Op zondag 28 januari is na een lang ziekteproces dominee Nico ter Linden op 81-jarige leeftijd overleden. Hij was een van de meest bekende predikanten van Nederland, naast zijn oudere broer Carel, die bekend stond als de ‘hofpredikant’. Ter Linden was van 1977 tot 1995 predikant van de Amsterdamse Westerkerk. Na zijn afscheid van deze gemeente wijdde hij zich volledig aan het schrijven van Het verhaal gaat…, een hervertelling van Bijbelse verhalen, uitgebracht in zes delen door uitgeverij Balans. Hij omschreef dit werk zelf als een ‘kinderbijbel voor volwassenen’.
Nico ter Linden was een begenadigd verteller, gezegend met de gave van het woord en een vlotte pen, vaak doorspekt met een flinke dosis humor. Vele jaren schreef hij de column Kostgangers in het dagblad Trouw, waarin veel pastorale juweeltjes te vinden zijn. Deze columns werden gebundeld in tien boekjes.

Een leven gewijd aan het woord en het geloof
De familie Ter Linden was afkomstig uit een elitair, hervormd patriciërsmilieu. Beide opa's van Nico waren predikant, en hun grootvader van moederszijde, dominee Ledeboer, had contacten met koningin Wilhelmina. Nico vertelde dat Ledeboer een rol speelde in de drankbestrijding en door koningin Wilhelmina werd ontboden. Volgens Nico deed zijn grootvader toen het voorstel om het hele paleis droog te leggen als voorbeeld. Dominee Ledeboer speelde ook een rol in de opvoeding van de broers, waarbij hij hen bijvoorbeeld leerde hoe ze zich moesten gedragen in een restaurant en welke taal gepast was in betere kringen.
De vader van Nico ter Linden was jurist en was van 1945 tot zijn pensioen verantwoordelijk voor de bouw, het onderhoud en herstel van kerkgebouwen binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. Hoewel niet overdreven vroom, was hij wel teleurgesteld toen Nico op zondag ging voetballen en maakte hij duidelijk dat hij niet wilde dat zijn zonen met katholieke meisjes thuiskwamen.
Nico, die worstelde met de hoge verwachtingen van zijn ouders, deed negen jaar over het gymnasium. Tijdens zijn militaire dienst ontdekte hij tot zijn verrassing dat hij predikant wilde worden. Omdat hij zich in de "vreselijke, stupide soldatenwereld" als een keurige Haagse jongen ontheemd voelde, zocht hij steun bij een legerpredikant. Ter Linden vond dat hij een vergelijkbaar talent had als deze predikant: origineel zijn, kunnen voordragen, van schrijven houden en mensen liefhebben.
Studententijd en de ontwikkeling van een vrijzinnig geloof
Tijdens zijn studententijd in Utrecht leefde Ter Linden in het studentikoze isolement van de corpswereld. Maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de zwarte burgerrechtenbeweging van Martin Luther King in de VS, gingen aan hem voorbij. Hij speelde toneel met prinses Irene, die ook in Utrecht studeerde, en leerde koningin Juliana kennen. Pas toen Ter Linden al predikant was en godsdienstpsychologie ging studeren, gingen zijn ogen voor de wereld open. Hij ontwikkelde een vrijzinnig geloof.
Volgens Ter Linden bestond de hemel alleen in de fantasie, en moest het feit dat Jezus Gods zoon was en uit de dood was opgestaan, als een metafoor worden gezien. Dit beeld gebruikte hij ook in zijn boeken. Het hervormde kerkvolk was het hier niet mee eens en vond dat hij het geloof verkwanselde. Desondanks was hij populair in de Westerkerk in Amsterdam, waar hij vooral Amsterdammers uit de betere kringen aantrok, die het geloof van huis uit hadden meegekregen, maar net als hun voorganger aan alles begonnen te twijfelen.

De Bijbel als literair geschrift en de nalatenschap van Ter Linden
In een interview in 2006 in Trouw over de tien geboden, legde hij uit wat het christelijke geloof voor hem betekende. Op de vraag of hij een beeld van God had, antwoordde Ter Linden: "Ik weet heus wel dat God geen herder, rechter of vader is, maar ik houd nu eenmaal van die beelden. Anders dan in plaatjes kan ik mij niks verbeelden." Hij erkende dat zijn godsbeelden persoonlijke projecties zijn, beelden die elkaar relativeren: "Hij wreekt en Hij vergeeft. Hij is streng en Hij is mild."
Nico ter Linden vond dat er in de eredienst "nog maar weinig huiver was voor God", onder meer doordat gebeden min of meer uit de losse pols werden uitgesproken. Hij stelde dat voorgangers die Bijbelse verhalen letterlijk vertellen, misbruik maken van Gods naam door het plat te vertellen. Hij werd voor zijn uitleg van de Bijbel uitgemaakt voor een ketter en de antichrist, maar erkende dat predikanten de hand in eigen boezem moeten steken. Hij vond dat wat theologisch al ruim een eeuw bekend was, nog steeds niet, of gebrekkig, op de kansels werd gebracht.
Op de televisie was op zondag 4 februari een uitzending van de EO te zien met de titel Het Verhaal gaat verder - de nalatenschap van dominee Nico ter Linden. De Amsterdamse doopsgezinde predikant Henk Leegte, een leerling van beide broers Ter Linden, duidde die nalatenschap. Kern ervan is dat de Bijbel vooral als een literair geschrift geleerd moet worden lezen, en niet als Bijbelse geschiedenis. Belangrijker is om het beeldend karakter van de verhalen te ontdekken. Als het Evangelie vertelt dat Jezus over het water liep, zal geen enkele wijze pastor gelovigen verhinderen dat verhaal letterlijk te verstaan. Door zó de Bijbelse verhalen te hervertellen, hebben vele mensen die er weinig of niets meer mee konden, ze herontdekt en als nieuw beleefd.
Uitvaart en herinneringen
Vanuit een verbondenheid met het Utrechts theologisch gezelschap, waarvan zowel Nico als Carel Ter Linden lid waren, woonde de schrijver de uitvaart van Nico bij in de tot de laatste stoel bezette Westerkerk op zaterdag 3 februari. Hij had het voorrecht om lid te zijn van dit gezelschap en de nog levenden komen jaarlijks een keer bij elkaar.
De schrijver herinnert zich dat zijn vader uit de serie Het verhaal gaat las, waarin Nico ter Linden Bijbelverhalen opnieuw vertelt. Hij deed dat zo aanstekelijk dat zijn katholieke buurvrouw erdoor werd aangestoken en de zes delen ook aanschafte. Er was kritiek op deze delen, met name omdat Ter Linden bij de hervertelling van de Oudtestamentische verhalen zijn oor niet te luisteren had gelegd bij de rabbijnen. Vanaf dat moment ging hij dat wel doen, wat de verhalen ten goede kwam.
Een boek dat de schrijver van Nico ter Linden goed herinnert is De dag zal komen, Janus - gedachten over de dood en over de fantasie van hemel en hel (2003). De titel is ontleend aan een gedicht van François Haverschmidt. In dit boek gaat Ter Linden in op de joodse traditie, die stervelingen leert met een paar passen bij een begrafenisstoet aan te sluiten, als teken van solidariteit, ook al weet men niet wie de dode is. Hij citeert Martin Buber, die schreef dat het ons past "aan te nemen dat [de dood] het einde is van alles wat wij ons kunnen voorstellen."
De schrijver vond in Kostgangers (1981) een verhaal over een ontmoeting tussen Mozes en een herder die elke avond zijn beste melk in een kom giet en neerzet voor God. De herder veronderstelde dat God het ook opdronk, want elke morgen was de kom leeg. Mozes voelde zich genoodzaakt de herder wat wijzer te maken en zei dat God echt geen melk dronk. Een vos bleek de melk te drinken. De herder was bedroefd en Mozes terneergeslagen omdat hij de herder zijn naïeve geloof had ontnomen. Dit verhaal maakte grote indruk op de schrijver, gezien de context na het overlijden van zijn vader, en wordt gezien als tekenend voor de predikant en schrijver, die naast Bijbelkenner ook pastor was.
Op de dag dat dominee Nico ter Linden overleed, memoreerde ds. Fokkelien Oosterwijk tijdens een cantatedienst in de Westerkerk dat ze verbijsterd was toen enkele catechisanten niets van de betekenis van water in de Bijbel wisten. Want, zei ze, dat hadden haar voorganger en zij toch zo vaak verteld: het staat voor de dood. En daarom deed ze het nog eens.
Bij zijn afscheid van de Westerkerk waren alle paren uitgenodigd die hij in de loop der tijd in de echt had verenigd. Toen hij hen in de volle kerk vroeg op te staan, gaven ook de schrijver en zijn vrouw daar gehoor aan, wat een ontroerend moment was.

tags: #aankondiging #begrafenis #nico #ter #linden