Een Tafel Vol Met Speelgoed: Herinneringen en Verhalen

In 1967 werd er in Boekarest, bij de Amerikaanse ambassadeur, een bal masqué georganiseerd. Het was een winterse avond met sneeuwval buiten, maar binnen heerst een sfeer van feest met sultans, dandies en buikdanseressen. Twee bars, guirlandes, Roemeense muzikanten, veel champagne en weinig licht zorgden voor de ambiance. De verteller, de enige die ongekostumeerd aanwezig was, omschreef zichzelf als 'een priester in burger'. In gesprek met de ambassadeur, die zijn jovialiteit gebruikte om zijn fijnezinnigheid te verbergen, werd de Vietnamoorlog besproken. De verteller uitte de mening dat het een verloren zaak was, wat bij de ambassadeur op nauwelijks verholen minachting stuitte.

Een sfeervolle foto van een gemaskerd bal met diverse kostuums.

Vietnam: Een Verloren Zaak

Vietnam in 1966 was nog niet het slagveld dat het later zou worden. Journalisten werden nog niet dagelijks om de tuin geleid. Er waren ongeveer 100.000 Amerikaanse soldaten, velen gestationeerd in de bars van Rue Tu Do. Vanuit de bovenste verdieping van Hotel Caravelle, een ontmoetingsplek voor de internationale pers, kon men 's avonds soms het uitzicht op exploderende granaten hebben. De verteller herinnert zich hoe zijn vader, bevrijd als krijgsgevangene in Saigon in 1945, vanaf een hotelbalkon het platbranden van een buitenwijk door nationalisten had gezien, wat leidde tot Dien Bien Phu.

Voor een reportage vloog de verteller met een Amerikaans C-123 transporttoestel naar Da Nang, een belangrijke luchtbasis voor bombardementen op Noord-Vietnam. De Amerikaanse strijdkrachten hebben een public relations apparaat dat, ontdaan van franje, oorlogsreclame maakt. In Da Nang waren er lage gebouwen gereserveerd voor journalisten aan de Tourane rivier. In de vroege ochtend dobberden vissersboten, waarbij mannen het roer bedienden en vrouwen met lampen de vissen lokten. Aan de overkant van het water waren heuvels te zien, en jonken met volle zeilen schoven onhoorbaar over het water.

Een foto van vissersboten in de vroege ochtend aan een rivier.

Een Bombardementsvlucht Boven Vietnam

De verteller maakte een bombardementsvlucht mee in een Canberra-straaljager, "compliments of the United States Air Force". Een fotograaf was meegekomen om foto's te maken in de cockpit. De piloot, majoor Nelson, bijgenaamd 'Spike', leek op Cary Grant en was een Mormoon uit Utah. Het insigne van zijn eskader was een geraamte met de woorden 'Devils-Own' en 'Grim Reapers'. Vanuit de navigators-zitplaats had de verteller uitzicht op een doodshoofd op de helm van de majoor. Ondanks de machismofeer van parachutes, codewoorden en brullende straalmotoren, bleef de verteller onaangetast en stak zelfs de 'okay'-duim op naar de fotograaf.

De start in een straaljager was geweldadiger en directer dan in een passagiersvliegtuig. Samen met twee andere Canberras zeilden ze door de lucht, en voor het eerst kon de verteller de verslaving van piloten aan hun beroep begrijpen. Hoewel de euforie hoopte hij, meer verwant was met die van St. Exupéry dan met die van 'Spike' Nelson.

Een illustratie van een gevechtsvliegtuig uit de jaren '60.

Majoor Nelson zong Amerikaanse schlagers door de koptelefoon, waaronder 'A little on the lonely side'. Op 5000 meter hoogte vlogen ze naar een ontmoetingspunt met 'Grand Nomad', een verkenningsvliegtuigje dat het doelwit observeerde. 'Grand Nomad' gaf opdracht de voet van een heuvel bij An Khe te bombarderen en mitrailleren. Bij de eerste duik naar de aarde had de verteller de sensatie dat het vliegtuig stil stond terwijl de grond met grote snelheid op hen afstormde. Hij probeerde een foto te maken van het landschap, maar de zwaartekracht maakte dit onmogelijk. De majoor klonk teleurgesteld omdat het doelwit, de 'zwarte pyamas', ontweek. Na het bombardement draaide majoor Nelson de Canberra ondersteboven, en de verteller moest zich vastklampen om niet uit het toestel te vallen.

Vlakbij het vliegveld van Da Nang zagen ze Vietnamezen zandzakken vullen voor de Amerikaanse basis. Na de landing reden ze naar het hoofdkwartier. De verteller was nog opgewonden, maar een begin van depressie begon zich op te dringen. In het logboek werd genoteerd: 'Doorreeg heuvel met bommen op verzoek van Nomad.' De woorden van de ambassadeur in Boekarest, 'Oorlog is oorlog', echoden na, en de verteller realiseerde zich dat hij bijna een medeplichtige was geweest.

Persoonlijke Reflecties en Trauma

Een herinnering uit de vroege jaren '50, in de 'conversatiezaal' van de Sociëteit Minerva in Leiden, komt naar boven. Een oorlogsvlieger vertelde hoe hij een dorp had gebombardeerd waar nationalisten zich ingemetseld zouden hebben. Toen hij terugkeerde voor een tweede lading, zag hij dat het vrouwen en kinderen waren die wegrenden. Hij mitrailleerde hen, en zag daarna de bloedige ruggen in het water. De verteller contrasteert dit met majoor 'Spike' Nelson, die, zelfs dronken, er prat op zou gaan. Hij kiest voor de menselijkheid van St. Exupéry of de verteller JB boven de Mormoonse piloot.

Een citaat uit The New York Times van 1975 over de positieve effecten van B-52 bombardementen staat tegenover een ontmoeting in Bangkok met een jonge Amerikaanse verpleger. Deze verpleger, op 'R & R' (Rest and Recreation), sprak met de overtuiging van een geprogrammeerde computer: "Als we ze hier niet tegen houden, dan staan de commies het volgend jaar in San Francisco." Bijna tien jaar later, op het vliegveld van Guam, wachtte de verteller op doorreis naar Vietnam, twintig dagen voor de val van Saigon. Hij ontmoette een groep jonge Amerikanen die een "mooie stunt" hadden bedacht: vaten benzine over een dorp laten vallen en dan een bom erop, wat resulteerde in een "ongelooflijke fik".

Een historische foto van Amerikaanse soldaten in Vietnam.

De verteller stelt de vraag naar het verschil tussen deze "ongelooflijke fik" en My Lai, en de genocide in Lidice en Oradour-sur-Glane. Het verschil, zo stelt hij, is dat luitenant William Calley, een van de daders van My Lai, tijdelijk huisarrest kreeg, terwijl zijn mede-moordenaars vrijuit gingen. De veteranen die hij op Guam ontmoette, gingen naar Vietnam om "baby's en oorlogswezen uit de handen van de oprukkende communisten te redden". Ze keerden terug zonder baby's of wezen. Luitenant Calley verkoopt nu levensverzekeringen, en de veteraan met het snorretje werd sociaal werker.

De Betekenis van Speelgoed en Herinneringen

De verteller reflecteert op zijn eigen jeugdervaringen als kind in een Japans kamp. Hij herinnert zich hoe hij van de ene op de andere dag geen speelgoed, huis, vader, moeder of broer meer had. Als kind, alleen tussen 1600 mannen, zweefde hij tussen zelfstandigheid en afhankelijkheid. De onzekerheid over zijn ouders, de woede, angst, wraakgevoelens, bitterheid en wrok waren overweldigend. De mobilisatie van zijn vader en zijn krijgsgevangenschap waren voor de elfjarige verteller geen argumenten; hij voelde zich in de steek gelaten.

Het is niet makkelijk uit te leggen wat er destijds in hem omging, in tegenstelling tot wat er feitelijk gebeurde. Pogingen daartoe stuitten op weerstand, mogelijk uit een gevoel van bedreiging. De verteller vergelijkt dit met het vermijden van het zien van deerlijk verwonde mensen of operaties.

Een foto van speelgoed uit de jaren '50 en '60.

Een citaat over pleegzorg: "Ik zoek een huis waar ik om tien uur thuis moet zijn. Dat maakt diepe indruk op me: er zijn dus kinderen voor wie er helemaal geen regels zijn." Dit leidde tot de beslissing om zelf pleegouder te worden. Het werd een leerproces, waarbij ze realiseerden dat de werkelijkheid weerbarstig is en dat kinderen duidelijke regels nodig hebben. Ze begonnen als crisisopvang, met een 13-jarige meisje, A., die grof taalgebruik had. Ze leerden dat kinderen die veel hebben meegemaakt, niet bang zijn, maar boos. Ze moesten leren reageren op wat kinderen wilden zeggen, niet op wat ze zeiden. De broertjes van de verteller, Jochem en Hans, werden achterwacht voor de pleegkinderen.

A. bleef een half jaar en ging daarna naar een gezinshuis, maar kwam nog steeds naar hen toe tijdens weekenden en vakanties. Na een verhuizing werden er geen kinderen meer geplaatst bij twee vrouwen door pleegzorg Gelderland. Later kwam J. uit Amsterdam, drieënhalf jaar oud, die niet kon praten, slecht liep en niet zindelijk was. Twee jaar later kwam E., nog maar tweeënhalf. Bij het naar bed brengen zongen ze een liedje waarin familieleden werden benoemd, om hun eigen familie dagelijks te benoemen en goede wensen uit te spreken.

E.'s grootouders kwamen wekelijks lunchen en gingen met haar en de hond wandelen. Anderhalf jaar later ging E. weer naar huis, wat voor de pleegouders heftig was. Een paar jaar later was E. opnieuw een tijdje bij hen, samen met haar babybroertje. Op dezelfde dag kwam B. bij hen, na uit huis te zijn gehaald onder politiebewaking. Ze hadden toen vier kinderen: B. (acht), J. (zes), E. en een baby. J. en B. wonen nu al tien en acht jaar bij hen. Sinds anderhalf jaar is er ook S., die als baby een paar maanden bij hen was.

Het pleegouderschap is uitputtend. Ze zijn rond de vijftig en idealiter waren de kinderen al het huis uit. Het is niet makkelijk; het is zeven dagen per week intensief. Ze kunnen dit alleen samen doen. Ze moesten flexibel zijn: Hilly gaf haar fulltime werk op voor een kleine baan, en ze sliepen soms in de studeerkamer om ruimte te maken voor een extra kind. E. komt vaak in de weekenden en vakanties, soms met haar broertje. Ze moeten rekening houden met wat de kinderen hebben meegemaakt, bijvoorbeeld dat A. hen nooit samen had zien drinken, dus als de één dronk, dronk de ander niet. Ze hebben te weinig tijd samen, en alleen dankzij hun oudere kinderen kunnen ze er soms even tussenuit.

De talenten die de kinderen in hen aanspreken zijn geduld, humor en creativiteit om een lastige situatie te doorbreken. De verteller is strikt en kan goed piketpaaltjes slaan, maar vindt het moeilijk om daarmee te spelen. Hilly is speelser. Ze leerden dat al de boosheid angst is, en dat je niet moet reageren op wat je hoort, maar op wat eronder zit. Ze moeten niet in tegenspel belanden, maar blijven uitleggen. Hilly werd door J. en A. wel eens geslagen, wat een uitdaging was om te verdragen zonder terug te doen. Ze leerden conflict op te lossen zonder zichzelf te verliezen, met een 'time-out' en daarna het goedmaken. Ze zijn ook meester geworden in het negeren van ongewenst gedrag.

Het pleegouderschap geeft hen het gevoel iets te doen met hun talenten. Er zit ook een geloofscomponent in: J. kwam met Advent. Het past bij hen een kind te herbergen. Ze halen er vreugde uit, uit de kleine momenten: J. die voor het eerst Sinterklaas viert, of B. die naar een schoolfeest gaat. In de loop der jaren hebben ze zo'n twaalf kinderen in huis gehad. Sommigen kwamen voor een weekend, anderen langer. J. woont nu al tien jaar bij hen, en B. Het is niet altijd makkelijk. Ze moeten leren verdragen dat niet alles maakbaar is. S. staat in de klas aan de kant en kan geen vriendinnetjes maken, wat pijnlijk is. Ze kunnen kinderen alleen een time-out geven, maar niet de boze wereld die het kind beschadigd heeft, wegpoetsen. Wat ze wel kunnen bieden, is een aantal terreurvrije dagen, weken, maanden of jaren, en de zekerheid dat ze - ook als ze weer weg zijn - altijd weer bij hen terecht kunnen.

Een illustratie van een kind dat aan het knutselen is.

Eenzaamheid en Muziek

De verteller deed verslag van inbraken, burenruzies en knokpartijen voor een stadskrant. Hij zag een vrouw, die op de etage boven hem woonde, vaak rondscharrelen bij de vuilnisbakken. Ze droeg een vale, rafelige jas en pantoffels, en haar grijze knot had steeds een sliert haar die wapperde. Ze leek op een mot die te dicht langs de vlam was gefladderd. Ze zocht met haar vingers haar weg langs muren, lantaarnpalen en auto's, en pakte spullen uit het vuilnis, zoals papieren zakken, touw, oude kranten, foto's en een kapotte kam.

Een medebewoonster zei dat ze naar een tehuis moest. De buurvrouw vertelde dat ze ooit een zoon had gehad. Die avond zette de verteller een restje soep voor haar deur. De volgende dag ging hij kijken. Ze liet hem binnen in haar kamer, die vol stond met schatten die ze van de gang naar de vuilnisbelt had gered: gebarsten vaasjes, beeldjes, een teddybeer, een poppenwagen, stapels kranten en tijdschriften, een stoel met een gescheurde zitting, en een ouderwetse kaptafel met een driedelige spiegel.

In de spiegel zaten twee foto's. Op één ervan herkende hij de torenspits van de kerk aan het einde van de straat, met handkarren, een paard en wagen, en een groepje kinderen in smoezelige kleren. Hij herkende de vrouw aan haar ogen, die gaten in het fotopapier leken te branden. Ze was groter dan de andere kinderen, mager, met een wolk van donker haar en de blik van iemand die de wetten van het leven niet accepteert. Op de andere foto stond een schilderij van een elegant geklede dame met een grote hoed, geschilderd in gepassioneerde penseelstreken. Ze leunde in een uitdagende pose op haar parasol en keek de beschouwer aan, met dezelfde ogen en een tartende blik die de verteller verlegen maakte.

"Hij is beroemd geworden, die schilder," zei ze. "Ik kan niet doodgaan." Ze pakte de foto van het schilderij uit de lijst van de spiegel. "Hij maakte een gravin van me."

Ze vertelde over haar moeder, die met een alt als warme stroop aria's zong onder het wassen, en haar vader, een violist in een variété-orkest, die na een tournee niet meer terugkwam. Ze was een muze die nooit de credits kreeg, het doek waarop iedereen zijn fantasieën projecteerde. De belladonna die ze in haar ogen druppelde om ze nog donkerder te laten lijken, waardoor ze de wereld nu in een waas zag. Haar brein was omgekeerd evenredig aan haar ogen: wat veraf was, wist ze nog scherp; dichtbij vervaagde alles.

"Om vier uur komt de grammofoonman," zei ze weleens als de verteller de borden afspoelde. Hij dacht dat ze behoefte had aan muziek en haalde zijn radio. Ze wilde er niets van weten. Toen hij in het archief van de krant op zoek was naar achtergrondinformatie voor een artikel, stuitte hij op een bericht uit de periode net na de oorlog over het overlijden van de grammofoonman. Een man die elke dag met een kinderwagen met een koffergrammofoon en een stapel platen de buurten afliep om de bewoners voor een centje op muziek te trakteren: de nieuwste revue hits, walsen, krakers uit het klassieke repertoire. Hij had de mensen op straat aan het dansen en zingen gebracht.

Toen de verteller thuiskwam, zat ze op de trap. Een collega hielp hem aan het adres van een antiquair, en hij had geluk: hij had een opwindbare koffergrammofoon en een stapel 78-toerenplaten. Hij bood hem een weeksalaris. De volgende dag, tegen vier uur, keek hij uit het raam. Het had hem niet verbaasd als de antiekhandelaar niet was komen opdagen. Maar hij kwam; hij duwde een karretje met de grammofoon erop de hoek om, de straat in. De verteller rende de trap af. Zij zat op het stoepje voor de deur. De antiquair slingerde de grammofoon aan. Bij de eerste tonen van Tsjaikovski's Bloemenwals veranderden haar ogen; ze kregen een intense, naar binnen gekeerde blik.

De buurt zal wel van alles van hen gedacht hebben toen ze schuifelend rondjes draaiden op straat. "Kijken de mensen uit het raam?" vroeg ze. Ze zag het niet, dus hij zei ja. Hij hield haar in zijn armen; ze woog niks, maar hij kon ineens haar verleden aanraken. In zijn wereld was muziek alleen in de concertzaal nog een gedeeld genoegen, daarbuiten was het vooral een solistische belevenis. Ieder zijn eigen muziek in zijn oordoppen, een tram of trein of straat vol eigen werelden. Hij deed er zelf gedachteloos aan mee. Maar nu begreep hij de warme schok van een geliefde melodie die plotseling opklinkt op een doordeweekse middag in een doodgewone buurt, een krassende naald op een oude plaat die mensen uit hun beslommeringen haalt en ze naar buiten roept voor een moment van gedeelde verrukking. Eén ogenblik voelde hij zich opgenomen in een onafzienbare keten van mensen. Zijn gevoelens, herinneringen, ervaringen zouden ooit allemaal oplossen in de eeuwigheid, maar hij besefte dat het slechts zijn versies waren van de vreugde, het verdriet en de verlangens die ieder mens beleefde. Die zouden blijven, ook als hij er geen deel meer aan had.

Ze neuriede mee, haar ogen gesloten, ze liet zich leiden.

Een antieke koffergrammofoon op straat met spelende muziek.

Musea: Schatkamers van Herinneringen en Ontwikkeling

Musea zetten aan tot denken en soms ook tot actie. Ze creëren rust en ruimte om te reflecteren en kritisch na te denken, en zijn een ideale omgeving voor persoonlijke ontwikkeling en zingeving. Musea zijn vooral ook plezierig: om te ontspannen, te genieten van mooie voorwerpen en verhalen, en zelfs om geluk te vinden. Ze zijn de schatkamers van de samenleving, waar jong en oud veel kunnen leren en beleven. Musea zijn het collectieve geheugen van stad, streek en land.

Er is een hoogwaardige collectie van vele soorten speelgoed uit het tijdvak 1850 - 1970 aanwezig. Musea dragen bij aan de economie en zijn toeristische trekpleisters voor een stad, die daarnaast ook inkomsten genereren en de leefbaarheid van de omgeving verbeteren. Sinds de heropening in juni 2010 mocht het museum al meer dan 100.000 bezoeken ontvangen; het aantal bezoekers is opgelopen tot 15.000 op jaarbasis.

Musea zijn de schakel tussen het verleden en heden. Om hun eigen identiteit volledig te kunnen ontwikkelen, moeten kinderen en jongeren liefst zo vroeg mogelijk kennismaken met cultuur en met musea. Musea bieden nieuwe vensters op de wereld of vergroten de bestaande vensters. Voor kinderen is een bezoek aan het Speelgoedmuseum vaak hun eerste kennismaking met een museum. In deze tijd, waarin alles draait om zelf ervaren en beleven, zijn musea belangrijker dan ooit. Het zijn plekken voor bezinning, verwondering, verbazing en ontroering, allemaal emoties die musea een intrinsieke waarde geven. Door het specifieke karakter van het Speelgoedmuseum is het mogelijk om iedereen een groot plezier te doen door de herkenning die veel objecten uit de collectie bij hen teweegbrengen.

In het museum betaalt men voor een toegangsticket. De Museumkaart geeft ook toegang. Tickets en consumpties in het museumcafé kunnen contant betaald worden. Het Speelgoedmuseum biedt diverse opties voor scholen of rondleidingen.

Een interieurfoto van een speelgoedmuseum met diverse objecten.

Het Doorbreken van Cirkels van Geweld en Trauma

Als we mensen aanmoedigen een cirkel van geweld of trauma in een gezin te doorbreken, moeten jeugdzorgorganisaties beginnen met eerlijke zelfreflectie, onderzoek en evaluaties. Organisaties die zich bezighouden met de zorg voor kinderen zouden het goede voorbeeld moeten geven in het onderzoeken van de systemen en structuren die machtsmisbruik mogelijk hebben gemaakt.

De Nederlandse overheid erkende pas in 2022 het gewelddadige oorlogsverleden in Indonesië. Ook in de jeugdzorg hebben mensen zich schuldig gemaakt aan machtsmisbruik dat resulteerde in geweld tegen kinderen. Bijzonder Hoogleraar Micha de Winter deed hier onderzoek naar, maar het verliep traag doordat sommige aan jeugdzorg gerelateerde organisaties niet wilden meewerken en hun archieven gesloten hielden.

Tijdens het schrijven van een boek werd het steeds duidelijker dat het koloniale denken, inclusief het collectieve zwijgen en zelfs ontkennen, zo in onze samenleving is verankerd dat het een groot risico geeft op machtsmisbruik en geweld, zeker in situaties van ongelijkheid en afhankelijkheid. Na de Tweede Wereldoorlog werden duizenden Nederlandse mannen naar het huidige Indonesië verscheept. Hun vaders praatten nooit over wat ze meemaakten. De oma van de verteller zei wel eens: "De man is wel uit de oorlog teruggekomen, maar de oorlog is niet uit de man."

Het is bijna het einde van januari. De kinderen hebben genoten van de sneeuw, en dankzij donaties konden ze kinderen blij maken met sleetjes. Er wordt teruggekeken op een succesvolle decembermaand met veel gedoneerde spullen. De winterjassen blijven binnenkomen. Tijdens de kerstvakantie is het museum gesloten, enkel voor spoedplaatsingen is men bereikbaar.

De zomervakantie zit erop, en de woensdagavonden zijn druk bezocht. Dit was een goede keuze, ondanks de puzzel om het rond te krijgen met vrijwilligers. Er zijn fantastische activiteiten achter de rug, mede dankzij de opbrengst van een grote actie in december 2024. Er wordt opgeroepen zich aan te melden voor het "Je mag er zijn Feestfestijn".

Er waren vijf fantastische dagen, en de kinderen konden blij gemaakt worden met cadeaus. Met het geld dat binnenkomt, kunnen spullen worden aangeschaft en activiteiten worden gerealiseerd voor kinderen in pleeggezinnen en uit de regio. Serieus Langedijk is een radioprogramma met als missie het steunen van goede doelen. De stichting is aangewezen als goed doel, en het programma zal 24 uur per dag muziek draaien.

Een Tankstation in Andalusië

Op een uitgestrekte snelweg in het zuiden van Europa doemt een tankstation met wegrestauratie op. De verteller, met een voorliefde voor functionele retail, houdt zich in, maar vindt strategische momenten om te stoppen: "Hé, het water is op", of "Pax moet naar de wc?" en "Jij wil wel een koffietje, toch?". Pax, de 4-jarige zoon, zegt vaak: "Mama, ik blijf wel bij Papa in de auto, oké".

Het winkeltje geurt naar benzine. Het assortiment bestaat uit inheems speelgoed, jerrycans met olijfolie en benzine. De tijdschriften zijn niet te lezen, maar er ligt zelfs een blad met trouwjurken! Bonuspunten, want de favoriete autosnack, maiz gigante (gefrituurde maïskorrels), is op voorraad.

De man achter de kassa zegt 'Ola' en draagt een neonhesje, alsof het gevaarlijk is om daar te staan. Het winkeltje breekt onverwachts open richting de bar en cafetaria, compleet met systeemplafond, oranje plastic stoelen en vijf eenzame reizigers die eten in het gezelschap van een breedbeeldtelevisie.

Op de bar staan eeuwig houdbare aardappelsalade, Iberico ham en grote plakken schapenkaas. De knappe vrouw achter de bar is zichtbaar verbitterd. De verteller wordt direct in haar leven gezogen: wie heeft haar wat aangedaan? Als hun blik kruist, lacht de verteller haar liefst toe, maar ze kijkt alleen maar bozer. Ze aait preventief over haar bolle buik, "dood mij niet, ik ben zwanger". Ze bestelt een alcoholvrij biertje en de olijven met augurken-mix. Aan een linoleum tafel deept een man brood in een bord met bonensoep, terwijl hij Candy Crush speelt op zijn iPhone. Boven zijn hoofd hangt een gigantisch fotoportret van twee biefstukken.

Buiten op het stoffige terras drinken ze hun drankjes en bewonderen de glooiende heuvels. Daar valt op dat iemand de mini-augurkjes IN de olijven heeft gestopt. Dat moet die vrouw achter de bar zijn! Dáárom is ze zo boos.

Voordat ze weggaan, koopt de verteller een sleutelhanger met de naam 'Manuel'. Elke keer als ze die sleutelhanger ziet, zal ze denken aan dat benzinestation in de verlaten heuvels van Andalusië: stof, hitte, biefstuk, augurkjes en koud bier. Vakantie!

Een foto van een tankstation aan een verlaten weg in Spanje.

tags: #een #tafel #vol #met #speelgoed #wie