Winston Churchill: Een Leven in Dienst van Groot-Brittannië

Vroege Leven en Achtergrond

Winston Leonard Spencer-Churchill zag het levenslicht op 30 november 1874 in het statige Blenheim Palace te Woodstock, Oxfordshire. Hij stamde uit een vooraanstaande Britse aristocratische familie. Zijn voorvader, John Churchill, de eerste hertog van Marlborough, had Blenheim Palace ontvangen als beloning voor zijn overwinning in de Slag bij Blenheim in 1704. Churchills vader was Lord Randolph Henry Spencer-Churchill, de derde zoon van de zevende hertog van Marlborough en in 1886 minister van Financiën. Net als zijn vader gebruikte Winston enkel 'Churchill' als achternaam, hoewel hij officieel geregistreerd stond als ‘Spencer-Churchill’.

Zijn moeder, Jennie Jerome, was een Amerikaanse vrouw afkomstig uit Brooklyn. Churchill werd kort na zijn geboorte gedoopt in de Church of England. In zijn tienerjaren keerde hij zich fel tegen het christendom, om uiteindelijk als volwassene agnost te worden. Hij beschouwde religie, net als Karl Marx, als "opium" of "een heerlijk verdovend middel".

Portret van een jonge Winston Churchill

Jeugd en Opleiding

De jonge Churchill beleefde een moeilijke jeugd. Hij bezocht de Britse jongenskostschool Harrow, waar hij zich eenzaam voelde en nauwelijks contact had met zijn ouders. Door zijn klasgenoten werd hij uitgescholden voor 'copperknob' en 'ginger' vanwege zijn rode haar. Gezag werd door Churchill steeds in twijfel getrokken, wat studeren tot een zeldzaamheid maakte. Als gevolg haalde hij slechte cijfers, met name voor Latijn en wiskunde, en werd hij door zijn onderwijzers veelvuldig gestraft.

Hierdoor werd hij door zijn onderwijzers veelvuldig gestraft. Na Harrow vervolgde hij in 1893 zijn opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie te Sandhurst. Hij had drie pogingen nodig voor het toelatingsexamen, maar kon daarna aan de opleiding beginnen.

Militaire en Journalistieke Carrière

In 1895 ging Churchill als militair waarnemer naar Cuba, waar hij de Spaanse troepen vergezelde die een antikoloniale guerrillabeweging probeerden te onderdrukken. In de rang van tweede luitenant, gestationeerd in Bombay, vroeg en kreeg hij uiteindelijk een aanstelling bij de strijdmacht in het noordwesten van Brits-Indië, het huidige Afghaans-Pakistaanse grensgebied.

Mede dankzij de invloed van vrienden van zijn moeder waren enkele kranten bereid zijn verslagen te publiceren over het neerslaan van een Pathaanse opstand in 1897 in dit gebied. Hij schreef reportages voor The Pioneer en The Daily Telegraph. In 1898 verscheen zijn eerste boek, The Story of the Malakand Field Force, over deze opstand.

Op 2 september 1898 was Churchill te Omdurman, nabij Khartoem in Soedan, deelnemer aan de laatste echte cavaleriecharge van het Britse leger. In een brief aan zijn moeder meldde Churchill dat hij zelf ten minste vijf en mogelijk zeven tegenstanders had gedood. Die cavaleriecharge was echter slechts een bijzaak in de Slag bij Omdurman, waarbij het leger van kalief Abdallahi ibn Muhammad hoofdzakelijk met mitrailleurs vanaf schepen op de Nijl werd uitgeschakeld.

In oktober was Churchill terug in Groot-Brittannië, waar hij begon aan zijn tweedelige werk The River War, dat het jaar daarop werd gepubliceerd. In dit werk beschreef Churchill zijn visie op de gevaren van de invloed van de islam, stellend dat "Individuele moslims geweldige kwaliteiten kunnen hebben, maar de invloed van de religie verlamt de sociale ontwikkeling van haar volgelingen. Er bestaat geen sterkere regressieve kracht in de wereld. Verre van stervende, is de islam een militant geloof dat mensen wil bekeren."

In de Tweede Boerenoorlog werkte Churchill als oorlogsverslaggever. Hij werd gevangengenomen door de Afrikaners, die een hinderlaag hadden gelegd voor een Brits treinkonvooi. Kort daarna wist hij te ontsnappen, wat hem tot een nationaal bekende Brit maakte.

Winston Churchill in militair uniform rond 1895

Politieke Carrière: Van Wisselvalligheid naar Premierschap

Eenmaal terug in Engeland begon Churchill aan zijn politieke carrière. Van 1901 tot 1922 en opnieuw van 1924 tot 1964 was hij lid van het Britse Lagerhuis. Aanvankelijk was hij lid van de Conservative Party, maar omdat deze partij zich kantte tegen het principe van internationale vrijhandel, stapte hij in 1904 over naar de Liberal Party.

In de jaren 1906 tot 1910 legde hij als lid van de regering de basis voor onder meer de werkloosheidsverzekeringen, arbeidsbureaus, de onafhankelijkheid van Ierland en een forse beperking van de macht van het Hogerhuis. In 1908 trouwde Winston Churchill met Clementine Hozier (1885-1977), die eveneens uit aristocratische kringen kwam.

In 1910 werd Churchill benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken. Dat jaar stuurde hij bataljons politie uit Londen om stakende mijnwerkers in Tonypandy in Zuid-Wales aan te vallen; één kompel werd gedood en bijna 500 stakers en 80 politieagenten raakten gewond. De Britse arbeidersbeweging hield hieraan een langdurig wantrouwen jegens hem over. Als minister keerde hij zich tegen het vrouwenkiesrecht.

In 1911 werd hij benoemd tot minister van Marine (First Lord of the Admiralty). Hij zou in deze functie actief blijven tot in de Eerste Wereldoorlog. Gedurende deze tijd was hij als lid van het 'Committee of Imperial Defence', samen met onder anderen minister van Buitenlandse Zaken Edward Grey, betrokken bij de voorbereiding van de Britse strijdkrachten op de dreigende oorlog in Europa. Churchill en de First Sea Lord prins Lodewijk van Battenberg zorgden ervoor dat de reusachtige Britse vloot in de zomer van 1914 na oefeningen direct inzetbaar was. Hij speelde in die tijd een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de eerste Britse tank, de Mark I.

In de Eerste Wereldoorlog was Churchill als minister van Marine erg ambitieus om de centrale mogendheden aan te vallen. Zo was hij in 1915 medeverantwoordelijk voor de rampzalige Gallipoli-landingen bij de Dardanellen, die bedoeld waren om de hoofdstad van de Ottomaanse bondgenoot van Duitsland te veroveren en een bevoorradingsroute naar bondgenoot Rusland open te leggen. Aan Britse en Franse zijde waren hierbij niet minder dan 220.000 doden, gewonden en vermisten te betreuren (voor het Ottomaanse Rijk was dit getal ongeveer 250.000). Dit bezorgde hem bij zijn critici de bijnaam "slager van Gallipoli". Hij nam een groot deel van de verantwoordelijkheid op zich door af te treden als minister van Marine, hoewel de hoofdschuldigen voor de mislukking de plaatselijke bevelhebbers waren.

Toen er spoedig daarna een regering gevormd werd, die uit alle partijen bestond, werd Churchill kanselier van het Hertogdom Lancaster (Chancellor of the Duchy of Lancaster), een minder belangrijke post. Churchill voelde zich daar niet op zijn plaats, nam al snel weer ontslag uit de regering en voegde zich bij het leger. In 1917 werd hij benoemd tot minister van Munitie. Toen de Eerste Wereldoorlog afgelopen was, werd hij tevens aangesteld als minister van Oorlog en minister van Luchtvaart. Hij stelde in 1919 voor om gifgas te gebruiken "als experiment tegen weerspannige Arabieren", omdat het in zijn ogen "de toepassing van de westerse wetenschap op moderne oorlogsvoering" was.

Ook was hij er voorstander van om in te grijpen in de Russische Revolutie. Hij zag het als zijn persoonlijke queeste om het bolsjewisme "te wurgen bij de geboorte".

In oktober 1922 werd bij Churchill de blindedarm verwijderd. Toen hij na de operatie bijkwam, was de regering inmiddels gevallen en waren er verkiezingen uitgeschreven. Bij deze verkiezingen verloor hij zijn zetel voor zijn kiesdistrict, het Schotse Dundee. In 1924 kwam hij, met conservatieve steun, uit voor Epping en werd verkozen. Churchill werd nu benoemd tot Chancellor of the Exchequer (minister van Financiën).

Bij de verkiezingen van 1929 werden de Conservatieven verslagen. Door interne meningsverschillen werd Churchill geen leider van de partij. Toen de eerste Labour-premier Ramsay MacDonald een coalitieregering vormde, was er geen plaats voor Churchill, die toen zijn tijd verder besteedde aan schrijven.

Winston Churchill in het Lagerhuis

De Tweede Wereldoorlog en Leiderschap

Na 1933 was hij een van de weinigen in zijn land die konden en wilden inzien dat de opkomst van nazi-Duitsland tot een nieuwe oorlog zou leiden en die pleitte voor een sterker leger. De slachtpartijen van de 'Great War' lagen echter nog zo vers in het geheugen, dat velen de realiteit niet onder ogen wensten te zien. Churchill was een fel tegenstander van premier Neville Chamberlains appeasementpolitiek.

Het schijnbare succes en de grote populariteit van Chamberlains appeasementpolitiek drukte Churchill in de politieke marge. Op 1 september 1939, de dag van de Duitse aanval op Polen, werd hij opnieuw benoemd tot minister van Marine (First Lord of the Admiralty). De regering-Chamberlain verklaarde Duitsland de oorlog.

Na rampzalige nederlagen in Noorwegen op 10 mei 1940, toen de Duitsers aan het Westelijk Front hun opmars begonnen, trad Chamberlain als premier af en werd hij opgevolgd door Churchill. Zijn eerste ambtstermijn viel grotendeels samen met de Tweede Wereldoorlog. Het lukte hem de Britse oorlogsinspanning op peil te krijgen en de Verenigde Staten daarbij tot steun te bewegen. Churchill heeft daarmee een beslissende rol in de geallieerde overwinning gespeeld.

Zijn toespraken waren een inspiratie voor het Britse volk. Op 30 oktober 1939 voer Winston Churchill met twee admiraals op het slagschip HMS Nelson in de buurt van de Orkney-eilanden, begeleid door HMS Rodney en HMS Hood en tien torpedojagers. De beroemde uitspraak "We zullen ons eiland verdedigen, wat het ook zal kosten, we zullen vechten op de stranden, we zullen vechten op de landingsplaatsen, we zullen vechten in de velden en op de straten, we zullen vechten in de heuvels. Wij zullen ons nooit overgeven" werd een symbool van de Britse vastberadenheid.

Door zijn persoonlijke vriendschap met de president van de Verenigde Staten, Franklin Delano Roosevelt, was het Verenigd Koninkrijk verzekerd van de aanvoer van goederen via de Atlantische Oceaan, hoewel het land zich hiervoor diep in de schulden moest steken. De Lend-Lease Act (11 maart 1941) van Roosevelt beloofde de Britten kredietleveringen van Amerikaanse machines, producten en goederen die voor de oorlog ingezet konden worden.

Churchill richtte de Special Operations Executive (SOE) op, die operaties in vijandelijk gebied uitvoerde. Ook de commando's werden opgericht. Churchill toonde grote persoonlijke betrokkenheid bij de voorbereidingen van Operatie Overlord. Het was zijn wens om tijdens de invasie zelf naar Normandië te gaan, maar dit werd hem door velen afgeraden en uiteindelijk wist koning George VI hem hiervan te overtuigen.

Winston Churchill's Gestapo speech

Controverses en Kritiek

Enkele van Churchills militaire acties en beleidsbeslissingen werden later als controversieel beschouwd.

  • Bombardement op Dresden: In de nacht van 13-14 februari 1945 vond het bombardement op Dresden plaats, waarbij vermoedelijk circa 25.000 slachtoffers vielen, vooral burgers. Dit bombardement was later omstreden.
  • Grote Bengaalse Hongersnood (1943): Tijdens deze hongersnood, waarbij meer dan drie miljoen mensen stierven, kon Churchill op zijn best onverschillig genoemd worden. Er werd later gesuggereerd dat hij medeplichtig was door zijn nalatigheid. Sommige historici koppelen dit aan zijn vermeende racistische overtuigingen en geloof in het sociaal darwinisme.
  • Gebruik van chemische wapens: In 1919 stelde hij voor om gifgas te gebruiken "als experiment tegen weerspannige Arabieren".
  • Bombardementen in Irak: Als staatssecretaris voor de Koloniën gaf hij in 1921 opdracht tot grootschalige bombardementen op Mesopotamië, waarbij een heel dorp werd uitgeroeid.
  • Bombardement op Hamburg: In 1943 besloot Churchill Hamburg te laten bombarderen met brandbommen, waarbij ten minste 48.000 burgers om het leven kwamen. Hij huurde Britse wetenschappers in om voor een andere Duitse stad "een andere weersvoorspelling te doen", verwijzend naar de vuurstorm die door het bombardement op Hamburg was veroorzaakt.

Churchill was ook een van de drijvende krachten achter de verdragen die de grenzen van de Europese en Aziatische landen na de Tweede Wereldoorlog veranderden. De grens tussen Noord-Korea en Zuid-Korea werd voorgesteld op de Conferentie van Jalta. Voorstellen voor de Europese grenzen werden pas gedaan in 1943 door Roosevelt en Churchill. Een onderdeel van de uiteindelijke schikking was het overbrengen van Duitsers uit het betreffende gebied. Churchill en zijn minister van Buitenlandse Zaken, Anthony Eden, tekenden protest aan tegen Jozef Stalin, omdat zij voorzagen dat het onttrekken van de oostelijke graangebieden aan Duitsland tot hongersnood zou leiden.

Hoewel Churchill een zeer belangrijke rol in de Tweede Wereldoorlog heeft gespeeld, maakte hij veel vijanden in eigen land. Onder andere zijn kritiek op de onafhankelijkheid voor Brits-Indië - hij noemde Mahatma Gandhi een "opruiend advocaatje, verkleed als fakir" - en zijn kritiek op sociaal vooruitstrevende ideeën veroorzaakten veel onvrede, met name onder de veteranen uit de Tweede Wereldoorlog.

Kaart van de Conferentie van Jalta

Literaire Loopbaan en Nobelprijs

Naast zijn politieke carrière was Churchill een productief en succesvol schrijver. Hij publiceerde onder andere een vierdelige boekenserie over de Eerste Wereldoorlog (The World Crisis), zijn autobiografie (My Early Life) en een vierdelige biografie over zijn voorouder John Churchill (Marlborough: His Life and Times).

In 1953 ontving hij de Nobelprijs voor Literatuur voor zijn geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.

Latere Leven en Overlijden

Na de Tweede Wereldoorlog verloor Churchill, ondanks zijn prominente rol, de Britse verkiezingen van juli 1945. Dit had te maken met factoren zoals zijn afwijzing van de aanstaande onafhankelijkheid van India en zijn weerstand tegen sociaal vooruitstrevende ideeën.

In 1951 trad Churchill opnieuw aan als premier van het Verenigd Koninkrijk, een ambt dat hij tot 1955 zou vervullen. In dat jaar moest hij, vanwege zijn kwakkelende gezondheid, aftreden. Door een beroerte die hij in juni 1953 kreeg, was hij aan de linkerkant van zijn lichaam deels verlamd geraakt. Kort na zijn tachtigste verjaardag maakte Churchill bekend dat hij aftrad als premier.

Churchill was een van de weinige Europese prominenten die het lukte om Amerikaans ere-staatsburger te worden. Deze eer werd hem in 1963 verleend door de Amerikaanse president John F. Kennedy.

Winston Churchill stierf op 24 januari 1965 in Londen, nadat hij voor de tweede keer een beroerte had gekregen. In 2002 werd hij in het BBC-programma 100 Greatest Britons verkozen tot invloedrijkste Brit uit de geschiedenis van het land.

Winston Churchill met zijn Nobelprijs

tags: #geboorte #winston #churchill