Tijdens de zwangerschap kan een blaasontsteking sneller optreden. Hormonale veranderingen maken de blaas slapper, waardoor deze mogelijk niet volledig geleegd wordt tijdens het plassen. De achtergebleven urine kan een voedingsbodem worden voor bacteriën. Indien u klachten ervaart, zoals pijn bij het plassen, frequent moeten plassen, of veel harde buiken, is het raadzaam om contact op te nemen met de huisarts en verloskundige.
Wat is een blaasontsteking en hoe herken je het?
Een blaasontsteking kan tijdens de zwangerschap anders aanvoelen dan daarbuiten. Soms zijn de enige klachten regelmatige harde buiken, zonder andere specifieke symptomen. Op Thuisarts.nl vindt u uitgebreide informatie over blaasontstekingen, inclusief de oorzaken, mogelijke gevolgen voor de zwangerschap en bevalling, en veilige medicijnkeuzes tijdens de zwangerschap.
Advies bij klachten
Wanneer u één of meer van de volgende klachten ervaart, wordt aangeraden om contact op te nemen met de huisarts en dezelfde dag een potje urine af te leveren:
- Pijn of een branderig gevoel tijdens het plassen.
- Pijn onderin de buik of rug.
- Een veranderde urine: niet helder (met zwevende deeltjes) of roze (met bloed).
- Een sterke of onaangename geur van de urine.
De verloskundige kan geen onderzoek uitvoeren om een blaasontsteking vast te stellen en kan geen antibiotica voorschrijven. Wel kan de verloskundige met u meedenken over de noodzaak van een huisartsbezoek en u adviseren.
De eerste tekenen van de bevalling
Terwijl u hoogzwanger bent, vraagt u zich wellicht af hoe u kunt herkennen wanneer de bevalling echt begint. De laatste weken van de zwangerschap kunnen spannend zijn, omdat uw lichaam zich langzaam voorbereidt op de geboorte. Dit proces gaat vaak gepaard met signalen die aangeven dat de bevalling nadert. Hieronder vindt u de meest voorkomende voortekenen:
1. Indaling van de baby
Rond de 36e week merken veel zwangere vrouwen dat hun buik lager komt te hangen. Dit komt doordat het hoofdje van de baby zich in het bekken nestelt. Hierdoor kunt u weer makkelijker ademhalen, maar kunt u ook meer druk op uw bekkenbodem ervaren. Dit is nog geen startsein voor de bevalling, maar wel een teken dat uw lichaam zich voorbereidt.

2. Verlies van de slijmprop
De slijmprop sluit tijdens de zwangerschap de baarmoederhals af en beschermt de baby tegen infecties. Tegen het einde van de zwangerschap kan deze loslaten. U kunt dan wat slijmerige, soms lichtroze of bruine afscheiding verliezen. Houd er rekening mee dat de bevalling hierna nog niet direct hoeft te beginnen; dit kan nog dagen of weken duren.
3. Nesteldrang
Heeft u plotseling de drang om het hele huis schoon te maken, de babykamer in te richten of uw vluchtkoffer te controleren? Grote kans dat de bekende nesteldrang is toegeslagen. Veel zwangere vrouwen ervaren dit vlak voor de bevalling.
4. Meer (voor)weeën
Voorweeën kunnen al weken voor de bevalling beginnen. Ze zijn vaak onregelmatig en nemen weer af. Echte weeën worden steeds regelmatiger, pijnlijker en krachtiger. Bij twijfel kan een weeëntimer helpen om de frequentie en duur te meten.
5. Breken van de vliezen
Als uw vruchtwater breekt, bent u er bijna. Soms begint de bevalling hiermee, soms pas later. U herkent vruchtwater aan een heldere, soms wat roze vloeistof. Neem contact op met uw verloskundige of het ziekenhuis als uw vliezen breken.
6. Diarree of misselijkheid
Sommige vrouwen ervaren vlak voor of bij het begin van de bevalling wat dunnere ontlasting of misselijkheid. Dit is een natuurlijke manier waarop het lichaam zich ‘schoonmaakt’ ter voorbereiding op de bevalling.
Wanneer contact opnemen met de verloskundige?
Bij twijfel over het begin van de bevalling, kunt u altijd contact opnemen met uw verloskundige of kraamverzorgende. Neem zeker contact op in de volgende situaties:
- Regelmatige, pijnlijke weeën (elke 4-5 minuten).
- Verlies van vruchtwater.
- U voelt zich ongerust of twijfelt over wat u voelt.
De baarmoeder is een spier die samentrekt onder invloed van hormonen (oxytocines). Tegen het einde van de zwangerschap kunnen harde buiken optreden, die bij pijn als voorweeën worden beschouwd. Deze zijn noodzakelijk voor de verweking van de baarmoedermond. Voorweeën kunnen echter ook stoppen en later weer beginnen. Bij het begin van de bevalling zijn de weeën meestal nog onregelmatig en niet erg pijnlijk. Als de bevalling echt doorzet, worden de weeën frequenter, duren ze langer en worden ze pijnlijker.
Soorten weeën en ondersteuning
Tijdens de ontsluiting kunt u verschillende soorten weeën ervaren, zoals rugweeën, buikweeën en beenweeën. Het vinden van een prettige houding om de weeën op te vangen is belangrijk. Warmte en ontspanning bevorderen het proces, terwijl spanning en stress de weeën kunnen verminderen. Een warme douche of een warm bad kan helpen de scherpe randjes van de pijn te verzachten. Indien de weeën niet sterk of effectief genoeg zijn, kan ondersteuning met kunstmatige oxytocines via een infuus nodig zijn.
Het breken van de vliezen
In ongeveer 10% van de gevallen begint de bevalling met het breken van de vliezen. Vaak is het verlies van vruchtwater duidelijk. Het gebruik van een maandverband kan helpen om het op te vangen en de kleur te beoordelen. Helder vruchtwater is kleurloos of roze, vaak met witte vlokjes. Groen of bruin gekleurd vruchtwater (meconiumhoudend) betekent dat de baby in het vruchtwater heeft gepoept. Als u niet zeker weet of het om vruchtwater gaat, bedenk dan dat vruchtwater meestal continu blijft lekken bij beweging, terwijl afscheiding of urine dat niet doet. Als de vliezen overdag breken, neem dan contact op met uw verloskundige. Breken ze 's nachts en is het vruchtwater helder met ingedaald hoofdje, bel dan in de ochtend, tenzij u ondertussen weeën heeft. Bij niet-helder vruchtwater of als het hoofdje nog niet was ingedaald, bel dan direct.

Verlies van de slijmprop
De slijmprop, een geleiachtige substantie die de baarmoedermond afsluit, kan loslaten als de baarmoedermond begint te wijken. Dit gaat vaak gepaard met wat rood of bruin bloedverlies. Het verlies kan in één keer plaatsvinden of geleidelijk over meerdere dagen. Dit is een teken dat de bevalling nadert.
Bloedverlies tijdens de zwangerschap
Enig bloedverlies, met name roze of bruin, in combinatie met slijmerige afscheiding, kan duiden op het verlies van de slijmprop en een voorbereidende baarmoedermond. Echter, helderrood vaginaal bloedverlies, meer dan een half maandverband vol, vereist onmiddellijk medisch contact. Bewaar het bloedverlies indien mogelijk voor beoordeling.
De stadia van de bevalling
Een bevalling kan grofweg worden onderverdeeld in drie hoofdfasen:
1. Ontsluitingsfase
Deze fase begint met de vroege ontsluiting, waarbij de baarmoedermond begint te verwijden en te verkorten. De weeën kunnen onregelmatig zijn en variëren in intensiteit. Dit kan uren tot dagen duren. Na de vroege ontsluiting volgt de actieve ontsluiting, waarbij de weeën regelmatiger en intenser worden en de baarmoedermond zich verder opent tot ongeveer 8 centimeter. Tijdens deze fase is regelmatige controle door de verloskundige essentieel.
2. Uitdrijvingsfase
Wanneer de ontsluiting compleet is (10 centimeter), begint de uitdrijvingsfase. Dit is het moment waarop u actief perst om uw baby ter wereld te brengen. De weeën worden heviger en de drang om te persen neemt toe. Uw verloskundige of gynaecoloog begeleidt u hierbij.
3. Nageboorte
Na de geboorte van de baby volgt de nageboorte, het proces waarbij de placenta wordt uitgedreven. Dit duurt enkele minuten tot een half uur.
Voorlichtingsanimatie voor patiënten: Bevalling en vaginale geboorte
Bevallen in het ziekenhuis
Naast thuis bevallen, kiezen veel vrouwen voor een ziekenhuisbevalling, om medische redenen of persoonlijke voorkeur. Een goede voorbereiding, inclusief het inpakken van een vluchtkoffer en het bespreken van uw bevallingsplan, is hierbij belangrijk.
Samenvatting van voortekenen
Na 37 weken zwangerschap is uw baby klaar voor de geboorte. Hoewel de uitgerekende datum een indicatie is, kan de bevalling op elk moment beginnen. De volgende voortekenen kunnen erop wijzen dat de bevalling nabij is:
- Indaling van de baby: Het hoofdje van de baby daalt in het bekken.
- Meer kramp en rugpijn: Het lichaam bereidt zich voor, wat kan leiden tot pijn in liezen en rug.
- Losser worden van gewrichtsbanden: Hormonale veranderingen zorgen voor soepelere gewrichten.
- Diarree: Veranderingen in hormoonhuishouding kunnen de darmen beïnvloeden.
- Geen extra zwangerschapskilo's: Het aankomen kan stoppen of zelfs afnemen.
- Nesteldrang of extra moeheid: Een plotselinge energieboost of juist behoefte aan rust.
- Verweken en verstrijken van de baarmoedermond: Het weefsel wordt zachter en dunner.
- Verlies van de slijmprop: Een teken dat de baarmoedermond opengaat.
- Lekkende borsten: De borsten bereiden zich voor op de productie van colostrum.
- Voorweeën: Onregelmatige, pijnlijke samentrekkingen die kunnen verward worden met echte weeën.
- Breken van de vliezen: Het verlies van vruchtwater.
Andere, minder voorkomende symptomen kunnen zijn: zuurbranden, misselijkheid, overgeven of een grieperig gevoel.