Als je ooit Padua bezoekt, dan is er één bezienswaardigheid die je zeker niet mag missen: de Cappella degli Scrovegni. De hoge en langgerekte kapel in rode baksteen ziet er aan de buitenzijde sober uit. Binnenin echter spatten de kleuren van de wanden. De levendige frescocyclus die de kapel siert van de vloer tot het plafond is van de hand van Giotto di Bondone, kortweg Giotto (ca. 1266-1337), een kunstenaar uit de buurt van Firenze.
Giotto was in zijn tijd een gewaardeerd schilder die grote opdrachten kreeg toevertrouwd. Eén van zijn vroegste meesterwerken was de frescocyclus over het leven van Sint-Franciscus in de aan hem gewijde basiliek in Assisi. Bij het begin van de 14de eeuw was Giotto een tijdlang te gast in Padua. Daar werkte hij tussen 1303 en 1305 in opdracht van Enrico Scrovegni aan de versiering van een monumentale grafkapel die Enrico voor zichzelf en zijn familie liet bouwen.
Het verhaal wil dat hij met de bouw van de kapel ook boete wou doen voor de misdaden van zijn vader Reginaldo, een bankier die grote rijkdommen had vergaard door hoge woekerrentes aan te rekenen en heel wat families in Padua in armoede had gestort. Of Enrico erin geslaagd is om met zijn luisterrijke kapel zijn zonden en die van zijn familie af te kopen, zullen we nooit weten. De stichter droeg de kapel op aan Maria-Boodschap, wat verband houdt met zijn lidmaatschap van de gaudenten, een orde die was opgericht om woekeraars te bestrijden en de verwerking van Maria te verspreiden. De eerste inwijding van het bouwwerk in 1303 vond vermoedelijk plaats op 25 maart, de dag waarop de katholieke kerk de Boodschap aan Maria herdenkt.
De kapel, ook wel bekend als de Cappella dell'Arena of Chiesa di Santa Maria dell'Annunziata, werd gebouwd in de eerste jaren van de 14e eeuw in opdracht van Enrico degli Scrovegni, telg van een schatrijke familie uit Padua. De Degli Scrovegni waren grootgrondbezitters en bankiers, die grote rijkdom hadden vergaard door woekerrente te eisen. De kapel was bedoeld als grafkapel voor Enrico en zijn afstammelingen. Vaak wordt gesteld dat Enrico de kapel liet oprichten als boetedoening voor het wangedrag van zijn vader Rinaldo (voluit: Reginaldo) di Ugolino, die was overleden tussen 1288 en 1290 en bekend stond als een gewetenloze woekeraar die vele families van Padua had geruïneerd.
De kapel is overeenkomstig de christelijke gewoonte zo gesitueerd dat het koor naar het oosten is gericht. De oorspronkelijke ingang bevindt zich in de voorgevel aan de westzijde, maar wordt niet meer gebruikt. De noordelijke wand van het schip is volledig gesloten. Het daglicht valt binnen door het drieledige gotische raam in de voorgevel, zes smalle boogramen aan de zuidzijde, twee in de schuine muren van de apsis en een klein rond venster in de muur daartussen.
Tegen het einde van de 18e eeuw was de kapel in slechte staat: het gebouw vertoonde grote scheuren en barsten, regenwater sijpelde naar binnen, er ontstond uitbloei, de kleuren van de verflaag werden dof en vervaagden. Het azuur verpulverde en de gouden aureolen waren zwart geworden. Vooral het Laatste Oordeel op de binnenzijde van de voorgevel was sterk aangetast, dit ten gevolge van de instorting van de 15e-eeuwse portiek. Over een aantal scènes waren rasterlijnen aangebracht om er kopieën van te maken; in andere zaten gaten van de spijkers die daar ooit in waren geslagen om de kapel op feestdagen te versieren met tapijten. Restauraties waren uitgevoerd, maar niet altijd even vakkundig: sommige scènes waren helemaal herschilderd, soms met ruwe penseelstreken of op de droge bepleistering in plaats van natte kalk.
Vanaf 1869 werden nauwgezette restauraties uitgevoerd. In 1881 werd de kapel aangekocht door de stad Padua, en snel daarna werden de restauraties voortgezet tot in 1897. In 1827 werd het palazzo van de Scrovegni afgebroken, maar de kapel bleef gespaard. Tegenwoordig is de stad Padua eigenaar van de kapel.
Een bezoek aan de Cappella degli Scrovegni start met een introductiefilm waarin je kennismaakt met de geschiedenis van de kapel, met de stijl van Giotto en met de minutieuze restauratiewerken die nodig waren om de oorspronkelijke fresco's, na eeuwenlang verval, in hun oude glorie te herstellen. Om de gerestaureerde fresco's in optimale omstandigheden te bewaren is de kapel via sasdeuren hermetisch afgesloten van de buitenlucht zodat er een constante temperatuur en luchtvochtigheid kunnen worden gegarandeerd. Het aantal bezoekers per dag is beperkt en je kan ook maximaal 15 minuten in kleine groepjes de kapel bezoeken.

De Frescocyclus van Giotto
De beschildering van het tongewelf en de frescocyclus die de zijmuren, de binnenzijde van de voorgevel en de triomfboog bedekt voor een totale oppervlakte van 1.100 m², zijn het werk van de Toscaanse schilder-architect Giotto di Bondone. Voor de uitvoering van zijn ontwerp deed hij een beroep op een groot aantal assistenten. Volgens sommigen werd hij bijgestaan door een twintigtal medewerkers, volgens anderen zelfs door veertig: niet enkel timmerlui, stukadoors en verfbereiders, maar ook schilders voor de uitvoering van Giotto's ontwerpen. Dit neemt niet weg dat de decoratie van het schip een homogeen geheel vormt. Enkel specialisten kunnen de hand van medewerkers meermaals herkennen.
De zuidwand en de noordwand van het schip beelden de Heilshistorie uit in 39 afzonderlijke maar opeenvolgende taferelen die meestal 200 × 185 cm groot zijn en verdeeld zijn over drie horizontale registers. De cyclus begint bovenaan de zuidwand naast de triomfboog, loopt over het hele schip tot aan de binnenzijde van de voorgevel en gaat dan bovenaan de noordelijke wand terug naar de triomfboog. Het verhaal gaat daaronder verder in het tweede en nadien het derde register volgens dezelfde rondgang. Hierbij komen achtereenvolgens aan bod: het verhaal van Joachim en zijn vrouw Anna; verhalen uit het leven van Maria; scènes uit het leven van Jezus en het verhaal van zijn passie.
Drie scènes op de triomfboog vormen de overgang van het eerste naar het tweede register, en een andere scène voert de blik van de toeschouwer van het tweede naar het derde register. Voor de keuze van de voorgestelde taferelen werd Giotto geïnspireerd door een theoloog; een van de conjecturen is dat het gaat om de augustijner monnik Alberto da Padova, een tijdgenoot van Giotto die onder andere in Bologna en Parijs heeft gedoceerd.
Onder deze drie horizontale registers fungeert een vierde register op beide zijmuren als sokkel; daarop figureren allegorieën van de zeven Deugden en de zeven Ondeugden. Het tongewelf is als een hemel van azuur die bezaaid is met sterren.
Terwijl de taferelen van het tweede en derde register ons vertrouwd kunnen voorkomen uit het Nieuwe Testament, beelden de twaalf scènes van het eerste register gebeurtenissen uit die nu vrijwel onbekend zijn: ze zijn namelijk niet gebaseerd op de Bijbel, maar onder andere op de apocriefe evangeliën en op de Legenda Aurea.
Het Verhaal van Joachim en Anna
De zuidwand vertelt het verhaal van Joachim en Anna die na langdurige kinderloosheid toch een kind verwachten.
- Scène 1: Met een toornige blik ontzegt een joods priester de bejaarde Joachim de toegang tot de tempel omdat zijn huwelijk met Anna na twintig jaar nog steeds kinderloos is, wat gezien werd als een straf van God. Bedroefd druipt Joachim af met het lam dat hij niet heeft kunnen offeren.
- Scène 2: Moedeloos trekt Joachim zich terug bij de schaapherders in de woestijn. Enkel de hond begroet hem vrolijk, terwijl de herders betekenisvolle blikken met elkaar uitwisselen.
- Scène 3: Terwijl Joachims vrouw Anna thuis geknield bidt, verschijnt haar een engel die aankondigt dat ze zwanger zal worden. Voor de deur van het huis zit een meid te spinnen.
- Scène 4: Nog steeds in de woestijn knielt Joachim voor het offer dat hij brengt. Een engel (rechts) en Gods zegenende hand (helemaal bovenaan) geven te kennen dat zijn offer nu wel aanvaard wordt.
- Scène 5: Terwijl Joachim zittend slaapt voor de schaapsstal, verschijnt hem een engel die hem de zwangerschap van zijn vrouw aankondigt.
- Scène 6: Joachim is teruggekeerd naar Jeruzalem, en wordt voor de Gouden Poort begroet door Anna die haar man tegemoet is getreden. De ontmoeting vindt plaats op de brug, symbool voor de overgang naar hun nieuwe leven samen. Het gaat duidelijk om een bejaard koppel, en hun tedere kus suggereert de liefde waaruit het kind geboren zal worden ondanks hun hoge leeftijd. We zien een treffend beeld van blijde ontroering en tederheid: de lichamen neigen naar elkaar toe, en hun gezichten versmelten in elkaar.
- Scène 7: Weer terug in hun huis is Anna bevallen van een dochter die de naam Maria zal krijgen. De moeder zit rechtop in bed, en neemt het kind aan dat de vroedvrouw heeft ingebonden. Het kind is nogmaals aanwezig in het tweede tafereel op de voorgrond: twee meiden verzorgen de pasgeborene.
- Scène 8: Omdat Maria aan God is gewijd, moet haar toekomstige echtgenoot door een mirakel aangewezen worden. De huwelijkskandidaten brengen elk een twijg naar de tempel, en hij wiens twijg tot bloei zou komen, zou uitverkoren zijn. Links staan een aantal jongemannen klaar om hun twijg te overhandigen aan de priester Zacharias die hen opwacht in de tempel.
- Scène 9: De jongemannen en Zacharias bidden voor het altaar in de tempel opdat een van de twijgen tot bloei zou komen.
- Scène 10: Opnieuw in de tempel wijdt de priester het huwelijk van Maria met Jozef in.
- Scène 11: Maria wordt in een stoet naar haar ouderlijk huis begeleid.

De Triomfboog
Centraal in de lunet van de triomfboog troont bovenaan God de Vader te midden van engelen (scène 13). Merkwaardig genoeg is het rechthoekige gedeelte waarin God is voorgesteld niet uitgevoerd in fresco, maar in tempera op een populierenhouten paneel; zijn vergulde aureool is verloren gegaan. Het paneel sloot naadloos aan op het omringende frescogedeelte dat begint bij de twee engelen aan zijn zijden en bij de drie treden onder zijn troon. Thans wordt het originele paneel bewaard in de Musei Civici (Stedelijke Musea) van Padua; op de triomfboog in de kapel is een fotografische reproductie aangebracht. De reden waarom de figuur van God de Vader als enige van de hele cyclus niet in een muurfresco is weergegeven maar op paneel, zou zijn dat dit houten paneel bij de plechtige viering van Maria-Boodschap op 25 maart werd weggedraaid om vanuit de achterliggende ruimte een duif te laten opstijgen als symbool van de Heilige Geest: van hem immers heeft de maagd Maria volgens de christelijke traditie haar kind ontvangen.
De onderste strook van de triomfboog biedt zowel links als rechts een inkijk in fictieve koornissen ("coretti" genoemd): in trompe-l'oeil zien we een diepe zijruimte waar een kroonluchter aan de sluitsteen van een kruisribgewelf hangt. Personages zijn hier afwezig: het gaat dus om een soort stillevens.
Het Leven van Jezus
Doordat enkel de zuidwand is opengewerkt met smalle ramen waarvan de hoogte exact overeenstemt met die van het tweede en derde register, krijgen we daar slechts vijf scènes en geen zes zoals op de noordwand.
- Scène 16: Maria kijkt liefdevol haar pasgeboren zoon aan die ze aanneemt uit de handen van de vrouw die haar heeft bijgestaan bij de bevalling, en legt hem in de kribbe van de armzalige stal in een onherbergzaam landschap. Haar blik wordt beantwoord door die van het kind; Jozef zit voor de stal, eerder afwezig.
- Scène 17: De drie koningen komen Christus eer betuigen en geschenken aanbieden.
- Scène 18: Jozef en Maria dragen hun zoon op in de tempel. Zeer levensecht is de houding van het kind dat de armen van de priester tracht te ontvluchten en naar zijn moeder reikt.
- Scène 19: De Heilige Familie vlucht door de woestijn naar Egypte.
- Scène 20: Vanuit zijn rijke paleis geeft koning Herodes de opdracht om alle pasgeboren jongens te doden. Een van zijn soldaten staat op het punt om een kind genadeloos te doorsteken in de armen van zijn moeder.
- Scène 21: Zonder medeweten van zijn ouders is de twaalfjarige Jezus in de tempel gaan discussiëren met de wetgeleerden. Hij zit centraal in een opvallend rood kleed, te midden van zijn tien gespreksgenoten die verschillend reageren.
- Scène 22: Christus wordt gedoopt in de Jordaan. In een hel licht boven hem verschijnt God de Vader met een boek in de hand. De lijnen van de lichtstralen, van het landschap en van de rivier convergeren naar Christus. Overeenkomstig de traditie wordt zijn naaktheid verhuld door de onnatuurlijk weergegeven diepte van het water.
- Scène 23: Op de bruiloft te Kana verricht Jezus zijn eerste wonder. Wanneer zijn moeder Maria hem erop heeft gewezen dat de wijn op is, zegent hij (uiterst links gezeten, met de bruidegom aan zijn zijde) de kruiken met water die terstond in wijn veranderen. De beste wijn zelfs volgens de drankmeester die, aan zijn lichaamsbouw te zien, weleens meer wijn heeft gedronken. Het aureool van de andere persoon naast de bruidegom laat vermoeden dat dit een van de apostelen is (Petrus?). De bruid zit in het midden van het tafereel naast Maria.
- Scène 24: Vier dagen na Lazarus' overlijden wekt Jezus hem op uit de dood. De scène geeft alle handelingen beknopt weer: Lazarus' zusters smeken op hun knieën om redding; rechts hebben de dienaren het graf geopend, en het omzwachtelde lijk wordt getoond in al zijn griezeligheid. De vrouwen rechts schermen zich af voor de lijklucht. Alle energie gaat uit van Christus' zegenende gebaar.
- Scène 25: Gezeten op een ezel en gevolgd door zijn apostelen trekt Christus op Palmzondag Jeruzalem binnen. De inwoners komen hem tegemoet vóór de stadspoort; een van hen wuift met een palmtak; anderen trekken hun mantel uit en spreiden die uit op zijn pad.
- Scène 26: Met vastberaden gelaatsuitdrukking en zwaaiend met een touw ranselt Christus de handelaars uit de tempel van Jeruzalem, waarvan de voorgevel is uitgebeeld op de achtergrond. De handelaars reageren verschrikt, terwijl de farizeeën rechts afkeurende blikken uitwisselen. De offerdieren die te koop worden aangeboden ontsnappen angstig; links verdwijnen ze al gedeeltelijk uit beeld.

Het Lijdensverhaal
Het derde register bevat Christus' passieverhaal.
- Scène 28: Het Laatste Avondmaal is gesitueerd in een zaal waarvan twee muren zijn weggelaten om een inkijk te bieden; het dak steunt nog op een stijl die enkel is onderbroken voor het hoofd van een van de apostelen. Voorgesteld is het ogenblik waarop Christus aan zijn apostelen aankondigt dat een van hen hem zal verraden. Zij reageren geschokt en kijken elkaar vragend aan. Christus' geliefde leerling Johannes rust aan zijn zijde. Judas doopt tegelijk met Christus zijn hand in de schaal, en geeft zo te kennen dat hij de verrader is. Door een chemische reactie zijn de zilverkleurige aureolen om de hoofden van de apostelen zwart geworden, een verschijnsel dat zich ook heeft voorgedaan in de volgende scènes.
- Scène 29: Het verraad van Judas.
- Scène 30: De Judas-kus en de daaropvolgende arrestatie van Jezus.
Italia : Padova : Cappella degli Scrovegni : fresco cycle by Giotto
Het Laatste Oordeel
Dé blikvanger in de kapel is echter Giotto’s afbeelding van het Laatste Oordeel dat de hele westwand van de kapel in beslag neemt. De centrale figuur is Christus, gezeten op een troon en geflankeerd door de twaalf apostelen. Aan hun voeten zien we links de uitverkorenen, mensen die godsvruchtig hebben geleefd en nu door engelen worden begeleid naar de hemel. Tussen de uitverkorenen en de verdoemden verrijst het kruis, gedragen door twee engelen.
Aan de voet van het kruis zien we een geknielde Enrico Scrovegni die een maquette van zijn kapel aanbiedt aan Maria. Merk op: Enrico staat links van het kruis, aan de zijde van de uitverkorenen dus. Zijn laatste rustplaats bevindt zich helemaal aan de overzijde van de kapel, in een bijzondere graftombe geflankeerd door twee engelen die een gordijn wegschuiven waarachter de overledene ligt opgebaard.
In de middeleeuwen was De openbaring van Johannes een van de belangrijkste boeken van de Bijbel, hierin werd namelijk de profetie gedaan van het einde der tijden, de tweede komst van Christus en het Laatste Oordeel. Voor een kunstenaar was het een hele uitdaging alle scènes van het Laatste Oordeel zo goed mogelijk over te brengen op één fresco. Bijzonder lastig was dat in het visioen van Johannes de Evangelist de hoeders van de hemel het firmament (de sterrenhemel) oprollen. In de Middeleeuwen zag men het heelal en de hemel echter als eindig, er waren verschillende hemelsferen met de aarde als het centrale middelpunt. En wat eindig is, kan je oprollen!

Giotto's Vernieuwende Stijl
Giotto was zijn tijd vooruit. Naast de statische portretten van Byzantijnse kunstenaars, zijn de figuren van Giotto levensecht. Hij gebruikte een primitieve vorm van perspectief, liet personen bewegen, gaf kleren schaduwen en toonde emoties. De hemelsblauwe fresco’s in de Scrovegni Kapel zijn een harmonie van kleur en compositie. Perspectief, dramatiek en emotie, alles zit erin.
Giotto maakte de schilderingen in de Scrovegni kapel op de muur met de zogenaamde ‘fresco’-techniek. Eerst bracht hij met houtskool een ondertekening aan op de muur. Met rode oker opgelost in water werkte hij deze tekening verder uit en kon hij de lichte en donkere partijen al aangeven. Vervolgens bracht hij een dunne natte kalklaag aan, waarin hij daadwerkelijk schilderde. Deze ‘verse’ laag geeft deze schildertechniek de naam ‘fresco’ (Italiaans voor vers). De schilderingen moesten hierdoor snel gemaakt worden. Zodra de laag droog was, kon Giotto niets meer aanpassen. Hij werkte daarom met ‘giornate’, stukken die hij in 1 dag kon schilderen.
Niet alle pigmenten zijn te gebruiken voor fresco’s. Sommige hechten niet goed aan de kalk, lopen uit of verkleuren snel. Voor de kleur blauw was in Giotto’s tijd alleen ultramarijn beschikbaar. Maar deze dure kleurstof zou de fresco’s onbetaalbaar hebben gemaakt. Voor het vele blauw in de Scrovegni kapel week Giotto daarom af van de frescotechniek. Giotto nam zo het risico dat de toplaag zou breken of zelfs zou afbladderen. Helaas is dit in grote delen van de fresco’s in de loop der eeuwen ook gebeurd. Bij een grote restauratie in 2002 is de blauwe kleur weer zoveel mogelijk teruggebracht.
De frescocyclus wordt beschouwd als Giotto's belangrijkste werk; zijn invloed op de schilderkunst was zo groot dat de eerste helft van de 14e eeuw in de kunstgeschiedenis wordt omschreven als de "Giotto-tijd".