Wanneer je over de markten van Marrakech in Marokko loopt, hoor je wel eens het geluid van bonzende, zoemende trommels. Dit instrument staat bekend als de bendir, ook wel de ‘doeff’ genoemd. De bendir is een traditioneel muziekinstrument dat al eeuwenlang bestaat en nog steeds wordt gebruikt in Oosterse en Noord-Afrikaanse landen, en is een veelvoorkomend element in de Marokkaanse cultuur.
De Bendir en Lijstrommels
De bendir valt onder de categorie lijstrommels. Een lijstrommel is een ondiepe, ronde trommel met een diameter van 14 tot 16 centimeter. Het instrument heeft een membraan (vel) dat strak is gespannen en wordt vastgemaakt met touwtjes of leren veters. Kenmerkend voor de meeste lijsttrommels zijn de twee snaren die onder het membraan zijn bevestigd en meetrillen wanneer er op de trommel wordt geslagen. De bendir onderscheidt zich door slechts één snaar onder het membraan te hebben. Verder is er bij elke lijsttrommel een kleine opening aan de onderkant, bedoeld om de duim in te steken voor evenwicht.
Muziek maken met één hand op dit instrument is eenvoudig: het ritme en de snelheid waarmee op de trommel wordt geslagen, zorgen ervoor dat de snaar of snaren onder het membraan meetrillen.

Factoren die de Klank Beïnvloeden
Lijstrommels zijn verkrijgbaar in verschillende groottes, waarbij de diameter en hoogte van de trommel de klank bepalen. Een bredere of diepere trommel produceert een lagere klank. Het materiaal van de trommel zelf heeft ook invloed op de klank: een houten trommel klinkt voller en warmer dan een metalen trommel, die juist helderdere en koudere klanken voortbrengt. Het materiaal van het membraan - natuurlijke huiden (geit, buffel) of kunstmatige (plastic) - is eveneens van invloed. Kunstmatige membranen klinken doorgaans krachtiger, feller en scherper dan natuurlijke vellen. Tot slot is de strakheid van het vel cruciaal voor de uiteindelijke klank.
Variëteiten van Lijstrommels en Afrikaanse Percussie
Naast de bendir zijn er diverse andere soorten lijsttrommels:
- De darbuka: een vaasvormige trommel die veel wordt bespeeld in Noord-Afrikaanse landen zoals Marokko en Algerije. Het is een karakteristiek, traditioneel Arabisch muziekinstrument dat met handen en vingers wordt bespeeld en geen snaren heeft.
- De genga: een lijsttrommel die sterk lijkt op de bendir en geassocieerd wordt met Gnawa muziek uit Marokko.
- De tabal: een tweevellige trommel uit Noord-Afrika, die aan één kant met een drumstok en aan de andere kant met de vingers wordt bespeeld. Deze trommel wordt vaak om de nek gedragen tijdens festivals en shows, en produceert een krachtig, bonzend geluid.
- Bongo's: twee kleine, aan elkaar bevestigde trommeltjes van klei, die met handen en vingers worden bespeeld en een breed scala aan pure, warme klanken kunnen produceren. Aan het kruis kunnen tevens beatringen worden gehangen die meetrillen.

De Djembe: Een Iconisch Instrument
De djembé, waarvan de eerste exemplaren dateren van rond 1200, is een geliefde trommel geworden vanwege zijn rijke schakering aan klanken, van diepe bastonen tot felle hoge tonen. Voor ervaren djembé-spelers is het een instrument waarmee ze kunnen 'spreken'.
Traditioneel wordt een djembé vervaardigd uit één stuk hout en bespannen met geiten- of antilopenhuid. Een ingenieus systeem met metalen ringen en sterk touw maakt het mogelijk het vel tot hoge spanning te brengen. Tegenwoordig worden djembés ook fabrieksmatig geproduceerd, soms van hout, soms van kunststof (fiberglass). Deze moderne varianten hebben vaak natuurvellen die via spanhaken (spanbouten) eenvoudig gestemd of verwisseld kunnen worden.
De djembé kan zittend of staand worden bespeeld. Zittend wordt de trommel tussen de benen gehouden, met de onderkant op de grond en licht naar voren gekanteld, vastgehouden met de knieën. Dit zorgt ervoor dat de onderkant open blijft voor geluidsproductie. Staand hangt de djembé aan een koord over de schouder.
Basisklanken van de Djembé
Op de djembé worden drie basisklanken onderscheiden:
- Bas (lage klank): Geslagen met de vlakke hand in het midden van het vel. Een volle bas wordt verkregen door de vingers tegen elkaar te houden en met de vlakke hand te slaan. Een felle 'attack' wordt bereikt door snel met de vingertoppen, tegen elkaar gehouden, op het vel te slaan. De klank kan gedempt worden door één hand op het vel te laten rusten terwijl de andere hand slaat.
- Toon (middentoon): Geproduceerd door met de vingers op de rand van het speelvlak te slaan, waarbij de vingers tegen elkaar gehouden zijn en de spieren lichtjes aangespannen (zonder krampachtigheid). De duimen moeten omhoog wijzen om contact met de trommel te vermijden. Deze klank is variabel en kan ook gedempt worden.
- Slap (hoge, scherpe klank): Een handeling op de drum die een hoge, scherpe toon produceert, vaak vergeleken met het geluid van een geweerschot. Dit wordt bereikt met een gekromde hand en meer druk in de vingers aan de rand van het vel. Een 'gedempte slap' wordt gespeeld waarbij één hand op het vel rust terwijl de andere hand de slap-slag uitvoert, wat resulteert in een drogere klank.
Het succesvol bespelen van de djembé hangt af van de stand van de handen en vingers, de slagtechniek en de timing waarmee de handen het vel verlaten na de slag.

Dunduns: De Basis van West-Afrikaanse Ritmes
Dunduns, of beter gezegd dundunba, betekent letterlijk 'grote trommel'. Deze stoktrommels worden vaak in combinatie met bellen (de 'kenken') bespeeld. Een complete set dunduns bestaat uit drie trommels van verschillende groottes:
- De kenkeni: De kleinste trommel met de hoogste klank, die zorgt voor een doorlopend energiek ritme.
- De sangban: De middelste trommel die de middentoon voor zijn rekening neemt en binnen bepaalde grenzen mag variëren met het ritme.
- De dundunba: De laagst gestemde trommel die zorgt voor een dragende baspartij.
Traditioneel zijn er strikte regels verbonden aan het bespelen van zowel dunduns als djembé's.

De Talking Drum en Udu
De talking drum is een instrument met een houten ketel in de vorm van een zandloper. Aan beide zijden zijn vellen gespannen, verbonden door koorden. Door de trommel onder de arm te houden en de armbeweging aan te passen, kunnen de vellen snel worden aangespannen en ontspannen, wat glissando's mogelijk maakt. Het instrument wordt bespeeld met een gebogen houten stok.
De udu is een bolvormige vaastrommel, meestal gemaakt van klei, met een gat in het midden. Door op dit gat te slaan met de hand wordt de bastoon geproduceerd, terwijl de vingers de rest van het instrument kunnen bespelen. De udu vindt zijn oorsprong in Nigeria.
Percussie in het Sociale Leven
In Afrikaanse dorpen is percussie onlosmakelijk verbonden met het sociale leven. Elke belangrijke gebeurtenis of feest wordt begeleid met zang, dans en muziek. Alles in het leven voltrekt zich in een bepaald ritme.
Bij het spelen van traditionele ritmes, met name in djembégroepen, is samenspel essentieel. De verschillende partijen zijn vaak zo gecomponeerd dat ze om elkaar heen geweven zijn, waarbij de ene partij een rust heeft terwijl de ander speelt, wat resulteert in een soort melodie. De doundouns vormen de structuur, aangevuld met begeleidingsritmes op de djembé en de solopartij. Traditionele ritmes bevatten vaak terugkerende basisritmes en variaties, waar improvisatie door de solist aan wordt toegevoegd zonder de oorsprong van het ritme uit het oog te verliezen. De solist bepaalt meestal het begin en einde van een stuk, en 'breaks' (waarbij alle spelers hetzelfde ritme spelen) worden regelmatig ingevoegd. Een 'échauffement', een kort stuk in versnellend tempo, wordt vaak door de solist gespeeld om het einde van een ritme of een onderdeel ervan aan te kondigen.
Shangana, Cultureel dorp in Zuid Afrika
Abu Swaleh: Een Passie voor Djembé
Abu Swaleh, opgegroeid in Kenia waar hij percussie speelde bij het Keniaanse nationale ballet, ontdekte na zijn komst naar Nederland in de jaren negentig dat de djembé nog niet wijdverbreid was. Hij begon lessen te geven en volgde intensieve cursussen bij meesterpercussionist Mamady Keita uit Guinee. Abu speelde jarenlang in diverse djembé- en percussiegroepen en had ook zijn eigen djembégroep. Hij benadrukt het belang van het aanleren van de achtergrond en de ontwikkeling van deze muziek, naast techniek en klanken, om zo een dieper contact met het instrument te creëren. Het samenspel en het elkaar aanvoelen zijn cruciaal voor een harmonieus geheel.
Abu's liefde voor muziek is diepgaand; hij speelt ook Afrikaanse fluit, percussie en mondharmonica en stelt dat hij zonder muziek niet zou kunnen leven. Hij ervaart het moment dat beginners na korte tijd al kunnen trommelen als zeer bevredigend, omdat het hen veel energie geeft. Zijn positieve instelling en oplossingsgerichtheid kenmerken zijn benadering.
In Kenia werd de djembé door zijn voorouders gebruikt als communicatiemiddel, bijvoorbeeld om elkaar te waarschuwen of te roepen. Pas na het bezoek van Europeanen aan het continent werd het meer een muziekinstrument.
Abu's gezin deelt zijn muzikale passie; al zijn kinderen bespelen een instrument, wat zorgt voor een levendige muzikale sfeer in huis.
