gijzen roepen bezoekers op om papier te deponeren met de leus "Papier hier!". Het afval wordt via een gat, meestal in de vorm van een open mond, naar binnen gezogen door een luchtzuigsysteem en afgevoerd naar een voor het publiek onzichtbare container. Na het nuttigen van het afval bedankt de Gijs de bezoeker, meestal met een vriendelijk "Dank u wel!".

De Grondleggers en de Ontstaan van het Probleem
De grondleggers van het Sprookjesbos, dat in 1952 de deuren opende, waren Anton Pieck en Peter Reijnders. Reijnders was verantwoordelijk voor de technische realisatie, terwijl Pieck de ontwerpen verzorgde. Samen creëerden zij fantasievolle uitbeeldingen van sprookjes en sprookjesfiguren, zoals de Sprekende Papegaai, de Put van Vrouw Holle, de Rode Schoentjes, de Muzikale Paddenstoelen, Ezeltje Strek Je en de Stenen Kip.
Eind jaren vijftig, met de stijgende bezoekersaantallen, begon rondslingerend afval een groeiend probleem te vormen voor het park. Anton Pieck had eerder al de Klein Duimpje-prullenmanden ontworpen, met de tekst "Papier hier!" om bezoekers aan te moedigen hun afval correct te deponeren. Desondanks bleek dat, met name nabij de ijs- en snoepverkooppunten, er meer afval op de grond lag dan in de manden.
Innovatieve Oplossingen: Van Varken tot Holle Bolle Gijs
Met veel fantasie en psychologisch inzicht zetten Pieck en Reijnders zich aan het denken over een oplossing. Pieck tekende een pratende houten vuilnisemmer waaruit, bij het openen van het deksel, een vriendelijk "Dank u wel!" klonk. Ondertussen bedacht Henk Knuivers, Chef Technische Dienst, hoe een bedankende afvalbak technisch werkzaam zou kunnen zijn. In zijn vrije tijd werkte hij aan een concept: een bosvarken dat met een open bek op afval wacht, hetwelk door middel van een krachtige zuigkracht in de bek verdwijnt, waarna een kabouter op de rug vriendelijk bedankt.
Pieck en Reijnders waren zeer enthousiast over dit idee. Het voorstel was om het varken te plaatsen bij het verkooppunt waar de meeste rommel achterbleef. Er werd gesproken over het plaatsen van het varken in een kooi met tralies en het toevoegen van een knorrend geluid. Pieck bedacht tevens alternatieven, waarbij de dierenwereld hem inspireerde.
Terwijl Knuivers de techniek verder ontwikkelde, kwamen Pieck en Reijnders op het idee om een gezellige dikkerd uit een bekend kinderversje te gebruiken als de uiterlijke vorm van het nieuwe afvalsysteem: Holle Bolle Gijs. Gijs sprak meer aan om gevoerd te worden en paste bovendien goed in de sprookjeshoek. Lui hangend op een laag deurtje spoorde hij gasten aan hem iets te geven, om daarna vriendelijk te bedanken.

De Testfase en de Officiële Introductie
In september 1958 had Knuivers de techniek voldoende ontwikkeld voor een mobiel exemplaar in het park. Op 9 september werd dit proefmodel geplaatst om de reactie van gasten, en met name kinderen, op de vriendelijke schrokop te testen. De afwerking van dit eerste exemplaar, destijds H.B.G. genoemd, was praktisch gereed, maar de plaatsing en de bijkomende werkzaamheden in het hoogseizoen bleken niet ideaal. Bovendien was het nog een proefobject waarvan de geschiktheid moest blijken.
De proef-Gijs bleek echter zo populair dat kinderen, nadat ze al het afval hadden opgeruimd, begonnen met het plukken van de bladeren van de heg naast Gijs, waardoor het hegje snel kaal werd en Gijs overbelast raakte. Het effect van Holle Bolle Gijs was enorm, terwijl de investering verwaarloosbaar was. Een begroting van ƒ 700,- voor het bouwwerk werd goedgekeurd, en het bouwen kon worden opgenomen in het werkschema.
W. Knuivers werkte na de test verder aan Gijs in de werkplaats tot er een parkwaardig exemplaar stond. Het hegje werd ondertussen vervangen door een stalen hekwerkje en het huisje werd gemetseld. Op 29 maart 1959, de openingsdatum van het seizoen, werd de eerste Holle Bolle Gijs officieel in gebruik genomen. Hij werd geplaatst midden in de Speeltuin, vlakbij het horecapunt In den Hoorn des Overvloeds.
De Erkenning en de Nasleep voor Henk Knuivers
De erkenning voor het werk van Henk Knuivers bleef echter uit. Na het grote succes van zijn techniek vroeg hij om een financiële genoegdoening. Omdat Knuivers de techniek in zijn vrije tijd had ontwikkeld en er nooit formeel opdracht toe was gegeven, bleef deze helaas uit. Dit voorval zorgde ervoor dat de verhouding tussen Knuivers en de Efteling verslechterde, met uiteindelijk het ontslag van deze 'vader van Gijs' tot gevolg. Verschillende bronnen, zoals "Het Sprookje van de Efteling" en "Kroniek van een Sprookje", melden dat Reijnders en Knuivers samen de techniek hebben ontwikkeld.
De Uitbreiding van de Holle Bolle Gijs Familie
Speeltuin Gijs was acht jaar lang de enige Holle Bolle Gijs in de Efteling. Pas in juni 1967 werd een tweede papierslokker in gebruik genomen: Wagen Gijs. Deze beeldt het eerste deel van het kindervers uit door in een huifkar te zitten, omringd met lekkernijen. Wagen Gijs werd geplaatst bij het nieuwe horecapunt Kogeloog op het pleintje bij Langnek. Peter Reijnders sprak de stem in en liet de Gijs bedelen om papier, waarna hij in verschillende talen bedankte.
In september 1967 bedacht Pieck een Gijs als dronkaard, met zeven tonnen bier naast zich, om een andere regel uit het vers uit te beelden. Dit werd als te jolig beschouwd, waarna besloten werd om als alternatief een Gijs te maken naar de laatste tekstregels van het vers: in bed, klaarwakker. Door het succes van Wagen Gijs werd echter besloten om het afvalprobleem bij alle (nieuwe) verkooppunten van friet en versnaperingen in het park op te lossen door ze van een Gijs te voorzien.
Naar een idee van Peter Reijnders werden de kinderen van de familie Gijs uitgebeeld, "omdat deze in alle vormen en leeftijden te plaatsen zijn". Anton Pieck schetste als eerste een baby, waarbij Reijnders een pop bedacht die kon lachen en huilen. In 1969 werd tevens een duplicaat gemaakt van Speeltuin Gijs voor de actie "Rotterdam Schoon Schip". Na afloop van dit evenement keerde de Gijs terug in de Efteling en werd vervolgens her en der in het park ingezet om de lokale behoefte aan een vaste Holle Bolle Gijs te testen.

Verdere Ontwikkelingen en Variaties
Aan het einde van dat jaar werden bij de uitbreidingsplannen door de directeur nieuwe Gijzen besproken. In de notulen staat vermeld: "rekening gehouden dient te worden met verdere uitwerking van verschillende Gijzen". Opa Gijs kwam in 1970 in de wat lugubere versie van een grafsteen op het Herautenplein, naast het vijf jaar eerder geopende horecapunt. Datzelfde jaar verscheen de moeder van het gezin bij de Smulpaap. Het afvalprobleem was daar zo groot dat er een dubbele Gijs van werd gemaakt: Moeder zelf slikte geen papier, maar op haar schoot zat de Tweeling Gijs.
Het idee om een dier te gebruiken als afvalbak was toen nog niet van tafel. Reijnders opperde het idee voor een Gijs bij de Kanovijver in de vorm van een zeemeermin met vier vissen, waarna Pieck schetsen maakte voor een wijzende kabouter te midden van vier vissen. Dit inspireerde Ton van de Ven tot zijn eerste Gijs-ontwerp in de vorm van een grote vis met een wijzende kobold op zijn rug.
In juni 1972 vroegen de technische medewerkers zich af of er niet al te veel Gijzen in het Sprookjesbos stonden, aangezien er plannen waren om het nieuwe horecapunt In de Noordpool, tussen Roodkapje en de Rode Schoentjes, van een Holle Bolle Gijs te voorzien. Anton Pieck ontwierp vervolgens een figuur die meer gethematiseerd was naar het verkooppuntje (althans, de naam ervan), in plaats van weer een nieuw familielid van de Gijzen. Het werd een zeerover met een houten been, streng wijzend naar zijn kanon (een aanvullend idee en ontwerp van Ton van de Ven) waar het afval in gestopt kon worden om daarna bedankt te worden met een luide knal. Kapitein Gijs werd in 1973 geplaatst aan de rechterzijde van het etablissement.
Het duurde daarna vijf jaar voor er weer een Gijs in de Efteling bijkwam. Hoewel Van de Ven inmiddels stevig de ontwerpscepter zwaaide in het park, werden de jaren '70 afgesloten met een nieuwe Gijs van Anton Pieck: Geeuwende Gijs, naar oorspronkelijk ontwerp van de meester, vond in dit jaar zijn plek in het park.
De Jaren Tachtig en Negentig: Diversificatie en Vernieuwing
De directie zag in de jaren tachtig geen belang meer in het voorzien van ieder nieuw horecapunt van een eigen Gijs. Toch ontwierp Ton van de Ven al in 1984 weer een papierslokker: de excentrieke Inca Gijs, die prima paste in het decor van de naastgelegen attractie de Piraña en tevens zijn oude Visje Gijs verving. Het beeld van de vis keerde twee jaar later terug op een sokkel in het midden van de Wensbron.
Aan het einde van de jaren tachtig werd de laatste Holle Bolle Gijs in de vorm van een vriendelijke dikkerd geplaatst. De Gijzenpopulatie bleef tot het jaar 2000 constant, totdat in dat jaar Baby Gijsje van zijn sokkel werd gehaald. Door het verdwijnen van het Stationskoffyhuis en de daarbij horende attractie het Kinderspoor, stond de Gijs in een stille hoek van het park en werd daarom nog amper gebruikt. Gijsje was vanaf december 2003 in roestige versie terug te vinden in het Wonder Depot. In 2007, bij de opening van de nostalgische speeltuin Kindervreugd, keerde de zuigeling terug in een compleet nieuwe gedaante. Anders dan bij andere Gijzen was er bij opening geen horeca in de buurt om het afvalprobleem van te verhelpen; de geplande ijskar in de speeltuin kwam er nooit. De functie van deze Gijs was hier dan ook nihil.

Moderne Gijzen en Verdwijnende Figuren
Dat kan ook jarenlang gezegd worden van Kapitein Gijs en Wagen Gijs, wier verkooppunten respectievelijk eind jaren zeventig en in de jaren nul gesloten werden. Later kwam dit voor beide Gijzen goed door verplaatsing en heropening.
De meest recente papierslokker is Nijltje in het Teiltje (ook wel Hippo Gijs genoemd), ontworpen door Henny Knoet. Het paarse zingende nijlpaard in bad, vergezeld van zijn badeendje, kwam in 2002 in de speeltuin de Kleuterhof naast het Café-Restaurant. Kapitein Gijs moest het veld ruimen toen in 2015 op zijn plek het sprookje Pinokkio werd gebouwd. De nis werd hergebruikt als achtergrond voor Kat en Vos en staat er dus nog steeds. De Kapitein zelf verhuisde naar Ruigrijk, waar tot dan toe nog geen enkele Gijs te vinden was. Hij werd hier in april 2016 geplaatst in een nieuw decortje tegenover De Kombuys naar ontwerp van Jeroen Verheij.
Als de omgeving van Tiroler Gijs in 2020 op de schop ging - de Bob werd Max & Moritz en De Steenbok werd Frau Boltes Küche - bleef deze Gijs behouden maar werd wel in de context van het Max & Moritz-verhaal geplaatst. Hij heet vanaf nu Oompje Gijs, de oom van de bengels die volgens het oorspronkelijke verhaal wakker gehouden wordt door de meikevers die Max en Moritz in zijn bed verstoppen. In september 2022 werd het Spookslot gesloopt en moest het erachter liggende nautische plein met daarop Matroos Gijs plaatsmaken voor een nieuw griezel-themagebied waar de matroos niet meer in paste. Matroos Gijs werd dan ook verwijderd.
Familieleden zonder Afvalfunctie
Naast de hierboven genoemde Holle Bolle Gijzen die om papier roepen en dit ook eten, zijn er ook een aantal familieleden die geen afval tot zich nemen. Van 1981 tot 2004 was een deel van de familie Gijs uitgebeeld op een decor bij een spel in de Game Gallery. Bij de Holle Bolle Ballentent was het de bedoeling om zes punten te scoren door een bal in één van de monden van de familie Gijs te werpen. Hiervoor waren grote panelen gemaakt, met daarop in reliëf uitgewerkte koppen van Opa Gijs (met snor!), Moeder Gijs, de Olycke Tweelingh, Speeltuin Gijs en een hondje dat verder in het park nergens terug te vinden is. Bovenop de kraam was een bord geplaatst met daarop twee ballende Gijzen en de naam van het spel. De hele kraam was naar ontwerp van Ton van de Ven.
Op het Sprookjesstation dat in 1999 samen met een nieuwe remise voor de Stoomtrein werd geopend, is Holle Bolle Gijs één van de wachtende sprookjesfiguren. Hij zit op een bankje naast een kabouter, die hij door zijn gewicht omhoog laat wippen. Gijs kijkt vervolgens verbaasd naar de kabouter. Het hele schouwspel is enkel vanuit een voorbijrijdende trein te bekijken.
Jubileumtentoonstelling en Winters Aankleden
In 2009 en 2010 werd in het Efteling Museum een expositie gehouden ter ere van het vijftigjarig bestaan van Holle Bolle Gijs, waarbij er een versie werd gemodelleerd van Speeltuin Gijs met compleet lichaam, gezeten aan een grote tafel met feestmaaltijd. Na de tentoonstelling verdween deze Gijs in de magazijnen, maar werd nog wel eens tevoorschijn gehaald als aankleding bij buffetten. Tijdens de Winter Efteling van 2011-2012 werden Geeuwende Gijs en Speeltuin Gijs voor het eerst winters aangekleed. Speeltuin kreeg een beige sjaal om, wanten aan en een plompe muts op. Geeuwende had enkel een blauwe sjaal. De kledingstukken waren bij Speeltuin niet los, maar onderdeel van de polyester Gijs. De sjaal van Geeuwende was wel een los element, maar eveneens van polyester.
De Techniek Achter het Zuigen en Spreken
Het afval wordt aangezogen door een exhauster, een automatische blazer die normaal gesproken wordt gebruikt voor een sterke blaasstraal. Bij Gijs wordt juist van de aanzuigkracht gebruik gemaakt. Bij Speeltuin Gijs staat de exhauster in een put in de grond achter het huisje. Het papier komt door een buis in een stalen mand terecht. Het is vergelijkbaar met de werking van een stofzuiger, waar het stof terecht komt in de stofzak. Omdat de mand bij de eerste Gijs niet groot genoeg is om het afval van een hele dag te verwerken, moet deze meerdere keren per dag geleegd worden.
De lucht die gezogen wordt moet echter ook weer ergens naar buiten worden geblazen. Het afvoeren van de luchtstroom gebeurt bij de meeste Gijzen op een voor de bezoeker onzichtbare plek, maar voor de vrijstaande exemplaren, zoals Speeltuin Gijs, is dit lastig. De uitblaasopening van deze bevindt zich dan vaak een eindje verderop, via een ondergrondse verbinding. De detectie van het afval gebeurt met fotocellen. Aan de buitenkant van de zuigbuis zijn twee gaten gemaakt, die tegenover elkaar zitten. In één gat is een lichtwerper gemonteerd, in het andere een fotocel. Beide zijn aangesloten op een elektronisch relais. Wanneer de lichtstraal onderbroken wordt door afval dat door de buis komt, schakelt de relais in voor 3 seconden.
De eerste Holle Bolle Gijs in 1959 was nog uitgerust met een zelfgemaakte bandrecorder die een eindeloos bandje met twee sporen bevatte. Op het ene spoor stond enkele keren "Papier hier!" en op het andere spoor "Dank u wel.". Omdat het bandje slechts 90 centimeter lang was en de hele dag langs de knoppen liep, moest er wekelijks een nieuw bandje op.