Kinderen ontwikkelen zich voortdurend. Ze hebben hun omgeving nodig om ervaringen op te doen en de juiste begeleiding te krijgen. Op deze tijdslijn maak je kennis met mijlpalen op het gebied van motoriek, taalontwikkeling, sociaal-emotionele en cognitieve-zintuiglijke ontwikkeling én persoonlijkheidsontwikkeling. Ook lees je hoe Kindergarden de omgeving van de kinderen inricht zodat ze zich optimaal kunnen ontwikkelen.
We benutten de “terugkerende” verzorgingsmomenten, zoals tijdens aan- en uitkleden, luiers verschonen en kinderen op bed leggen, om extra 1-op-1 aandacht aan de kinderen te geven. Zo wordt een alledaags verzorgingsmoment een bijzonder ontwikkelmoment.

De Dreumes: Een Periode van Snelle Groei
De periode van de dreumes, die grofweg van 12 tot 24 maanden loopt, kenmerkt zich door een explosieve ontwikkeling op alle fronten. Je baby is geen baby meer, maar een dreumes met een eigen wil. Het eerste jaar vliegt voorbij, maar de ontwikkeling van je kind gaat onverminderd door. Hij zal leren lopen, steeds meer woordjes leren kennen en uiteindelijk volzinnen leren praten.
De ontwikkeling van een kind gaat natuurlijk gewoon door na zijn eerste verjaardag. Hij zal leren lopen, op den duur zal hij steeds meer woordjes leren kennen en uiteindelijk natuurlijk volzinnen leren praten. Wat zullen er nog veel fases komen! De peuterpuberteit met de welbekende driftbuien zal nog voorbijkomen, vanaf 2 jaar zal je kindje naar de peuterspeelzaal mogen, er zal continu steeds meer interactie komen tussen jou en je kindje, naarmate hij of zij ouder wordt. Voor je het weet, heb je hele gesprekjes met je kleintje. Dan kun je je haast niet meer voorstellen dat het nog niet zo heel lang geleden een pasgeboren baby was die nog echt helemaal niks zelf kon. Het eerste jaar is een erg belangrijk jaar voor de ontwikkeling van je kindje. Je wilt hem of haar ondersteunen waar nodig, en een bijdrage leveren aan deze ontwikkeling.

Motorische Ontwikkeling: Van Staan naar Rennen
De dreumes kan vaak vanuit een liggende houding gaan staan. Wanneer een dreumes zijn eerste stappen zet (zo rond de 12 maanden) gebeurt dit met gebogen benen en de voeten recht uit elkaar. De fijne motoriek wordt steeds beter: kleine voorwerpen tussen duim en wijsvinger pakken, blokken stapelen en eten met een lepel.
Houterig en met de armen gestrekt, maar toch kan een kindje zo rond de 18 maanden rennen! Als een dreumes rent, is plotseling stilstaan erg lastig. Elke dag zorgen we voor beweging: op de beweegblokken of tijdens de peutergym bijvoorbeeld. Beweging is van belang om de fysieke kracht en spiercontrole, coördinatie en het evenwicht te ontwikkelen. Beweging bevordert ook de leergierigheid en de concentratie van de dreumes. Dit alles helpt kinderen bij het leren staan, lopen en rennen.
Vanaf 4 maanden zet een baby grote stappen in het bewegen: van vastpakken tot kruipen en lopen. Ieder kind ontwikkelt zich motorisch in zijn eigen tempo. Je baby ontdekt zijn of haar eigen handen en voeten, en gaat de vuist openen en sluiten. Daarna gaat een baby de handen naar elkaar toe brengen en ermee spelen. Wat je kind ziet, wil hij of zij pakken. Je kind kan liggend op de buik het hoofd een tijdje omhoog houden. Je kind stopt alles in de mond, ook vingers en speelgoed. Door te proeven ontdekt je kind alle nieuwe vormen. Zorg ervoor dat je kind geen gevaarlijke dingen in de mond kan stoppen waardoor je kind zich kan verslikken. Let op kralen, kleine onderdelen van speelgoed en stukjes eten. Het is goed voor de ontwikkeling van je kind als je je baby regelmatig op de buik legt als hij of zij wakker is. Oefen de buikligging alleen als je erbij bent.
In het eerste jaar leren ogen en handen steeds beter samenwerken. De kleine en fijnere bewegingen gaan ook al een stuk beter. Eerst pakt je kind iets met de hele hand. Als de ogen en handen eenmaal goed samenwerken, gaat je baby ook in de handen klappen en zwaaien. Je kind leert zitten en kruipen. Heb je een trap, let er dan op of hij of zij al op de handen begint te steunen. Als een klein kind leert kruipen, kan het de trap op klimmen. Lees meer over het plaatsen van traphekjes. Veel kinderen kunnen kort nadat ze hebben leren kruipen ook ergens op klimmen. Je kind gaat zich optrekken om te gaan staan. Daarna gaat je kind langs de tafel lopen. Je kind houdt zich vast en kan soms al even los staan.
Je kind ziet de wereld nu heel anders. Misschien gaat je kind al de eerste stapjes zetten! Voordat hij of zij kan lopen, zet je kind eerst de tenen of de hele voet op de grond. Als je kind veel oefent, bijvoorbeeld met een loopwagen, gaat het lopen steeds makkelijker. Om zich goed te kunnen ontwikkelen heeft je baby ruimte nodig. Daarom is het belangrijk dat je baby niet te vaak en niet te lang achter elkaar in een buggy, autostoel of kinderstoel zit. Je kunt de motorische ontwikkeling van je baby aanmoedigen door beweegspelletjes met je kind te doen. Wanneer je kind eenmaal kan kruipen en lopen, wordt de veiligheid in en om het huis steeds belangrijker. Telkens als je kind iets nieuws leert, moet je aanpassingen maken voor de veiligheid.
We laten de kinderen regelmatig op blote voeten lopen. Gymkussens, kruiptunnel, houten klimdriehoek, parachute - dat zijn de materialen om de motorische ontwikkeling te stimuleren.
De hersenen zijn het aanstuurcentrum van het lichaam. Zie het als het controle centrum. Door de ontwikkelingen die er zich nu afspelen in het gedeelte in de hersenen dat verantwoordelijk is voor de bewegingen, zie je dat je dreumes zich steeds soepeler kan bewegen. De hersenen leren steeds beter aansturen en reageren en de spieren worden steeds beter getraind, allemaal weer onder invloed van het steeds meer aanwezige laagje myeline in de hersenen. Alle bewegingen worden steeds verfijnder en soepeler. Tegen de tijd dat deze grof-motorische vaardigheden goed onder de knie zijn (op het eind van de dreumestijd), zie je dat het gedeelte in de hersenen dat een rol speelt bij bewegingen, nog steeds heel actief is. Op het eind van de dreumestijd en tijdens de peutertijd gaan ze de fijn-motorische bewegingen goed leren aansturen. Overigens geldt bij alle motorische ontwikkelingen gestuurd door de hersenen: de hersenen alleen kunnen het niet, de spieren zullen het uiteindelijke werk moeten doen.

Taalontwikkeling: Van Klanken tot Woorden
Een woord zinnen; de dreumes maakt eigen woorden. Losse woorden worden gebruikt om een hele zin uit te drukken. Het kind leert dat je met een woord kunt verwijzen naar dingen, situaties en gevoelens. Langzamerhand wordt geleerd hoe bepaalde klanken worden gemaakt. Hiervoor is het ontwikkelen van de mondmotoriek erg belangrijk. Een dreumes ‘praat’ veel tijdens het spelen en houdt hele monologen!
Onze pedagogisch medewerkers praten heel veel met de kinderen en verwoorden zo veel mogelijk de eigen handelingen, zodat de koppeling tussen wat ze zeggen en wat ze aan het doen zijn, duidelijk wordt. Dat is belangrijk, omdat dreumesen in een gevoelige periode zitten voor het opnemen van taal. Kinderen hebben behoefte aan liefde, respect, waardering en duidelijkheid. Onze pedagogisch medewerkers geven hen dat ook. Positief en functioneel geformuleerd taal en positieve non-verbale communicatie sluiten bij die behoefte aan.
Ritme, rijm, intonatie en melodie vormen de basis van taal. Rond de veertiende maand kunnen de meeste kinderen goed in hun handjes klappen. Daarom zijn liedjes met gebaren, zoals 'Hoofd, schouders, knieën, teen' of 'Klap eens in je handjes' leuk om samen te zingen. We zingen altijd in een langzaam tempo, woord voor woord duidelijk gearticuleerd.
Je hoort het en kan er niet omheen… aan het eind van deze periode lijkt je dreumes iedere week nieuwe woorden te zeggen. Soms zoveel dat je over een echte woordenschat-explosie kunt praten. Logisch dus dat dit stuk in de hersenen dat daarvoor verantwoordelijk is nu erg actief is. Maar taal is echt veel meer dan woordjes zeggen. Taal is natuurlijk ook woorden begrijpen. Let maar eens op: als een kind goed spreekt, ga je als ouder automatisch op een goed niveau terug praten. Spreekt een kindje nog niet veel woorden, ga je vaak zelf ook babyachtig terug praten. Iets wat juist niet goed is!
Je baby doet niets liever dan hetzelfde als jij. Hij wil je maar wat graag helpen. Met potten en pannen spelen als jij aan het koken bent of zelf een boodschap vasthouden in de supermarkt: het maakt je kleintje supertrots! Je kunt ook spelletjes doen waarbij je kind je nadoet: klappen in de handjes, zwaaien, geluidjes maken of woordjes zeggen. Meer leuke spelletjes met je kind.
Kan je kindje al woordjes zeggen? Vaak brabbelen kindjes van deze leeftijd er de hele dag op los, soms al afgewisseld met enkele woordjes. Veel baby’s van deze leeftijd of iets ouder vertellen hele verhalen, waarin je echt kunt onderscheiden wanneer ze een vraag stellen, een pauze laten vallen of een enthousiaste uitroep doen. Als je erop let, zal je hoogstwaarschijnlijk jezelf en je eigen manier van praten terug horen. Waarschijnlijk verwacht je kindje ook van jou een antwoord op zijn brabbelverhaal! Praat lekker veel terug, ga in op zijn verhaal en motiveer hem om verder te vertellen.
Sociaal-emotionele Ontwikkeling: Contact en Onafhankelijkheid
Wist je dat dreumesen steeds meer contact zoeken met andere kinderen? Maar dat ze zich nog niet kunnen inleven in de gevoelens van een ander?
Ontwikkeling vindt plaats tijdens de interactie tussen kinderen onderling en interacties met de pedagogisch medewerkers en de omgeving. Door onze horizontale groepen, kunnen we de juiste begeleiding geven die binnen de verschillende ontwikkelingsfasen nodig is. We volgen daarbij het tempo en de voorkeuren van de kinderen. Het ene kind is immers het andere niet. En ieder kind ervaart zijn eigen mijlpalen op zijn eigen moment.
De dreumes vertoont imitatiegedrag van dagelijkse handelingen en voert deze zelfstandig uit. Het begin van (eenvoudig) samenspelen ontstaat. Bijvoorbeeld samen achter een bal aan kruipen of lopen. De dreumes zegt 'nee', geeft duidelijk aan wat hij niet wil en traint daarmee zijn ontluikende onafhankelijkheid. Bij ‘stout’ vertoont een kind schaamte. Er wordt steeds meer contact gezocht met andere kinderen, maar kinderen kunnen zich nog niet inleven in de gevoelens van een ander. De dreumes wil van alles, maar kan het vaak nog niet of kan nog niet vertellen wat hij wil.
We hanteren gewone, dagelijkse spreektaal zonder al te veel verkleinwoorden die veel volwassenen geneigd zijn te gebruiken als ze met kinderen praten. Een kind voelt zich groot. Wie vrijwel alles verkleint, neemt een kind niet serieus. Kinderen worden zoveel mogelijk aangesproken met aanduidingen als jij, jou en jouw; degene die met een kind praat over zichzelf, spreekt met aanduidingen als ik, mij en mijn.
Dreumesen kunnen al staan en leren lopen. Ze zien nog geen gevaar en kunnen vaak al meer dan dat ze begrijpen. Hun wereld wordt snel groter. We laten hen deze zoveel mogelijk in vrijheid ontdekken. We introduceren pas grenzen en regels als hun veiligheid in het geding is of als bepaald gedrag in de groep herhaaldelijk wordt waargenomen. Bijvoorbeeld als een kind steeds speelgoed van een ander afpakt. We storen kinderen zo min mogelijk als zij aan het spelen zijn. Als we iets willen, benaderen we een kind altijd van voren.
Sociaal gedrag is iets wat moet worden aangeleerd: kinderen leren van een combinatie van oefenen en ervaring opdoen. Ze leren het meest van elkaar. Daarom creëren we een sfeer van saamhorigheid, waarin ze leren voor zichzelf en voor elkaar te zorgen.
Kinderen zijn volop aan het ontdekken. Daarom sluiten bijvoorbeeld schaaltjes en bekers beter aan bij hun behoefte dan spullen uit de speelgoedwinkel. Veel geluiden en muziek maken is leuk en heel leerzaam. We bieden muziekinstrumenten aan als een gitaar, trommel en sambabal en ook diverse huishoudelijke materialen: houten pollepels, kleine en grote pannen, bakjes met gedroogde pasta, rijst, enzovoorts.
Buiten spelen is niet alleen gezond voor kinderen. Buiten leren en spelen ze op een andere manier. Kinderen zijn buiten meer uit het zicht van onze pedagogisch medewerkers. Hierdoor ontdekken ze hoe het is om zelf dingen op te lossen en samen te werken met andere kinderen. Buiten zijn er meer risico’s waar kinderen rekening mee moeten houden. Het is buiten letterlijk vallen en opstaan. Doordat de kinderen zich lekker kunnen uitleven buiten, de vrije beweging opzoeken ontwikkelen ze hun uithoudingsvermogen en hun grof motorische vaardigheden.
Het ene kind is het andere niet. Sommige kinderen willen in deze fase lekker met eten knoeien, omdat ze behoefte hebben aan geknoei. Knoeien mag, maar liever niet met eten. Soms proberen ze iets te doen waar ze nog niet aan toe zijn, soms moeten ze nog leren accepteren dat ze niet in alles hun zin kunnen krijgen - dreumesen kunnen snel gefrustreerd raken. Zij begrijpen al veel, maar kunnen niet alles even goed verwoorden. Dus doen ze het met lichaamstaal, gedrag en stem: schoppen, slaan, gillen, bijten en krabben. We nemen deze uitingen van emotie serieus, tonen begrip en leiden ze in goede banen. Door begripvolle ondersteuning zal de felheid van deze uitingen na verloop van tijd afnemen.
Tijdens een rondleiding op één van onze vestigingen vertellen we je graag meer over onze aanpak, visie en pedagogisch beleid.
Je kind eist steeds meer zelfstandigheid op, wil alles zelf doen en wordt al eens boos als iets niet mag (zelf eten, sokken uittrekken, in de eetstoel klimmen ...). Zo leert het veel bij. Tegelijkertijd is je kind nog heel klein en afhankelijk en wil gekoesterd worden. Het is continu zoeken naar een evenwicht tussen afhankelijk blijven en zelfstandig willen zijn.
Je kind voert kleine opdrachtjes uit die je vraagt om te doen: zijn schoenen halen, zijn beker aan jou geven, zijn blokken in de doos leggen ... Het kent ook al heel wat woordjes: dada, mama, koe (koek) ... Je begrijpt meestal wat het wil zeggen.
Je kind wordt deze maand alweer 1 jaar. Tijd voor een feestje! Houd er rekening mee dat je kind zijn eerste verjaardag helemaal niet zo leuk kan vinden. Alle drukte en verschillende gezichten om hem heen kunnen hem onrustig maken. Een paar tips om de dag ook voor je kind leuk te houden.
- Nodig mensen op tijd uit met een leuk kaartje waarop alle informatie staat.
- Vraag mensen om rekening te houden met het slaapuurtje van je kind.
- Laat je kind zelf beslissen waarmee hij wil spelen. Vaak vindt hij het inpakpapier leuker dan het dure cadeau!
- Natuurlijk hoort er bij een verjaardag ook wat lekkers. Maar laat je kind niet te veel snoepen, misselijk worden is niet feestelijk.
- Feestversiering en ballonnen staan mooi. Pas wel op dat je kind geen ballon stukbijt en inslikt. Hang ballonnen hoog om dit verstikkingsgevaar te voorkomen.
- Houd je gedurende de dag aan het normale ritme van je kind. Breng hem gewoon naar bed voor het middagslaapje en zorg ervoor dat hij er ’s avonds ook op tijd in ligt.
Je baby is nog steeds een beetje eenkennig. Hij mag dan nu één jaar zijn: je kind vindt het nog steeds niet leuk om bij je vandaan te zijn. Als je weer terugkomt, zal hij je overladen met knuffels en kusjes om zijn liefde te tonen. Vreemden zijn nog steeds eng. Geef hem de tijd om aan mensen te wennen en ze te gaan vertrouwen. Zodra dat het geval is, verdwijnt de angst vanzelf.

Cognitieve-Zintuiglijke en Persoonlijkheidsontwikkeling: Ontdekken en Begrijpen
Kinderen zijn volop aan het ontdekken. Daarom sluiten bijvoorbeeld schaaltjes en bekers beter aan bij hun behoefte dan spullen uit de speelgoedwinkel. Veel geluiden en muziek maken is leuk en heel leerzaam. We bieden muziekinstrumenten aan als een gitaar, trommel en sambabal en ook diverse huishoudelijke materialen: houten pollepels, kleine en grote pannen, bakjes met gedroogde pasta, rijst, enzovoorts.
Herinneringen zijn opgeslagen in onze hersenen. Vanaf de tijd dat de hippocampus zich goed ontwikkelt, zijn wij als mensen in staat herinneringen op te slaan en die herinneringen even later weer op te rakelen. We leggen als het ware een archief aan ervaringen aan van alles wat we meemaken. Het gaat nu nog vooral om zaken die betrekking hebben op dingen die een paar uur of zelfs een dag eerder gebeurd zijn. Je ziet bijvoorbeeld dat, tegen de tijd dat je dreumes de sprong van programma’s heeft gemaakt, hij dingen gaat nadoen die hij anderen eerder heeft zien doen (er zit dus tijd tussen het zien en het zelf doen). Je merkt dus echt dat je dreumes een geheugen heeft in de dagelijkse omgang. Allemaal gevolgen van de sprongen en de hersenontwikkeling in het gedeelte dat voor cognitief leren verantwoordelijk is. Je dreumes leert overigens het meest van de dingen die hij regelmatig meemaakt in zijn vertrouwde omgeving. Daarom is het ook zo belangrijk dat je je dreumes de kans geeft te helpen (en dus te leren!) van die gewone, vertrouwde omgeving.
De dreumes kan ongeduldig zijn. Sommige kinderen kunnen wantrouwend zijn tegenover nieuwe omgevingen en personen. Jonge kinderen worden gedreven door nieuwsgierigheid, dat is noodzakelijk voor hun ontwikkeling. Kinderen van deze leeftijd hebben echter al een zekere notie dat sommige dingen niet mogen. Onze pedagogisch medewerkers laten een kind zijn of haar grenzen opzoeken en leggen uit waarom iets niet mag en gaan na wat de behoefte is van een kind dat een grens opzoekt. Dat doen we door observatie en onderling overleg. We kijken altijd naar de intentie van gedrag. Een kindje duwt bijvoorbeeld een ander kindje. Door observatie en overleg ontdekken we dat het op die manier contact probeert te maken met andere kinderen.
Een kind snapt alleen regels op het moment dat ze gegeven worden. De dreumes krijgt in de gaten dat zijn gedrag een situatie kan creëren en gaat dan het effect uitproberen. Herkenning van dingen die een kind al weet - het eerder geleerde wordt toegepast. Zintuigen ontwikkelen zich door voldoende afwisseling. We zorgen op alle vestigingen voor een uitdagende omgeving en bieden regelmatig iets nieuws aan. We bieden niet te veel speelmateriaal tegelijk aan. Als we dat wel zouden doen, is de kans groot dat een kind van het ene naar het andere fladdert en onrustig wordt. We kijken goed naar het kind: wat het nu (nog) niet aantrekkelijk vindt, zetten we weg en bieden we in een latere leeftijdsfase aan.
Iedereen weet dat drambuien en frustraties bij deze leeftijd horen. Sommige onderzoekers denken dat een van de redenen dat dreumesen en peuters hun gevoelens niet onder controle kunnen krijgen, de nog steeds ontwikkelende hersenen zijn. Zij denken dat de frustratie veroorzaakt wordt door het wel willen van iets, maar het nog niet goed genoeg uit kunnen voeren van iets. Maar één ding is zeker: hoe logisch de drambuien en frustraties ook zijn, dat wil niet zeggen dat je ze moet tolereren. Je dreumes moet vanaf de negende sprong (die van principes met 15 maanden) duidelijke regels leren en jij moet als ouder vanaf dat moment ook echt regels stellen. Je kunt regels zien als noodzakelijk breinvoer. De verklaring ligt hem gedeeltelijk in dit stukje hersenen welke een rol speelt bij de sociaal emotionele vaardigheden. Deze weet bijvoorbeeld dat ‘slaan’ niet mag, maar andere gedeeltes in de hersenen willen heel graag die frustratie kwijt. Welk gedeelte hersenen gaat er winnen? Dat gedeelte dat weet dat je niet moet slaan heeft extra manschappen nodig in dit gevecht.
Je kind is zijn geheugen goed aan het trainen. Hij kan al veel dingen onthouden, weet waar dingen liggen en hoe dingen heten. Hij gaat je ook beter begrijpen. Geef hem een simpele en duidelijke opdracht als ‘leg dat blok op tafel’ en je zult zien dat hij het doet.
Je kind merkt dat verschillende handelingen in een bepaalde volgorde kan doen, en dat deze volgorde ook kan veranderen. Ook zal hij nog altijd goed waarnemen wat anderen (zijn ouders en verzorgers, voornamelijk) doen en hoe ze dit doen. Inmiddels kan hij dus ook de keuze maken niet mee te willen werken aan de plannen van zijn ouders. Dit kan nog wel eens botsen. Het ontdekken en ontwikkelen van de eigen wil is een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van je kind. Hoewel het erg frustrerend kan zijn voor beide partijen, besef dat jij de volwassene bent, en dat jij dus ook degene bent die jullie samen door de driftbui moet leiden. Probeer liefdevol en rustig te blijven, zo leer je je kindje hoe hij of zij kan omgaan met de heftige emoties die het op dat moment voelt. Ze moeten nog leren hoe hiermee om te gaan en hebben daar begeleiding bij nodig, maar kwaad met kwaad bestrijden werkt daarbij averechts. Als je toch een keer je geduld verliest, schroom niet om daarna je excuses aan te bieden tegen je kind. Hierin geef je ook een belangrijk voorbeeld aan je kindje, namelijk dat fouten maken erbij hoort en niet erg is, en dat je je excuses aanbiedt wanneer je een fout maakt waar een ander de negatieve gevolgen van heeft ondervonden.
Boekjes zijn enorm intrigerend voor kindjes van deze leeftijd. Ze zullen er zelf in bladeren en hardop vertellen wat ze zien, in hun eigen brabbeltaaltje uiteraard. Hij wijst naar de plaatjes in het boekje en bij sommige kindjes kan je herkennen dat ze jou napraten zoals jij het boekje voorleest. Verder kunnen de meeste kindjes op deze leeftijd goed en soepel kruipen. Sommigen lopen ook aan de hand al stukken mee. Ook kan je je kindje leren om achterstevoren op de buik, met de voeten eerst, van een stoel of de bank te glijden. Een belangrijke vaardigheid, want dit scheelt een boel valpartijen wanneer je kindje groot genoeg is om zelf op de bank of stoel te klimmen.
Je baby leert eenmaal het woordje ‘nee’, dan kan dit ook effect hebben op zijn eetgedrag. Ineens draait hij zijn hoofd om als jij met je hapje lekkers aankomt. ‘Lus-ik-nie!’ De belangrijkste boodschap: houd de sfeer ontspannen. Besteed niet te veel aandacht aan het eetgedrag. Ga zelf lekker eten. Als je het bord voor zijn neus zet, dan zul je zien dat hij uiteindelijk zelf iets pakt. Of bied af en toe een hap aan. Prijs hem als hij een hap neemt. Positieve aandacht dus.
Je kunt iets dat je baby (ineens) niet lekker vindt, ook verstoppen in iets anders. Of maak het op een andere manier klaar. Broccoli kan in de pastasaus en stamppotjes kun je met allerlei groentes maken, zonder dat je kind het doorheeft. Door de appelmoes roeren is niet meer van ’nu’. Je baby leert hierdoor te veel wennen aan zoet. Nog een paar tips. Geef niet te grote porties. Een heel vol bord staat tegen. Bied ook geen ander eten aan, omdat je bang bent dat je kind te weinig binnen krijgt. Dan eet hij maar een keer wat minder. Morgen weer een dag. ’s Nachts een fles melk geven remt zijn hongergevoel en eetlust. Hij heeft wel zuivel (of een vervangend zuivelproduct) nodig. Maar dit geef je overdag liever in een beker, als toetje of als tussendoortje. En, oefening baart kunst, laat je kind proeven. Eén hap is genoeg. Het kost zo’n tien keer proberen om aan een nieuwe smaak te wennen.
Cadeautjes op zijn eerste verjaardag wordt je kleintje natuurlijk overspoeld met cadeaus. Op deze leeftijd weet hij echter nog niet goed wat een cadeau is. Vaak vindt hij de verpakking interessanter dan het cadeau zelf en kijkt hij niet naar het speelgoed om. Maak je daar niet druk om, dat heeft niets met onbeleefdheid te maken. En doseer voor hem het aantal nieuwe speeltjes. Berg wat cadeautjes op en geef hem af en toe wat nieuws.

Hoe Kindergarden de Ontwikkeling Stimuleert
Kindergarden richt zich op het creëren van een omgeving waarin kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Dit doen we door de verzorgingsmomenten te benutten als ontwikkelingsmomenten, met extra 1-op-1 aandacht. Onze horizontale groepen stellen ons in staat om de juiste begeleiding te bieden die past bij de verschillende ontwikkelingsfasen van de kinderen.
We sluiten aan bij het tempo en de voorkeuren van elk kind, omdat we erkennen dat ieder kind uniek is en zijn eigen mijlpalen op zijn eigen moment bereikt. De tijdslijn die we hier presenteren, laat zien wat je kunt tegenkomen tijdens deze eerste belangrijke levensjaren, waarbij we de kinderen hun eigen ontwikkeling laten volgen.
