Niets is aangrijpender dan de geboorte en de dood, het begin en het einde van het leven. Als een kind vóór de geboorte, tijdens de bevalling of kort daarna overlijdt, vallen deze gebeurtenissen samen. Dit geldt ook wanneer een gewenste zwangerschap wordt afgebroken vanwege een ernstige afwijking bij het ongeboren kind. Het verlies van een kind is een van de meest ingrijpende ervaringen die een mens kan meemaken, zelfs als dit tijdens de zwangerschap of rond de bevalling plaatsvindt. Het verdriet om een overleden kind is immens, omdat alle toekomstverwachtingen in één klap verloren gaan.
Het ouderschap begint voor veel ouders steeds vroeger. Vaak praten en fantaseren toekomstige ouders al vóór de zwangerschap over hoe hun leven zal veranderen. Echoscopisch onderzoek kan het kind al vroeg in de zwangerschap zichtbaar maken, waardoor er snel een band ontstaat tussen de aanstaande ouders en de baby. Hoewel veel zwangeren in de eerste drie maanden nog rekening houden met de mogelijkheid van een miskraam, weten zij dat de kans op complicaties daarna aanzienlijk kleiner is. Vanaf de vierde maand wordt de zwangerschap steeds reëler en durven de aanstaande ouders intenser te genieten. Toch overlijdt nog steeds ongeveer één op de honderd kinderen tijdens de verdere zwangerschap of rond de bevalling.
Deze informatie is bedoeld voor ouders die hun kind tijdens de zwangerschap of rond de bevalling verliezen. Ook het vrijwillig afbreken van een gewenste zwangerschap vanwege een ernstige aangeboren afwijking of om andere medische redenen, wordt besproken. Zowel praktische als emotionele aspecten komen aan bod. Hoewel deze informatie de gesprekken met uw omgeving niet kan vervangen, kan het deze mogelijk ondersteunen. Uw familie, vrienden en kennissen kunnen deze brochure ook lezen om u zo goed mogelijk bij te staan.
Eerst worden enkele begrippen toegelicht. Daarna wordt ingegaan op de periode rond het slechte nieuws en de bevalling. Tot slot wordt de verwerking van dit ingrijpende verlies op langere termijn besproken. Aan het einde van de brochure vindt u namen en adressen van organisaties die mogelijk behulpzaam kunnen zijn, evenals titels van boeken over dit onderwerp. In de tekst worden ook citaten van ouders gebruikt (cursief gedrukt).
Enkele begrippen
Doodgeboorte
Doodgeboorte is de geboorte van een kind dat is overleden tijdens de zwangerschap (intra-uteriene vruchtdood) of rond de bevalling. Als blijkt dat het kind in de baarmoeder niet meer leeft, kunt u een spontane bevalling afwachten of kan de bevalling worden ingeleid, zodat het kind wordt geboren. Het afscheid nemen wordt dan een realiteit.
Zwangerschapsafbreking na prenatale diagnostiek
Prenatale diagnostiek is onderzoek tijdens de zwangerschap naar mogelijke aangeboren afwijkingen bij het ongeboren kind. De redenen voor dit onderzoek, de verschillende soorten onderzoek en de bijbehorende keuzes worden beschreven in de brochure 'Prenatale screening'.
Ouders die de moeilijke beslissing hebben genomen om de zwangerschap af te breken vanwege een ernstige aandoening of afwijking van hun ongeboren kind, verliezen daarmee meestal een zeer gewenst kind. Het verdriet en de verwerking van dit verlies zijn vergelijkbaar met dat van ouders van wie het kind 'spontaan' levenloos geboren wordt of kort na de bevalling overlijdt. Daarom wordt in deze brochure geen onderscheid gemaakt tussen deze situaties.
Rouw en gevoelens die u kunt ervaren
Iedereen maakt in zijn leven verliesmomenten mee. Hoewel de zwaarte en de omstandigheden verschillen, gaan deze altijd gepaard met gevoelens van rouw en verdriet. De verschillende gevoelens die u kunt ervaren, zijn niet alleen kort na het slechte nieuws aanwezig, maar komen vaak ook later nog voor.
Ongeloof, ontkenning, verdoving
De meest gehoorde reactie van ouders wanneer zij te horen krijgen dat hun kind overleden is of een ernstige afwijking heeft, is: 'Dat kan niet waar zijn!' of 'Dat overkomt óns toch niet?' Ouders willen en kunnen zich niet realiseren dat dit kind niet meer leeft, niet levensvatbaar is of een zeer ernstige afwijking heeft. Dit gevoel van ongeloof en ontkenning, dat nogal eens gepaard gaat met een gevoel van grote leegte, duurt meestal kort, maar kan ook dagen of weken blijven bestaan.
Zoeken naar een schuldige; woede en protest
Ouders zoeken vaak een schuldige voor de dood van hun kind. Dit kan iedereen zijn: de arts, de verloskundige, hun partner, de werkgever, maar ook het kind zelf of zijzelf. Ook kan hun boosheid zich richten op een hogere macht (God, het lot). De vraag naar het 'waarom' staat dan centraal. Ouders zoeken naar oorzaken voor de slechte afloop. Niet zelden hebben vooral vrouwen een gevoel van schuld of tekortschieten. Het is heel belangrijk deze gevoelens te uiten bij vrienden, familie en hulpverleners, omdat dit vaak oplucht.
Hevig verdriet
Bijna alle ouders ervaren hevig verdriet met gevoelens van wanhoop en leegte. Ze zijn intens bezig met het beeld van het dode kind en met het verlies van alle toekomstverwachtingen. Toch zijn de emoties van hevig verdriet een gezond, natuurlijk en noodzakelijk onderdeel van het rouwproces. Niet zelden treden ook lichamelijke of psychische klachten op; deze worden ook in deze brochure beschreven. Verdriet kan vaak ook later weer de kop opsteken, bijvoorbeeld rond de uitgerekende datum, op de 'verjaardagen' van het overlijden, of bij de geboorte van een kind in de nabije omgeving.
Het verloop van het rouwproces
Het verlies van een dierbare, en zeker van een eigen kind, vraagt meestal om een lange en intensieve rouwperiode. Verdriet uit zich bij ieder mens verschillend; er bestaat geen algemene manier van rouwen. Het is belangrijk dat u dit verdriet bij uzelf toelaat, het durft te ervaren en het deelt met elkaar en met anderen uit uw nabije omgeving. Dit alles heeft tijd nodig. Eerst moet u de realiteit van het verlies aanvaarden. De pijn zal aanvankelijk heel hevig zijn, maar zal gaandeweg aan scherpte verliezen. Langzamerhand krijgt uw kind een eigen plaats en kunt u het geleidelijk loslaten. Er ontstaat weer ruimte voor andere mensen, andere bezigheden en plannen voor de toekomst.

Het slechte nieuws
De mededeling
Vaak komt het slechte nieuws als een donderslag bij heldere hemel. Bij de zwangerschapscontrole blijkt de arts of verloskundige de hartslag van het kind niet te kunnen vinden. Soms is er een periode van minder leven geweest, of had u het gevoel dat er iets niet in orde was. Echoscopisch onderzoek laat dan zien dat het hartje inderdaad niet meer klopt. Ook slecht nieuws als uitslag van prenataal onderzoek komt vaak onverwacht. Hoewel het onderzoek werd gedaan in verband met een verhoogd risico op een kind met een erfelijke aandoening of aangeboren afwijking, gaan de meeste aanstaande ouders ervan uit (meestal terecht) dat de uitslag gunstig zal zijn. Voor iedereen is de mededeling een enorme schok.
In een gesprek met een arts krijgt u, voor zover mogelijk, meteen informatie over de oorzaak van het overlijden en de gang van zaken bij de bevalling. Soms is de oorzaak niet direct vast te stellen en wordt verder onderzoek verricht om aanwijzingen te vinden voor de doodsoorzaak. Ook wordt soms vruchtwateronderzoek naar een chromosoomafwijking gedaan. Bij een ongunstige uitslag van prenatale diagnostiek gaat de arts in op de gevonden afwijkingen en de gevolgen daarvan.
Het horen van het slechte nieuws roept uiteenlopende gevoelens op. De eerste reactie is er vaak een van ongeloof, zoals eerder beschreven. Sommige ouders voelen zich in een soort shocktoestand, alsof ze verdoofd of verlamd zijn: zij kunnen of willen zich niet realiseren dat het kind inderdaad dood is of een ernstige afwijking heeft. Dit is een onbewuste bescherming tegen al te grote ellende. Anderen voelen misschien direct boosheid en opstandigheid of voelen zich schuldig tegenover het kind of hun partner.
Hoe verder?
Als er geen medische reden bestaat voor een directe ziekenhuisopname, kunt u wachten tot de bevalling spontaan op gang komt. Hoe lang dit duurt, is meestal moeilijk te voorspellen: soms gebeurt het na een paar dagen, maar het kan ook een paar weken duren. Een andere mogelijkheid is het op gang brengen (inleiden) van de bevalling.
Voordat dit gebeurt, krijgt u vaak het advies nog enige tijd naar huis te gaan. Zo krijgt u de kans de eerste schok zo goed mogelijk te verwerken in uw eigen omgeving. U kunt beslissen wie u alvast wilt informeren: ouders, uw eventuele oudere kinderen, verdere familie, vrienden of bekenden. Ook kunt u met hen bespreken welke hulp of steun u op prijs stelt. Meestal zijn er ook een aantal praktische zaken te regelen, zoals uw werkzaamheden buitenshuis of de opvang van andere kinderen. Het is verstandig ook de huisarts in te lichten (of de verloskundige of gynaecoloog te vragen dit te doen).
De eerste tijd na het slechte nieuws is vaak onwerkelijk. In uw lichaam verandert er meestal niets. Sommige vrouwen hebben het gevoel dat het kind toch nog beweegt. Veel vrouwen voelen zich dan ook door hun lichaam in de steek gelaten. 'Waarom heeft mijn lichaam niet laten merken dat er iets mis was?'
De bevalling
Waarom geen keizersnede?
De eerste, zeer begrijpelijke reactie meteen na het slechte nieuws is vaak de vraag om 'zo snel mogelijk het kind eruit te halen', het liefst via een keizersnede. Het idee om een dood kindje te dragen of een 'gewone bevalling' te moeten doormaken, is vaak ondraaglijk. 'In een opwelling zei ik: snij me maar open en haal het kind eruit. Verder wil ik hier niets mee te maken hebben. Gelukkig hebben de artsen mij snel op andere gedachten gebracht.' Medisch gezien is een onnodige operatie niet verantwoord. De ervaring leert dat een bevalling via de natuurlijke weg belangrijk is voor het rouwproces. De geboorte beleeft u als werkelijkheid en niet als iets wat u vaag overkomt. Sommige moeders houden aan de bevalling ook het gevoel over écht iets voor hun kind gedaan te hebben.
'De bevalling is een mooi moment geweest, fijn dat je alles kon doen zoals je het zelf wilde. Je beseft dat je pijn moet hebben, maar tegelijkertijd is er het gevoel: ik doe iets voor dit kind, niet alleen emotioneel maar ook lichamelijk.'
Heel soms zien moeders/ouders toch erg op tegen een bewust meegemaakte bevalling. Goed overleg met de behandelend arts(en) en eventueel andere hulpverleners (zoals de maatschappelijk werker van de afdeling) is hier van het allergrootste belang om, indien gewenst, te zoeken naar andere wegen en oplossingen voor het verloop van de afbreking.
In het ziekenhuis
Als de bevalling uit zichzelf begint, als u besluit tot een inleiding of als er een medische noodzaak bestaat, wordt u in het ziekenhuis opgenomen. U bevalt in een zogeheten verloskamer, een kamer op de afdeling verloskunde of op een andere afdeling, meestal gynaecologie. Dit verschilt per ziekenhuis. Bijna altijd krijgt u een aparte kamer, waar uw partner ook bij u kan zijn. Het horen of zien van pasgeboren kinderen op een verloskundeafdeling is vaak pijnlijk, maar u krijgt er ook na ontslag uit het ziekenhuis mee te maken.
Als de weeën worden opgewekt, gebeurt dit door middel van een infuus met medicijnen (prostaglandinen) of met vaginale tabletten (Misoprostol). Meestal vindt de bevalling binnen 24 uur plaats, maar twee dagen wachten is niet ongebruikelijk. Vooral bij een korte zwangerschapsduur kan het een enkele keer nog langer duren. Dit betekent niet dat u de hele tijd pijnlijke weeën heeft. Vaak duurt het een tijd voor ze op gang komen. Over het algemeen krijgt u pijnstillende middelen als u daarom vraagt. Het is belangrijk dat u zelf op tijd aangeeft wanneer de pijn te hevig wordt. Er zijn verschillende middelen om de pijn te verlichten: tabletten of een injectie (prik) met pethidine. Vaak wordt u van zo’n prik wat slaperig. In veel ziekenhuizen bestaat ook de mogelijkheid van een ruggenprik (epidurale of peridurale anesthesie). Het onderste deel van uw lichaam wordt verdoofd, maar u maakt de bevalling bewust mee.
Bij een ingeleide bevalling met prostaglandinen of Misoprostol verloopt de ontsluiting (het opengaan van de baarmoedermond) vaak anders dan bij een gewone bevalling. Lange tijd lijkt er nauwelijks iets te gebeuren, en dan vrij plotseling is er sprake van volkomen ontsluiting en persdrang. Als het kind erg klein is, kan dit betekenen dat de arts net te laat is om bij de bevalling aanwezig te zijn. Een verpleegkundige staat u dan zolang bij. Niet zelden blijft na afloop de placenta (moederkoek) in de baarmoeder vastzitten, zeker als de zwangerschap nog niet zo ver gevorderd was. De gynaecoloog maakt dan de placenta tijdens een (korte) narcose op de operatiekamer los.
Een bevalling thuis
Als u van plan was thuis te bevallen en het kind rond de uitgerekende datum overlijdt, kunt u in overleg met de verloskundige thuis bevallen. U heeft dan wel eerst een gesprek met een gynaecoloog. Een thuisbevalling kan niet worden ingeleid. Ook is pijnstilling over het algemeen niet mogelijk. Na de bevalling kan uw kind wel in het ziekenhuis worden onderzocht (obductie of sectie).
De rol van de partner
De partner maakt de bevalling ook mee. Alleenstaande vrouwen kunnen een dierbare vriend of vriendin meenemen. In de meeste ziekenhuizen krijgt u samen een kamer met twee bedden, zodat u tijdens de hele opnameduur bij elkaar kunt zijn. Partners voelen zich soms overbodig, onzeker en ook machteloos. Naast hun eigen verdriet moeten zij toezien hoe hun geliefde pijn lijdt. Mannen denken soms dat zij de sterke figuur moeten zijn, maar het is belangrijk dat ook zij hun emoties tonen en delen.
Overlijden van uw kind tijdens de bevalling of kort daarna
De dood van een kind tijdens de bevalling is, net als het overlijden tijdens de zwangerschap, een onverwachte gebeurtenis. Soms is de zwangerschapsduur te kort, en is het kind niet levensvatbaar. In andere gevallen is er sprake van een medische complicatie die niet goed te voorzien of te voorkomen was. Als de zwangerschap voorspoedig verliep, is dat wel het laatste wat u verwacht had. Het verdriet is even groot als bij het overlijden van een niet-geboren kind.
Het contact met uw overleden kind
Kennismaken en tegelijkertijd afscheid nemen: er is geen situatie te bedenken waarbij dit meer speelt dan bij de geboorte van een levenloos kind. U heeft maar weinig tijd om beelden en herinneringen vast te leggen. De hulpverleners in het ziekenhuis zullen u hierbij steunen. 'Als je zwanger bent, denk je toch niet na over dit soort dingen? Je weet echt niet wat nou allemaal belangrijk is en wat mogelijk is.'
Het zien en vasthouden van uw overleden kind is een van de mogelijkheden om een zo goed en duidelijk mogelijk beeld van uw kind te krijgen. 'Je kunt 't maar één keer doen en overdoen is niet meer mogelijk. Daarom is het goed om hierover van tevoren te praten om alles te doen zoals jij dat wilt. Dan kun je daar later ook geen spijt van krijgen.' De meeste ouders vinden achteraf dat hun kind er in werkelijkheid mooier uitzag dan zij hadden verwacht. Dat het kind bijvoorbeeld haartjes en nageltjes heeft, maakt diepe indruk en ontroert zeer. Veel ouders genieten ervan in het kind gelijkenissen te zoeken met zichzelf of hun andere kinderen. Vaak leidt dit ondanks het grote verdriet tot een gevoel van trots.
'Hij lag zo rustig dat het leek alsof hij sliep. Op een gegeven moment dacht ik zelfs dat hij met zijn oogjes knipperde. Je wilt er gewoon het leven inkijken.'
Ook als uw kind zichtbare afwijkingen heeft, kunt u het vasthouden of aanraken. U zult achteraf toch proberen u een voorstelling te maken en meestal is de werkelijkheid minder erg dan verwacht. Veel ouders die het aanvankelijk eng vonden, vertellen achteraf dat hun gevoel positiever werd, naarmate zij het kindje langer bekeken. Soms zijn er gemengde gevoelens, al heeft het zien van het kind voorkomen dat zich ergere fantasiebeelden opdrongen. 'Je gaat toch naar de mooie dingen van zo’n kindje kijken, en die hou je in gedachten.'
Als een kind enkele dagen overleden is, laat de huid los (maceratie). Ook de schedel is vaak erg slap. 'Ons kind was erg gemacereerd en daarom echt niet mooi om te zien. Soms is het bij het afbreken van een gewenste zwangerschap belangrijk dat u ziet dat de voorspelde afwijkingen er ook echt zijn en dat u dus een ‘goede’ beslissing heeft genomen. Het gebeurt tegenwoordig nauwelijks meer dat ouders hun kindje niet zien. Vroeger raadde men het zien vaak af omdat men dacht dat het beter was. Velen hebben daar jaren later nog spijt van: 'Ik heb niet eens gezien of het wel echt een meisje was...'

Om nog meer contact met uw kind te hebben, kunt u het zelf wassen of erbij zijn als de verpleegkundige dat doet. Ook kunt u zelf voor kleertjes of een omslagdoek zorgen, een mooie geborduurde doek, een lievelingssjaal of iets dat u bij de bevalling droeg. Vraag naar de mogelijkheden. Het is belangrijk uw gevoel te volgen. Het is goed dat uw andere kinderen en enkele dierbaren uw kind ook zien. U kunt er later dan gemakkelijker over praten.
Uit onderzoek blijkt dat een kleine groep ouders meer gebaat zou kunnen zijn bij een meer 'afstandelijke' manier van afscheid nemen. Zij zijn bang voor de directe confrontatie met hun kind en willen het afscheid op een andere manier vormgeven. Door bijvoorbeeld alleen echofoto’s te bewaren en via schriftelijke informatie de geboorte en het overlijden van hun kind te documenteren.
Onderzoek naar de doodsoorzaak
Er zijn verschillende onderzoeken waarmee de oorzaak van overlijden kan worden onderzocht. De meest voorkomende onderzoeken worden hieronder beschreven. De uitkomsten kunnen belangrijk zijn voor de kans op herhaling in een volgende zwangerschap.
Obductie
Om te achterhalen waaraan uw kindje is overleden, kunt u obductie laten doen. Obductie bestaat uit uitwendig en inwendig onderzoek. Bij het uitwendig onderzoek bekijkt de arts (patholoog) uw kind en worden lengte en gewicht bepaald. Bij het inwendige onderzoek worden de borst- en buikholte en eventueel de schedel opengemaakt. De arts kijkt of de organen normaal zijn en neemt weefsel weg uit verschillende organen voor nader onderzoek. De schedel, buik- en borstholte worden zorgvuldig gesloten en met een pleister bedekt.
Chromosoomonderzoek
Als de gynaecoloog vermoedt dat er sprake kan zijn van een chromosoomafwijking, kan chromosoomonderzoek worden gedaan. Chromosomen zijn dragers van erfelijke informatie. Meestal wordt er een stukje weefsel onderzocht, bijvoorbeeld een stukje van een oorschelp, van een teentje of een stukje weefsel van het bovenbeen. Dit onderzoek gebeurt alleen als u daar toestemming voor geeft. Houd er rekening mee dat het niet altijd lukt om een chromosoomafwijking te vinden.
Eigen keuze
Het is uw beslissing of u toestemming geeft voor verder onderzoek. Uw wensen staan voorop.
Praktische zaken regelen
Tijdens deze zware periode is het moeilijk om praktisch na te denken. Toch zijn er dingen die u moet regelen. Er zijn wetten en regelingen rond de geboorte van een levenloos kindje. Dit is niet makkelijk, toch kan het ook kracht geven om alles goed te regelen voor uw baby. U hoeft dit niet alleen te doen; er zijn verschillende organisaties die hulp bieden. Uw arts kan u hier meer over vertellen.
Kindje aangeven
De aangifte bij de gemeente is erg dubbel als uw kindje doodgeboren wordt. Aan de ene kant is het confronterend, aan de andere kant bevestigt u het bestaan van uw baby. Dit kan prettig voelen en helpen bij het leren omgaan met uw verdriet. Hoe de aangifte werkt, is afhankelijk van de zwangerschapsduur bij de geboorte.
Geboren na 24 weken zwangerschap
Is uw kindje ná 24 weken zwangerschap overleden in de baarmoeder? Dan bent u wettelijk verplicht aangifte te doen bij de gemeente. Soms kan het ziekenhuis u daarbij helpen. U ontvangt een bewijs, de akte van geboorte (levenloos). Dit heeft u bijvoorbeeld nodig voor uw uitvaartverzekering, om een officiële uitvaart te regelen. Wilt u dat uw kind in de Basisregistratie Personen (BRP) wordt opgenomen? Dan moet u hiervoor een apart verzoek indienen bij de gemeente. U heeft daarvoor de akte van geboorte uit het ziekenhuis nodig. U moet zelf ook in het BRP staan ingeschreven. Uw kindje wordt dan bijgeschreven in het dossier van één of beide ouders.
Leefde uw baby nog na de geboorte, maar is hij (kort) daarna overleden? Dan wordt hij bij aangifte automatisch in het BRP opgenomen. Het is dan niet nodig om hier een apart verzoek voor in te dienen. Bij twijfel kunt u de gemeente om hulp vragen.
Geboren voor 24 weken zwangerschap
Is uw baby vóór 24 weken overleden? Dan mag u zelf kiezen of u aangifte doet. Sinds 2019 mag u ook uw kindje aangeven bij de Basisregistratie Personen als hij overlijdt voor de 24e week van de zwangerschap. Dit is ook mogelijk als uw baby voor 2019 is overleden. Uw kindje wordt dan alsnog ingeschreven bij de gemeente.
Uitvaart
Het houden van een uitvaartceremonie is natuurlijk erg verdrietig. Toch kan dit een goede manier zijn om afscheid te nemen. Een uitvaart is verplicht als uw baby na meer dan 24 weken zwangerschap overlijdt. Vaak kunt u hiervoor uw eigen uitvaartverzekeraar bellen. Zij helpen u met het regelen en de kosten van een begrafenis of crematie. Komt uw kindje eerder dan 24 weken levenloos ter wereld? Dan mag u zelf kiezen of u een uitvaartceremonie wilt houden.
Zwangerschapsverlof
Het is erg verdrietig dat u na uw bevalling uw kindje moet missen. Hoewel uw kindje er niet is, heeft u nog altijd recht op zwangerschapsverlof. Dit is fijn, omdat u zo tijd heeft om te rouwen, u rust te nemen en lichamelijk te herstellen van de bevalling. De kans is groot dat u na deze periode nog niet klaar bent om te werken. Het is heel normaal als u langer nodig heeft. Het kost tijd om weer op de been te komen na het verlies van uw baby. Is dit bij u het geval? Overleg dan met uw werkgever en het UWV over extra (ziekte)verlof.
Tips bij rouwen
Iedereen gaat anders om met verlies. Het is helemaal niet vreemd om u lange tijd verdrietig, leeg of boos te voelen. Rouwen is een proces waar u doorheen moet. U kunt niets doen om het te versnellen. Wel is het belangrijk om goed voor uzelf te zorgen. Deze tips kunnen daarbij helpen:
- Probeer een ritme aan te houden. Het kan verleidelijk zijn om de hele dag in bed te blijven. Dit is echter niet verstandig, want het brengt uw biologische klok in de war, wat depressieve klachten tot gevolg kan hebben. Probeer daarom na verloop van tijd uw normale ritme weer op te pakken. Eet op regelmatige momenten en ga op een vast tijdstip naar bed.
- Zorg voor voldoende ontspanning. Probeer dingen te vinden waar u plezier aan beleeft, hoe moeilijk dat ook is. Dit hoeven geen grote dingen te zijn. Een warme douche, knuffelen met een huisdier of een wandeling kunnen al wat troost en ontspanning geven.
- Praat over uw gevoelens. Het is soms moeilijk om over uw emoties te praten, maar het kan ook erg opluchten. Door uw gevoelens uit te spreken, kunt u ze makkelijker toelaten en een plek geven. Daarnaast helpt een goed gesprek vaak om u minder eenzaam te voelen.
- Gebruik liever geen verdovende middelen. Alcohol, drugs en medicijnen kunnen de pijn tijdelijk verzachten, maar niet laten verdwijnen. Door uw gevoelens te onderdrukken, vertraagt u ook het verwerkingsproces. Probeer dit soort middelen daarom liever te laten staan.
- Bekijk herinneringen. Bewaar wat herinneringen aan uw kindje, zoals de navelklem, een lok haar of een paar mooie foto’s. Iets tastbaars dat u met uw baby verbindt, kan veel troost bieden.
- Zoek een uitlaatklep voor uw verdriet. Huilen of schreeuwen kan opluchten. Ook uw emoties opschrijven, sporten, schilderen of uw verdriet in muziek omzetten kan steun geven.
- Word lid van een lotgenotengroep. Hoe graag mensen uit uw omgeving u ook willen helpen, soms voelt het alsof ze u niet begrijpen. Door contact met lotgenoten kunt u dat begrip wel vinden. Veel ziekenhuizen bieden een herdenkingsdag aan waar u lotgenoten kunt ontmoeten. Ook online zijn er verschillende groepen, zoals De Vlindertuin.
Kinderen en verlies; kijk-verhaal 'Over de grote rivier'
tags: #beleid #zwangerschap #dode #fetus