Dit artikel duikt in de resultaten van het historisch-kritische onderzoek naar de persoon Jezus van Nazareth, met een focus op zijn geboorte en de oorsprong van de christelijke traditie rond dit evenement. Voor een diepgaandere analyse van de methodologie en geschiedenis van dit onderzoek, wordt verwezen naar de "Zoektocht naar de historische Jezus".

Wie was Jezus van Nazareth?
Jezus van Nazaret(h) (Aramees: ישוע Jesjoea of Jesjoe`, Grieks: Ἰησοῦς), geboren rond 5 v.Chr. en gestorven rond 30 n.Chr. in Jeruzalem, was een Joodse prediker en leider. Hij is de centrale figuur van het christendom. Vanaf ongeveer 28 n.Chr. was hij actief in Galilea en Judea. Op bevel van de Romeinse prefect Pontius Pilatus werd hij in 30 (of 33) n.Chr. gekruisigd.
De Historische Jezus
De historisch-kritische benadering van Jezus tracht via een wetenschappelijke methode de geschiedenis van Jezus van Nazareth te reconstrueren. Het bestaan van een historische Jezus wordt door vrijwel alle deskundigen geaccepteerd. Dit wordt ondersteund door onafhankelijke getuigenissen van Paulus, Marcus en de hypothetische bron Q, die binnen ongeveer veertig jaar na zijn dood verschenen. Een toenemende spectaculaire en theologisch verantwoorde weergave van gebeurtenissen in de latere evangeliën, zoals de doop door Johannes de Doper, de vermeende gekte van Jezus volgens zijn familie, of het lopen over water, wijst op een ontwikkeling die de oorspronkelijke gebeurtenissen eenvoudiger maakt.
Naam en titels
De naam Jezus is afgeleid van het Griekse Ἰησοῦς, wat weer voortkomt uit het Hebreeuwse Jehosjoea (Jozua) of het Hebreeuws-Aramese Jesjoea. De betekenis is "JHWH is redding". In Palestina rond het begin van de jaartelling was dit een veelvoorkomende Joodse naam. Omdat familienamen toen niet bestonden, was hij wellicht bekend als Jesjoea ben Josef (Jezus de zoon van Jozef).
De titel Christus is de gelatiniseerde vorm van het Griekse Χριστός (Christos), de vertaling van het Hebreeuwse masjie’ach (gezalfde). Het Nederlandse woord messias is een verbastering van het Griekse woord. In de Joodse traditie werd de term 'gezalfde' gebruikt voor koningen, priesters en profeten. In de tweede of eerste eeuw voor Christus ontstond de verwachting van een afstammeling van David, door God gezalfd, die Israël in oude glorie zou herstellen.
Hoewel er nergens in het Nieuwe Testament staat dat Jezus zichzelf als messias aanduidde, gaf hij in Marcus 14:61-62 wel toe dat hij het was tegenover de hogepriester. Het is waarschijnlijk dat sommige volgelingen hem al tijdens zijn leven als messias beschouwden. Na zijn opstanding geloofden zijn volgelingen veelal dat Jezus de messias was. Moderne exegeten zien geen reden om aan te nemen dat Jezus ooit beweerde Zoon van God te zijn, een titel die niet noodzakelijk een goddelijke status impliceert.
De Geboorte van Jezus: Historische en Bijbelse Perspectieven
Over de eerste dertig jaar van Jezus' leven is weinig met zekerheid te zeggen. Ook de bepaling van zijn geboortejaar blijft speculatief. De christelijke jaartelling, ontworpen door Dionysius Exiguus, zou moeten beginnen bij de geboorte van Jezus. Deze telling strookt echter niet met de aanname dat Jezus werd geboren tijdens het leven van Herodes de Grote, die stierf in 4 v.Chr. De vermelding van de dood van Filippus de tetrarch in het 20e jaar van Tiberius (34 n.Chr.) en de maansverduistering op 13 maart 4 v.Chr. suggereren dat Jezus kort voor 4 v.Chr. werd geboren.
Anderzijds verbindt Lucas de geboorte aan de census van Quirinius (6/7 n.Chr.). De enige zekerheid is dat Jezus is geboren tussen 14 v.Chr. en 6/7 n.Chr. Volgens Lucas reisden Jozef en Maria van Nazareth naar Bethlehem vanwege een volkstelling, omdat Jozef afstamde van David. Het verhaal dat keizer Augustus een decreet uitvaardigde dat Jozef, ondanks de zwangerschap van Maria, 90 kilometer moest afleggen naar Bethlehem, strookt niet met historisch materiaal. Er is een conflict tussen de macht van Herodes in Judea en de Romeinse volkstelling, die volgens Josephus pas in 6/7 n.Chr. plaatsvond.

De Bijbelse Geboorteverhalen
Vanuit historisch-kritisch perspectief is de voorstelling van de geboorte in Bethlehem waarschijnlijk ontstaan om de profetie van Micha 5:1 te vervullen, die een heerser uit Bethlehem-Efrata voorspelde. De genealogieën in Matteüs en Lucas, hoewel onderling verschillend, wijzen beide naar Jezus' afstamming van David, die in de evangeliën als "zoon van David" wordt aangeduid.
Het Evangelie volgens Lucas
Lucas beschrijft de geboorte van Jezus met nadruk op eenvoud, vrede en de vervulling van Gods belofte. Het verhaal begint met de vermelding van Herodes de Grote (regeerde 37 v.Chr. - 4 v.Chr.) en keizer Augustus (regeerde 27 v.Chr. - 14 n.Chr.), wat de geboorte in een mondiaal perspectief plaatst. Volgens Lucas vaardigde keizer Augustus een decreet uit voor een volkstelling. Vers 2 dateert deze volkstelling ten tijde van Publius Sulpicius Quirinius, Romeins gouverneur van Syria van 6 tot 9 n.Chr. Dit is historisch problematisch vanwege het tijdsverschil met de dood van Herodes. Lucas vertelt dat iedereen naar de plaats van hun voorgeslacht moest gaan, waardoor Jozef en Maria van Nazareth naar Bethlehem reisden. De davidische afkomst van Jozef sluit aan bij de oudtestamentische belofte dat de Messias uit het huis van David zou voortkomen.
De geboorte vond plaats in Bethlehem, waar Maria een zoon ter wereld bracht. Het gebruik van 'doeken' en een 'kribbe' (voederbak) wijst op ouderlijke zorg en een mogelijke verblijfplaats in een woning met een deel voor dieren. Het verhaal van de herders, die door engelen op de hoogte werden gesteld van de geboorte, benadrukt de boodschap van hoop en vrede voor alle mensen. De vermelding van een menigte engelen die God prijzen, versterkt de goddelijke betekenis van de gebeurtenis.
Het Evangelie volgens Matteüs
Matteüs legt de nadruk op de koninklijke afkomst van Jezus en de vervulling van profetieën. Hij beschrijft hoe Maria, reeds verloofd met Jozef, zwanger raakte door de Heilige Geest. Jozef, die aanvankelijk wilde scheiden om haar niet te schande te maken, werd door een engel in een droom geïnformeerd over de goddelijke oorsprong van de zwangerschap. Het kind moest Jezus genoemd worden, de verlosser van zonden.
Matteüs' verhaal plaatst de geboorte in Bethlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes de Grote. Dit is een overeenkomst met Lucas, hoewel Matteüs lijkt te suggereren dat Jozef en Maria al in Bethlehem woonden, in tegenstelling tot Lucas' vermelding van Nazareth als hun woonplaats.
De gebeurtenissen rond de geboorte, zoals de moord op de jongetjes in Bethlehem door Herodes (Matteüs 2:16-18), de vlucht naar Egypte (Matteüs 2:13-15) en de terugkeer naar Nazareth na de dood van Herodes (Matteüs 2:19-23), worden door Matteüs gebruikt om de vervulling van oudtestamentische profetieën te onderstrepen.
Evangelieverschillen: waarom Matteüs en Lucas verschillende kerstverhalen vertellen
Betlehem of Nazareth?
De bijbelboeken Lucas en Matteüs vermelden Bethlehem als geboorteplaats, terwijl Marcus en Johannes Jezus aanduiden als "Jezus van Nazareth". Dit wijst erop dat Nazareth waarschijnlijk zijn oorspronkelijke woonplaats was. De vermelding van Bethlehem in Lucas en Matteüs wordt door velen verklaard als een poging om de profetie van Micha te vervullen, die de Messias uit Bethlehem liet komen. De vermelding in Johannes 7:42, waar getwijfeld wordt aan Jezus' messiasschap omdat hij niet uit Bethlehem kwam, ondersteunt het idee van twee concurrerende tradities.
Historisch onderzoek suggereert dat Jezus waarschijnlijk nooit in Bethlehem is geboren en dat de verhalen hierover later zijn ontstaan om aan de profetieën te voldoen. De vermelding van een volkstelling in Lucas wordt door historici als onjuist beschouwd, omdat de Romeinen volkstellingen in de woonplaats van de onderdanen hielden, niet in hun plaats van herkomst.
Taal en Leven van Jezus
De talen die in Romeins Palestina werden gesproken, waren divers. Aramees was de meest gebruikte taal onder Joden, en het is dan ook de meest waarschijnlijke taal die Jezus sprak, zoals blijkt uit Aramese citaten in de Griekse manuscripten. Het is mogelijk dat hij ook een Hebreeuws dialect sprak en enige basiskennis van Grieks had, de lingua franca van het oostelijke Middellandse Zeegebied. Er zijn geen aanwijzingen dat Jezus een hoge opleiding genoot; de meeste mensen uit die tijd konden niet lezen of schrijven.
Johannes de Doper en de Doop van Jezus
Johannes de Doper was een prominente profeet uit die tijd. Volgens Lucas was hij een neef van Jezus, hoewel andere evangelisten dit niet vermelden. Johannes doopte mensen in de Jordaan als teken van bekering en vergeving van zonden. De meeste historici beschouwen Jezus' doop door Johannes als historisch, omdat het onwaarschijnlijk is dat christenen zouden verzinnen dat hun leider door iemand anders gedoopt was.
Het Leven en Prediken van Jezus
Vanaf zijn doop door Johannes de Doper (ca. 26 n.Chr.) bieden de evangeliën een consistenter beeld van Jezus' leven. Na de gevangenneming van Johannes begon Jezus zijn boodschap te prediken in Galilea, met Kafarnaüm als centrum. Hij riep discipelen, genas zieken en voerde dialogen met schriftgeleerden. Jezus predikte in synagogen, bij mensen thuis en in de open lucht, en had contact met geminachte groepen zoals prostituees en tollenaars.
Een centraal thema in zijn prediking was het Koninkrijk van God, een eeuwenoude profetische traditie. Jezus betrok deze verwachting op zichzelf en werd door zijn volgelingen als rabbi (leraar) aangeduid. Hij leek het grotendeels eens te zijn met de milde Hillel, met uitzondering van het punt van echtscheiding. Jezus verkondigde zijn leer vaak in de vorm van parabelen, zoals die van de barmhartige Samaritaan, om Joodse wetten beter na te leven.
Samen met zijn discipelen verwachtte Jezus een spoedig ingrijpen van God en de komst van Gods koninkrijk op aarde. Velen deelden deze verwachting, zoals blijkt uit de Dode Zee-rollen.
Wonderen en Profetieën
Aan weinig historische personen worden zoveel wonderen toegeschreven als aan Jezus. Hij genas zieken, dreef demonen uit, wekte doden op en had macht over de natuur. Wonderdoeners kwamen ook voor in de Hebreeuwse Bijbel en in Palestina rond de tijd van Jezus. De tendens in de overlevering laat zien dat hoe jonger de bron, hoe spectaculairder de wonderen van Jezus zijn. In de vroegste lagen van de traditie treedt Jezus vooral op als genezer en exorcist.
De Aankomst in Jeruzalem en de Tempel
Jezus' aankomst in Jeruzalem op een ezel wordt beschouwd als symbolisch, aansluitend bij de profetie van Zacharia 9:9 over de komst van een koning. Het is onzeker of Jezus deze profetie kende en bewust koos voor deze entree, of dat de christelijke traditie hem zo afbeeldde. Als een grote menigte hem als koning onthaalde, is het moeilijk te verklaren dat hij nog een week in leven bleef, gezien de spanningen rond Pesach.
Het omgooien van de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers in de tempel, waarbij Jezus zei: "Mijn huis moet voor alle volken een huis voor gebed zijn", is een combinatie van Jesaja 56:7 en Jeremia 7:11. De historische interpretatie van deze actie is problematisch, aangezien geldwisselaars en duivenverkopers nodig waren voor offers en rituele objecten, en er geen bewijs is van misbruik of woeker.
Hoewel Jezus elders positief was over de tempel en tempelbelasting betaalde, wordt deze actie waarschijnlijk gezien in het licht van zijn uitspraken over de verwoesting van de tempel. De synoptische evangeliën schrijven hem de voorspelling toe dat de tempel verwoest zou worden (Marcus 13:1-2). De nauwkeurigheid van deze profetie kan de authenticiteit ervan versterken.

De Laatste Dagen en Executie
Het laatste avondmaal met zijn discipelen is een concrete gebeurtenis die ook buiten de evangeliën wordt beschreven (1 Korintiërs 11:24-26). Deze maaltijd was voor Jezus symbolisch belangrijk en wees vooruit naar Gods koninkrijk. De vermelding dat dit de laatste keer was dat hij wijn zou drinken, suggereert dat hij wist dat zijn einde naderde.
De gerechtelijke procedure tegen Jezus en zijn executie worden zowel in de nieuwtestamentische geschriften als door Josephus en Tacitus genoemd. Dat Jezus werd veroordeeld en gekruisigd, behoort tot de zekerste feiten over hem. De reden voor de Romeinse veroordeling is niet met zekerheid vast te stellen, maar het incident in de tempel wordt vaak als belangrijkste aanleiding gezien.
De Kalender en de Geboorte van Jezus
De huidige jaartelling, die begint bij het jaar 1, werd in het jaar 525 n.Chr. ontworpen door de christelijke monnik Dionysius Exiguus. Deze telling is gebaseerd op zijn berekeningen van Jezus' geboortejaar. Vóór de invoering van deze kalender gebruikten christenen de Romeinse kalender of de 'martelaarstijdperk' die begon bij de troonsbestijging van keizer Diocletianus in 284 n.Chr.
Dionysius' berekeningen blijken echter niet volledig correct te zijn. De bijbelse kindermoord door Herodes, die plaatsvond vóór zijn dood in 4 v.Chr., suggereert dat Jezus uiterlijk in dat jaar geboren moet zijn. Dit plaatst zijn geboorte dus vóór het jaar 1 van onze jaartelling. Het probleem met het jaar nul, dat de Romeinen niet kenden, maakt de berekeningen complex wanneer deze worden uitgebreid naar de periode vóór Christus.
De Islamitische Perspectief op de Geboorte van Jezus
De Koran beschrijft de geboorte van Jezus (Isa) in Hoofdstuk Maria (Maryam). Een engel kondigt aan Maria aan dat zij een zoon zal krijgen door Gods wil. Jezus wordt geboren in de woestijn onder een dadelpalm, en God laat een beek ontspringen om haar dorst te lessen. Bij thuiskomst wordt Maria beschuldigd van schaamteloosheid, maar de pasgeboren Jezus spreekt vanuit de wieg in haar voordeel.
Symboliek en Tradities rond Kerstmis
De viering van Kerstmis op 25 december heeft wortels in oudere tradities. Vóór de christelijke jaartelling werden rond de winterzonnewende feesten gehouden om het terugkerende daglicht te vieren, zoals de Germaanse joelfeesten en de Romeinse Saturnaliën en Dies Natalis Solis Invicti. De christelijke kerk nam 25 december in de 4e eeuw officieel aan als geboortedatum van Christus, mogelijk om deze bestaande feesten te integreren.
De kerststal, zoals die in de 13e eeuw door Franciscus van Assisi werd opgevoerd, maakt het mysterie van de geboorte tastbaar. De ster van Bethlehem symboliseert Jezus als het Licht van de wereld. De herders vertegenwoordigen nederigheid en geloof, terwijl de wijzen wijsheid en de zoektocht naar betekenis symboliseren. Deze elementen, samen met kerstliederen en liturgie, vormen de rijke traditie rond de geboorte van Jezus.