Regelmatig komt het probleem voorbij: moeders die last hebben van een dip in de melkproductie. Vaak horen we dat dit probleem zich voordoet als de baby ongeveer vier maanden oud is. Deze periode wordt de 4-maandendip genoemd.
Verschillende groeicurven: WHO vs. TNO
Allereerst is het goed om te weten dat er verschillende soorten curven bestaan om de groei van je kind bij te houden. Er is verschil tussen de WHO-curve en de TNO-curve van het consultatiebureau. De WHO-curve laat de ideale groei zien op basis van wetenschappelijk onderzoek. Voor dit onderzoek werden ongeveer 8500 borstgevoede kinderen uit zes verschillende landen gemeten en gewogen op vaste momenten in de eerste twee jaar van hun leven.
De curve die op het consultatiebureau gebruikt wordt (TNO-curve), is een ‘beschrijvende’ curve. De curve laat het gemiddelde zien van hoe een grote groep kinderen in Nederland in een bepaalde periode is gegroeid. Omdat dit gemiddelde ook veel gegevens van met kunstvoeding gevoede kindjes bevat, loopt die lijn niet ideaal: eerst niet steil genoeg, en dan rond vier maanden wordt de TNO-curve juist te steil. Een volgens de WHO-curve ideaal groeiend kindje gaat op de TNO-curve ogenschijnlijk eerst ’te hard’ en lijkt rond de vier maanden een dip te hebben. Dan kan het dus lijken alsof je baby niet goed groeit en wordt soms ten onrechte de conclusie getrokken dat je te weinig melk hebt.

Regeldagen en groeispurt
Tijdens de regeldagen worden vraag en aanbod opnieuw op elkaar afgestemd. Meestal valt de vraag van je baby naar meer voedingen samen met een groeispurt. Je baby groeit, heeft behoefte aan een grotere hoeveelheid moedermelk en regelt dat zelf door vaker te gaan drinken. Dit is normaal gedrag van je baby. Er is geen sprake van een verstoorde melkproductie.
Terugkeer naar werk en kolven
Als je na het verlof, meestal rond de drie maanden, weer gaat werken zie je soms dat rond vier maanden de productie ineens wat minder is. Dit komt waarschijnlijk omdat afkolven bij veel moeders minder stimulans geeft dan live voeden. Ook kan het zo zijn dat je minder melk afgekolfd krijgt dan dat je baby drinkt. Soms combineert het zich met zuigverwarring of is je baby gewend geraakt aan grotere porties melk die hij of zij van de andere ouder of van de oppas krijgt.
Afleiding en veranderende hormonen
Rond vier maanden kan je kindje ook afgeleid raken: hij ziet meer van de omgeving en alles is interessant. Dan kan het gebeuren dat je baby minder lang aan de borst wil drinken en de melkproductie dus wat terugloopt.
Tenslotte verandert er rond vier maanden nog iets: vanaf het op gang komen van de melk is het gehalte van het hormoon prolactine in het bloed vrij hoog. Daardoor wordt er constant melk gemaakt. Naarmate je langer voedt wordt steeds meer van de melk tíjdens de voeding gemaakt. Als de baby ongeveer vier maanden is, is het prolactinegehalte vaak zo ver gedaald dat je borsten minder of niet meer voelt ‘vol lopen’ tussen voedingen. De melk wordt geleidelijk steeds meer geproduceerd op het moment dat je kindje drinkt. Sommige moeders denken dat de niet-gespannen borsten betekenen dat ze geen melk meer hebben, en stoppen, gaan hun voedingen uitstellen of gaan kunstvoeding bijgeven. Deze laatste twee leiden tot minder melkafname en dus minder productie.

Wat te doen bij een melkdip?
De 4-maandendip is niet een op zichzelf staand iets, maar een naam die wordt gegeven aan een situatie die zich rond vier maanden kan voordoen. Een combinatie van factoren speelt hierbij een rol. Soms is het nodig een aanpassing in het borstvoedingsbeleid te doen. Soms is de zorg ook volkomen onnodig.
Stimuleren van de melkproductie
Als kersverse moeder wil je het beste voor je baby, en een goede melkproductie is cruciaal als je succesvol borstvoeding wil geven. Gelukkig zijn er manieren om een dip in de melkproductie aan te pakken.
1. Vaker aanleggen
Het lijkt misschien vanzelfsprekend, maar het regelmatig voeden van je baby is cruciaal als je jouw melkproductie wil verbeteren. Elke keer dat je kindje aan de borst drinkt, krijgt je lichaam het signaal om meer melk aan te maken. Hoe meer vraag er komt, hoe meer aanbod er komt. Ten alle tijden wordt het aangeraden om tijdens een dip in je productie de baby vaker aan te leggen. Hierbij is wel van belang dat jouw kindje ook goed drinkt. Want alleen als je kindje goed drinkt, zullen jouw borsten voldoende gestimuleerd worden. Het draait hier echt om het principe van vraag en aanbod. Hoe meer melk er gedronken wordt, hoe meer melk er wordt aangemaakt.
2. Borstcompressie
Door borstcompressie toe te passen tijdens het voeden, optimaliseer je de melkstroom en help je jouw baby om nog efficiënter te drinken. Op deze manier krijgt jouw kindje meer melk binnen en wordt jouw borst nog beter geleegd. En hoe leger de borst, hoe meer melk er weer wordt aangemaakt.
3. Wisselvoeden
Wisselvoeden, waarbij je vaker van borst wisselt tijdens een voeding, kan enorm helpen bij een lagere melkproductie. Door niet slechts één of twee borsten te geven (zoals je misschien gewend bent), maar bijvoorbeeld drie of vier (of meer indien nodig), kan je jouw kindje helpen om meer en beter te drinken. Want doordat je wisselt, heb je vaker een toeschietreflex met een krachtigere melkstroom.
4. Extra kolfsessies en powerkolven
Extra kolfsessies zijn een slimme manier om je lichaam te stimuleren om meer melk te produceren. Je kunt direct na een voeding kolven of tussen de voedingen door. Ook powerkolven (clusterkolven) is een optie. Kijk vooral wat hierin bij je past. Met het kolven creëer je extra vraag naar melk en activeer je jouw lichaam om meer melk aan te maken.
Borstcompressie
5. Controle van de drinktechniek
Is het al even geleden dat je vroedvrouw en/of lactatiekundige eens een voeding heeft meegevolgd? Soms hebben baby’s moeite met drinken of doen dat op een ‘verkeerde’ manier. Dit zorgt voor foute signalen naar de borsten toe, die niet goed leeg gedronken worden. Een correcte drinktechniek is essentieel voor een goede melkproductie.
6. Beide borsten aanbieden
Het zal meer stimuleren als je beide borsten (meermaals) aanbiedt. Dit zorgt voor extra stimulans en kan helpen om de melkproductie op peil te houden.
7. Borstvoedingsthee en supplementen
Borstvoedingsthee, vaak samengesteld met ingrediënten zoals fenegriek, kan ondersteuning bieden bij het verhogen van de melkproductie. Deze thee kan je gerust de hele dag door drinken. Er zijn ook koekjes met fenegriek verkrijgbaar die een energieboost geven en de productie kunnen ondersteunen. Sommige moeders ervaren een daling in de melkproductie vanaf de ovulatie tot de menstruatie. Het calciumgehalte in het bloed neemt in deze periode geleidelijk af en voor sommige vrouwen veroorzaakt deze calciumdaling een daling van de melkproductie. Het wordt aanbevolen om calciumsupplementen te gebruiken in deze periode.
8. Domperidon
Domperidon is een middel dat prolactineverhogend werkt, en daarmee de aanmaak van moedermelk kan stimuleren. Dit middel is via de huisarts verkrijgbaar op recept.

Andere factoren die de melkproductie kunnen beïnvloeden
De melkproductie kan ook teruglopen door andere factoren:
- Afkolven na het verlof: Minder stimulans dan live voeden.
- Zuigverwarring: Baby is gewend aan grotere porties melk van fles of oppas.
- Afleiding van de baby: Baby raakt meer geïnteresseerd in de omgeving.
- Ziekte of stress: Zowel bij moeder als baby.
- Borstontsteking of verstopte melkkanalen: Kan tijdelijk de aanmaak beïnvloeden.
- Bijvoeden met flesvoeding of kunstvoeding: Minder trek bij de borst, wat de stimulans vermindert.
- Zwangerschap: Het lichaam bereidt zich voor op een nieuwe zwangerschap, wat het verhogen van de melkproductie lastig kan maken.
Het is belangrijk om goed voor jezelf te zorgen. Neem zo vaak mogelijk de tijd om met je kindje te zitten en te genieten. Ontspanning is een belangrijke voorwaarde voor een goede melkproductie.

Wanneer professionele hulp zoeken?
Als je besluit om je kindje bij te voeden met flesvoeding of kunstvoeding, kan dat van invloed zijn op je melkproductie en het systeem van vraag en aanbod. Je baby heeft dan niet voldoende trek als hij aan de borst komt, waardoor de stimulans niet optimaal is.
Mocht het niet lukken om je melkproductie te stimuleren en loopt je borstvoeding terug, neem dan contact op met een lactatiekundige. De onzekerheid die bij een teruglopende borstvoeding komt kijken, heeft vaak te maken met de angst dat je kindje te weinig melk binnenkrijgt. Mocht het zijn dat je baby na het voeden onrustig blijft, veel huilt en onvoldoende groeit, dan kan het zijn dat hij te weinig voeding binnenkrijgt.
tags: #waar #dip #borstvoeding